Demografie

Wetenschap, die zich bezighoudt met het noteren, tellen en rangschikken van bevolkingsgegevens. Van 1840 af zijn op grond van zo betrouwbaar mogelijk te achten volkstellingen zulke gegevens bekend. De hierna verwerkte bewonersaantallen van vóór 1840 zijn verzameld uit allerlei bronnen, berusten voor een groot deel op schattingen en worden - hoewel naar nauwkeurigheid is gestreefd - onder enig voorbehoud vermeld. De statistische verwerking heeft plaats in twee na elkaar opgenomen tabellen, de eerste van 1477 tot 1815, de tweede beginnend bij de volkstelling van 1840. In dit artikel wordt uiteraard alleen het bevolkingsverloop in de Zaanstreek behandeld. Bij de vermelding der (al dan niet voormalige) gemeenten zijn in deze encyclopedie ook steeds bevolkingscijfers opgenomen, terwijl bij de verschillende, afzonderlijk behandelde, kerkgenootschappen zoveel mogelijk de aantallen lidmaten zijn vermeld. De omvang der bevolking was in het verleden steeds afhankelijk van de beschikbare werkgelegenheid: toename of daling van het aantal arbeidsplaatsen werd vrijwel steeds gevolgd door stijging of vermindering van het aantal inwoners.

Pas in de 20e eeuw veranderde dit door de toegenomen mobiliteit. De bevolkingsomvang is sindsdien veel meer verbonden met het aantal beschikbare woningen - en in zekere zin ook met de kwaliteit daarvan - dan met de werkgelegenheid. Over de vroege bewoning van de Zaanstreek zijn slechts verspreide gegevens bekend. Voor zover kerken of dorpsoverheden zulke cijfers noemden, verdienen ze enige twijfel: de kerken neigden uit overwegingen van prestige tot te hoge vermelding, terwijl de dorpen soms weer te lage inwoneraantallen verantwoordden in verband met de belastingafdracht aan hogere overheden. Ook enkele andere kanttekeningen zijn nuttig. De gegevens zijn namelijk afkomstig uit ongelijksoortige tellingen. De cijfers afkomstig van kerken en dorpsoverheden zijn niet de enige die argwaan verdienen. In tabel 1 zijn ook de vroege haardstedetellingen verwerkt, die per definitie tot onnauwkeurigheid leidden doordat de gemiddelde gezinsgrootte (of beter: het aantal bewoners per haardstede) op aanname moest berusten. Voorts zijn bijvoorbeeld belastinggegevens en opgaven van het aantal weerbare mannen omgewerkt tot bevolkingstotalen.

Maar de schattingen zijn weloverwogen. De cijfers van 1622 en 1795 berusten op volkstellingen. Over de periode tussen 1672 en 1742 ontbreekt feitelijke documentatie, maar doordat het verschil in inwoneraantallen tussen genoemde jaren gering is en het landelijke beeld van deze periode bovendien op een vrijwel stabiel gebleven bevolkingsomvang duidt, zijn de door ons vermelde cijfers o.i. redelijk betrouwbaar.

Tabel 1. De loop van de bevolking van de Zaanstreek van 1477 tot 1815

Bij het raadplegen van de tabellen dient men te beseffen dat Oost- en West-Knollendam niet afzonderlijk konden worden vermeld. Oost-Knollendam behoorde demografisch steeds tot de banne of de gemeente Wormer, terwijl West-Knollendarn aanvankelijk bij Westzaan (of de banne van Westzanen) werd geteld en de Westknollendammers na 1930 bij de inwoners van Wormerveer worden gerekend. De buurtschap Nauerna is evenmin afzonderlijk opgenomen, de bevolking werd vroeger bij die van Westzaan geteld (en niet. zoals nu logischer wordt geacht bij die van Assendelft). Bedacht moet ook worden dat Westzaan en Krommenie aanvankelijk één banne vormden, zodat bij een aantal vroege vermeldingen een afzonderlijke opgave voor Krommenie/Krommeniedijk ontbreekt. Het zal tenslotte opvallen dat de totaaltellingen niet overeenkomen met de som van de opgenomen aantallen per verticale kolom. Dat heeft enkele oorzaken, waarvan de belangrijkste is dat vaak - zij het bij benadering wel het aantal inwoners van de gehele Zaanstreek kon worden berekend, ofschoon voor bepaalde jaren de inwonersaantallen van enkele afzonderlijke gemeenten oningevuld moesten blijven. Dat 1970 als laatste jaar van vermelding werd gekozen hangt samen met de gewijzig de gemeentelijke indeling: per l januari 1974 werden zeven gemeenten samengevoegd tot Zaanstad. De inwonersaantallen bedroegen in 1988: Jisp 943, Oostzaan 7102, Wormer 11235 en Zaanstad 128.809, zodat de gehele Zaanstreek ruim 148.800 inwoners telde. Naar wordt aangenomen bedraagt dit aantal thans (medio 1989) meer dan 150.000, waarvan rond 130.000 in Zaanstad.

Eerder is vermeld dat groei of daling van de bevolkingsaantallen vroeger samenhing met de toe- of afname der economische bedrijvigheid. Bij het trefwoord Economische geschiedenis geschiedenis is beschreven hoe handel en nijverheid zich ontwikkelden. In demografisch opzicht had vooral de daar behandelde periode van snelle expansie (eerste helft 17e eeuw) tot gevolg dat aan de vraag naar arbeidskrachten alleen kon worden voldaan door een zekere instroming van migranten; de natuurlijke bevolkingsaanwas door geboorte-overschotten - in die tijd toch al gering - was onvoldoende. Het aantal buitenlandse migranten is onbekend, maar mag niet overschat worden. Bij bestudering van kerkelijke attestaties blijkt dat men in de eerste plaats vanuit het landelijke Zaanse gebied naar de plaatsen trok waar de nijverheid zich had gevestigd. Dat zou er op kunnen wijzen dat er een zeker arbeidsoverschot was in het boerenbedrijf.

De loop van de bevolking in de Zaangemeenten van 1840 tot 1970

In de tweede plaats zoog de Zaanse nijverheid arbeidskrachten aan uit Amsterdam, Waterland en West-Friesland. Uit de kerkelijke inschrijvingen blijkt dat de instroming van buitenlanders weinig omvangrijk was, hoogstens enkele honderden over een gespreide periode. Hierbij moet vooral gedacht worden aan N oordwest-Duitsers die zich hier blijvend vestigden. Andere Duitsers meldden zich voor seizoenarbeid in het boerenbedrijf en bij veenafgravingen in Assendelft. Dat de industriële bedrijvigheid een ander effect op de bevolkingscijfers had dan de agrarische, valt af te leiden uit de voor de verschillende dorpen vermelde gegevens. Daardoor vormde de Zaanstreek demografisch gezien geen geheel. het gebied kon als het ware in tweeen worden gesplitst. In het agrarische deel (Assendelft, Wormer en J isp, een deel van Westzaan en aanvankelijk ook Krommenie) vertoont de bevolkingsloop hetzelfde beeld als in andere boerenstreken in het Noorderkwartier. Dat wil zeggen: toename van de bevolking tot omstreeks 1680, daarna een daling tot omstreeks 1815 en vervolgens weer een betrekkelijk geringe groei. In de rest van de Zaanstreek. de 'geïndustrialiseerde' Zaandorpen, nam de bevolking echter langduri ger toe, om daarna langzaam (maar geleidelijk wat sneller) terug te lopen. Overigens deed zich toen in geheel West-Europa een teruggang van de bevolking voor. Een opvallende uitzondering op dit beeld vormen Koog en Zaandijk (en in mindere mate Wormerveer). Waarschijnlijk doordat de bedrijven zich hier beter staande hielden, bleven deze dorpen ononderbroken en geleidelijk groeien. Hoewel dit niet uit de cijfers kan worden afgeleid is het waarschijnlijk dat de (trage) 16e-eeuwse bevolkingsgroei tijdens de beginfase van de Tachtigjarige Oorlog werd onderbroken. Over het geheel genomen en afgemeten aan de landelijke cijfers mag de Zaanse bevolkingstoename tussen 1622 en 1742 opmerkelijk genoemd worden. De daarop volgende terugloop was naar onze indruk iets sterker bij Machinefabriek dan elders en duurde ook ongeveer twintig P.M. Duj'i'is van jaar langer. Want waar de bevolking in om1915 tot 1918. ringende gebieden omstreeks 1800 weer ging toenemen. zette de groei in de Zaanstreek pas omstreeks 1825 in. Na 1815 is in feite alleen J isp steeds achtergebleven in bevolkingsgroei. naar verluidt was dat een gevolg van de bewuste keuze een kleine agrarische gemeenschap te blijven. Verbeteringen in hygiene en Gezondheidszorg, vooral ook een veel groter geworden overlevingskans van pasgeborenen, zorgden naast de economische opbloei de laatste honderd jaar voor een bevolkingsaanwas die voordien ongekend was. In dit verband kan worden gewezen op de verbazende “babyboom' van vlak na de Tweede Wereldoorlog. De Zaanse bevolkingsgroei week daarbij niet af van van die elders in het land. De bevolking wordt steeds ouder. de gemiddelde levensduur is sterk gestegen. Zelfs wanneer de vroeger hoge zuigelingensterfte buiten beschouwing wordt gelaten (tot omstreeks 1800 stierf meer dan de helft en soms zelfs driekwart van de pasgeborenen in het eerste levensjaar), was de levensverwachting enkele eeuwen geleden weinig meer dan vijftig jaar. Dit gold zowel voor mannen (tengevolge van toenmalige zeer zware arbeidsomstandigheden en doordat de scheepvaart - met vele schipbreuken - een zware tol eiste) als voor vrouwen (tengevolge van de zeer veel voorkomende kraamvrouwenkoorts).

In tegenstelling tot elders hebben oorlogen, hongersnoden en epidemieën in Holland betrekkelijk weinig en in de Zaanstreek in verhouding nog minder invloed op de loop der bevolking gehad. Slechts in Assendelft en Krommenie vonden we aanwijzingen dat enkele cholera-golven het inwonertal nadelig hebben omgebogen. De woningbouw paste zich traag aan bij het tempo van de bevolkingsvermeerdering. In de Zaanstreek ontstonden tenslotte geheel nieuwe wijken in de polders om iedereen onderdak te bieden (zie ook: Bouwen in de Zaanstreek in de Zaanstreek). Dit proces begon bescheiden in de tweede helft van de vorige eeuw, zette zich voort tussen beide wereldoorlogen, maar kwam pas in de jaren `60 volop in gang. De achterstand werd in de laatste 25 jaar grotendeels ingelopen. De bevolking groeide zelfs niet onaanzienlijk doordat de streek een overloopfunctie voor Amsterdam vervulde. Gezien de plannen van voornamelijk de gemeente Zaanstad zal deze ontwikkeling zich in de jaren `90 voortzetten. Het gemiddelde aantal inwoners heeft per woning ooit 7. bedragen (begin 16e eeuw). Dit nam snel af tot gemiddeld 6 in de agrarische dorpen en 4. in de geïndustrialiseerde kernen langs de Zaan (rond 1725). Aangezien vervolgens het aantal huizen gelijk bleef bij een dalend inwonertal, zakte het aantal bewoners tot tussen 3 en 4 per huishouding. Na 1815 steeg dit gemiddelde weer tot iets meer dan 4 personen, om in de 20e eeuw - en dan met name in de laatste decennia - scherp te dalen.

Zie ook: Allochtonen, Bevolking, Bewoningsgeschiedenis en Economische geschiedenis geschiedenis.

Ger Jan Onrust, Eindredactie

Literatuur:

  • A. van Braam; Westzaandam in de tijd van de Republiek, Zaandam, 1975,
  • A.M. van der Woude: Het Noorderkwartier, Utrecht, 1983;
  • Sociografisch Bureau voor de Zaanstreek: Zaanstreek in cijfers, Zaandam, 1974;
  • Idem: Een eeuw Zaandam, 1870-1970, Zaandam, 1972:
  • Afdeling onderzoek en planning gemeente Zaanstad: Zaanstad in cijfers, Zaanstad, 1987;
  • MA. Verkade: Den derden dagh, Westzaan, 1982;
  • J .P. Kruyt: De bevolking der Zaanstreek, in: Mensch en maatschappij, Groningen. 1928;
  • Kamer van Koophandel en Fabrieken voor Zaanland: diverse jaarverslagen;
  • Gemeente Archief Oostzaan: Loop der bevolking (niet gepubliceerd),
  • EW. Hofstee: Korte demografische geschiedenis van Nederland van 1800 tot heden, Haarlem, 1981.