Eerste Wereldoorlog

Reeks van conflicten die uitgroeiden tot een oorlog, waarbij tussen 1914 en 1918 vele landen betrokken raakten.

Het primaire conflict betrof Oostenrijk-Servië. Op 28 juni 1914 werden de Oostenrijkse aartshertog-troonopvolger Franz Ferdinand en diens echtgenote door een Serviër vermoord. Het was de lont in een kruitvat. Oostenrijk had een bondgenootschap met het Duitse keizerrijk, Rusland stond achter Servië. Na een maand, op 1 augustus, brak reeds de oorlog tussen Duitsland en Rusland uit. Frankrijk - door een bondgenootschap met Rusland verbonden - mobiliseerde. Tussen Duitsland en Frankrijk bestond een diepe historische kloof, die in deze situatie vrijwel direct tot uitbreiding van de oorlog leidde. Daarbij eiste Duitsland doortocht over neutraal Belgisch grondgebied. Deze schending van neutraliteit voerde vervolgens het Engelse Gemenebest tot mobilisatie en oorlogsverklaring.

Voorts raakten onder andere Italië, Turkije, Bulgarije, Japan en uiteindelijk de Verenigde Staten bij de conflicten betrokken. Niet alleen de omvang, het aantal oorlogvoerende staten was voordien ongekend, de gebruikte strijdmethoden en wapens waren dat evenzeer. Uitvindingen en technische ontwikkelingen maakten voor het eerst in de geschiedenis zowel de inzet van vliegtuigen en duikboten mogelijk, als die van chemische middelen als gifgas. In november 1918 werd een wapenstilstand bereikt, op 28 juni 1919, precies vijf jaar na het eerste schot werd het vredesverdrag van Versailles getekend. Volgens het aanvankelijke Duitse aanvalsplan, het Schlieffenplan, zou ook de Nederlandse neutraliteit worden geschonden; de Duitse troepen zouden door Limburg en vervolgens België naar Frankrijk trekken. Door latere aanpassing van het plan bleef Nederland evenwel als neutrale mogendheid buiten de hier verder niet besproken oorlogshandelingen.

Gevolgen voor de Zaanstreek

Wél droeg het land de economische gevolgen van bijvoorbeeld mobilisatie en blokkade ter zee. Door de laatste ontstond schaarste aan grondstoffen en levensmiddelen, waardoor distributie-maatregelen onvermijdelijk waren. De Zaanstreek ondervond in beginsel dezelfde gevolgen als de rest van het land, al moet worden opgemerkt dat de van import afhankelijke Zaanse industrie, als rijst, grondstoffen voor de oliefabricage, balken voor de zagerijen, extra kwetsbaar bleek en relatief zwaar door de Eerste Wereldoorlog werd getroffen. In feite is deze voor verschillende takken van nijverheid fnuikend geweest. Enkele voorbeelden: de rijstpellerij verplaatste zich naar de oorspronglanden, de balkeninvoer kwam na het jaar 1919 nooit meer op het eerder zo sterk toegenomen peil en de zeildoekweverij was voorgoed door de Amerikaanse voorbijgestreefd.

Een enkele bedrijfstak, de metaalnijverheid, met de Artillerie Inrichtingen floreerde echter; de oorlog zorgde voor een forse stijging van het aantal personeelsleden, van 1578 in 1914 tot 3285 in 1915. De dagproductie van wapens steeg in die periode, ondanks enorme materiaalschaarste van 40 naar uiteindelijk 500 stuks. In 1917 liep de personeelssterkte op tot 8484 man. In datzelfde jaar werd een springstoffabriek in gebruik genomen. Deze fabriek stond aan de Amsterdamse kant van het Noordzeekanaal. Eerder, in 1916, was gestart met de bouw van een werkplaats voor aanmaak van kanonnen en houwitsers. Na de wapenstilstand van 1918 eindigde ook de groei van de AI en liep het personeelsbestand weer terug tot 5160 man in 1919.

Bij de machinefabriek P.M. Duyvis in Koog moest voor de productie van granaathulzen zelfs een aantal gedetineerde Belgische soldaten te werk worden gesteld. Het verdient vermelding dat ondanks de het land omringende oorlog in de jaren 1914-1918 de aanzet werd gegeven tot elektrificatie van onder meer de Zaanstreek en dat de opkomst van het vrachtautovervoer in dezelfde periode kan worden geplaatst. Ook hierdoor ontstonden belangrijke wijzigingen in de bestaansbronnen van de streek.

1 miljoen vluchtelingen

Na het Duitse bombardement op Antwerpen op 4 augustus 1914 trokken naar schatting een miljoen Belgen de grens over naar het naar het neutrale Nederland. De vluchtelingen werden opgevangen in tentenkampen in steden als Roosendaal en Bergen op Zoom en in opvangkampen van Nunspeet, Ede, Amersfoort en Amsterdam, maar ook vonden zij onderdak bij particulieren.

Enkele honderden vluchtelingen kwamen in de Zaanstreek terecht. In Zaandam coördineerde mevrouw E. Veen de opvang namens Comité voor de Belgische vluchtelingen. Zij werden opgevangen in het Nutsgebouw en in panden aan de Botenmakersstraat, de Stationsstraat en de Hogendijk. De bevolking stelde spontaan kleding, beddengoed, speelgoed en meubelen ter beschikking. Het Witte Kruis stelde haar badhuis ter beschikking; bioscoop Apollo deelde gratis toegangskaarten uit. Eind oktober 1914 keerden de eerste vluchtelingen terug naar België, terwijl de oorlog nog vier jaar zou woeden.

De opvang werd enorm gewaardeerd. Ook gedeserteerde soldaten maakten deel uit van de vluchtelingen. Zij verkeerden in de veronderstelling vanuit Nederland via Engeland de strijd voort te kunnen zetten. Het neutrale Nederland was echter verplicht soldaten die de grens over kwamen op te sluiten. Zij werden soms als arbeider ingezet bij bedrijven die grote personeelstekorten kenden als machinefabriek Duyvis en bij schipper Van Calcar in Koog aan de Zaan.

Met de boot die vijf uur uit Amsterdam vertrok, kwamen 9 oktober 1914 de eerste Belgische vluchtelingen in Zaandam aan. Voor de ontvangst was de pastorie der Doopsgezinde gemeente aan de Hoogendijk, die wegens het vertrek van de predikant tijdelijk onbewoond is, in gereedheid gebracht. De zuigelingen werden ondergebracht bij mevrouw Keg—Lindt, waar de wiegjes keurig opgemaakt gereed stonden. Nadat zij van spijs en drank waren voorzien, werden allen door mevrouw Keg in de gelegenheid gesteld een bad te nemen, waarvan een dankbaar gebruik werd gemaakt.