Franse tijd

In de geschiedenis feitelijk de periode van 1806 tot en met 1813, de tijd van het Koninkrijk Holland onder koning Lodewijk Napoleon (1806-1810) en de periode dat Nederland deel uitmaakte van het Napoleontische Keizerrijk (1810-1813). In verband met de overzichtelijkheid wordt hier ook de periode van de Bataafse republiek (1795-1806) onder dit trefwoord behandeld.

P. Haremaker Jzn. uit Koog was een van de slachtoffers van de conscriptie, hl] moest in Franse dienst. In het jaar 1813 werd hij in Breslau gevangen genomen Dit moment is uitgebeeld in het titelvignet van het boek 'Mijne lotgevallen in Fransche dienst', dat hij in 1852 over zijn avonturen in dienst van Napoleon schreef

Voor de Zaanstreek had de Franse bezetting verregaande gevolgen. Tengevolge van onder andere het continentaal stelsel vielen handel en nijverheid goeddeels stil: de tot dan zelfstandige dorpen Oost- en Westzaandam werden tot een stad, Zaandam, samengevoegd (zie: Bestuur en rechtspraak 2.2.4. en 2.2.5.).

De Conscriptie voor het Franse leger riep grote weerstand onder de Zaanse bevolking op en leidde tenslotte in 1813 tot een neergeslagen opstand in 1913. De laatste decennia van de 18e eeuw verliepen in Europa, evenals in Amerika, waar van 1775 tot 1783 de Onafhankelijkheidsoorlog werd gestreden, zeer onrustig. Een nieuwe tijd kondigde zich aan. De verheven idealen van de Verlichting slopen in het bewustzijn van de burgerij. Begrippen als solidariteit, volkssoevereiniteit en democratie kregen een wezenlijke inhoud. Onder de idealistische leuzen 'Vrijheid, Gelijkheid, Broederschap' leidde dit in Frankrijk in 1789 tenslotte tot de Franse Revolutie.

Nieuwe tijdgeest

In Nederland, en zeker ook in de Zaanstreek, vond de nieuwe tijdgeest grote ingang. De beweging der patriotten die ontstond na de anoniem verschenen publicatie 'Aan het Volk van Nederland' in 1781, kreeg snel aanhang. Overigens moet hier worden geconstateerd dat dat niet uitsluitend kan worden toegeschreven aan verheven idealisme. In de loop van de 18e eeuw was de Nederlandse economie ver teruggevallen, terwijl de zee-oorlog met Engeland, de Vierde Engelse oorlog van 1780 tot 1784, voor Nederland zeer nadelig verliep. Zo was een uitstekende voedingsbodem voor hervormingsgezindheid ontstaan.

In de Zaanstreek speelde bovendien een rol dat het gebied, ofschoon economisch sterk, bestuurlijk altijd tot het platteland was blijven behoren. De Zaankanters hadden geen eigen stem in het landsbestuur, maar werden vertegenwoordigd door de ridderschap. Dientengevolge vond de roep om avant la lettre, zelfbeschikking, hier veel weerklank. De periode tot 1795 wordt verder behandeld onder Patriottentijd. Na de Franse revolutie brak voor West-Europa een politiek-militair zeer roerige periode aan. In september 1792 veroverde de Franse generaal Dumoriez de Oostenrijkse Nederlanden, die globaal bestonden uit het huidige België, waardoor ook de Republiek der Nederlanden direct bij het strijdgewoel betrokken raakte.

Nadat Oostenrijk in 1793 het gebied heroverd had, begon in Frankrijk een volksbewapening en eind 1794 werden opnieuw de Oostenrijkse Nederlanden bezet. Doordat de grote rivieren bevroren waren kon het Franse leger, onder aanvoering van generaal Pichegru, doorstoten naar de Noordelijke Nederlanden. Willem V vluchtte half januari naar Engeland, waarna in de grote steden snel de omwentelingen volgden. Aangezien deze over het algemeen zonder bloedvergieten plaatsvonden, werd gesproken van een fluwelen revolutie.

Vrijheidsbomen

De omwenteling te Amsterdam had plaats op 19 januari 1795. Het was die dag marktdag; zodoende werd het nieuws door de terugkerende kooplieden snel in de Zaanstreek verspreid. Nog diezelfde dag werden te Oost- en Westzaandam Vrijheidsbomen opgericht, de dagen daarna in de andere Zaanse dorpen.

Vrijheidsboom, 1795 te Oostzaandam

Overal hing de Nederlandse vlag omgekeerd in top. De in 1787 verboden exercitie-genootschappen werden heropgericht, maar kregen nooit meer de betekenis die zij eerder hadden. De omwentelingen van de Zaanse dorpsbesturen waren slechts ceremoniële gebeurtenissen. Vrijwel alle bestuurders die hun functie neerlegden, werden meteen weer geïnstalleerd. Uitzondering was het van oudsher Oranjegezinde Krommenie, waar de patriotten op veel verzet stuitten. De voormalige Zaankanter Hendrik Duyn, naar Frankrijk uitgeweken in 1787 en nu adjudant van de brigade-generaal van het Bataafs Legioen Daendels, trok op 5 februari naar dit dorp om tot ongenoegen van een groot deel van de bevolking een nieuw bestuur te installeren.

Dat de invloed van Duyn groot was blijkt ook uit het feit dat hij Inkwartiering van de Franse troepen in de Zaanstreek in eerste instantie wist te voorkomen. Door de late omwenteling te Krommenie was er van dit dorp geen vertegenwoordiger onder de acht representanten, die de bannen van Oost- en Westzaan gezamenlijk naar Den Haag zonden om zitting te nemen in de Vergadering van Provisionele Representanten van het Bataafse volk. De acht waren de eerste vertegenwoordigers van het platteland in de vergadering; in de ter vergadering gevormde commissies waren zij gelijk aan de vertegenwoordigers van de steden. Een oude Zaanse frustratie, vertegenwoordiging door de nu ontbonden ridderschap, was zo beëindigd.

Hoge prijs

De Franse troepen werden als bevrijders binnengehaald, maar de prijs die voor de bevrijding betaald moest worden was hoog. De aanwezigheid van de Fransen kostte miljoenen. Nederland moest 25.000 Fransen in dienst nemen en onderhouden, die onder bevel stonden van een Franse bevelhebber die aan niemand hier ten lande ondergeschikt of verantwoording schuldig was. Bovendien kreeg het land de zorg voor onze halfnaakte en uitgehongerde verlossers. Nederland moest onder andere leveren: 50.000 hoeden, 100.000 hemden en 150.000 paar schoenen, dit alles binnen een maand, en op langere termijn bijvoorbeeld 12.000 ossen.

Handel en industrie, in de 18e eeuw toch al verzwakt, werden zwaar getroffen door de zee-oorlog met Engeland. Tot 1797 had de handel reeds 120 miljoen gulden verloren aan door Engeland opgebrachte schepen. Een groot deel van de Nederlandse koloniën werd door Engeland bezet. In de Zaanstreek gingen scheepsbouw en walvisvaart volledig ten onder. De bevolking van de Zaanstreek nam tussen 1795 en 1815 af van 25.158 tot 21.644 inwoners aldus gegevens van Ad van der Woude.

Opmerkelijk is dat de bevolking van Koog, Zaandijk en Wormerveer in deze periode vrijwel gelijk bleef. Na de Engels-Russische invasie van 1799 werden extra belastingen geheven om de door de Fransen gemaakte kosten te dekken. Jacob Honig Jansz. Jr. schrijft dat de Zaankanters deze nog graag betaalden en dat collectes voor de slachtoffers van de strijd in de Zaanstreek grote opbrengsten kenden, maar hij vermeldt erbij dat de Zaanstreek met een nijpend tekort aan geldelijke middelen de 19e eeuw inging.

Vrede van Amiens

In maart 1802 werd de vrede van Amiens tussen Frankrijk en Engeland getekend. In de Zaanstreek werden uitbundige feesten gevierd; men hoopte dat handel en industrie weer zouden opleven. De vrede hield echter niet lang stand. In 1805, een jaar nadat Napoleon zichzelf tot keizer had gekroond, brak opnieuw oorlog uit. In datzelfde jaar werd Rutger Jan Schimmelpenninck tot raadpensionaris benoemd, met meer bevoegdheden dan ooit aan een van de voormalige stadhouders was opgedragen. Weer een jaar later volgde de kroning van Lodewijk Napoleon tot koning van het koninkrijk Holland. Zijn grootse intocht in Den Haag in juni 1806 werd door een Zaanse delegatie bezocht, die op 14 juli een onderhoud met de koning werd vergund.

Lodewijk Napoleon, bij zijn kroning slechts 28 jaar oud, streefde naar een onafhankelijke Nederlandse politiek. Hij wist het land vooralsnog buiten het continentaal stelsel te houden. Hij liet zijn minister van Financiën Gogel het belastingstelsel herstructureren. Met name de rijken moesten meer belasting gaan betalen.

Over de periode 1806-1810 is weinig bekend. Dagboekaantekeningen gaan slechts terloops in op hoge levensmiddelenprijzen en dergelijke. Op 1 juli 1810 werd Lodewijk Napoleon tengevolge van de Engelse invasie op Walcheren in 1809 door zijn broer afgezet en werd Nederland bij het Franse keizerrijk gevoegd; Amsterdam werd tot derde stad van het rijk uitgeroepen.

Het land leed zwaar onder de bepalingen die nu golden. Het viel nu onder het Continentaal stelsel; de eerste douanen in Zaandam kwamen reeds op 9 augustus 1810 aan. Het aantal arbeidsplaatsen nam verder af; de armoede onder de bevolking nam toe; steeds meer mensen moesten een beroep doen op de bedeling; de instellingen die zich met bedeling bezig hielden zagen hun middelen snel afnemen; de bedelarij nam toe. In 1811 kreeg de Zaanstreek voor het eerst te maken met de Conscriptie ofwel dienstplicht na loting. De eerste lotelingen trokken in maart naar de Franse opleidingskampen.

Gedwongen feestviering

Bij de geboorte van de zoon van Napoleon en op de verjaardag van de keizer werden de Zaankanters gedwongen feest te vieren en hun huizen te illumineren en op 11 oktober 1811 werden Oost- en Westzaandam uitgebreid versierd in verband met een reeds op 5 september aangekondigd bezoek van Keizer Napoleon aan de stad. Een aantal erebogen werd geplaatst, waarvan één bij het Schapenpad waaraan maire H.C. Göbel woonde. Het bezoek van de grote Held, de liefderijkste vader zijner onderdanen, de wijste wetgever' aan Zaandam duurde slechts een half uur, waarin hij het Czaar Peterhuisje met, volgens Honig 'een smadelijk lachje', bezichtigde.

Dat Napoleon naar aanleiding van het gezicht van de Dam op de honderden molens aan de Achterzaan Sans Pareil, zonder weerga, heeft gezegd, zoals Honig schreef, is later weersproken door Frans Mars. Als de keizer dat had gezegd was het zeker vermeld door de ijdele maire Göbel in zijn rapport, was diens redenatie. Dat, zoals eveneens door Honig werd geschreven, de samenvoeging van Oost- en Westzaandam een rechtstreeks gevolg was van het bezoek van Napoleon, betwijfelt Mars. De samenvoeging is sedertdien wel als de 'pennestreek van een ambtenaar' aangeduid. Zie voorts: Bestuur en rechtspraak 2.2.4. en 2.2.5. Het enige tastbare dat de Zaanstreek aan het bezoek van Napoleon overhield is een horloge, bestemd voor de dochter van Aris van Broek, die tijdens het bezoek een gedicht voordroeg, dat zich thans in de Oudheidkamer te Zaandijk bevindt.

Opstand

In 1812 verslechterde de situatie van Nederland en de Zaanstreek nog verder. Douanen hielden elk schip aan om de lading te controleren; de snuif- en tabaksmolens werden stilgezet omdat er uitsluitend nog Franse tabak gerookt mocht worden; er moesten mangelwortels gestoken worden om het tekort aan overzeese suiker op te vangen; er kwamen gendarmes naar Zaandam om iedereen die iets nadeligs over Frankrijk of over de keizer zei, gevangen te zetten; de conscriptie eiste nieuwe Zaanse zonen voor het Franse leger op.

In 1813 leidde de conscriptie tenslotte tot een opstand. De Zaankanters maakten zich meester van de inschrijvingslijsten en ontwapenden de douanen en gendarmes. De hoop was dat de opstand zou overslaan naar Amsterdam. Toen dat niet gebeurde, kostte het de Fransen weinig moeite om de opstand neer te slaan; zes Zaandammers wiens namen voortleven op het monument van het Verzetsplantsoen aan de Savornin Lohmanstraat in Zaandam, werden berecht en geëxecuteerd.

In november 1813 werd Napoleon beslissend verslagen en kwam een einde aan de Franse tijd. Vanaf 25 november werd de bevrijding uitbundig in de Zaanstreek gevierd.

Ger Jan Onrust

Literatuur:

  • J.W. Groesbeek, Bestuursaangelegenheden en -problemen rond de samenvoeging van Oost- en West-Zaandam in 1811 (in: Margaretha Verkade e.a. Zaandam 150 jaar stad) Zaandam, 1962;
  • Jacob Honig Jansz. Jr.. Geschiedenis der Zaanlanden, Zaltbommel, 1971;
  • Winkler Prins encyclopedie;
  • C.H.E. de Wit, De Noordelijke Nederlanden in de Bataafse en Franse Tijd 1795-1813 (in: Algemene Geschiedenis der Nederlanden, deel ll), Bussum, 1983.