Historiografie

De leer van de geschiedschrijving. Dit artikel beperkt zich tot een inventarisatie van de voor de Zaanstreek belangrijkste geschiedschrijvers en hun werk. Onder verscheidene artikelen in deze encyclopedie zijn voorts literatuur-opgaven geplaatst. Een helder en actueel overzicht van de literatuur over de Zaanstreek bestaat niet. In 1900 publiceerde Gerrit Jan Honig de Catalogus der Zaanlandsche Verzameling Jacob Honig Jansz. Jr., eerste afdeling - de boekerij. De daarna verschenen publikaties over de Zaanstreek zijn nooit systematisch of chronologisch geïnventariseerd.

De meest complete ingang op de literatuur over de Zaanstreek wordt geboden door het gemeente-archief Zaanstad. Een publikatie is pas te verwachten als de bestanden volledig geautomatiseerd zijn. In dat overzicht zullen vele honderden titels een plaats moeten vinden. Er werd pas voor het eerst over de Zaanstreek geschreven in de 17e eeuw, toen de Zaandamse boekverkoper Hendrik Soeteboom een aantal boekjes het licht deed zien.

Daarvan noemen wij:

  • Beschrijvinghe van OutZaande, Zaandam 1640, over Zaanden en de opkomst van Oostzaan, Westzaan en Zaandam.
  • De Zaanlants Arkadia, Zaandam 1658, een zogenoemde raamvertelling waarin zeer uiteenlopende feitelijke en meer legendarische verhalen.
  • Oud-heden van Zaanland, Stavoren, Vronen en Waterland, politieke en geografische verhalen.
  • De Nederlandsche Beroerten en Oorlogen omtrent het Ye aan de Zaan, Amsterdam 1658, over de Spaanse tijd tijd.
  • Noord-Hollands Ontrustingh, Amsterdam 167, over het Turfoproer in de Zaanstreek.

Na Soeteboom werd geruime tijd niets belangwekkends over de Zaanstreek gepubliceerd. Eerst in 1794 verscheen postuum; Beschrijving van de Zaanlandsche dorpen van Adriaan Loosjes. Loosjes was overleden vóór het manuscript in zijn ogen volmaakt was. Zijn zoon Petrus Loosjes schreef nadien een aanhangsel en besloot het boek uit te geven in Haarlem. In 1968 verscheen een gelimiteerde facsimilé-uitgave.

Zeer belangrijk voor de Zaanse geschiedschrijving was Jacob Honig Jansz Jr, die rond het midden van de 19e eeuw publiceerde. Honig was redacteur van de Zaanlandsche Jaarboekjes, Zaandijk 1841 tot en met 1854, en schreef de Geschiedenis der Zaanlanden, Zaandijk 1849, heruitgave Zaltbommel 1971. Voorts was hij auteur van de Historische-, Oudheid- en Letterkundige Studiën, Zaandijk 1866-1867.

Vanaf het einde van de 19e eeuw nam de hoeveelheid publikaties over de Zaanstreek sterk toe. Gerrit Jan Honig, zoon van voornoemde Jacob Honig, publiceerde tussen 1890 en 1950 tal van artikelen in verscheidene tijdschriften en andere publikaties. Daarnaast was er het zeer hoogstaande proefschrift De Zaansche Volkstaal van Gerrit Jacob Boekenoogen, Leiden 1897, heruitgave met aanvullingen Zaandijk 1971.

Rond 1920 publiceerde de geschiedenisleraar Sipke Lootsma vele artikelen in dagblad De Zaanlander, naar aanleiding van zijn zeer uitgebreide archiefonderzoekingen. In 1932 en 1934 schreef hij met Gerrit Jan Honig het Zaanlandsch Jaarboek. Zijn belangrijkste bijdrage aan de Zaanse historiografie werd evenwel de in twee bundels verschenen Historische Studiën, Koog 1939 en postuum Koog 1950.

Naast Lootsma publiceerde ook Pieter Boorsma veelvuldig in De Zaanlander. Hij schreef deels in de streektaal met name over molens en het molenleven. Zijn belangrijkste werk werd Duizend Zaanse Molens, Wormerveer 1950; de dikwijls gehoorde maar niet geheel juiste opmerking dat in de Zaanstreek duizend molens hebben gestaan is aan de titel van deze moleninventarisatie ontleend.

De periode na de Tweede Wereldoorlog was voor de Zaanse historiografie zeer vruchtbaar. De oprichting van het maandblad De Zaende in 1946, dat zes jaargangen zou beleven, speelde daar een voorname rol in. In de redactie van dit historisch-genealogisch tijdschrift zaten:

Naast de redacteuren werd in het maandblad gepubliceerd door onder anderen:

Goudsblom publiceerde, wat de Zaanstreek betreft, uitsluitend in De Zaende, met name over molens in Assendelft en Krommenie. Andere genoemde auteurs publiceerden ook elders.

Onafhankelijk van De Zaende werkte Margaretha Adriana Verkade. Zij promoveerde in 1952 op het proefschrift De Opkomst van de Zaanstreek, Utrecht 1952, waarin zij de Zaanse economie van de 13e tot en met de 17e eeuw beschreef. Belangrijk was haar publicatie over de Polder Westzaan Den Derden Dach, Alkmaar 1982.

Simon Hart publiceerde veelvuldig over economische onderwerpen die, nadat hij daar gemeente-archivaris was geworden, vooral Amsterdam betroffen. Bij zijn afscheid van het Amsterdamse gemeente-archief werd een groot deel gebundeld in Geschrift en Getal, Dordrecht 1976.

Aris van Braam die al jong publiceerde, richtte zich eveneens voor een groot deel op het cijfermatige historische/sociografische werk. Belangrijke publikaties van hem zijn Bloei en verval van het economisch-sociale leven aan de Zaan in de 17de en 18de eeuw, Westzaandam in de tijd van de Republiek, Zaandam 1978, en zijn bijdrage Economische geschiedenis voor de Encyclopedie van de Zaanstreek.

Dirk Vis werd vooral bekend door zijn boek 'De Zaanstreek', Leiden 1948, één van de weinige boeken over de streek waarin met name de streekcultuur en de uitingen daarvan worden beschreven. In samenwerking met Jacob Vis JC; schreef hij de zeer uitgebreide genealogie 'Vis a Saandyk', Den Haag 1974.

Jacob Willem van Sante leverde als corrector en opsteller van registers een bijdrage aan zeer veel boeken van anderen. Zelf publiceerde hij 'Het Dagverhaal van Aafje Gijsen 1773-1775', een bundeling van genealogieën en commentaren naar aanleiding van het dagboek van een 18e-eeuwse jongejuffrouw.

Archiefambtenaar Dick Kerssens stelde enkele genealogieën samen, en schreef enkele gedenkboeken. In deze encyclopedie is onder meer het artikel Topografie/Cartografie van zijn hand.

Gemeente-architect van Zaandam, Jan Schipper schreef samen met Sikke de Jong `Gebouwd in de Zaanstreek', Wormerveer 1987 over het bouwen in de streek van de eerste tot en met de 19e eeuw.

Gemeente-secretaris Cor Mol, Jan Aten en burgemeester Jan de Boer schreven met name over de afzonderlijke Zaandorpen. Mol schreef onder meer 'Uit de geschiedenis van Wormer', Amsterdam 1966 en 1980, Aten 'Wormerveer langs weg en Zaan', Wormerveer 1967 en De Boer 'Tusschen Kil en Twiske', Wormerveer 1948, Assendelft 1982 en 'Assendelft Hoge Heerlijkheid', Wormerveer 1982.

Ook anderen hielden zich bezig met publikaties over de aparte Zaandorpen. In de 17e eeuw al had, nog voor Soeteboom, ds Jacob Borstius over Zaandijk geschreven. In de 20e eeuw waren dorpsbeschrijvers onder meer

  • ds. Rudolph Boeke 'Krommeniedijk en zijn kerk' 1950,
  • Willem Pieter Tip 'De geschiedenis van Westzaan' 1971,
  • Hubrecht Pieter Moelker 'Het dorp aan de rivier Ghyspe', over Jisp, Purmerend 1976,
  • Gerrit Visser 'Krommenie', Krommenie 1960 en 'Zeven eeuwen Krommeniedijk', Krommeniedijk 1980,
  • Gosse Oosterbaan 'De Tweeling in de Ban', Koog 1968, 'Dat Goede Oude Zaandijk', Zaandijk 1971, 'Tussen Leven en Dood', Zaandijk 1979 en 'De Kerk in het Midden', Zaandijk 1981.

In de jaren '60 kwam, zoals van 1946 tot 1951 rond De Zaende was gebeurd, opnieuw een samenwerking tot stand tussen een aantal Zaanse historici. In 'Zaandam 150 jaar stad, 1811-1961', Zaandam 1962, werd een achttal uitmuntende artikelen gebundeld van de hand van Hart, Groesbeek, Mars en Verkade. In 1970 kwam de 'Historische Atlas der Zaanlanden' uit Wormerveer, samengesteld door Van Braam, Groesbeek, Hart en Verkade. Hart was voorts een van de medewerkenden aan 'De Polder Oostzaan', 1979, onder redactie van Johan Schilstra.

De Zaandamse geschiedenisleraar Jaap 't Hoen was vanaf het begin van de jaren '60 op een heel ander deel-terrein actief. Hij richtte zich op de nieuwste geschiedenis, en dan specifiek op de rol van de arbeidersbeweging daarin. Van zijn hand verschenen onder meer 'Op naar het Licht', Wormerveer 1968, en 'De Rode Zaanstreek', Zaandam 1978. Zijn proefschrift over Jan Duijs zal mogelijk postuum verschijnen.

Klaas Woudt, die in 1971 de heruitgave en aanvulling van De Zaanse Volkstaal van Boekenoogen verzorgde, deed daarna een viertal publikaties over de streektaal het licht zien, die nadien werden gebundeld in 'Deer hoor ik je', Wormerveer 1984. Hij stelde voorts een aantal jubileum-boeken voor Zaanse bedrijven samen, waaronder 'De Geschiedenis van een Zaanse familie-onderneming', Krommenie 1987, over het ondernemersgeslacht Kaars Sijpesteijn en Tufton.

Niet specifiek Zaans, maar wel een belangrijke bron voor de Zaanse geschiedschrijving, is 'Het Noorderkwartier' van Ad van der Woude, heruitgave: Utrecht 1983. Van eenzelfde wetenschappelijke gedegenheid is deel 1 van de 'Assendelver Polder Papers', Amsterdam 1987, een Engelstalig verslag van de archeologische opgravingen bij Assendelft door het Albert Egges van Giffen instituut voor Prae- en Protohistorie.

De jaren '80 vormden opnieuw een vruchtbare periode in de Zaanse historiografie. Elk jaar verschenen enkele, soms meer dan tien publikaties over de Zaanstreek; een aantal daarvan werd door betrekkelijk jonge auteurs samengesteld, al dan niet als scriptie in het kader van hun historische opleiding. Het is nog te vroeg om te kunnen constateren of zich in de jaren '80 inderdaad een nieuwe generatie Zaanse historici heeft aangediend.

Henk Roovers gaf met 'Onvoltooid Verleden', Zaandijk 1980 en 'Rond Dam en Oostzijde', Zaandam 1983 daartoe de eerste aanzet. Overigens: ook deze Encyclopedie van de Zaanstreek, waarvan de productie in de jaren '80 ter hand werd genomen en die begin jaren '90 zal worden voltooid, geeft een aanwijzing dat de interesse in de Zaanse historie voortduurt/toeneemt.

Ger Jan Onrust