Kunst

Kunst is een nauwelijks te definiëren begrip. Toch kan worden vastgesteld dat elke kunstuiting gebaseerd is op steeds dezelfde elementen, die in hun samenhang een eenheid vormen. Het gaat hierbij om esthetische eigenschappen en technische kwaliteiten, maar ook om het vermogen tot persoonlijke expressie van de kunstenaar. Deze drie factoren vormen samen een oneindig aantal variatie-mogelijkheden waarin kunst zich openbaart.

Tot het einde van de 18e eeuw waren kunstwerken vrijwel uitsluitend het product van ambachtelijke bekwaamheid. Pas toen de schoonheid tot zelfstandige waarde was verheven, kwam een scheiding tot stand tussen aan de ene kant producten van louter praktisch nut en aan de andere kant voorwerpen met een toegevoegde kunstwaarde, die als een zekere luxe golden. Het is duidelijk dat door deze verzelfstandiging een veel grotere nadruk kwam te liggen op de sociologische samenhang van de kunstuitingen met de cultuurperiode waarin ze ontstonden, op de manier waarop de kunstenaars hun tijd beleefden.

Een uiterst complicerende factor is daarbij dat de westerse samenleving verre van statisch bleef, maar integendeel in een niet te stuiten stroomversnelling raakte. Voor de kunst betekende dit evenzeer een versnelling, namelijk in voortdurend wisselende opvattingen en stijlen. De meer moderne kunst werd hierdoor voor velen een doolhof waarin men het spoor bijster raakte, maar is op zichzelf niet meer of minder dan een weerspiegeling van de jachtige en gecompliceerde maatschappelijke ontwikkeling.

Indeling van de kunsten

In de professionele kunstbeschouwing zijn er allerlei theorieën gevormd over een indeling in bijvoorbeeld ruimtelijke en in de tijd verlopende kunsten, door 'rustkunsten' tegenover 'bewegingskunsten' te plaatsen. Of door vrije en toegepaste kunsten te scheiden.

Hieraan voorbijgaande beperkt de Zaanse encyclopedie zich tot de meer praktische vermelding van de trefwoorden (in alfabetische volgorde):

Kunst in de Zaanstreek

De uitspraak dat kunst in de Zaanstreek altijd een schrale voedingsbodem heeft gevonden, is in zijn algemeenheid juist. De vroege ontwikkeling van de streek tot industriegebied leidde niet tot een meer stedelijk karakter, maar er bleef zeer lang een verbrokkeld en dorps patroon. Daarin ontbraken voorzieningen zoals opleidingen of andere mogelijkheden tot ontplooiing. Van belang was vooral dat de samenleving niet het klimaat leverde waarin de kunst kon gedijen.

Zo was er nauwelijks sprake van een particulier maecenaat: in zekere zin fungeerden de Verkade-fabrieken in de eerste helft van de 20e eeuw als zodanig. doordat ze opdrachten verleenden voor duizenden albumplaatjes. Het is echter tekenend dat van de honderden kunstenaars, die in het alfabetisch systeem van dit hoekwerk zijn opgesomd, verreweg de meesten zich elders vestigden. In deze situatie komt nu langzaam enige verbetering. Het bovenstaande moet meteen worden gerelativeerd. Er ligt zeker ook geen kwalitatief oordeel in besloten. Daarmee zou tekort worden gedaan aan de Zaanse kunstenaars die desondanks hier of elders hun roeping volgden en daarmee - de een meer dan de ander - bekendheid kregen.

De professionele kunst was hier echter lange tijd minder in tel, want minder in de samenleving geïntegreerd dan in de grote steden. Kunst was weliswaar niet helemaal het stiefkind, maar veel aandacht werd er ook niet aan besteed. Pas aan het eind van de 19e eeuw kwam daarin enige verandering. Het is opmerkelijk en tegelijk illustratief voor de toenmalige samenleving dat de bewustwording van de arbeidersklasse een (eerst alleen amateuristische) kunstbeoefening op gang bracht. Met name in de muziek leidde deze er toe dat heel wat Zaanse amateur-musici zich bekwaamden tot gewaardeerde beroepskunstenaars.

In zeker opzicht behoort tot de kunst in de Zaanstreek ook het werk dat door niet-Zaankanters bij bezoeken aan onze omgeving is gemaakt, al betreft dit geen grote aantallen. De meer dan 20 schilderijen die de Franse impressionist Claude Monet in Zaandam en omgeving maakte vormen hiervan een voorbeeld. Kunst en kunstbeleving zijn al geruime tijd afhankelijk van, of op zijn minst in verband te brengen met, het ter zake gevoerde overheidsbeleid. Voor zover dat plaatselijk wordt bepaald heeft de Zaanstreek lang het nadeel van de bestuurlijke verbrokkeling ervaren.

Kleine gemeenten komen in de praktijk alleen bij uitzondering tot de uitvoering van een stimulerend kunstbeleid. Nu Zaanstad sinds 1974 tot de grotere steden behoort, mag worden verwacht dat zo'n beleid tot stand zal komen. Inmiddels zijn daartoe, zij het traag, wel enkele aanzetten gegeven. Er kwam een regionale schouwburgconcertzaal, een vestzaktheater en een door Zaanstad gesubsidieerde mogelijkheid tot het geven van concerten in de Bullekerk.

Plannen tot de vestiging van een beter geoutilleerd Zaantheater in het centrum van Zaandam en een klein theater annex expositieruimte in het voormalige stadhuis aan de Zaandamse Burcht zijn voorbereid en uitgevoerd. Er ontstond een goed georganiseerd instituut voor Kunstuitleen en, al ontbreekt dan een museum voor beeldende kunst, mede door particulier initiatief namen de tentoonstellingsmogelijkheden toe. In 1998 opende het Zaans Museum haar deuren ter hoogte van de Zaanse Schans. Er is gemeentelijke zorg voor de met elkaar samengevoegde Muziekschool en het Centrum voor Kunstzinnige Vorming Fluxus, waar amateuristische kunstbeoefening wordt gestimuleerd, maar daarnaast toch ook een bescheiden kweekvijver voor meer professionele kunstvormen. Bij de opgesomde trefwoorden is uitgebreider en meer gericht ingegaan op de ontwikkeling van de kunst in de Zaanstreek.

K. Woudt