Orgels in de Zaanstreek


Onderstaand artikel geeft een overzicht van de in de Zaanstreek aanwezige, of aanwezig geweest zijnde, orgels door de tijden heen. Door het ontbreken van grote steden in de streek werden er ook geen grote kerken gebouwd. Daardoor waren in de Zaanstreek geen grote orgels aanwezig. Het orgelbestand was echter wel altijd van goede kwaliteit. Orgelbouw 'van eigen grond' heeft de Zaanstreek in het verleden overigens niet gekend. Alle orgels werden gefabriceerd door orgelmakers uit andere regio's, waarbij Amsterdam een grote rol speelde. Maar ook werk van verder weg wonende orgelmakers drong tot de Zaanstreek door. In 1903 kwam daar verandering in door de vestiging van de orgelmakerij van H.W. Flentrop, welk bedrijf als Flentrop Orgelbouw nog steeds bestaat. Tenslotte wordt de orgelhandel aangestipt: de aan- en verkoop als gevolg van kerksluitingen of andere omstandigheden.


17e eeuw

De orgelhistorie van de Zaanstreek gaat in elk geval terug tot de 17e eeuw. Tastbare overblijfselen uit die tijd zijn er niet meer. Om te beginnen is er echter een intrigerend stukje dat de orgelhistoricus Hess schreef in zijn dispositie-verzameling van 1774 over een orgel in de kerk van het dorp Wormer. Deze grote Gothische kruiskerk moet een orgel bezeten hebben dat als drieklaviers werk was opgezet, maar nooit voltooid zou zijn. Volgens Hess was de orgelmaker door oorlogsomstandigheden (de Tachtigjarige Oorlog) voortijdig in zijn werk gestoord. Veel meubilair uit die oude kerk is nu te vinden in de kleine zaalkerk, die in het begin van de 19e eeuw gebouwd is. Van het orgel zelf ontbreekt elk spoor. Ook de Lutheranen in Zaandam hebben in de 17e eeuw al een orgel gehad. Dit werd in 1699 naar de nieuw gebouwde kerk overgebracht.

18e eeuw

Over de orgelmakersactiviteiten gedurende deze periode zijn we beter ingelicht. Er is gelukkig ook meer bewaard gebleven. Zeker is echter dat ook veel werk uit deze periode verdwenen is. De vroegste 18e-eeuwse orgels bevinden zich in de Westzijderkerk en de Evangelisch-Lutherse kerk te Zaandam. Het orgel in de Westzijderkerk werd gebouwd door Johannes Duyschot in 1711. Helaas werd het in 1900 door Steenkuyl uit Amsterdam van een vrijwel nieuw pneumatisch binnenwerk voorzien. In 1976 werd het orgel naar de oorspronkelijke opzet van Duyschot door Flentrop Orgelbouw gerestaureerd.

Het orgel in de Evangelisch-Lutherse Maartenkerk aan de Vinkenstraat werd in 1737 gebouwd door Christian Müller. Het instrument was op 24 september 1737 gereed en goedgekeurd. Het orgel was een geschenk aan de kerk van Baltus van Sitten. Op 29 september 1737 is het officieel in gebruik genomen. Johan Pieter Zoutendaal werd als organist aangesteld. In 1842 werkte Pieter Flaes aan het orgel. Hij vernieuwde de Mixtuur en plaatste een nieuwe Holpijp. In 1898 was een restauratie van het orgel dringend nodig. De firma D.G. Steenkuyl zou het werk uit gaan voeren. Steenkuyl stelde voor het instrument te wijzigen, maar met behoud van het meeste bestaande pijpwerk. Wel zouden windladen pneumatisch worden gemaakt. De werkzaamheden zouden echter te veel tijd gaan kosten. Van het binnenwerk is niets meer overgebleven: de orgelbouwer Maarschalkerweerd maakte in 1900 een nieuw pneumatisch orgel in de fraaie kas van Müller. Enkele fragmenten van Müller-registers bleven bewaard. Ook aan het Maarschalkerweerdorgel moeten grote kwaliteiten worden toegeschreven.

Het is opvallend dat het werk uit de vroege 18e eeuw werd gemaakt door orgelbouwers die in hun tijd tot de besten konden worden gerekend. Ook in de tweede helft van de 18e eeuw kwamen orgelmakers van grote kwaliteit in de Zaanstreek werken. Nu kwamen zij echter van grotere afstand. Amsterdammers als Strumphler bijvoorbeeld kwamen er niet aan te pas.

In 1783 voltooide Johannes Petrus Künckel uit Rotterdam een groot nieuw orgel in de Friesch Doopsgezinde kerk aan de Westzijde te Zaandam. Het is een orgel van grote omvang en bezit een rijk scala aan fluitregisters naast een klein prestantenkoor. Met de plaatsing van de klavieren aan de rechter zijkant, schaarde dit orgel zich in de rij van de meest modern geconstrueerde orgels van die tijd.

Johannes Josephus Mitterreither uit Leiden maakte in 1786 een tweeklaviers orgel voor de Rooms Katholieke Statie van St. Bonifatius te Zaandam. Het orgel siert vanaf 1900 de huidig neo-gotische en ook goedklinkende St. Bonifatiuskerk aan de Oostzijde. Het werd in de 20e eeuw door de orgelmakers Vermeulen te Alkmaar gerestaureerd.

Veel plaatsen in de Zaanstreek bezaten in de 18e eeuw reeds een schuilkerk voor Rooms-Katholieken. Bekend is dat veel van deze kerken ook een orgel bezaten. Van dit orgelbestand is hoegenaamd niets meer over. In de voormalige R.K.-kerk van Krommenie, gesloopt in de jaren '60, bevond zich een orgelkas van I. Reichner met enkele fragmenten van de oorspronkelijke registers. De kas, in 1806 gemaakt voor de Remonstrantse Kerk te Den Haag en in 1864 overgeplaatst naar Krommenie, is in 1957 overgeplaatst door de firma Vermeulen in de Lodewijkskerk te Leiden; de oude pijpen zijn in het nieuwe elektro-pneumatische orgel opgenomen. In deze kas bevindt zich het instrument dat van 1769 tot 1957 achter het Mitterreither-front heeft gestaan. Het instrument bevat veel pijpwerk van ca 1700.

In de huidige neo-romaanse RK Sint Odulphus van Assendelft is ook nog iets van de oude orgelhistorie aanwezig. Het 18e-eeuwse schuilkerk-orgel werd in de vroege 19e eeuw van een nieuw 8-voets front voorzien. In die nieuwe kas maakte J.J. Vollebregt een nieuw tweeklaviers orgel in 1963, en dit instrument werd in zijn geheel, behoudens enkele wijzigingen, in de huidige kerk geplaatst. Een zeer fraai orgel met, gezien de oorspronkelijke omgeving, voornamelijk 'kamermuzikale' kwaliteiten.

19e eeuw

Rond 1840 begon de stroom van activiteiten op het gebied van de orgelbouw die heeft geleid tot het grootste deel van het huidige orgelbestand in de Zaanstreek. In 1838 werd door Jonathan Bätz een tweeklaviers orgel geleverd aan de Doopsgezinde kerk aan de Oostzijde te Zaandam. In 1860 vond dit orgel een plaats in de nog bestaande Doopsgezinde kerk, in de volksmond De Doofpot genoemd, vanwege de achtzijdige vorm van de later Apostolische kerk. Het fraaie Bätz-orgel klonk voortreffelijk in deze kerk, reden waarom hier wel concerten werden gegeven. In 1954 werd het orgel na verkoop van de kerk tijdelijk opgeslagen in de Doopsgezinde kerk aan de Westzijde. Uiteindelijk heeft het een plaats gevonden in de NH kerk van Krommenie. Jammer is het echter dat het daar aanwezige orgel, dat ook van bijzonder gehalte was, moest wijken. Dat was een instrument van Georg Heinrich Quellhorst met een neo-gothische kas, gemaakt in 1844. Weliswaar waren in de loop der tijd wijzigingen in het instrument uitgevoerd, maar de hoofdlijnen van het orgel waren in grote mate aanwezig. Dat dit niet tijdig onderkend is, valt zeer te betreuren.

De Apostolischen die de Vermaning aan de Oostzijde in 1955 van de Doopsgezinden over namen kozen voor een nieuw orgel van Theo Strunk.

De Amsterdamse Orgelmakers Knipscheer maakten in 1846 een tweeklaviers orgel voor de Hervormde kerk te Wormerveer. Helaas werd in 1927 door H.W. Flentrop een ingrijpende verbouwing uitgevoerd. De orgelkas en een gedeelte van het pijpwerk dateren nog uit 1846 en vormden de aanleiding tot een reconstructie die in 1983 door Mense Ruiter werd uitgevoerd.

Een prachtig orgel, eveneens met twee klavieren en aangehangen pedaal, werd in 1858 door Knipscheer gemaakt voor de Hervormde kerk van Oostzaan.

De Amsterdamse orgelmaker Pieter Flaes heeft verreweg het grootste stempel gedrukt op de Zaanse orgels. Vroeg werk van Flaes betreft vooral restauraties. Als zodanig is hij werkzaam geweest in:

  • de Lutherse kerk en de Westzijderkerk te Zaandam en was hij betrokken bij de voltooiing van het Quellhorst-orgel te Krommenie.
  • Zijn eerste orgel kwam tot stand in de doopsgezinde kerk te Wormerveer in 1855.
  • In 1863 kwam het orgel van de Oostzijderkerk te Zaandam gereed. Het werd gekeurd en ingespeeld door de bekende Haarlemse organist en componist Joh.G. Bastiaans. Het was het eerste orgel in de Oostzijderkerk. Waar het kerkorgel nimmer is gerestaureerd, verkeert het door regelmatig onderhoud nog in een optimale gebruikstoestand. Niettemin heeft de Rijksdienst voor het Culturele Erfgoed in 2013 een subsidie toegekend voor een eerste deel van restauratiewerkzaamheden voor het orgel. In 2017 werd de deelrestauratie afgerond.
  • In 1865 bouwde Flaes een klein tweeklaviers orgel in de Hervormde kerk te Wormer. Verder worden nog genoemd:
  • het Flaes-orgel in de Hervormde kerk te Westzaan (1866);
  • het orgel in de Doopsgezinde kerk te Koog aan de Zaan (1870);
  • het orgel in de Hervormde kerk te Zaandijk (1879), later overgeplaatst (en helaas gewijzigd) naar de Hervormde kerk van Westbroek.

Flaes werkte veelvuldig samen met orgelbouwer Brünjes (o.a. Wormerveer). Intussen kwam ook weer werk van orgelmakers uit andere regio's in het vizier. De roem van de orgelmakers uit Leeuwarden drong door tot de Zaanstreek.

L. van Dam en Zn. maakten een éénklaviers orgel voor de Doopsgezinde Noorder-Vermaning te Westzaan. Bakker en Timmenga maakten een groot orgel voor de Hervormde kerk in Assendelft in 1887, dat echter kort daarna door brand verloren ging. In 1896 werd door dezelfde orgelmakers wederom een groot tweeklaviers orgel met vrij pedaal voor de herbouwde kerk geleverd. Het was een uitstekend orgel, dat in de grote kerk voortreffelijk klonk. Het thans in de sterk verkleinde kerk herplaatste orgel komt helaas niet meer tot zijn recht.

20e eeuw

Het begin van de 20e eeuw was zoals we gezien hebben, desastreus voor twee van de belangrijkste historische orgels in de Zaanstreek. De periode daarna bracht ook weinig goeds. Veel pneumatische orgels werden gebouwd, waarvan een deel reeds verdwenen is en een ander deel door verbouwing gewijzigd. Mei 1942 berichtte P.C. Rot de kerkenraad dat zij een nieuw kerkorgel aanboden voor de Gereformeerde Kerk aan de Groene Jagerstraat in Westzaan. Het bleek te gaan om een tweedehands instrument, geleverd door de firma Spiering. De herkomst is onbekend. Het orgel vertoonde in 1948 mankementen en dat herhaalde zich verschillende malen tot 1978, het jaar dat de Gereformeerde Kerk buiten gebruik werd gesteld. Het orgel werd door D.A. Flentrop overgeplaatst naar de Kerk van de Nazarener aan het Zuideinde in Koog aan de Zaan. Het orgel is daar tijdens kerkdiensten echter nooit gebruikt en inmiddels is de speeltafel verwijderd.

Rond de jaren '50 trad een kentering op. Mede onder invloed van Flentrop Orgelbouw keerde men terug tot de ambachtelijk gemaakte mechanische orgels. Zo plaatste Flentrop Orgelbouw in de Gereformeerde Noorder- en Zuiderkerk te Zaandam in 1953 twee éénklaviers orgels met vrij pedaal. Het instrument in de Noorderkerk werd in 1995 uitgebreid met een borstwerk. De Zuiderkerk viel in 1995 ten prooi aan de slopershamer. Het orgel vond een nieuwe bestemming bij De Lichtbron te Balkbrug. In 1958 werd een dergelijk orgel door Flentrop geplaatst in de monumentale NH Paaskerk te Zaandam. Sinds 2005 'kerkt' de Vrije Evangelische Gemeente Zaandam er.

Voorbeeld van een verdwenen electro-pneumatisch kerkorgel is het instrument dat de met sluiting bedreigde, uit 1972 stammende Gereformeerde kerk 'Het Lichtschip' aan de Galjoenstraat 1 als thuishaven had. ,,In het Valckx & van Kouteren orgel dat door z’n zinken pijpen nogal wat kenmerken uit de magere dertiger jaren vertoonde, is in 2003 de bijl gezet. Het instrument werd uit puur financiële overwegingen gesloopt. Geld voor onderhoud en restauratie was er niet. Terwijl het klavier tot mijn stomme verbazing net vervangen was. Er is aan geen organist iets gevraagd, de orgelcommissie wist van niets en de kerkgangers zagen op zondagmorgen plotseling dat het orgel er niet meer stond. Ik heb nooit meer iets van dat orgel teruggezien. Nu weet niemand meer wat er mee gebeurd is. Er lopen toch altijd weer mensen rond die iets door weten te drukken wat een ander niet wil. Zelfs de persoon die in 1970 een groot aandeel in de schenking van het instrument heeft gehad wist van niks. De man was zeer gepikeerd.’’ aldus een zeer bewogen Zaanse organist Arie Joor in Dagblad voor de Zaanstreek.

In 1963 bouwde Jos. Vermeulen een éénklaviers orgel met vrij pedaal voor de Jozefkerk te Zaandam en in 1965 een tweeklaviers orgel met vrij pedaal voor de R.K. kerk van Onze Lieve Vrouw te Zaandam. In 2010 werd de kerk buiten gebruik gesteld. Het orgel (Jos. Vermeulen, 1965) schijnt naar elders te zijn verkocht, via Flentrop.

In 1986 werd voor de Gereformeerde Gemeente te Zaandam een tweeklaviers orgel van uitmuntende kwaliteit met vrij pedaal gebouwd door F. Elshout en J. Boogaard (leden van die Gemeente en medewerkers van Flentrop Orgelbouw). Het kerkgebouw aan de Langestraat werd verkocht, in 2013 is het orgel overgeplaatst naar de Gereformeerde Gemeente van Amsterdam.

Ook kan nog gewezen worden op een zeer fraai instrument dat geheel uit houten pijpen bestaat en in 1987 door Gerrit Klop uit Garderen werd gebouwd voor de 'Rozeboom' van het ziekenhuis 'De Heel' te Zaandam. Begin 2014 is het orgel naar De Amandelboom in Kampen overgeplaatst door Orgelmakerij Heideveld.

Orgelhandel

Een aantal belangwekkende orgels in de Zaanstreek is niet oorspronkelijk gebouwd voor de kerkgebouwen waarin ze thans geplaatst zijn, maar verkregen door aankoop van elders. Het orgel dat thans als oudste instrument van de Zaanstreek geldt is op deze wijze in het Zaanse orgelbestand opgenomen. Het betreft het orgel van de Oud-Katholieke schuilkerk aan het Papenpad te Zaandam. Het is een viervoets orgel met het klavier aan de achterzijde, dat in hoofdlijnen zeer gaaf is gebleven. Het betreft een uiterst belangrijk voorbeeld van dit orgeltype, waarvan er veel zijn geweest, maar helaas ook vele zijn verdwenen. Het werd in 1809 aangekocht uit een Amsterdamse schuilkerk. Het orgel dateert uit de vroege 18e eeuw, is volledig gerestaureerd in 2010 en staat in middentoon gestemd.

Een fraai front uit ongeveer dezelfde periode (1719) is te vinden in de Oud-Katholieke schuilkerk van Krommenie. Het binnenwerk is in 1933 geplaatst door H.W. Flentrop. In 2007 en 2008 voerde de firma J.C. van Rossum een restauratie uit.

In 1883 werd het uit 1718 daterende Verhofstad-orgel uit de Kleine kerk van Edam aangekocht door de Zuidervermaning te Westzaan. Kas, lade, mechaniek en windvoorziening bleven gaaf bewaard; van het pijpwerk is helaas veel in later tijd vervangen. In 1995 gerestaureerd en gereconstrueerd naar de toestand in 1778 door Flentrop Orgelbouw uit Zaandam onder advies van Jan Jongepier.

In 1908 werd in de inmiddels gesloopte Hervormde kapel aan het Hazepad van Zaandam door L. van Dam en Zn. een orgel geplaatst dat uit de Hervormde kerk van Midden-Beemster afkomstig was. Op deze wijze kwam de Amsterdamse orgelmaker Strumphler toch in de Zaanstreek; front, kas alsmede enig pijpwerk werden door hem gemaakt in 1784. Voor het overige is het meeste binnenwerk van Flaes.

Door de Stationsstraatkerk te Zaandam werd in 1887 een oud orgel aangekocht. Het werd door Franssen uit Roermond geleverd en het is niet onmogelijk dat deze firma het orgel ook maakte, rond 1830. Het orgel is vele malen omgewerkt en bevat nog vrij veel mooi historisch materiaal. In 1986 werd in eigen beheer door de heren Bergsma en Woudstra en een nieuwe kas gemaakt en een grote restauratie uitgevoerd door Flentrop Orgelbouw B.V. Toen de Servisch Orthodoxe Kerk van de H. Nicolaas van Myra, in 2009 de nieuwe eigenaar van de Stationsstraatkerk werd kwam het orgel vrij. Het instrument werd verkocht aan de NH Sijpekerk te Nieuw-Loosdrecht.

In de Doopsgezinde Vermaning te Krommenie bevindt zich achter een front van P. Teves (1830) een fraai orgel van Johannes Strumphler, afkomstig uit de Hervormde kerk van Tweede Exloërmond. Het uit 1853 daterende Van den Brink-orgel uit de St. Anthoniuskerk van Haarlem, aangekocht door de Hervormde kerk van Koog aan de Zaan in 1911, ging in 1920 door brand verloren. Het front werd weliswaar hersteld, maar het binnenwerk werd door Flentrop in 1923 geheel vervangen.

In een enkel geval heeft de Zaanstreek ook wel als doorgangshuis voor orgels gefungeerd. Zo werd het in 1858 in St. Nikolaas gefabriceerde Adema-orgel in 1928 door de Hervormde kerk van Oost-Knollendam aangekocht. Na sluiting van deze kerk in 1966 vond het orgel een nieuwe bestemming in Terneuzen.

Bronvermelding o.a.

Jan Pasveer
Jan Jongepier
Cor Kroonenberg