Patriottentijd

Periode tussen 1780 en 1787 waarin de republiek der Nederlanden op de rand van een burgeroorlog stond, beëindigd door een inval van de Pruisische troepen, die het stadhouderlijk gezag herstelden. In de Patriottentijd stonden Patriotten en Orangisten tegenover elkaar. De patriotten verweten stadhouder Willem V de slechte situatie in het land. Deze was niet in de laatste plaats ontstaan door de desastreus verlopen Vierde Engels-Nederlandse Zeeoorlog met Engeland van 1780 tot 1787.

De rijkere burgerij was anti-Engels, aangezien de Britten de Hollandse handelsschepen van de Noordzee weerden, terwijl het Huis van Oranje traditioneel pro-Engels was. De burgerij besefte niet dat de economische achteruitgang veel diepere oorzaken had dan enkel de opkomst van de Britten. De anti-stadhouderlijke gevoelens leidden tot de oprichting van burgersociëteiten en Exercitiegenootschappen.

Ook in de Zaanstreek ontstonden patriottische Leesgezelschappen en genootschappen van de wapenhandel. De Zaanse bevolking was, behalve door de landelijk-geldende motieven, extra veranderingsgezind. Simon Hart stelde dat Zaandam verschillende steden overtrof in bevolkingsgrootte en economische betekenis, maar dat op grond van 16e-eeuwse verhoudingen die steden een stem in het kapittel hadden en Zaandam niet werd gekend in bestuurszaken. Het had geen zeggenschap in de regering van land en provincie. De ondergeschikte positie die de dorpen Oost- en Westzaandam in hun eigen ban innamen werd ook in hoge mate irritant.

Niet alleen in Zaandam, ook in de andere Zaandorpen werd dit als onrechtvaardig gevoeld. De sociëteiten legden zich allereerst toe op de verspreiding van patriottische geschriften. Of daarbij ook de werken waren van schrijvers uit de Franse Verlichting als Voltaire, Rousseau, Montesquieu en anderen, is niet na te gaan. De indruk bestaat dat de Nederlandse patriotten minder op de Franse literatuur dan op Engelse geschriften gericht waren.

De landelijke gebeurtenissen hadden grote gevolgen voor de Zaanse patriotten. Het jaar 1786 bracht een openlijke scheiding tussen patriottisch en orangistisch gebied. Holland en Utrecht waren patriottisch, Gelderland was het centrum van het aan de stadhouder trouw gebleven gebied. Twee steden, Hattem en Elburg, weigerden echter te buigen voor de stadhouderlijke troepen. In september 1786 werden zij overmeesterd. Daardoor groeide in Holland en Utrecht het belang van de burgerschutterijen. Men had namelijk weinig vertrouwen in de door de Staten van Holland en Utrecht betaalde troepen. De schutterijen werden noodzakelijk geacht voor de verdediging van het eigen grondgebied. Nog in 1786 bevestigde Westzaandam dat het grootste deel van de aanzienlijke burgerij achter de patriotten stond. Op 7 september gaven de burgemeesters en vroedschappen de exercitiegenootschappen drie vaandels. De eerste burgemeester van de latere stad Zaandam, Hendrik Christiaan Göbel, sprak de menigte toe en deed deze toespraak, met een uitgebreide beschrijving, uitgeven. 1787 werd een jaar van revolutie en contrarevolutie. In maart bleken de financiën van de stad Amsterdam onvoldoende om de troepen van de Rijngraaf van Salm nog langer te kunnen onderhouden. Een inzameling onder Amsterdamse kooplieden leverde een enorm bedrag op. Ook Zaanse kooplieden tekenden in op de lijsten.

In Westzaandam kwam een beweging op gang om de burgerschutterijen tot reguliere schutterijen te maken. Was dat gelukt, dan hadden de Westzaandamse patriotten het totaal voor het zeggen gehad. Er bleven echter enkele tot voorzichtigheid manende mannen op burgemeestersposten gehandhaafd. Eind april werden wel negen Zaandamse notabelen 'geconstitueerd' om het dorp in het landsbestuur te vertegenwoordigen. In juni 1787 leidde een incident tot het einde van de Patriottentijd. Bij Goejanverwellesluis werd prinses Wilhelmina van Pruisen staande gehouden. Zij mocht, als gemalin van stadhouder Willem V, niet naar Den Haag reizen. Haar broer, de koning van Pruisen, eiste genoegdoening. Hoewel in de meeste plattelandsgemeenten een burgerleger was gevormd in de vorm van schutterijen, beseften de patriotten dat zij een buitenlandse macht niet zouden kunnen weerstaan. Men hoopte echter op hulp van Franse zijde, die echter niet zou komen. Naast de betaalde troepen hadden de Staten van Holland 28.000 'vrijcorporisten' verzameld. Een groot deel van deze troepen stond bij Woerden, Oudewater en Utrecht.

Ook Zaankanters werden bij deze plaatsen gelegerd. Geen van hen heeft daadwerkelijk moeten vechten. Bij de inval van de Pruisische troepen kregen de Zaanse genootschappen namelijk de order zo snel mogelijk terug te keren. Hun eerste taak was immers de orde binnen de eigen gemeente zeker te stellen en deze tegen buitenlandse invallen te beschermen. In de Zaanstreek is niet gevochten. Het eerherstel voor Oranje dat de Pruisische koning Frederik Willem nastreefde, probeerde hij voornamelijk in Amsterdam te behalen. De stadhouderlijke macht werd na zeer korte tijd hersteld. De Zaanse veerschuiten op Amsterdam bleven slechts twee dagen uit de vaart (1-3 oktober) en al snel werd er in de Zaanstreek weer Oranje gedragen. Dat was nog enigszins voorbarig, want op 10 oktober kwamen er nog 400 tot 500 man patriottische troepen in Zaandam aan, die echter weer snel vertrokken. Eind oktober moesten alle wapens en toebehoren ingeleverd worden. Deze werden naar 's lands magazijn in Naarden verscheept.

De patriotten moesten acht jaar wachten tot hun een nieuwe kans gegund werd. De periode tussen de stadhouderlijke restauratie en het begin van de Franse tijd (1795) verliep in de Zaanstreek zeer opwindend. In 1788 werd zowel in Jisp als in Krommenie een optocht ter ere van de verjaardag van Willem V gehouden. Deze bezocht in 1789 de Zaanstreek en werd hier zeer geestdriftig ontvangen, van patriottisch ressentiment was geen spoor. Uit angst voor Orangistische relschoppers heeft een klein aantal Zaankanters zich voor korte tijd niet in de Zaanstreek vertoond. De enige van wie bekend is dat hij voor langere tijd uit de Zaanstreek wegtrok was Hendrik Duyn. Hij zou als adjudant van Daendels in 1795 uit Frankrijk terugkeren.

Literatuur:

  • Jacob Honig Jansz. Jr., Geschiedenis der Zaanlanden, Zaltbommel 1971;
  • Simon Hart, Zaandam in de Franse tijd, in: Zaandam 150 jaar stad, Zaandam 1962;
  • Ger Jan Onrust, De Westzaandamse revolutie, Zaandam 1987.