Synagoge

Prentbriefkaart uit 1905, rechts de synagoge tegenover de Koeienmarkt,

Sjoel waar de Nederlands Israëlitische Gemeente Zaandam bijeenkwam voor godsdienstoefeningen en onderricht in de joodse wetten, gevestigd aan oorspronkelijk de Rozengracht, nadien het Kuijperspad, later aan de Gedempte Gracht. Sinds 1974 is de Sjoel niet meer als zodanig in gebruik.

In april 1800 deelden twee vertegenwoordigers van de lidmaten van de Hoogduytsche Joodsche Natie te Zaandam aan het bestuur van Westzaandam mee dat zij voor godsdienstoefeningen een huis hadden gehuurd aan de Rozengracht, dat nog diezelfde maand zou worden ingewijd.

In augustus 1816 kochten drie gemachtigden van de joodse gemeente een huis, bekend als no. 469, aan het Kuijperspad te Zaandam voor duizend gulden, dat als synagoge werd ingericht. Later werd er tevens een schoollokaal aan verbonden. In 1858 verkeerden de kerk en school in erbarmelijke staat en werd een verzoek gericht tot Gedeputeerde Staten van Noord-Holland om een toelage tot herstel van de kerk van de Israëlieten te Zaandam. Het verval zette zo snel door dat in 1861, de school werd al in 1858 gesloten, van herstel reeds geen sprake meer kon zijn en de synagoge geheel moest worden vernieuwd. De kosten van het door stadsarchitect Ludovicus Johannes Immink (1822-1869) ontworpen gebouw werden geraamd op 8500 gulden.

GEACHTE STAD- EN LANDGENOTEN! Menigmaal wordt tot u de bede om onderstand gericht, nimmer is die bede vergeefs geweest. De onderstand, om welke wij de vrijheid nemen u aanvrage te doen, is eigenaardig in zijn soort, want het geldt hier niet een ongelukkige weduwe, doch wel een synagoge! De synagoge te Zaandam verkeert in hoogst zorgelijke toestand, en wel zodanig, dat een herbouw dringend nodig is. Het kerkbestuur heeft reeds vele pogingen aangewend om tot dit doel te geraken, doch vooralsnog heeft dit haar niet mogen gelukken. De ondergetekenden hebben zich een commissie gevormd, om door het houden van een loterij tot dit doel te geraken. Bij koninklijk besluit van de 5e juni 1863 n° 45, is haar daartoe vergunning verleend. Stad- en landgenoten! Onze hoop is nu op u gevestigd. Wij naderen tot u met de bede, ons enige voorwerpen of handwerken die tot prijzen kunnen dienen te willen toezenden, en ons tevens in het financiële, door het kopen der loten, waarvan de prijs 1 gulden het lot is, te willen bijstaan. Laat onze bede niet beschaamd worden! Schraagt en ondersteunt daar, opdat onze gemeente in het bezit van een bedehuis kome. De Albarmhartige bewege daartoe uwe harten, opdat dan ons doel bereikt zal worden. Zaandam, Juli 1863

Na een inzameling onder de 160 voor het merendeel minvermogende leden van de joodse gemeente, bijdragen van het Ministerie van Eredienst, de provincie Noord-Holland en geloofsgenoten uit Amsterdam bedroeg het tekort voor de bouw nog 1500 gulden, waarover de joodse gemeente een renteloze lening afsloot. Als een verblijdend teken des tijds gold, dat de predikant van de Doopsgezinde gemeente in Leiden in persoon bij verscheidene ingezetenen is rond gegaan, tot het inzamelen van giften voor de opbouw van de Israëlitische Synagoge te Zaandam.

Nadat een loterij op 21 juni 1864 f 2600 opleverde vond de aanbesteding twee dagen later plaats. Het verzoek een lot aan te schaffen bereikte ook Z.K.H. Prins Hendrik die twee fraaie candelabres beschikbaar stelde, om als prijs bij de loterij te dienen. H.M. de Koningin stond een zeer fraaie pendule af. Ook HH.KK.HH. Prins en Prinses Frederik lieten zich niet onbetuigd. Zij stelden twee prachtige voorwerpen beschikbaar. Bovendien verzekerden zij zich van een aantal loten. H.M. de Koningin-moeder deed een soortgelijke toezegging voor zowel het één als het ander.

Voorafgaand aan de loterij werd een tentoonstelling gehouden van beschikbaar gestelde voorwerpen, bestemd voor de loterij. Ds. G. ter Weeme, predikant bij de Hervormde gemeente van Zaandam, stond voor die tentoonstelling het kerkgebouw kosteloos af.

Op 15 februari 1865 werd nieuwe synagoge plechtig ingewijd, waarbij de J. Hirsch, rabbijn assessor te Amsterdam en M. Koekoek, godsdienstleraar te Zaandam, toepasselijke toespraken hielden, terwijl de gezangen, door G.J. Polak van Amsterdam vervaardigd, met koor goed werden voorgedragen. Het stedelijk bestuur en de predikanten van de Hervormde gemeente woonden de plechtigheid bij.

Een gedeelte van de synagoge werd als joodse school gebruikt. Het kerkbestuur bestond uit vijf leden. Daarnaast was er een penningmeester voor het Heilige Land. Vanaf 1887 had de joodse gemeente van Zaandam de beschikking over een eigen begraafplaats aan de Westzanerdijk.

Damessjoel

Reeds lange tijd bleek zich de behoefte voor te doen naar een geschiktere gelegenheid in de synagoge, om ook de dames van de dienst te doen genieten. Vanaf zaterdag 6 maart 1897 heeft het kerkbestuur op de meest gewenste wijze in deze leemte voorzien. De damessjoel laat nu niets meer te wensen over en brengt de gemeente daarvoor het kerkbestuur hartelijk dank. Tegelijkertijd werd een grote verbetering gebracht in het kerkelijk bad, dat nu met de baden in grote steden kan wedijveren.

9 februari 1898 mocht een feestdag heten vanwege het 33-jarig bestaan van de sjoel. Hoogtepunt vormde de uitvoering van de operette De verloving bij Lantaarns van de Franse componist Jacques Offenbach, uitgevoerd door kinderen van 12 tot 14 jaar, onder leiding van M. Menist en B.L. Sonepouse. Bestuursleden B.E. van Thijn, G.M. van Thijn, L.E. v. Thijn, W.S. Vet en M. Meijer werd dank gezegd voor de organisatie van de feestelijkheden.

Bij het 45-jarig bestaan van de Synagoge, februari 1910, schonk damesvereniging 'Bikdei Koudesch' enige kerkkleden aan de gemeente bestaande uit twee Thoramantels en een aantal kleedjes. Na het gebruik van wijn en gebak bleven de damesleden van de vereniging en genodigden nog enige tijd genoeglijk bijeen.

Maart 1912 roept het kerkbestuur een drietal kandidaten op die solliciteerden naar de betrekking van koster, onderwijzer en assistent-voorlezer, om een proefdienst af te leggen. Het betreft de heren Rood uit Amsterdam, J. de Wilde uit Heerenveen en Van Baren uit Heerlen.

Tegen het einde van de negentiende eeuw nam het aantal joodse inwoners van de Zaanstreek af. Deze tendens zette door in het begin van de twintigste eeuw. In de periode voorafgaand aan de Tweede Wereldoorlog vestigde een groot aantal joodse vluchtelingen uit Duitsland en Midden-Europa zich in Zaandam.

Eind 1920 bestond het ledental van Joodse gemeente Zaandam nog slechts uit 32 gezinshoofden. De Thora werd al ruim een half jaar niet meer gelezen en de laatste rituele slager, bij toeval de voorzitter, ging Zaandam verlaten. N. Peereboom maakte zich zorgen over de toenemende secularisatie en vreesde voor sluiting van de synagoge. Hij stelde de schrijnende situatie aan de kaak via een ingezonden brief in het Nieuw Israelietisch weekblad.

In 'De balans over 5682' werd in september 1922 niet meer dan één regel geschreven over Zaandam: 'er werd getracht Joods leven te planten of sluimerend Joods leven op te wekken.' Op 6 november gevolgd door een bericht waarin de Jomiem Nourooiem voorbij zijn. 'Twee jongemannen uit Amsterdam hebben de diensten verricht op deze beide dagen en tot grote tevredenheid van de sjoelgangers. Met een beetje goede wil is hier nog wel Minjan te krijgen, We hopen ook met de Soekousdagen, dat allen trouw ter sjoel zullen komen.'

Op de zitting van de Ressortale Vergadering van het Synagogaal Ressort Noord Holland in 1922 bleef een afvaardiging uit Zaandam zonder kennisgeving weg. Op 9 oktober 1925 benoemde het kerkbestuur W. Vet tot 'Gasan Touro', en A. Drilsma Jr tot 'Gasan Beresieth'.

Levy Grunwald kwam in het Nieuw Israelietisch weekblad van 7 december 1928 tot de conclusie dat het het Joodsche kehillo-leven niet alleen in Zaandam, maar ook in tientallen plaatsen elders in Noord-Holland zo goed als weggevaagd was. Van zijn uitgebreid relaas kunt u hier kennis nemen.

65-jarig bestaan

Zondag 16 februari 1930 bereikte de Zaandamse sjoel haar 65-jarig bestaan. 's Middags vond een herdenkingsdienst plaats waarbij M. van Tijn in het voor ging en Noord-Holland's opperrabbijn, Abraham Samson Onderwijzer, werd uitgenodigd een feestrede uit te spreken. Naar aanleiding van de psalmverzen 84:3 en 132:3 verklaarde de opperrabbijn levendig de gevoelens te kunnen begrijpen, die zich van de gemeenteleden meester moesten maken, nu alles juicht en jubelt bij het betreden van dit godshuis. De rabbijn betoogde vooral dat van godsdienstig onderwijs aan de kinderen het lot van het jodendom afhangt en besloot met een zegebede voor de gemeenteleden. Bestuursleden, H. Drilsma Jzn, voorzitter, J. Pais, penningmeester en Jb. Drukker, secretaris, dankten de opperrabbijn voor zijn rede.

Op 29 juni 1931 wordt uit het jaarverslag van de Centrale Commissie duidelijk dat een aanvrage van het Kerkbestuur van de gemeente Zaandam in onderzoek is met betrekking tot verkoop van aan deze behorende grond en tot afbraak en wederopbouw van haar synagoge, dit echter op kleinere schaal.

Zodra het Nazi-regime in Duitsland in 1933 vaste voet aan de grond kreeg werden de in Duitsland woonachtige joden in vrijwel alles tegengewerkt. Velen sloegen op de vlucht naar elders. In Zaandam werd ondersteuning aangeboden aan Duits-Joodse vluchtelingen door een comité samen te stellen uit zowel verschillende geloofsgenoten als ook andersdenkenden. Voorzitter werd Oudkatholiek Pastoor H.J. Verhey. In elk opzicht, zowel moreel als daadwerkelijk, ondervonden comitéleden van de andersdenkenden de meeste steun. Een comité van aanbeveling, waarin drie dominee's, ijverde tevens voor de opvang van de vluchtelingen.

Restauratie 1935

Voorzitter Jb. Drukker was eerder de initiatiefnemer tot restauratie van de Synagoge. Zowel aan interieur als exterieur liet de tand des tijds invloed gelden; restauratie was een absolute prioriteit. Architect Elzas te Alkmaar, eerder winnaar van een prijsvraag voor de bouw van de Amsterdam-Plan-Zuid synagoge, werd in de arm genomen. Het schoollokaal onderging een belangrijke metamorfose, de schoolinspectie sprak er haar grote voldoening over uit. Vroeger, in de tijd van voorganger I. de Haan, was dit 'het hok'. In 1935 is het een vertrek waar lucht en licht aan alle zijden vrij binnentreden en aan de normale eisen van een schoollokaal voldoet. B. en W. stonden enige schoolbanken in bruikleen af. Tal van vertrekken werden opgefrist. M. v. Santen gaf in een slotwoord uiting aan zijn vreugde, dat de Synagoge, die gewoonlijk wegens gebrek aan belangstelling van de zijde der gemeenteleden ‘t grootste deel van het jaar gesloten bleef, weer voor de dienst is opengesteld. In de voornaamste plaats is dit aan de Duitse vluchtelingen, die zich te Zaandam gevestigd hebben, te danken.

De komst van de Duitse vluchtelingen had een positieve invloed op het elan bij de Nederlands Israëlitische Gemeente Zaandam. De verscheidene jaren in een religieus wegkwijnende toestand verkerende gemeente vond de weg naar het moeder-Jodendom weer terug. Voortaan zouden, op voorspraak van Rabbijn G. de Lange, weer geregeld Sabbatdiensten in de gemeente zullen worden gehouden.

In dat licht werd 21 januari 1936 de damesvereniging 'Bigdei Koudesj' opgericht, welke zich hoopt bezig te houden o.a. met de Joodse saamhorigheid in de meest uitgebreide zin, als het onderhouden en herstellen van de Synagoge-klederen, het Diaken van doodskleren, het organiseren van leningen, ontspanning voor de jeugd en ook gezellige avonden voor de groten.

Een bijzonder Sjabbos vond plaats in maart 1937. Moré Dunner sprak de Barmitswo toe. Hij wees hem op zijn plichten als kind, mens en Jood. Met treffende woorden schilderde hij de kleine haven Zaandam, die menig schip en ook, dat van de ouders van de Barmitswo tot toevluchtsoord is geworden, om daar aan de stormachtige golven van onverdraagzaamheid te ontkomen. Hij vergeleek deze haven met de haven, die het ouderlijk huis is. Maar eens moet ook het schip deze haven verlaten om op de veelbewogen levenszee zijn koers te vinden. Hij hoopt, dat de Barmitswo zich dan een goede stuurman zal tonen en dat de naald van zijn kompas steeds op den Almachtige gericht zal blijven.

Niettemin valt het in juni 1937 te betreuren dat de gemeente Zaandam met circa 30 huisgezinnen geen vaste leraar kan bezoldigen en dus verstoken is van dagelijkse geestelijke leiding. Toch gaat de kerkenraad op 9 september 1937 over op de installatie plaats van H. P. Vrieslander, tot gazzan en godsdienstleraar. De geheel gevulde synagoge bood een vriendelijk aanblik toen, omstreeks 20:30 uur, Opperrabbijn Ph. Frank de kansel besteeg tot het houden van de installatierede.

Dinsdagavond 6 september 1938 vond een plechtige herdenkingsdienst plaats ter gelegenheid van het 40-jarige regeringsjubileum. De versierde sjoel was geheel gevuld met ongeveer 170 aanwezigen, waaronder vele geestelijken van andere gezindten en burgerlijke autoriteiten.

Een nieuwe aankleding voor de kerkekamer was reden een bijeenkomst te houden op zondagavond 9 oktober 1938, gevolgd door de avonddienst. De gehele Jomiem Nouroiem werd de dienst verricht voor een geheel gevuld bedehuis. Het moet voor de oudere leden ongetwijfeld een grote voldoening geweest zijn, na zoveel jaren weer een zo goed gevulde sjoel te zien. De Kol Nidrei-avonddienst kon, ondanks de luchtbeschermingsoefening, door de medewerking der autoriteiten, ongestoord voortgang vinden.

23 april 1939 werd M. Philipson uit Rotterdam plechtig als Voorganger en Leraar van de Israelsche Gemeente Zaandam geïnstalleerd. In de feestelijk verlichte Synagoge aan de Gedempte Gracht aanvaarde de nieuwe functionaris zijn ambt door op melodieuse wijze in het middag- en avondgebed voor te gaan, zodat de aanwezigen niet lang in twijfel omtrent de kwaliteiten van zijn stemmiddelen, die alleszins voldoende bleken, behoefden te verkeren.

In een zeer druk bezochte Synagoge werd zondagavond 9 juli 1939 op plechtige wijze herdacht, dat 75 jaren geleden de eerste steen gelegd werd voor dit gebouw. Na het Minchogebed, sprak Opperrabbijn van Noord-Holland Ph. Frank, een zeer boeiende herdenkingsrede uit. Hij schiep een helder beeld van de ups en downs, die de ontwikkelingsgang van het synagogaal leven in Zaandam gekenmerkt hebben en sprak zijn waardering uit voor de arbeid, die thans in en om het synagogaal centrum ter plaatse verricht wordt.

75-jarig bestaan

21 januari 1940 volgde een drukbezochte receptie de in de Gemeentekamer ter ere van het 75-jarig bestaan van de Zaandamse sjoel. Tal van sprekers kwamen daarbij aan het woord. Het Nieuw Israelietisch Weekblad wijdde een paginagroot artikel aan de feestelijk verlopen bijeenkomst.

Op zondag 1 september 1940 werd de algemene jaarlijkse ledenvergadering van de vereniging Gemielath Chasadiem gehouden, die zich in een relatief goede opkomst der leden mocht verheugen. Verschillende belangrijke problemen van huishoudelijke aard werden besproken.

Zodra in mei 1941 NSB'ers in Amsterdam met plannen rondliepen de synagoge in brand te steken en vooraanstaande Israëlieten molesteerden, namen havenarbeiders het op voor de joodse inwoners van Amsterdam. Een aantal potige havenarbeiders verborg zich toen in de Joodse woningen, die volgens zeggen uitgekozen waren voor daden van geweld. Toen inderdaad NSB-ers de straatdeuren van die huizen forceerden, wierpen de havenarbeiders hen er door de ramen weer uit. In het daaropvolgende gevecht raakten veel landverraders gewond en enigen werden zelfs gedood, onder wie de NSB-er Koot. De rauwere volkshumor heeft naar aanleiding hiervan de betrokken Jodenwijk omgedoopt in Kootwijk.
De 'opstootjes' in Amsterdam leidden tot verontwaardiging en een staking die zich uitbreidde tot Haarlem, Hilversum en de Zaanstreek. Drie stakingsleiders werden ter dood gebracht; 1200 Joden werden uit hun wijk gedeeltelijk overgebracht naar schoolgebouwen en anderdeels naar het interneringskamp Buchenwalde. De eerste signalen van werkelijke vervolging van joodse bevolking in Nederland werd daarmee een jaar na de bezetting een feit.

Hakenkruizen

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de Zaandamse synagoge geplunderd, vernield en ingericht als garage en paardenstal. Waar de Duitsers hun handen van af hielden, kwamen de NSB-ers wel binnen. Zij ontluisterden de meeste Jodenkerken en hakten het meubilair aan gruzelementen. Hun Duitse bazen keken naar de gebouwen weinig om, maar zij koelden daar hun woede op. Zij kalkten hakenkruizen op de 'Witte Jodenkerk' in Zaandam. Maar in hun fanatisme bereikten zij alleen, dat die hakenkruizen, nog meer dan vroeger de Hebreeuwse letters, de aandacht op de synagoges vestigden. Zij konden gerust de deuren uit de hengsels trappen. Maar boven die gapende deuropening bleef toch de tekst uit Psalm 118 staan: „Dit is de poort des Heeren, hier zullen de rechtvaardigen binnengaan“. En iedere gelovige voorbijganger dacht aan een andere poort, waaraan geen NSB-er vermocht te raken.

,,De toestand, waarin onze synagoge verkeert, is allerdroevigst” zo schrijft de als verzetskrant opgerichte Typhoon op 11 mei 1945. ,,Door de Duitsers en de NSB-ers is er een ware verwoesting aangericht. Wie het inwendige van het gebouw ziet, kan zich daarvan overtuigen. De brandstoffennood heeft later daartoe nog het zijne bijgedragen, terwijl zo goed als alle ruiten zijn vernield. De aanblik is treurig.“

De Heren L. Pais en S. Smit verklaarden zich kort na de bevrijding bereid een bouwcommissie te vormen. Dr S. Anholt te Den Haag verzorgde de aanschaffing van zilverwerk, gebedenboeken enz. Als cadeau schonk hij een klein model Menorah ten dienste van het onderwijs. Een actie onder de lokale bevolking leidde tot voldoende middelen om de synagoog in 1950 weer een aanvaardbaar voorkomen te geven.

Nagenoeg alle Joodse ingezetenen van de Zaanstreek waren op zondagavond 14 december 1953 verzameld in de fraai gerestaureerde sjoel te Zaandam, tijdens een zeer indrukwekkende dienst onder leiding van leraar M. Philipson. Van de destijds in functie zijnde bestuurders keerden de Arnoldus Vet, Marcus Polak en Jacob Speijer niet meer terug. Van de oud-bestuurders waren het Nathan Peereboom, Abraham Pais, Adam Drilsma en Abraham Drilsma en Barend van Thijn. Van de Chewre mistte penningmeester en bode, Abraham David Drukker. Philipson bracht hulde aan het bestuur voor wat het reeds verricht heeft en sprak zijn vertrouwen uit, dat ook in de toekomst met kracht de Joods-culturele ontwikkeling der Gemeente en haar leden en de zorg voor het onderwijs aan de jeugd zal worden voortgezet en uitgebreid, opdat het licht van het Jodendom, thans weer op deze plaats ontstoken, overgedragen zal worden op onze kinderen.

De secularisatie ging ook aan de deur van de synagoge niet voorbij. Van de rond honderd joodse inwoners in Zaandam waren er in 1973 slechts dertig aangesloten bij de Joodse Gemeente. Tien van hen leverden een bijdrage in de kosten. Alleen met Poeriem en Chanoeka was de sjoel geopend. Voldoende redenen voor het bestuur de kerk te koop te zetten voor een kwart miljoen gulden.

In 1974 werd het gebouw wederom gerestaureerd en verkocht aan uitvaartverzekeraar Dela, waarna expositie- en kunstuitleencentrum de Zienagoog er in werd gevestigd, gevolgd door een brasserie en een telefoonwinkel van de KPN.

In de loop der jaren sneuvelden talloze plannen om de Synagoge ooit een waardiger herbestemming te geven. De eigenaar van het gebouw, een vastgoedbedrijf, vraagt echter een bijzonder hoge overnameprijs temeer daar het pand centraal gelegen ligt in de drukste winkelstraat van Zaandam.

Eind 2012 is over de gracht van de ooit Gedempte Gracht tegenover de synagoge een voetgangersbrug aangelegd, waarvan de brugleuningen bestaan uit Davidsterren. Ook is hier een gedenksteen geplaatst. Deze brug gaat onder de naam Davidsbrug door het leven.

15 april 2015 passeerde de akte van oprichting van Stichting Vrienden van de Zaanse Synagoge door Notaris van Baal. De bestuursleden Robert Linnekamp en Felix Beekman hebben de akte getekend.

Op 17 januari 2017 onthulde predikant Sjaak Visser van de Zaandamse Noorderkerk een houten plank voorzien van een Hebreeuwse tekst, ooit weggewerkt met witkalk toen de functie van de Synagoge veranderde. Op die dag was het 75 jaar geleden dat Zaandam officieel tot eerste Jodenvrije gemeente werd uitgeroepen door de bezetter. Het zichtbare gevolg van deze dramatische dag is de nauwelijks herkenbare, voormalige Synagoge. De plank met de Hebreeuwse tekst, aangebracht door de Iraanse kunstenaar Peyman, werd aangeboden aan het Gemeentebestuur van Zaanstad. De tekst, ontleent aan het bijbelboek Exodus 15 vers 17, luidt: “U brengt hen naar de berg die uw domein is, Heer, en daar zult u hen planten, in uw eigen woning, het heiligdom door u gebouwd”. De overdracht vond plaats in de muziekkoepel op de Gedempte Gracht.

Ds. Sjaak Visser hoopt dat de tekst zo snel mogelijk weer op de gevel zal verschijnen. De grote wens, de Synagoge een huis van vrede te laten worden, krijgt hiermee een nieuwe stimulans. Evenals de wens dat de Synagoge wordt van belwinkel tot een huis van sjaloom, salaam, een huis van verbinding en verzoening in een stad met zo vele nationaliteiten.

Joods Monument Zaanstreek geeft informatie over de joodse bewoners van de Zaanstreek en joodse onderduikers in de Zaanstreek gedurende de Tweede Wereldoorlog.