anti_revolutionaire

Eerste georganiseerde politieke partij in Nederland. In 1879 ontstaan door bundeling van de reeds bestaande plaatselijke anti-revolutionaire kiesverenigingen op basis van het door Abraham Kuyper geschreven beginselprogramma. Uitgangspunten van dit programma waren:

1. niet in de volkswil, noch in de wet, maar alleen in God's woord ligt de bron van het soeverein gezag;
2. de partij belijdt op staatkundig gebied de eeuwige beginselen van God's woord.

Was Abraham Kuyper1) de eerste leider van de ARP, de anti-revolutionaire richting werd al eerder in 1847 door Groen van Prinsterer (1801-1876) aangegeven. Hij kan in feite als de grondvester van de partij worden beschouwd. De aanleiding tot het oprichten van de ARP vormde het volkspetitionnement van 1878. Dit petitionnement was een verzoek aan de koning de schoolwet van Jan Kappeyne van de Coppello2) niet te ondertekenen. Met de wet werd beoogd de kosten van het onderwijs aanmerkelijk te verhogen. De anti-revolutionairen zagen in dat protestants-christelijk onderwijs zonder overheidssteun vrijwel onmogelijk was. Kuyper maakte de schoolstrijd daarom tot een onderdeel van het program. Het beginselprogramma, gedateerd 1 januari 1878, verscheen op 3 januari in De Standaard, de krant waarvan Kuyper hoofdredacteur was. In de loop van 1878 en 1879 betuigden ongeveer 20 kiesverenigingen, waaronder die van Wormer, hun instemming met het beginselprogramma.

Op 3 april 1879 had de eerste officiële vergadering van de ARP plaats. Volgens de in Nederland geldende indeling was de ARP een rechtse partij. Kuyper wenste echter duidelijk te maken dat de antirevolutionairen op politiek en maatschappelijk terrein vooruitstrevend - dus links - waren. In de geschiedenis van het Nederlands protestantisme was 1886 een belangrijk jaar. Het veld winnen van de vrijzinnigheid in de Nederlands Hervormde Kerk riep toenemend verzet op bij de rechtzinnig hervormden. Een deel van hen, onder leiding van Abraham Kuyper, weigerde langer in een kerkverband samen te leven met de vrijzinnigen, wier opvattingen niet langer overeenstemden met de belijdenisvoorschriften zoals die zijn vastgesteld op de Dordtse synode. Zo begon in dat jaar een beweging, die de naam van Doleantie heeft gekregen.

De aanhangers van Kuyper maakten zich los van het gezag van de synode van de Nederlands Hervormde Kerk. De mannen van de Doleantie noemden zich gereformeerden. Zij beschouwden zich als voortzetters van de lijn der 16e-eeuwse hervorming (reformatie). Lang niet alle rechtzinnigen gingen met de Doleantie mee. Tussen de Hervormde kerk en de nieuwe formatie, de Gereformeerde kerken in Nederland, ontstond een vervreemding die zeer lang heeft geduurd. De verkiezingen van 1894 deden de politieke hartstochten hoog oplaaien. Inzet was het kiesrechtontwerp Tak van Poortvliet. De nieuwe kieswet kende kiesrecht toe aan allen die in eigen onderhoud en dat van hun gezin voorzagen. Dat was aan alle mannen, behalve de bedeelden. Bij vrijwel alle partijen rees verzet tegen dit wetsontwerp. Ook bij de anti-revolutionairen ontstond een breuk en er kwam een groep vrije anti-revolutionairen onder leiding van jhr. A.F. de Savornin Lohman. Deze was gereformeerd, maar de meeste vrije anti-revolutionairen waren hervormden die sinds 1886 toch al bezwaren hadden tegen Kuyper, de man van de Doleantie.

De tegenstanders van het wetsontwerp, de anti-Takianen, trokken aan het langste eind. Bij de verkiezingen van 1897 kwam de ARP sterk uit de bus, de verkiezingen van 1901 betekenden een keerpunt in de parlementaire geschiedenis en in de geschiedenis van de ARP. Het kabinet Kuyper werd een feit, waarmee een einde kwam aan de liberale hegemonie. De verkiezingen van 1909 leverden voor rechts een schitterende overwinning op, maar in 1913 werd een gevoelig verlies geleden. De ARP ging terug van 21 naar 11 zetels (van de 100). Tijdens de Eerste Wereldoorlog ontstond er wrijving binnen de ARP. Kuyper uitte zich in pro-Duitse geest, als reactie op de Engelse houding in de Boerenoorlog. Er kwam ook kritiek op Kuyper, die hierin het begin van een paleisrevolutie zag. Hij meende dat het beginselprogramma en de organisatie van de partij grondig moesten worden herzien. De Deputatenvergadering handhaafde echter het program van beginselen.

In 1920 nam Kuyper ontslag als leider van de ARP. Zijn opvolger werd in 1922 H. Colijn (1869-1944). Van 1925 tot 1939 leidde hij vijf kabinetten. In sociaal-economisch opzicht naderden zijn opvattingen die van de liberalen, bij wie hij van 1933-1939 op algemene sympathie kon rekenen. Op 5 juli 1941 werd de ARP door de bezetter verboden. J. Schouten, door Colijn als opvolger aangewezen, werd na de oorlog - in de traditie van Kuyper - de onbetwiste leider van de ARP. Hij was ook de initiatiefnemer tot de oprichting van het dagblad Trouw, op 30 januari 1943. Bij Trouw bepaalde hij lange tijd de, uitgesproken gereformeerde, koers. Schouten werd in 1956 opgevolgd door W.P. Berghuis. Onder Berghuis deden zich belangrijke ontwikkelingen in de ARP voor. Volgens de officiële partijpolitiek werd een samenwerkingsverband met de CHU en de KVP nagestreefd. Tegenstanders van deze lijn sloten zich bij de in 1968 opgerichte Politieke Partij Radicalen (PPR) aan. De aanhang van de ARP vertoonde vanaf 1956 een vrij constant beeld. Tot 1972 werden minimaal 13 en maximaal 15 zetels (van de 150) in de Tweede Kamer bezet. Het samenwerkingsverband met de CHU en de KVP kwam tot stand. In 1973 werd de ARP één van de deelnemers aan het Christen Democratisch Appèl. Op 3 april 1979 vierde de ARP het honderdjarig bestaan. Op 11 oktober 1980 werd het CDA officieel ten doop gehouden en hield de ARP op te bestaan.

Zaanstreek

In de Zaanstreek leidde de Doleantie in augustus 1886 tot oprichting van de centrale AR-kiesvereniging in het nieuwe district Zaandam. Het bestuur bestond uit de heren W. Vogelesang, Schuddeboom en Fris uit Zaandam, Punt uit Oostzaan en K. Bakker uit Wormerveer. De uitbreiding van het kiesrecht in 1887 leverde de anti-revolutionairen in de vrijzinnige Zaanstreek successen bij de verkiezingen op. De AR-partij-organisatie werd uitgebouwd. Zo werd in de zomer van 1893 in Westzaan een AR-kiesvereniging opgericht.

Op 26 maart 1894 zorgde de nieuwe kieswet van Tak van Poortvliet voor een hoge opkomst bij een vergadering van de AR-kiesvereniging 'Nederland en Oranje' in Zaandam. De vraag was welke houding bij de verkiezingen moest worden aangenomen. Het standpunt van de kiesvereniging was: men koos voor kiesrechtuitbreiding voor zover de grondwet dat zou toestaan. Aangezien niet duidelijk vaststond wat de grondwet wel of niet zou toelaten, was dit een weinig helder standpunt. Mr. J.C. von Briel Sasse, een anti-revolutionair Takiaan, werd als kandidaat voor de verkiezingen aangewezen. Hij kreeg geen steun in het district. Kort voor de verkiezingen trok hij zich terug als kandidaat, met het verzoek aan zijn kiezers nu te stemmen op Klaas de Boer, de burgemeester van Assendelft. De ARP ondervond in de Zaanstreek nauwelijks schade van de definitieve breuk - in 1898 - tussen Kuyper en De Savornin Lohman naar aanleiding van de kiesrechtuitbreiding. Niet alle Zaanse rechtzinnig protestanten bleven echter Kuyperianen.

Inmiddels had het in 1877 opgerichte werkliedenverbond Patrimonium, waaruit later de christelijke vakbeweging zou voortkomen, in de Zaanstreek vaste grond onder de voeten gekregen. De eerste vergadering had plaats op 22 november 1882 in sociëteit Ons Genoegen in Krommenie. Het door de Amsterdamse arbeider Klaas Kater opgerichte Patrimonium streefde naar lotsverbetering voor de arbeiders. De opkomst van Patrimonium was in sterke mate het gevolg van het streven de invloed van de socialistische propaganda op de Zaanse arbeiders tegen te gaan. Het bleef niet bij het bestrijden van de socialistische opvattingen. Omdat Patrimonium ideologisch nauw met de ARP verbonden was, ging het ook ijveren voor eigen christelijke sociale doelstellingen. Op 13 januari 1897 werd besloten tot reorganisatie van de centrale AR-kiesverenigingen in het district Zaandam. Dat gebeurde op initiatief van de kiesvereniging Nederland en Oranje in de gereformeerde kerk aan de Stationsstraat. Voorzitter van het dagelijks bestuur werd de Patrimonium-man J. Windhouwer uit Zaandam.

Het bestuur ging zich bezig houden met het stichten van AR-kiesverenigingen in die plaatsen van het district waar deze nog niet bestonden. Reeds op 16 januari sprak Windhouwer in een vergadering in Zaandijk met de bedoeling een nieuwe kiesvereniging te vormen. Op 12 juni hield de nieuwe afdeling, die ook de naam Nederland en Oranje droeg, de eerste openbare vergadering. Windhouwer, inmiddels kandidaat gesteld voor de Tweede Kamer, gaf een uiteenzetting van het AR-verkiezingsprogramma. Aan het begin van deze eeuw was de strijd van de ARP voornamelijk tegen de opkomst van de SDAP gericht. Daartoe werd zelfs samenwerking met de liberalen gezocht. Bij meerdere verkiezingen bleek echter dat de hervormden in de Zaanstreek niet bereid waren op een anti-revolutionair te stemmen. Bij de raadsverkiezingen van 1911 in Zaandam waren de tegenstellingen erg groot. De argumenten tegen de SDAP waren echter beperkt. Van ARP-zijde werd wederom betoogd dat rood duur zou zijn omdat de sociaal democraten de gemeentelijke uitgaven wilden opvoeren.

Tussen 1909 en 1913 kregen de sociaal democraten de meerderheid in de gemeenteraad van Zaandam. Dit leidde in 1914 tot de hoogste ambtenarensalarissen van Nederland. In hetzelfde jaar had de houtwerkersstaking plaats. A. Fris van de ARP kwam via een interpellatie voor de christelijke houtwerkers op. Zij staakten in beginsel niet mee en werden daarom als onderkruipers beschouwd. Fris wilde dat de politie zou verhinderen dat ze door menigten werden thuis gebracht. De socialistische burgemeester Ter Laan toonde zich bereid de leiders van de stakers te verzoeken er alles aan te doen dat de wet niet werd overtreden. In hetzelfde jaar was er in Zaandam strijd over het niet vlaggen voor verjaardagen van andere leden van het Koninklijk Huis dan de koningin. ARP-kamerlid Brummelkamp eens christelijk gereformeerd dominee in Wormerveer - stelde er vragen over aan eerste minister Cort van der Linden. Deze greep niet in want Zaandam kende een socialistische meerderheid in de raad. Het stemde de protestants-christelijken in Zaandam bitter.

Een jaar later (1915) zorgde K. Baas (ARP) voor discussie in de Zaandamse raad door met het voorstel te komen de kermis, die in 1914 niet was gehouden, ook nu niet te laten doorgaan. Het voorstel Baas werd uiteindelijk met 9-8 stemmen verworpen. Na de eerste wereldoorlog (1914-1918) werd het orthodox protestantse element van de Zaanse bevolking flink versterkt. Veel Zuiderzeevissers zagen na het aannemen van de wet op het inpolderen van de Zuiderzee geen toekomst meer in de visserij. Zij zochten daarom werk in de Zaanstreek bij de daar oplevende industrie. De vissers bleken gewillig en bereid tegen lage lonen te werken. In de jaren tot aan de Tweede Wereldoorlog werden de verkiezingen beïnvloed door de sinds 1929 heersende economische crisis. Bij de raadsverkiezingen van 1931 in Zaandijk bepleitte de ARP werkverschaffing in plaats van armenzorg ter bestrijding van de werkloosheid.

Na de Tweede Wereldoorlog schommelde de aanhang in de Zaanstreek rond de 10 procent; dit kwam overeen met het landelijke beeld. Bij verkiezingen werd met andere protestants-christelijke groeperingen samengewerkt. De plaatselijke afdelingen van de ARP opereerden overigens nagenoeg zelfstandig. Dit bleek duidelijk bij de discussies over de samenvoeging van een aantal Zaangemeenten tot Zaanstad. In 1970 werd door de ARP in Krommenie betoogd dat samenvoeging met de andere Zaangemeenten Krommenie geen enkel voordeel zou bieden, terwijl enkele kilometers verder de protestants-christelijke groepering in Wormer zich in dezelfde week een voorstander toonde van het opgaan van Wormer in Zaanstad. Krommenie ging overigens uiteindelijk wel op in Zaanstad en Wormer bleef zelfstandig.

R.H. van der Pol

Literatuur:

  • J.J. 't Hoen, Op naar het licht en De Rode Zaanstreek;
  • J. Wilde en C. Smeenk, Het volk ten baat, de geschiedenis van de ARP, Groningen, 1949.
  • Dit artikel is mede gebaseerd op een bijdrage die J. Pieters desgevraagd voor de encyclopedie schreef.

  • anti_revolutionaire.txt
  • Laatst gewijzigd: 2019/05/06 19:04
  • door jan