Verschillen

Dit geeft de verschillen weer tussen de geselecteerde revisie en de huidige revisie van de pagina.

Link naar deze vergelijking

Beide kanten vorige revisie Vorige revisie
Volgende revisie Beide kanten volgende revisie
arbeidsplaatsen [2016/12/01 19:32]
zaanlander [Beschuitbakkerij]
arbeidsplaatsen [2016/12/01 23:41]
zaanlander [Molenindustrie]
Regel 93: Regel 93:
  
  
-Tabel 1 geeft een overzicht van het aantal arbeidsplaatsen datde [[molenindustrie]] de Zaanstreek bood in respectievelijk 1630, 1731 en 1795 (dus niet van het aantal molens). De bedrijfsgrootte van de in molens uitgevoerde bedrijven verschilde. Van der *Woude geeft in 'Het Noorderkwartier,​ een overzicht (voornamelijk in navolging van [[boorsma|P. Boorsma]]; met als enige afwijking het aantal arbeidsplaatsen in papiermolens:​ Van der Woude noemt daarin veertig werknemers, Boorsma tussen de veertig en vijftig. Bij het samenstellen van de tabel is uitgegaan van 45 arbeidsplaatsen per papiermolen,​ het gemiddelde van Boorsma). Voor de overige in molens uitgeoefende bedrijven wordt de volgende gemiddelde bedrijfsgrootte aangehouden:​ zaagmolens: 5 arbeiders; pelmolens: 5; oliemolens: 6. Voor de andere bedrijven wordt een gemiddelde van vier arbeiders aangehouden. De molenindustrie kenmerkte zich door een verbazingwekkend snelle opkomst en een tragere neergang. In 1600 stonden er in de Zaanstreek nog slechts circa 25 molens (honderd arbeidsplaatsen). In 1615 bedroeg het aantal molens reeds 75 (400 arbeidsplaatsen):​ in 1795 bijna 500 molens (bijna 4000); in 1825 bijna 400 molens (ca. 3200); in 1850 350 molens (2800) in 1875 325 molens (2600) en in 1900 155 molens (1240). Na de Eerste Wereldoorlog verdween de molenindustrie nagenoeg. ​+Tabel 1 geeft een overzicht van het aantal arbeidsplaatsen datde [[molenindustrie]] de Zaanstreek bood in respectievelijk 1630, 1731 en 1795 (dus niet van het aantal molens). De bedrijfsgrootte van de in molens uitgevoerde bedrijven verschilde. Van der *Woude geeft in 'Het Noorderkwartier,​ een overzicht (voornamelijk in navolging van [[boorsma|Pieter ​Boorsma]]; met als enige afwijking het aantal arbeidsplaatsen in papiermolens:​ Van der Woude noemt daarin veertig werknemers, Boorsma tussen de veertig en vijftig. Bij het samenstellen van de tabel is uitgegaan van 45 arbeidsplaatsen per papiermolen,​ het gemiddelde van Boorsma). Voor de overige in molens uitgeoefende bedrijven wordt de volgende gemiddelde bedrijfsgrootte aangehouden:​ zaagmolens: 5 arbeiders; pelmolens: 5; oliemolens: 6. Voor de andere bedrijven wordt een gemiddelde van vier arbeiders aangehouden. De molenindustrie kenmerkte zich door een verbazingwekkend snelle opkomst en een tragere neergang. In 1600 stonden er in de Zaanstreek nog slechts circa 25 molens (honderd arbeidsplaatsen). In 1615 bedroeg het aantal molens reeds 75 (400 arbeidsplaatsen):​ in 1795 bijna 500 molens (bijna 4000); in 1825 bijna 400 molens (ca. 3200); in 1850 350 molens (2800) in 1875 325 molens (2600) en in 1900 155 molens (1240). Na de Eerste Wereldoorlog verdween de molenindustrie nagenoeg. ​
  
  
  • arbeidsplaatsen.txt
  • Laatst gewijzigd: 2019/04/29 20:29
  • door 82.74.36.146