Dit is een oude revisie van het document!


Beschuitfabrieken

Zie: Beschuit Ten onrechte wordt soms verband gelegd tussen de Beschuitbakkerij in Wormer en Jisp in de 17e en 18e eeuw en de Zaandamse beschuitfabrieken die rond de laatste eeuwwisseling tot stand zijn gekomen. Dat verband bestaat niet. De fabrieksmatige vervaardiging van tafelbeschuit ontstond bijna 150 jaar na de teloorgang van de scheepsbeschuitbakkerij en was daarvan niet de voortzetting. Hoewel ook Albert Heijn (Zie: Ahold, paragraaf Marvelo) voor de Tweede Wereldoorlog een beschuitfabriek ten behoeve van zijn filiaalbedrijf exploiteerde, wordt deze hier niet behandeld. De productie werd gestaakt nadat was gebleken dat de verkoop in eigen winkels onvoldoende was om verdere investeringen voor deze fabriek te rechtvaardigen. Evenmin wordt aandacht besteed aan de beschuitproductie van de verschillende voormalige bakkerscoöperaties in de Zaanstreek (zie: Coöperatie, aangezien deze niet fabrieksmatig plaats had. Als enige worden hier daarom de twee grote beschuitfabrieken van Verkade en Hille behandeld.

Koninklijke Verkade bv

Een rol beschuit bevat dertien stuks. Dat is een merkwaardig aantal. De oorzaak hiervan is het feit dat voor losse verkoop kisten met een inhoud van honderd stuks werden gebruikt. Toen op rolverpakking werd overgegaan wilde Verkade de oude kisten handhaven en daar gingen precies acht rollen van elk dertien beschuiten in. De concurrentie heeft daarna het zelfde aantal gekozen.

E.G. Verkade was de eerste die in de Zaanstreek brood als massaproduct ging vervaardigen. Zijn zakelijke filosofie was van grote eenvoud: hij wilde een product dat fabrieksmatig kon worden gemaakt met een zeer grote en stabiele markt. Het verhaal wil dat hij bladerend in een encyclopedie op de vermelding van brood stuitte.

In 1886 richtte hij, al op oudere leeftijd maar met de wens een bedrijf voor zijn zoons te stichten, de Stoombroodfabriek aan de Westzijde (Zaanzijde) te Zaandam op. Beschuit was een nevenproduct van deze broodfabriek, gebakken in dezelfde ovens. Het werd per stuk verkocht, zoals dat door alle zelfstandige bakkerijen gebeurde. In 1889 begon Verkade echter met de verkoop in bussen. Dat werd een succes en van dat jaar dateert de opmars van Verkade-beschuit. De bussen droegen een naamvermelding, beschuit was daardoor een merkartikel geworden en Verkade een der eerste merkartikelenfabrikanten.

Terwijl de broodproductie op den duur niet lonend bleek en door Verkade in 1921 is gestaakt, werd de beschuitfabricage nog in 1988. dus na bijna honderd jaar, door de bedrijfsleiding beschouwd als een der pijlers van het bedrijf. Er zijn enkele oorzaken van het succes met de Verkade-beschuit. De verkoop werd direct na 1900 sterk gestimuleerd door het in de bussen meeverpakken van albumplaatjes. Deze plaatjes en de Verkade-albums werden een rage die tot na de Tweede Wereldoorlog onverminderd stand hield.

Hedendaagse fabricage van beschuit in de NBF (nieuwe beschuitfabriek) van Kon. Verkade bv te Zaandam. Bovendien, en feitelijk meer van belang, is van het begin af alle zorg besteed aan constante kwaliteit (smaak, vorm, kleur, gewicht en brosheid).

In de jaren '60 was er een krappe arbeidsmarkt, voor de bedrijven was het moeilijk personeel te krijgen. Toen bij Verkade een medewerker van de beschuitfabriek ontslag nam, deed men uiteraard zijn best deze man te behouden. Waarom wil je weg? werd hem gevraagd. Zijn antwoord was dat zijn maag niet tegen het vele eten was opgewassen. Wat bleek? Zijn collega's hadden hem wijsgemaakt dat hij terwille van het beginsel “Verkade handhaaft kwaliteit, elke honderdste beschuit moest keuren door deze op te eten. De bedrijfsleiding heeft hem snel van deze plicht ontheven en de man is tevreden in dienst gebleven.

In de broodovens kon dat niet voldoende worden bereikt. Daarom is aan de overkant van de Westzijde rond 1910 een geheel nieuwe fabriek (NBF) gebouwd, uitsluitend voor de productie van beschuit. Het was in feite de eerste beschuitfabriek ter wereld. Er werd gebruik gemaakt van gasgestookte bandovens. De verkoop via filialen en een net van goed herkenbare Verkade-winkels steeg voortdurend. De fabrieksinstallatie heeft ruim veertig jaar gewerkt en is in 1953 door een geheel nieuwe vervangen.

Inmiddels waren er wetenschappelijke uitgangspunten geformuleerd voor de klimaatbeheersing in verband met het optimale rijzen van het deeg, continue toevoer van grondstoffen naar de kneedmachines en temperatuurbeheersing tijdens het transport door de ovens. De verpakking in bussen was al voor de oorlog vervangen door die in papier (hoewel van tijd tot tijd sierbussen in reclameacties werden geïntroduceerd).

In 1953 is de eerdere handmatige verpakking geautomatiseerd. Na enkele jaren waren er in de nieuw ingerichte fabriek vier bandovens in gebruik (1959). Een bijkomend voordeel van de nieuwe installatie was dat de kwaliteit kon worden aangepast aan de verbeterde smaak, Verkade kwam met een zachte, brosse kwaliteit en werd daarin na enige tijd door de concurrentie gevolgd. In nevenproductie werden toast, de zogeheten “langetjes` (kaneelbeschuitjes) en paneermeel gemaakt. De personeelsbezetting daalde door de automatisering van 278 vrouwen (meisjes) en 40 mannen tot ongeveer een derde, terwijl er inmiddels in drie ploegen werd gewerkt. Als handelsartikel, niet in het eigen bedrijf gefabriceerd, importeert Verkade sinds het begin van de jaren '70 het Zweedse Wasa-knäckebröd, dat intussen een vaste plaats op de markt heeft verover d.

Hille

De stoom-koek- en beschuitfabriek van Hille aan de Oostzijde te Zaandam werd op 2 juni 1901 opgericht door de 22-jarige bakkerszoon K. Hille uit Koog. Na verplaatsing in 1905 naar een groter pand, eveneens aan de Oostzijde, volgde een voorspoedige ontwikkeling. Het bedrijf werkte aanvankelijk met hetelucht-ovens, later werden deze vervangen door gasgestookte kettingovens. In een aantal opzichten werd door Hille dezelfde lijn gevolgd als door Verkade. Zo werden er ook albumplaatjes en verzamelalbums uitgegeven, kwam er een vestiging in Amsterdam en werd een organisatie met depots in een flink aantal plaatsen opgebouwd. Het bedrijf gaf in de jaren '30 werk aan meer dan 300 personeelsleden. In 1936 trok de oprichter zich terug. Het bedrijf kwam onder leiding van een driemanschap, waarvan W.G. Eggers, reeds jarenlang naaste medewerker van Hille, de feitelijke directie voerde.

De beschuit was van uitstekende kwaliteit. Hille was de man, die de beschuit in Nederland populair maakte. Aanvankelijk als luxe-artikel, omdat vooral de verpakking in blikken bussen veel kosten vergde, maar de jonge fabrikant bracht dit artikel later in eenvoudige perkamenten papieren zakjes, waardoor de prijs belangrijk omlaag kon worden gebracht en het artikel onder ieders bereik kwam. Niet alleen in ons land, maar ook over de gehele wereld, zij het dan dat deviezenmoeilijkheden na de oorlog de export danig hebben belemmerd.

In de Tweede Wereldoorlog werd de toastfabriek Haust overgenomen. Na de oorlog kwam de omzet niet meer op het bereikte peil. Rond 1950 telde het bedrijf 450 werknemers Eind 1960 werd Hille door concurrent Hooimeijer overgenomen.

Zaans avontuur kostte Hooimeyer 1½ miljoen Een klein Zaans drama voltrok zich op vrijdag 21 juli 1961 toen de deuren voorgoed achter de Koek- en Beschuitfabriek v.h. G. Hille & Zoon werden dichtgeslagen. De fabriek, door beschuitbakker Hooimeyer in januari 1959 overgenomen, werd ondanks grote investeringen niet rendabel. Producten van de fabriek bleven bestaan maar door Hooimeyer elders vervaardigd. Het avontuur kostte Hooimeyer ongeveer ƒ 1.5 miljoen. Hille werd overgenomen voor ƒ 900.000, er werd ƒ 2,1 miljoen in geïnvesteerd, en hoewel er 15 gegadigden in de rij stonden, leverden de panden niet meer dan ƒ 1,5 miljoen op.

In 1958/'59 dacht Hooimeyer aan uitbreidingen. Na tien jaar zwoegen was men er in geslaagd, de Engelse beschuitmarkt te domineren, die veel beloften voor de toekomst inhield. Plannen voor een fabriek in Barendrecht lagen klaar, de bestuursvergadering zou het voorstel met een forse klap bekrachtigen, tot iemand zei: „Wacht eens even“. Het was Hooimeyers accountant, tevens accountant van Hille, die opmerkte dat Hille al jaren geen winst maakte. De toekomst bood bovendien weinig perspectief. Maar de productiemogelijkheden waren groot. Hooimeyer bedacht zich niet lang, nam het bedrijf toch over, borg de eigen uitbreidingsplannen in de kast en stak z’n geld in broodnodige moderniseringen bij het Zaanse bedrijf.

Ramp Enige maanden later voltrok zich een ramp. Op 23 mei 1959 ging het bedrijf van Hooimeyer in Barendrecht grotendeels in vlammen op, niet minder dan 65% van de productiecapaciteit raakte verloren. Hooimeyer bleek niet in staat de Engelse markt te voorzien waardoor de Britten verstoken bleven van het populaire „teabreak”. Het vacuüm werd spoedig opgevuld door collega-fabrikanten. Echter zonder te beschikken over de tienjarige ervaring van Hooimeyer. Het regende klachten; aan de naam teabreak werd onherstelbare schade toegebracht.

Nostalgie Met veel nostalgie keek men op de Britse markt terug. In 1958 nam Hooimeyer 96% van de Britse markt voor haar rekening. In 1959 zelfs 98%. Na de brand liep het aandeel terug naar 35%. In 1961 steeg het percentage weer naar 75% maar de export was tot één tiende ingekrompen. Een kostbare reclamecampagne ten spijt lukte dit ten dele. Engeland vereenzelvigde zich met de Nederlandse teabreak-beschuit en aan die naam was afbreuk gedaan. Onder deze omstandigheden moest Hooimeyer haar productiecapaciteit inkrimpen en het grijze kind Hille, dat maar niet rendabel wilde worden, was daarvan het slachtoffer.

De afwikkeling van het Zaanse bedrijf is een geschiedenis op zichzelf. Toen Bruynzeel lucht kreeg van de sluiting van Hille, bood zij aan de 180 man personeel over te nemen. De fabriek had een complete afdeling wegens personeelsgebrek leeg staan. Werknemers van Hille zouden met behoud van salaris welkom zijn en direct in Bruynzeels pensioenfonds worden opgenomen. Hooimeyer ging hier gretig op in, maar het personeel van Bruynzeel had er twee jaar op moeten wachten alvorens in het pensioenfonds te worden opgenomen. Men vond het unfair dat voor de werknemers van Hille een uitzondering werd gemaakt.

De affaire ging dus niet door, Hooimeyer tastte zelf in de buidel om de werknemers met iets extra's naar huis te sturen. Voor een enkeling liep dit extraatje op tot boven de ƒ 1.000 hetgeen Hooimeyer een slordige ƒ 63.000 kostte, ƒ 3.000 meer dan door de vakbonden voorgesteld. Alle moeilijkheden brachten mee, dat Hooimeyer niet in staat was het jaarverslag tijdig uit te brengen.

De bedrijfspanden aan de Oostzijde zijn tenslotte, na een grondige verbouwing in 1984 in gebruik genomen door de onderhoudsafdelingen van de gemeente Zaanstad.

  • beschuitfabrieken.1482956507.txt.gz
  • Laatst gewijzigd: 2016/12/28 21:21
  • door zaanlander