Verschillen

Dit geeft de verschillen weer tussen de geselecteerde revisie en de huidige revisie van de pagina.

Link naar deze vergelijking

Beide kanten vorige revisie Vorige revisie
bon [2015/11/30 15:47]
gast
bon [2016/02/13 11:31] (huidige)
corrie
Regel 1: Regel 1:
 ==== Bon ==== ==== Bon ====
-Verouderde uitdrukking,​ ook in de streektaal, voor een deel van een kast. Voordat in de 17e en 18e eeuw de eenpaneelskasten,​ waarachter legplanken waren aangebracht,​ in zwang kwamen, bestonden kasten meestal uit drie tot zes afzonderlijke delen, elk met een deurtje afgesloten. ​ln een 16e-eeuwse inventaris staat bijvoorbeeld vermeld: “spijntgen. hangende in het voorhuys, waarin een bovenste bon, een middelste bon en een onderste bon` (Hoorn, 1593). In een andere inventaris (Leiden, 1616) is sprake van een linnenkast met zes bonnen. In Zaanse boedelinventarisssen werden deze bonnen, in de zin van vakken in kasten, ook regelmatig genoemd: wellicht door de betrokkenheid met de scheepvaart werden ze soms naar de windstreken onderscheiden:​ `een Wester- en een Oosterbon, alsmede een onderbon en een uithaa1` (Oostzaan, 1708). Met 'bon` werd dus een deel van een groter geheel aangeduid. Zo waren ook de steden verdeeld in bonnen, dat wil zeggen wijken. Dr. G.J. Boekenoogen vermeldde in “'De Zaanse Volkstaal` dat een deel van een dijk of een polder en een houten looppad door het land eveneens als bon bekend stonden. ​   ​ +Verouderde uitdrukking,​ ook in de streektaal, voor een deel van een kast. Voordat in de 17e en 18e eeuw de eenpaneelskasten,​ waarachter legplanken waren aangebracht,​ in zwang kwamen, bestonden kasten meestal uit drie tot zes afzonderlijke delen, elk met een deurtje afgesloten. ​In een 16e-eeuwse inventaris staat bijvoorbeeld vermeld: “spijntgen. hangende in het voorhuys, waarin een bovenste bon, een middelste bon en een onderste bon` (Hoorn, 1593). In een andere inventaris (Leiden, 1616) is sprake van een linnenkast met zes bonnen. In Zaanse boedelinventarisssen werden deze bonnen, in de zin van vakken in kasten, ook regelmatig genoemd: wellicht door de betrokkenheid met de scheepvaart werden ze soms naar de windstreken onderscheiden:​ `een Wester- en een Oosterbon, alsmede een onderbon en een uithaa1` (Oostzaan, 1708). Met 'bon` werd dus een deel van een groter geheel aangeduid. Zo waren ook de steden verdeeld in bonnen, dat wil zeggen wijken. Dr. G.J. Boekenoogen vermeldde in “'De Zaanse Volkstaal` dat een deel van een dijk of een polder en een houten looppad door het land eveneens als bon bekend stonden. ​   ​
  
  • bon.txt
  • Laatst gewijzigd: 2016/02/13 11:31
  • door corrie