brandweer_zaandam

De brandbestrijding was tot in de 17e eeuw vooral een aangelegenheid van de burgers zelf. Daarnaast werden in het midden van de 17e eeuw in Westzaandam brandmeesters aangesteld voor de leiding van de nieuw opgerichte plichtbrandweren. In het jaar 1649 werden tot “brantmeesters voor 't Saerdammer vierendeel” benoemd Cornelis Pietersz. Jacobs, Willem Jansz. Joor en Jacob Cornelisz. Floris. Deze plichtbrandweer was een burgerplicht voor alle mannelijke ingezetenen tussen 18 en 60 jaar. In Oostzaandam werden deze brandmeesters eind 17e, begin 18e eeuw aangesteld. Deze plichtbrandweer bleef bestaan tot diep in de 19e eeuw. Dit was de tijd toen de enige gereedschappen voor blussing van branden bestonden uit emmers, ladders, en zogenaamde brandzeilen.

Uitbreken van brand was in deze tijd ook een zeer grote zorg voor het stadsbestuur. Dit is al te lezen in een ordonnantie van de schout en schepenen van Westzaandam ter zaken brandpreventie. In dit originele document werd o.a. verordonneerd dat alleen goedgekeurde stookplaatsen mochten worden gebruikt en dat men niet met een brandende kaars langs het hooi mocht lopen en alleen de dieren met hooi mocht voeren met gebruikmaking van verlichting met een kaars in een goede lantaarn, opgemaakt op 18 mei 1644. Ook werden in die tijd in Westzaandam en in Oostzaandam hooistekers aangesteld, die belast waren met toezicht op de inzameling van hooi ter voorkoming van broei.

Jan van der Heyden construeerde in 1673 zijn eerst slangenbrandspuit, waarop hij in 1677 octrooi kreeg. In 1681 begon hij zijn fabriek voor het bouwen van brandblusmateriaal aan de Reguliersgracht te Amsterdam. Enige jaren hierna besluit de gemeente Westzaandam al in 1687 tot aankoop van twee handbrandspuiten. Op 12 augustus 1687 werd door Westzaandam een bedrag van f 1662,80 betaald voor deze twee handbrandspuiten. In 1696 werden nogmaals twee handbrandspuiten aangeschaft door de gemeente Westzaandam.

Overigens schijnen deze brandspuiten niet door Jan van der Heyden, maar door Walthuysen te zijn geleverd. Dit blijkt uit een aantekening welke aanwezig is in het Nationaal Brandweer Museum. Het gaat hierin over een conflict tussen beide heren over de levering van brandspuiten aan de gemeente Westzaandam in 1687 door Walthuysen, die hiermee het octrooi van Jan van der Heyden schond. In het rekeningboek van 1702 komen twee posten voor van aanschaf van twee zuigpompen welke wel bij Jan van der Heyden waren gekocht.

Op 2 november 1697 werd door de regenten van Oostzaandam, Westzaandam en gecommitteerden van de regenten van de gemeente Zaandijk en Koog aan den Zaan op de Dam te Westzaandam in herberg De Otter vergaderd. In de documenten van deze vergadering wordt melding gemaakt van een totaal van zeven handbrandspuiten waarvan er vier in Westzaandam beschikbaar waren en Oostzaandam en Koog/Zaandijk over drie beschikten. deze vergadering had tot doel te komen tot wederzijdse vergoedingen bij het uitrukken voor brand. Het bedrag per spuit werd vastgesteld op een rysedaelder en 50 stuivers.

Met het kopen van brandspuiten was het gemeentebestuur van Westzaandam natuurlijk niet klaar; er moest ook een organisatie komen voor de bediening zowel die tijdens oefening als bij brand. Deze organisatie werd opgericht door het vastleggen van verschillende afspraken door de Scheppenen en vroetschappen tot West Saerdam op 5 juli 1689 in het Raadhuis van Westzaandam o.a. dat wanneer de brandspuyten sullen worden geprobeert sulke maar alleen sal geschieden met de Suyderspuyt op de werf van Cardinaal aan de Hogendijk te Zaandam en met de Noorderspuyt op het kerkhof en bij het raadhuijs (bij de Westzijder- of Bullekerk) en nergens anders.

De plichtbrandweer werd afgeschaft en de gemeente Zaandam kreeg een echte Gemeentelijke Vrijwillige Brandweer (GVB). In Zaandam werd in 1879 naast de Gemeentelijke Vrijwillige Brandweer (GVB) op initiatief van enkele Zaanse jongeren van gegoede huizen een Vrijwilliger Brandweer (VB) opgericht. zie Kring 4 Botenmakersstraat (VB).

Vanaf 1900 werd het brandblusmateriaal en -materieel steeds verder gemoderniseerd. Tot 1914 werkten de spuiten allemaal min of meer zelfstandig onder leiding van hun eigen Hoofdbrandmeester. Op 19 december 1913 werd bij verordening door Burgemeester en Wethouders een reorganisatie doorgevoerd, waardoor per 1 januari 1914 in feite brandweer Zaandam als één geheel onder leiding van W. Stam als Hoofd Commandant ontstond.

De handspuiten werden vervangen door motorspuiten. Ook werd een aparte waterleidingploeg opgericht. Deze had zijn onderkomen op het Dampad. Zie Kring 10 Botenmakersstraat.

Overzicht Materieel en capaciteit in 1914 Totaal
1 motorspuit (paardentractie) 1500 liter/min 1500 liter/min
1 motorspuit (paardentractie) 500 liter/min 500 liter min
5 motorspuiten (handtractie) 300 liter/min 1500 liter/min
1 drijvende motorspuit (blusboot no.2) 300 liter/min 300 liter/min
1 drijvende motorspuit (blusboot no.1) 600 liter/min 600 liter/min
1 motorspuit (paardentractie eigendom Vereniging Vrijwillige Brandweer) 500 liter/min 500 liter/min
1 motorspuit (paardentractie eigendom Vereniging Vrijwillige Brandweer) 300 liter/min 300 liter/min
Totaal 5200 liter/min

Op 1 september 1934 werd afscheid genomen van W. Stam Dzn. die wegens zijn leeftijd ontslag nam als commandant van de Brandweer Zaandam en als zodanig afscheid genomen van het gemeentebestuur en het brandweerkorps. Aan dit afscheid was, voor zover de gezondheidstoestand van de heer Stam dit toeliet, hij was op dat moment herstellende van een vrij ernstige ziekte, een enigszins feestelijk karakter gegeven, bestaande uit een demonstratie van de gehele Zaandamse brandweer en een defilé langs zijn woning aan de Oostzijde, waaraan ook de brandweerkorpsen uit de overige Zaanse gemeenten, die te samen in de Bond van Zaanse Brandweercorpsen zijn verenigd, deel namen. In de ochtend-editie van het Algemeen Handelsblad van Zondag 2 september 1934 werd hierover uitvoerig geschreven.

De IJsbeer in 1935

Zaterdagmiddag 6 juli 1935 demonstreerde de Zaandamse brandweer haar nieuwe aanwinst De IJsbeer, het Amsterdamse motorschip, ijsbreker-, brandblusser- en bergingsvaartuig. Voortaan zal, krachtens een gesloten overeenkomst, zal bij grote branden in Zaandam de IJsbeer hulp verlenen en bemand zijn met Zaandamse brandweerlieden. De Zaandamse brandweer telt in 1935 drie autospuiten, zes motorspuiten en twee drijvende spuiten, te samen een capaciteit hebbende van 7500 liter per minuut. Daar de Amsterdamse IJsbeer een capaciteit heeft van 2500 liter per minuut, beschikt de Zaandamse brandweer dus thans over 10.000 Liter bluswater per minuut plus 16.500 liter water per minuut uit de bergingspomp van de IJsbeer. Voor de demonstratie was zeer grote publieke belangstelling.

De eenheden/groepen van de Zaandamse brandweer werden kringen genoemd met een eigen verzorgingsgebied.

Door de samenvoeging van de gemeenten in de Zaanstreek per 1 januari 1974 tot de gemeente Zaanstad, hield de brandweer Zaandam op te bestaan en werd een onderdeel van het brandweerkorps Zaanstad. Bron: de geschiedenis van de brandweer in Zaandam, uitgever: Vrijwillige brandweer kring 4, Zaandam 1993

Externe link:

Zaans Erfgoed | Brandweer-Special april 1997

Zaans Erfgoed | Blusboot De Weer wordt varend erfgoed, voorjaar 2016

  • brandweer_zaandam.txt
  • Laatst gewijzigd: 2018/04/15 01:31
  • door zaanlander