Verschillen

Dit geeft de verschillen weer tussen de geselecteerde revisie en de huidige revisie van de pagina.

Link naar deze vergelijking

Beide kanten vorige revisie Vorige revisie
gezondheidszorg:gezondheidszorg_in_de_20e_eeuw [2019/05/15 23:33]
jan
gezondheidszorg:gezondheidszorg_in_de_20e_eeuw [2019/05/19 13:40] (huidige)
jan [3.3.2. De tweede lijn]
Regel 159: Regel 159:
 Dr. H. Vos uit Alkmaar was van 1921 af zenuwarts; later praktizeerde ook de Amsterdamse oogarts Dr. L.K. Wolff in Zaandam. Hij werd in 1928 benoemd tot hoogleraar hygiëne in Utrecht en opgevolgd door Dr. A. Hagendoorn, de latere hoogleraar oogheelkunde aan de Universiteit van Amsterdam. De huidarts Dr. W. Carol werkte in Zaandam tot hij in 1930 eveneens tot hoogleraar aan dezelfde universiteit werd benoemd. In Zaandam had hij de polikliniek voor besmettelijke ziekten overgenomen van de schoolarts. De kinderarts mevr. J.H.N. van Rooyen hield haar polikliniek ten huize van mevr. Keg-Lind in Zaandam. Dr. A. Rozendaal was de KNO-arts, dr. Th. B. Philips de vrouwenarts. Vrijwel al deze artsen, behalve chirurg en internist, praktizeerden slechts part-time in Zaandam. De eerste Zaandamse ziekeninrichtingen werden door de medische staf beschouwd als een tijdelijke huisvesting. In 1922 waren op beide locaties 24 chirurgische bedden, 40 interne en in de barakken 27 bedden besmettelijke ziekten. De internist was tevens psychiater-neuroloog,​ kinderarts, laboratorium-arts,​ röntgenoloog. De chirurg was belast met alle heelkundige ingrepen. Broeder C. van Dam was op vele gebieden hun zeer competente en toegewijde assistent in de operatiekamer,​ bij röntgenonderzoek,​ als gipsmeester,​ bij de EHBO en als ziekentransporteur,​ zonodig per rijwielbrancard naar Amsterdam. ​ Dr. H. Vos uit Alkmaar was van 1921 af zenuwarts; later praktizeerde ook de Amsterdamse oogarts Dr. L.K. Wolff in Zaandam. Hij werd in 1928 benoemd tot hoogleraar hygiëne in Utrecht en opgevolgd door Dr. A. Hagendoorn, de latere hoogleraar oogheelkunde aan de Universiteit van Amsterdam. De huidarts Dr. W. Carol werkte in Zaandam tot hij in 1930 eveneens tot hoogleraar aan dezelfde universiteit werd benoemd. In Zaandam had hij de polikliniek voor besmettelijke ziekten overgenomen van de schoolarts. De kinderarts mevr. J.H.N. van Rooyen hield haar polikliniek ten huize van mevr. Keg-Lind in Zaandam. Dr. A. Rozendaal was de KNO-arts, dr. Th. B. Philips de vrouwenarts. Vrijwel al deze artsen, behalve chirurg en internist, praktizeerden slechts part-time in Zaandam. De eerste Zaandamse ziekeninrichtingen werden door de medische staf beschouwd als een tijdelijke huisvesting. In 1922 waren op beide locaties 24 chirurgische bedden, 40 interne en in de barakken 27 bedden besmettelijke ziekten. De internist was tevens psychiater-neuroloog,​ kinderarts, laboratorium-arts,​ röntgenoloog. De chirurg was belast met alle heelkundige ingrepen. Broeder C. van Dam was op vele gebieden hun zeer competente en toegewijde assistent in de operatiekamer,​ bij röntgenonderzoek,​ als gipsmeester,​ bij de EHBO en als ziekentransporteur,​ zonodig per rijwielbrancard naar Amsterdam. ​
  
-Op 31 december 1931 werd het nieuwe, als zodanig fraai gebouwde Gemeente Ziekenhuis (GZ) aan de Frans Halsstraat betrokken. Er waren 102 algemene bedden en 26 voor besmettelijke ziekten in de permanente bakstenen barak. Dr. van Rooyen werd als chirurg weldra opgevolgd door Dr. A. Kummer; deze vertrok in 1949 als hoogleraar Algemene Chirurgie naar de Gemeentelijke Universiteit van Amsterdam. De toenmalige vrouwenarts van het GZ, Dr. A.L.C. Schmidt werd in 1950 hoogleraar aan de Rotterdamse Universiteit. In 1951 werd opnieuw een chirurg, Dr. C. van Raalten, directeur; hij overleed in 1969, als eerste directeur van het juist voltooide Zaandamse Juliana Ziekenhuis.+Op 31 december 1931 werd het nieuwe, als zodanig fraai gebouwde ​[[:​gemeenteziekenhuis_frans_halsstraat|Gemeente Ziekenhuis]] (GZ) aan de Frans Halsstraat betrokken. Er waren 102 algemene bedden en 26 voor besmettelijke ziekten in de permanente bakstenen barak. Dr. van Rooyen werd als chirurg weldra opgevolgd door Dr. A. Kummer; deze vertrok in 1949 als hoogleraar Algemene Chirurgie naar de Gemeentelijke Universiteit van Amsterdam. De toenmalige vrouwenarts van het GZ, Dr. A.L.C. Schmidt werd in 1950 hoogleraar aan de Rotterdamse Universiteit. In 1951 werd opnieuw een chirurg, Dr. C. van Raalten, directeur; hij overleed in 1969, als eerste directeur van het juist voltooide Zaandamse Juliana Ziekenhuis.
  
 == Een tweede Zaandams ziekenhuis == == Een tweede Zaandams ziekenhuis ==
  • gezondheidszorg/gezondheidszorg_in_de_20e_eeuw.txt
  • Laatst gewijzigd: 2019/05/19 13:40
  • door jan