Goes, 31 mei 1893 - Maarn, 18 augustus 1982

ir. Franciscus Quirien den Hollander ook Frans den Hollander en voor intimi FQ studeerde na de Rijks-HBS in Goes aan de Technische Hogeschool in Delft af als werktuigbouwkundig ingenieur. Na een stage bij de HSM trad hij van 1918 tot 1938 in dienst bij de Dienst Staatsspoor- en Tramwegen in Nederlands-Indië.

Staatsbedrijf Artillerie-Inrichtingen Hembrug functioneerde niet naar wens; om onafhankelijk te zijn van anderen inzake wapenproduktie voor het Nederlandse leger was een reorganisatie hard nodig. Met een naderend conflict in zicht werd Den Hollander door minister van Oorlog, J.J.C. van Dijk (1937-1939) verzocht de leiding op zich te nemen. Aanvankelijk beriep hij zich op zijn incompetentie, er werd echter een dermate grote druk op hem uitgeoefend dat hij accepteerde. In 1938 als adjunct-directeur en in januari 1940 als directeur aangesteld van de in Zaandam gevestigde Artillerie-Inrichting, de grootste wapen- en munitiefabriek van het land.

Veel ruimte voor reorganisatie was er niet. De wapenproduktie, nog maar net op gang gekomen, werd door de Nazi's met hun Blitzkrieg verstoord. In de middag van 14 mei 1940 gaf hij opdracht het opblazen van het bedrijf voor te bereiden. Maar generaal Henri Winkelman verbood hem de uitvoering van dat voornemen. Winkelman wilde, met de capitulatie in zicht, de Duitsers niet voor het hoofd stoten. Daarom ook stuurde hij de dag na de overgave een verzoek aan alle burgemeesters in nog niet bezet gebied om de bezetting zoveel mogelijk te vergemakkelijken. Den Hollander was minder bereidwillig. De dag na de capitulatie stopte hij de productie. Dat verwierf de instemming van secretaris-generaal Cornelis Ringeling van het ministerie van Defensie.

Op 19 juni kreeg Den Hollander schriftelijk bericht dat de A.I. werd gevorderd ten behoeve van het bezettingsleger. Aangezien Den Hollander niet wilde werken voor de Duitsers nam hij ontslag. Binnen een week na zijn afscheidsrede echter zwichtte hij 'na dagen en nachten van innerlijke strijd' voor verzoeken van personeelsleden om te blijven. Hij beperkte de oorlogsproductie, ging ook gereedschap en landbouwwerktuigen maken en verminderde tot zomer 1943 het aantal personeelsleden van 7.000 tot 1.700.

In 1943 werd hij op aandrang van de geïrriteerde bezetter met wachtgeld gestuurd. In het laatste oorlogsjaar was Den Hollander zeer actief voor het Nationaal Steun Fonds, de financier van de verzetsbeweging. Hij reisde vaak met miljoenen op zak door het land. Ook informeerde hij de Londense regering over de economische toestand van Nederland.

Na de bevrijding keerde Frans den Hollander terug naar het railverkeer als president-directeur van de Nederlandse Spoorwegen van 1947 tot 1958.

Zie: Tweede Wereldoorlog

  • hollander.txt
  • Laatst gewijzigd: 2017/08/06 00:41
  • door zaanlander