ijsvermaak

Dit is een oude revisie van het document!


Loosjes, Adriaanplugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigLoosjes, Adriaan

Westzaandam 15 april 1689 - 20 maart 1767

Adriaan Adriaanszoon Loosjes, houtkoper, predikant aan de Fries Doopsgezinde gemeente te Westzaandam, vooral bekend geworden als auteur van Beschrijving van de Zaanlandsche dorpen, Oostzaan, Oostzaandam, Westzaan, Westzaandam, Koog aan de Zaan, Zaandijk, Wormerveer, Westknollendam en Nauerna, uitgegeven Haarlem 1794; heruitgave 's-Gravenhage 1968.
schreef in 'De Zaanlandsche Dorpen'” al over 18e-eeuws ijsvermaak in de Zaanstreek. Hij noemde niet alleen het schaatsen maar ook het arren en het gebruik van IJsschuitjesplugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigIJsschuitjes

Zowel voor het vervoer van goederen als voor vermaaksdoeleinden werden in de Zaanstreek vroeger ijsschuitjes gebruikt. Het waren doorgaans kleine platbodems, voorzien van een onderstel op lange schaatsen; ook aan het roerblad was een op het ijs rustende schaats bevestigd. De meeste molens in het veld beschikten voor de af- en aanvoer van hun maalgoed over een eigen ijsschuitje, meestal voorzien van een enkel sprietzeil. Op smalle sloten, waar niet kon worden gelaveerd, werd het sc…
,'die “met onverbeeldlijk snelle vaart over de gladde oppervlakte zeilen'. Vooral het schaatsrijden roemt hij als 'een der oudste Wintervermaaken van onzen Landzaat, den Zaankanters bij uitstek eigen'. En verder: '“De Zaan, het middelpunt der Dorpen, is naauwlijks zo veel toegevroozen, dat zij den last der vluggen Schaatsryders kan draagen, of dezelve krielt van Menschen: en, bij strenge Winters, van Paardesleeden en Arren, bovenal wanneer een uitgeloofde Zilveren of Gouden Zweep niet zelden een feestdag oplevert'.” Opvallend veel wordt er door latere auteurs op gewezen dat op het ijs alle rangen en standen wegvielen. Dat gold overigens niet bij het arren. De met een paard bespannen arresleden waren aan de rijkere stand voorbehouden. Zij kwamen lang niet elke winter op het ijs, daarvoor diende er letterlijk “peerde-ais' te zijn. Wat het schaatsen betreft: veel Zaankanters bonden ook in vorige eeuwen de schaatsen onder. Dit ijsvermaak was een sociaal gebeuren, met grote en gezellige drukte op de sloten. Het Oostzijderveld wordt meermalen genoemd als een druk schaatsgebied. Men kleedde zich warm met wat men daartoe in huis had. De tegenwoordige sportieve, speciaal voor de winterse sporten gemaakte kledij ontbrak nog, zoals ook kunstschaatsen, “'noren' enzovoort onbekend waren. Men reed “recht” of “rond” op houten schaatsen die met (meestal oranje) banden of spekleren veters werden ondergebonden. Hele gezinnen maakten, al of niet 'an de stok' tochten naar bijvoorbeeld Monnickendam of (bij toegevroren Gouwzee) Marken. Dat verre ritten al vroeg als een uitdaging werden beschouwd, bewijst het dagboek van Claes Arisz Caescoper (1650-1729), die in 1676 een Noord-Hollandse twaalfstedentocht reed en daarbij op één dag een langere afstand aflegde dan die van de huidige Friese Elfstedentocht. Zie ook de margetekst.

  • /home/zaanwiki/domains/zaanwiki.nl/private_html/encyclopedie/data/attic/ijsvermaak.1452190628.txt.gz
  • Laatst gewijzigd: 2020/09/06 17:25
  • (Externe bewerking)