kuiperijen

In de Kuiperij Bron: Isings

Werkplaatsen waar houten vaten worden gekuipt, dat wil zeggen: in elkaar gezet. Het woord kuipen komt in het Germaans als kuper en in het Romeins als cuppa voor. Beschilderingen op Egyptische graftombes van ongeveer 2500 jaar voor Christus geven houten emmers met houten banden te zien. Later werd in de Bijbel gesproken over vaten.

De kuiperij is dus een zeer oud ambacht. De Grieken en Romeinen gebruikten aanvankelijk vaten van klei, maar doordat deze snel braken werden ze schaars. Men is toen overgegaan op het vervaardigen van houten vaten. In de Middeleeuwen waren er in bijna iedere plaats kuiperijen te vinden. Een pas getrouwd paar ging naar de kuiper om daar de uitzet te kopen. Men had emmers nodig voor water en melk, een kom om te wassen, om bloem en gerst op te slaan, een karn om boter te maken en een stolp om kaas te bewaren. Veel van deze aangeschafte vaten gingen een mensenleven mee en waren daardoor een waardevol bezit.

Door de groeiende vraag naar vaten gingen sommige kuipers zich specialiseren. Het gebruikte materiaal en de wijze van kuipen werd afhankelijk van de praktische toepassing. Zo waren er goedkope, dunne vaten voor fruit, vis, verf, graan, zaden, vlees, boter, aardappelen, tabak, suiker en stroop. Sterkere vaten waren nodig voor plantaardige- en dierlijke oliën, vetten en chemicaliën. De meest gebruikte houtsoorten waren eiken-, beuken-, en grenenhout. Het hout diende goed gedroogd te zijn.

Als één van de oudste industriegebieden bood de Zaanstreek voldoende werk aan vele kuipers. Bekend is dat enkele veerzagers (zaagmolens) speciaal duighout leverden. Gegevens over het aantal kuiperijen en de daarbij betrokken ambachtslieden ontbreken. De familienaam Kuiper komt in de Zaanstreek relatief nog veel voor. Er waren kuiperijen die zich specialiseerden in het maken van vaten voor huiselijk gebruik, zoals bijvoorbeeld de firma Van der Kerkhoff aan het Zuideinde in Koog. Maar het belangrijkste was toch de vervaardiging van grote aantallen vaten voor de industrie. Onder andere de kuiperijen Arp in Koog en Henderks in Zaandam richtten zich hierop.

Het belangrijkste in deze sector werd Evenblij-Vaten in Koog, die leverde aan bijvoorbeeld 't Hart en de Zwaan, Duyvis Recter en Honig Merkartikelen. Om aan de grote vraag te voldoen werden vóór en na de Tweede Wereldoorlog op maat gezaagde duigen met bodem, deksel en banden geïmporteerd uit Cyprus, Schotland en de Verenigde Staten. Deze werden hier door circa 50 kuipers in elkaar gezet. Dit gebeurde voor het laatst in het midden van de jaren zestig van de 20e eeuw. Door de grote hoeveelheden benodigde vaten bezaten bijvoorbeeld bierbrouwerijen, wijnhandelaren, visserijen zelf een kuiperij.

De arbeidsintensieve productie en het op de markt komen van plastic en metalen vaten maakten het rond 1950 steeds minder rendabel om houten vaten te maken. Op dit moment kan men nog enkele kuiperijen van houten vaten tegenkomen bij de bekende sherry- en whiskyhuizen in Spanje, Portugal en Duitsland. Hier worden nog vaten met een inhoud van 500 tot 10.000 liter gebruikt voor het rijpen van de diverse wijnsoorten. In Nederland kan men nog een kuiperij bezoeken in het Openluchtmuseum in Arnhem en in het Zuiderzeemuseum in Enkhuizen.

Zie ook: Economische geschiedenis 2.5.6.

C.M. Ingwersen.

  • kuiperijen.txt
  • Laatst gewijzigd: 2017/06/25 01:32
  • door zaanlander