meubelmakerij

Tak van nijverheid waarin fabrieksmatig of op ambachtelijke manier meubelen worden vervaardigd van hout, metaal, kunststof en combinaties hiervan. De producten zijn veelsoortig. Er worden o.a. opbergmeubels, zit- of ligmeubels, tafels, accessoires voor huiselijk gebruik gefabriceerd, als ook meubels bestemd voor kantoren.

Over de meubelfabricage in de Zaanstreek ontbreken publicaties en is - mede doordat enkele bedrijfsarchieven verloren gingen - feitelijk te weinig bekend. Zo zijn bijvoorbeeld van de in 1899 opgerichte en in 1932 geliquideerde Nederlandsche Meubel- en Houtwarenfabriek nv (Meufa) in Zaandam nog nauwelijks gegevens bekend, terwijl dit een relatief groot bedrijf is geweest. De Zaanse meubelindustrie omvatte in 1990 28 merendeels weinig omvangrijke bedrijven.

Twintig daarvan hebben de meubelmakerij als hoofdactiviteit, soms gecombineerd met de verkoop van elders vervaardigde meubelen. Andere bedrijven fabriceren ook of vooral halffabricaten. Enkele kleine meubelmakerijen zijn gespecialiseerd in de ambachtelijke vervaardiging van o.a. stoelen, tafels en kasten. In opdracht, naar tekeningen van bijvoorbeeld binnenhuisarchitecten. In totaal waren, sinds het eind van de 19e eeuw, wisselend van tenminste vijftig tot enkele honderden meubelmakers bij de productie betrokken.

Voordien was het aantal bedrijven in deze branche gering. In 1888 stonden in de Zaanstreek (exclusief Wormer en Jisp) slechts twee meubelmakerijen geregistreerd. De toename rond 1900 had verschillende oorzaken. Er ontstond een bredere belangstelling voor ambachtelijk vormgegeven meubelen, de productie van niet al te grote series was lonend. Ze werd nog niet door buitenlandse concurrentie bedreigd. En in de Zaanstreek was zowel de grondstof (hout in allerlei soorten en kwaliteiten) als vakmanschap in voldoende mate voorhanden.

Scheepsbouw

Feitelijk was er sprake van een herleving. Want al zijn van de meubelmakerij uit de 17e en 18e eeuw nauwelijks gegevens voorhanden overgeleverd, ten behoeve van onder meer de scheepsbouw moet al eerder een aantal ambachtslieden het vak van meubelmaker hebben beoefend. Herinnerd kan ook worden aan de Zaanse kasten (Assendelver en Jisper kasten), hoewel de vervaardiging daarvan destijds waarschijnlijk tot een klein aantal beperkt is gebleven.

Waren er in 1888 dus niet meer dan twee meubelmakerijen, in 1906 was dit aantal gegroeid tot tenminste 15 (Zaandam 11, Zaandijk 1, Krommenie 2, Assendelft 1). Enkele van de ondernemingen worden hier nader genoemd. De Meufa (Nederlandsche Meubel- en Houtwarenfabriek nv) was in 1899 gesticht door Hermanus de Vries. Het aan de Westzijde in Zaandam gevestigde bedrijf had het voor die tijd aanzienlijke maatschappelijk kapitaal van 500.000 gulden en tussen 1909 en 1915 bedroeg de gemiddelde jaarwinst 50.000 gulden.

In het pand De Nijverheid werd een uitgebreid sortiment houten meubilair gefabriceerd. Daarnaast handelde De Vries in import-meubelen. De Eerste Wereldoorlog gaf weliswaar problemen door de wegvallende export en materiaalgebrek (het eerder toegepaste glas kon bijvoorbeeld niet meer worden betrokken), maar door aanpassing van de ontwerpen bleef het bedrijfsresultaat positief. In 1919/1920 werd 11 97e dividend uitgekeerd. De meteen na de oorlog op gang gekomen export naar vooral Duitsland leek veelbelovend. maar brak de Meufa lelijk op toen in 1923 door een herstelbetalingscrisis de Duitse betalingen uitbleven.

Het bedrijf werd hierdoor aan de rand van de afgrond gebracht, het kon alleen overleven dankzij steun van de Nederlandse regering. Als gevolg van deze steun werd meer personeel in dienst genomen, hoewel de productie bleef teruglopen. De noodlijdende fabriek kreeg te maken met enkele stakingen en wisselde verschillende malen van eigenaar. Tot in 1932 tot liquidatie werd besloten. De bedrijfspanden (in verband met de opslag van de geproduceerde meubelen waren de opstallen flink uitgebreid) bleven lange tijd ongebruikt. Er is na de Tweede Wereldoorlog een uitgebreide tentoonstelling van beeldende kunst in gehouden. In 1952 werden de panden van de Meufa aangekocht door het Gasbedrijf Zaanstreek-Waterland en verbouwd tot werkplaatsen en magazijn van deze onderneming.

Reijne

In Krommenie was lange tijd de firma Reijne & Zn als meubelfabriek actief. De oprichter, Huybert Reijne, was aan het eind van de 19e eeuw beurtschipper. Om zich enige bijverdiensten te verschaffen hield hij zich bezig met de vervaardiging van kleine, houten, huishoudelijke artikelen, zoals droogrekken. Er kwam steeds meer vraag naar deze producten. Hij nam in 1919 zijn zoons in het bedrijf op, die zich ook toelegden op de productie van kinderboxen en -stoelen, lig- en vouwstoelen en houten kinderspeelgoed. Reijne & Zoon had in de jaren dertig ongeveer 50 medewerkers. In de crisisjaren werd de fabricage van meubelen al minder belangrijk, terwijl de handel in speelgoed toenam. Na de Tweede Wereldoorlog richtte het bedrijf zich steeds meer op de import van modelspeelgoed. In 1970 werd de houtwaren- en meubelfabricage gestaakt.

Ook in Krommenie was rond 1888 Jacob Leguit Czn. begonnen met het vervaardigen van vogelkooien, trappen, droogrekken e.d.. Via de productie van bamboemeubelen schakelde de nv Leguit & Zonen geheel over op de vervaardiging van (kleine) meubelen. Na de oorlog waren thermometers en barometers een belangrijke specialisatie. Buitenlandse concurrentie verkrapte de marges dusdanig dat het bedrijf in 1975 moest worden geliquideerd.

Door de concurrentie van goedkope buitenlandse meubelen moest enige jaren later ook meubelfabriek De Valk in Westzaan sluiten. In Assendelft beƫindigde om dezelfde reden Klooster Meubelen de eigen productie van eiken bankstellen, stoelen en kasten. In 1975 werden 26 van de 50 werknemers ontslagen. Sindsdien hield Klooster zich alleen nog met de handel (verkoop van meubelen via toonzalen) bezig. Het bedrijf was lang het oudste nog bestaande Zaanse meubelbedrijf, maar in 2003 hield het bedrijf op te bestaan. In 1997 werd het meubelbedrijf nog getroffen door een alles verwoestende brand.

Enkele kleine meubelmakerijen overleefden. Zo werd het in 1930 door Dirk Baarda begonnen bedrijf sinds 1952 voortgezet als Hoogendoorn's Meubelbedrijf, terwijl in Assendelft het ongeveer in dezelfde tijd opgerichte bedrijf van G. Winter en Zonen met ongeveer tien werknemers actief is gebleven. Vink's Meubelfabriek, eveneens in Assendelft, werd in 1942 opgericht. In 1978 werd het een bv en groeide beginjaren negentig uit tot een onderneming met 50 werknemers. In 1998 stopte men met de meubelfabricage en ging men verder in parketvloeren.

Een ander flink bedrijf is Constant, dat zich in 1975 aan de Veerdijk in Wormer vestigde. Achtereenvolgens werden daar de historische pakhuizen Java, Hollandia en Bassein gekocht. Het bedrijf groeide snel tot 50 werknemers, wekelijks werden 500 tot 1000 tafels geproduceerd. Het ging in 1985 echter failliet. Constant variant werd buiten dit faillissement gehouden en nam in 1987 de stoelenmakerij van K. Koomen (Assendelft) over. In Wormer werkten bij Constant in 1990 tien werknemers (aan eiken tafels), in Assendelft zijn ongeveer 25 personeelsleden bij de productie van tafels betrokken.

Een inmiddels al lang verdwenen meubelfabriek was de omstreeks 1920 opgerichte De Onderneming in Oostknollendam. In 1935 liquideerde de fabriek, de 30 werknemers werden ontslagen. Het grote houten pand is daarna jarenlang als jachtwerf en voor botenberging gebruikt, tot het in de jaren zestig verbrandde.

De meest industriƫle meubelproductie werd in de Zaanstreek ongetwijfeld bedreven door de Bruynzeel-fabrieken in Zaandam. Bij de fabricage van kasten en keukens waren vele werknemers betrokken (zie: Bruynzeel, Cornelis-bedrijven). Volledigheidshalve dient ook meubelfabrikant Assenburg bv in Assendelft (zie: Aspa bv bv) worden genoemd.

  • meubelmakerij.txt
  • Laatst gewijzigd: 2016/10/11 15:08
  • door 213.127.200.23