Zaandijk, 15 oktober 1830 - Madrid, 22 mei 1905

Huisarts Jan Mulder, zoon van de bij Emden geboren Gerrit Mulder die op Zaandijk is komen wonen met zijn eega Aagje Brandenburg, waar hij niet alleen het toezicht over de molens Het Huis Assumburg en de Poelsnip van Claas Tholen had, maar ook een bloeiende factorszaak dreef. Jan Mulder, broer van Neeltje Mulder, genoot zijn studie aan de Hogeschool te Leiden en was enige tijd als practicus werkzaam in Praag en Wenen. Daarna vestigde hij zich te Zaandijk, waar hij een bloeiende praktijk had en bekendheid verwierf omwille van zijn grote verdiensten met betrekking tot de bevordering van de gezondheid in Zaandijk.

Mulder trad tevens toe tot de gemeenteraad als lid en wethouder van Zaandijk. Bovendien huwde hij in 1863 met de dochter van de Wormerveerse burgemeester Pieter Prins, Antje Prins. Zij spande zich met name in voor de Zaanse slachtoffers van een heersende cholera-epidemie en was regentes van ’t Weefhuis.

De populaire geneesheer woonde aan de Lagedijk 82 naast het Honig Breethuis. Behalve als kundig arts stond de dokter te boek als een goedlachse levensgenieter. De maaltijd liet hij steevast vooraf gaan door de aanhef: “Heere zegen dit en dat; Morgen lust ik ook weer wat!”

Hij spande zich bijzonder in om de woonomstandigheden in zijn gemeente te verbeteren. Doordat de sloten van de Zaandorpen vooral als open riolen via talloze ziektekiemen berucht waren, werd de bevolking naar zijn inzicht meer dan elders getroffen door epidemieën. Hij streed daarom voor demping van de sloten en voor het aanleggen van een duinwaterleiding. Hij wist groot gezag te verwerven en als raadslid veel invloed uit te oefenen.

Ook was hij stimulator tot oprichting van de plaatselijke kruisvereniging Het Witte Kruis, één van de eerste in het land, een bad- en zweminrichting en het Volksbadhuis. In 1886 nam hij de armenpraktijk van de gemeente over, waarvoor hij een vergoeding van 100 gulden per jaar ontving. Bij zijn patiënten, die hem op handen droegen, pleitte hij voor handhaving van de burenplicht bij ernstige ziekte.

Wegens gezondheidsklachten moest hij in 1887 noodgedwongen stoppen met zijn praktijk maar bleef altijd betrokken bij het welzijn van de Zaandijkers. In 1895 maakte hij zich als raadslid sterk voor de omschakeling van petroleum- en gas- naar elektrische verlichting in het openbaar domein. In 1903 maakte hij deel uit van een commissie om de vereniging gezinsverpleging te constitueren. Ook bleef hij aangesloten bij de Geneeskundige Kring en de vereniging tot Onderzoek van Apotheken.

De rustend geneesheer te Zaandijk was een bereisd man en wilde veel van de wereld zien, hij wist veel te vertellen over Zwitserland, Italië, Schotland, Noorwegen en zelfs van het Beloofde Land en Noord-Afrika. Juist tijdens een ontspanningsreis door Spanje overleed hij op 22 mei 1905 te Madrid aan de gevolgen van een hartaandoening in de ouderdom van 74 jaar. Naar zijn wens is hij te Madrid op het Protestants Hollandse Kerkhof begraven.

Zaandijk heeft hem geëerd door in Rooswijk een straat naar hem te noemen.

  • mulder.txt
  • Laatst gewijzigd: 2019/03/02 05:06
  • door zaanlander