noorderbrug

Voormalige brug tussen Koog aan de Zaan en `t Kalf, ten noorden van de huidige Willem Alexanderbrug. De brug werd in 1902 geopend, was 145 meter lang en was voorzien van een dubbele klapbrug met een doorvaartwijdte van 14 meter. Het was tot 1932 een tolbrug. In 1976 is de brug gesloopt, omdat de brug niet geschikt was voor groot verkeer.

In het eerste jaar waren er direct financiële problemen door een lage opbrengst van de tol. De toenmalige pachter moest daardoor financiële compensatie aanvragen bij de gemeente Zaandam 1)

In 1907 waren er de eerste voorstellen om de tol op te heffen. Ook in de jaren daarna bleef er veel strijd tussen de gemeenten Zaandam en Koog aan de Zaan.

Aanvraag om een krediet

In 1908 bleek uit een rapport van de gemeente-opzichter dat de brug zich in slechte staat bevond. Ten behoeve van de herstellingen van de acht jaar oude Noorderbrug werd een krediet aangevraagd. De kosten hiervoor zullen bedragen f 400 - f 450. De brug zal dan nog een jaar of vijf mee kunnen. Een nieuwe brug zou f 5000 moeten kosten. Daar op de begroting hiervoor geen post voorkomt, vragen B. en W. een krediet van f 500, wat met algemene stemmen wordt toegestaan.

In 1913 waren er, ondanks financiële problemen, weer voorstellen om de tol af te schaffen, nadat men dit ook had gedaan bij de brug over de Achterzaan.

Op voorstel van B. en W_ werd op 17 april 1919 besloten de tolgeldheffing, over de Noorderbrug, verbindende de buurtschap 't Kalf met de gemeente Koog aan de Zaan af te schaffen, op voorwaarde dat laatstgenoemde gemeente 1/9 deel bijdraagt in de kosten van bediening

In 1920 bleek dat er nog geen overeenstemming was over de tolgelden, hoewel men in Zaandam wel verwachtte dat men snel overeenstemming zou bereiken met Koog aan de Zaan De gemeenten bleven echter kibbelen over de tolgelden; op 21 november 1921 werd de motie Dosee aangenomen waarin werd onderzocht en overwogen de tolheffing af te schaffen. Tevergeefs. Op voorstel van B. en W. werd 27 november 1924 besloten bij de nieuwe verpachting van de Noorderbrug de bepaling, dat voor het bedienend personeel de arbeidsvoorwaarden van het gemeentepersoneel zullen gelden, te schrappen. Een ander voorstel, om alleen nog tol te heffen voor bewoners uit Koog aan de Zaan werd naar B. en W. om advies gezonden. Door verschillende leden werd voorgesteld de brug geheel tolvrij te maken. Bij de debatten bleek dat men daartoe wel bereid zou zijn mits Koog aan de Zaan de helft in de kosten zou bijdragen.

Met 11 tegen 10 stemmen werd op 12 maart 1925 de motie-Plooger van de S.D.A.P.aangenomen, om in te grijpen in de vrije voorwaarden, die de pachter van de Noorderbrug ten opzichte van zijn arbeiden, zich permitteerde.

Ten aanzien van de tolgelden op de Noorderbrug tussen de wijk 't Kalf en de gemeente Koog aan de Zaan werd op 7 november 1925 besloten aan de ingezetenen der gemeente tegen een jaarlijkse vergoeding van 25 cent vrijdom te geven van het betalen van bruggelden. Een voorstel om de tolgelden geheel af te schaffen werd met 12 tegen 7 stemmen verworpen.

Op 8 november 1926 behandelde de Raad van gemeente Zaandam in haar het voorstel van B. en W. om de Tolbrug, voor ingezetenen van Zaandam tolvrij te maken. B. en W. waren van oordeel dat dit het best zou kunnen geschieden door hen die regelmatig voor hun werk deze brug moeten passeeren, in de gelegenheid te stellen bij de brugwachter een abonnement tegen den prijs van 25 cent per jaar te nemen. De heer Kelder S.D.A.P. zou het op prijs stellen, indien de Noorderbrug geheel tolvrij gemaakt werd. Doch indien dat bezwaren met zich mede brengt zou hij de forensen gelijk willen stellen met de inwoners van Zaandam. Voorzitter burgemeester K. ter Laan, deelt mee dat B. en W. niet anders willen dan de brug geheel tolvrij maken, doch de grote moeilijkheid is dat de gemeente Koog aan de Zaan niets in de kosten wil bijdragen, vandaar dat voorgesteld wordt alleen de Zaandammers vrij te laten passeren. De heer Prins doet het voorstel om de inwoners van Zaandam en de forensen om niet een bewijs te verstrekken zodat zij de brug kunnen passeren. Dit voorstel wordt met 11 tegen 10 stemmen aangenomen.

Commentaar

Sociaal democratisch weekblad De tribune wijdt op 26 januari 1927 een commentaar aan de tolkwestie: 'Zo nu en dan moeten de mensen eens blij gemaakt worden. Dit ondervinden de bewoners van Oostzijde en 't Kalf ook. De Noorderbrug zou vrij komen, reeds begin verleden jaar, maar het gebeurde niet. In november 1926 werd weer een dusdanig besluit genomen. Thans zijn wij eind januari en de brug is voor de Zaandammers nog niet tolvrij. In dezelfde raadsvergadering werd voorgesteld, de ophaaldienst op te heffen. Dit besluit behoefde niet, zoals 't voorgaande, op goedkeuring van Gedeputeerden te wachten, het werd dadelijk van kracht en de betrokkenen zijn reeds ontslagen, terwijl de belastingbetalers nog steeds op hun afrekening wachten. Wanneer het in het belang is van de doodgewone arbeiders, loopt men zo hard niet!'

Ambtelijke stommiteiten

Eindelijk kwam de Noorderbrug begin maart 1928 gedeeltelijk vrij en kwamen voor vrije overtocht kaarten beschikbaar. Dat hier vele liefhebbers voor waren, is begrijpelijk. Om een kaart te bemachtigen, was 't gebouw van Ons Aller Belang opengesteld. Gemeente-ambtenaren hadden 500 kaarten laten drukken, totdat het andere bureau 900 kaart-liefhebbers opleverde. De ambtenaar stond verstomd: „We hebben maar 500 kaarten laten drukken, zo loopt de hele boel hopeloos in de war“. Resultaat was, dat de ambtenaren verder afzagen van uitdelen en kaarten alleen nog in Ons Aller Belang verkrijgbaar waren. De ambtenaren deden de toezegging eens zouden komen kijken hoe ze dat wel voor elkaar kregen, want zij begrepen niets meer van de zaak. Je vraagt je werkelijk af: gebruiken ze op het stadhuis hun verstand nog? Het is weer een prachtige ambtelijke geschiedenis.

Mede door de gewraakte tolheffing bij de Noorderbrug nam de verontwaardiging tegen het heffen van tol in de Zaanstreek toe. Op zondag 16 september 1928 meldden zich gelijktijdig grote groepen automobielen en andere voertuigen bij de tollen. Om verkeerschaos te voorkomen besloten de autoriteiten de tollen open te stellen. De daaropvolgende weken werden soortgelijke acties gevoerd, terwijl op 20 mei 1929 een stoet van honderd auto's uit de Zaanstreek naar Den Haag vertrok om daar op het ministerie van Waterstaat 29.000 Zaanse handtekeningen tegen de tollen aan te bieden. De 'Toloorlog' was daarmee een feit.

De Voorzitter van de Raad waarschuwde 6 november 1928 tegen het indienen van voorstellen, waaraan financiële gevolgen vastzitten, bij eventuele verlaging van tarieven of belastingen moet worden bedacht, dat de inkomstenbelasting met een gelijk bedrag zal moeten worden verhoogd. Over de tol aan de Noorderbrug is het college weer in overleg getreden met de gemeente Koog aan de Zaan. Met de vrijmaking van deze tolbrug is een bedrag gemoeid van ƒ 13.000, waarvoor aan de gemeente Koog aan de Zaan een bijdrage is gevraagd van 40%. Het overleg loopt op niets uit.

De communist Bosman merkt tijdens de raadsvergadering van 12 november 1929 op dat de gemeente Koog aan de Zaan een sociaaldemocraat als burgemeester heeft, het komt hem gewenst voor eens met die gemeente overleg te plegen over het tolvrij maken van de Noorderbrug.

De Toloorlog eist haar tol op 1 januari 1930. Nadat eerder in 1929 de tol in Krommenie werd stopgezet ging ook Zaandijk tolvrij door het leven. De tolverplichting op de Noorderbrug en Zaanbrug te Wormerveer bleef echter nog steeds van kracht.

Opheffing van een tol?

B. en W. van Zaandam dienden begin augustus 1932 een voorstel in tot opheffing van de tol op de Noorderbrug. De gemeente Koog aan de Zaan weigerde steeds in de kosten bij te dragen. B. en W. wensten desondanks tot de opheffing van de tol over te gaan, binnen enkele jaren zou de nieuwe Provincialeweg Zaandijk-Purmerend met een brug over de Zaan gereed komen. Gedeputeerde Staten waren bereid voor zowel weg als brug, zodra daarop geen tol geheven werd, tijdelijk ƒ 4100 per jaar bij te dragen en dit bedrag met een extra bijdrage van ƒ 5900 te verhogen. De gemeente zou volgens deze regeling gedurende drie jaar ƒ 10.000 per jaar ontvangen. Gedeputeerde Staten achten het billijk dat Koog aan de Zaan gedurende drie jaren ƒ 1000 per jaar bijdraagt. Hierop wordt echter niet gerekend.

Een maand later, 6 september 1932 wordt op voorstel van B. en W. met algemene stemmen besloten de tol op de Noorderbrug over de Zaan op te heffen op voorwaarde dat Gedeputeerde Staten van Noord-Holland op grond van de Provinciale wegen-bijdragen-verordening gedurende drie jaar ƒ 10.000 per jaar bijdragen.

Omtrent de mogelijkheid tot het opheffen van de tollen op de bruggen van de Zaan te Wormerveer en de Noorderbrug te Zaandam, is met de daarbij betrokkenen overleg gepleegd. Het gemeentebestuur van Wormerveer is op 30 oktober 1932 nog niet genegen tot opheffing van de tol op eerstgenoemde brug, het gemeentebestuur van Zaandam bleek bereid een regeling te treffen voor het opheffen van de tol op de Noorderbrug over de Zaan waartoe Gedeputeerde Staten financiële medewerking hebben toegezegd.

Tol Noorderbrug opgeheven

1 november 1932 is de Noorderbrug over de Zaan tolvrij geworden. Dit feit heeft de VVV in samenwerking met de buurtvereniging Ons Aller Belang aanleiding gegeven tot vreugdebetoon, dat weer een verkeersobstakel uit de weg is geruimd. De brug was met internationale vlaggen, onderling door seinvlaggetjes verbonden, versierd en 's avonds door floodlight beschenen. Ten teken van de opheffing heeft de heer K. Prins, wethouder van Openbare Werken te Zaandam in het bijzijn van vele belangstellenden een lint doorgeknipt. Daarna heeft een corps tamboers en hoornblazers van de buurtvereniging tweemaal heen en terug een mars over de brug gemaakt. Na afloop van deze plechtigheid is het gemeentebestuur van Zaandam hulde gebracht voor het genomen besluit.

Ongelijke strijd

De tolvrije zone bleek niettemin andermaal tot conflicten te leiden toen op zaterdagavond 19 augustus 1933 twee fascisten, de gebroeders Smit, van een kaartavondje bij een kennis aan het Papenpad naar huis terugkeerden en op de Noorderbrug door een groep van 15 communisten werden aangevallen. In plaats van voor de overmacht te wijken, boden zij hun aanvallers in zowel woord als daad krachtig verzet, zodanig zelfs, dat één der communisten een ongewild bad in de Zaan had moeten nemen, als niet juist op tijd de politie ter plaatse was gekomen. De communist, die reeds aan de andere zijde van de brugleuning hing, heeft het aan de politie te danken, dat hij op het droge is gebleven. De kameraden sloegen allen gedurende de komst van de politie op de vlucht. Eén der gebroeders Smit heeft een klacht bij de politie ingediend, omdat communist de Kort zijn kleren had beschadigd, door daarop een grote hoeveelheid inkt te werpen.

Provinciale bijdragen Noorderbrug

Met toepassing van de Wegen-bijdragen-verordening zijn over 1934 weer provinciale bijdragen verleend in de kosten van de wegen, voorkomende op het gewijzigd Aanvullend Wegenplan. De bijdragen voor de gemeente Zaandam over 1932 en 1933 werden ingevolge gedane toezegging in verband met de opheffing van de tol op de Noorderbrug, verhoogd met respectievelijk ƒ 6200 en ƒ 7800; de bijdrage over 1934 werd evenzo verhoogd met ƒ 5950. Met deze drie verhoogde bijdragen is thans voldaan aan bovenbedoelde toezegging. Bovendien hebben Gedeputeerde Staten voor Zaandam, eveneens in verband met de opheffing van dien tol, nog een afzonderlijke bijzondere bijdrage over 1935 in uitzicht gesteld.

Gemeente-eigendom nodeloos beschadigd

J.P., chauffeur te Zaandam, kreeg 11 november 1942 een proces verbaal omdat hij met zijn auto tegen de leuning van de Noorderbrug opreed en daaraan schade toebracht. De brugwachter J.E., te Zaandam verklaarde als getuige dat verdachte geheel zonder noodzaak aldus handelde. Kantonrechter: Verdachte beweerde dat hij gehinderd werd door een bakfiets. Getuige E.: Die bakfiets was nog een heel eind verwijderd van de auto van verdachte! Eis en vonnis f 10 of 5 dagen.

Regelen voor de veiligheid

Het is gewenst bepalingen ter beveiliging van de Noorderbrug vast te stellen. Er is daarom op 1 februari 1942 een nieuwe verordening ontworpen, die de nodige bepalingen en regelen inhoudt. De Burgemeester van Zaandam, ter waarneming van de taak van de gemeenteraad heeft daarom besloten vast te stellen een Verordening, houdende bepalingen ter beveiliging van de Noorderbrug, en gevende regelen omtrent het verkeer door en over de brug. Wij ontlenen daaraan het volgende :

  • Artikel 1. Het bedieningspersoneel van de brug is belast met het toezicht op het verkeer zowel door als op de brug. Alleen dit personeel is bevoegd de bruggen te openen of te sluiten.
  • Artikel 2. De afmetingen der brug; doorvaartwijdte van het beweegbare bruggedeelte 14 m.; vrije hoogte onder de gesloten brugklep van 1.90 tot 2.45 m. boven N.A.P.; aan de Westzijde van het beweegbare bruggedeelte een vaste doorvaartopening breed 7.30 m. en een vrije hoogte van 1.55 m. boven N.A.P.
  • Artikel 3. Het beweegbare gedeelte van de brug wordt ten dienste van de scheepvaart zoveel nodig geopend, met dien verstande echter, dat de daardoor ontstane belemmering van het verkeer over de brug, behoudens bijzondere omstandigheden, een tijdruimte van 10 minuten niet mag te boven gaan.
  • Artikel 4. Noorderbrug:
    • a. Scheepvaart: des daags: een rood bord aan de op het oostelijk deel van de vaste brug geplaatste seinpaal; doorvaart is niet vrij; een wit bord aan de op het oostelijk deel der vaste brug geplaatste seinpaal: doorvaart is vrij; des nachts: een rood licht ter weerszijden van de doorvaartopening: brug is gesloten, respectievelijk doorvaart is niet vrij; een groen licht ter weerszijden van de doorvaartopening: brug is open en de doorvaart vrij;
    • b. Landverkeer: een rood licht als waarschuwingssein, aangebracht boven de rechter weghelft ter weerszijden bij het begin der opritten van de brug en aanduidende, dat het Verkeer met uitzondering van voetgangers en wielrijders vóór het waarschuwingssein moet stilhouden tot het licht wordt gedoofd.

Het rijverkeer op de Noorderbrug

De Burgemeester van Koog aan de Zaan; Gezien het schrijven van zijn ambtgenoot van Zaandam d.d. 05-08-1942 1e afd. No. 4006, strekkende tot sluiting van de Noorderbrug, voor het verkeer in beide richtingen met motorvoertuigen op meer dan twee wielen; overwegende dat de toestand der constructie van genoemde brug het bedoelde verkeer niet toelaat; gelet op het bepaalde in art, 5 der Wegenverkeersregeling in verband met artikel 3. eerste lid sub. c van de Uitvoeringsbeschikking keer; Besluit:

  • 1. Met ingang van het tijdstip, waarop de daarvoor nodige aanduidingsborden zullen zijn aangebracht, de Noorderbrug, voor zover gelegen binnen de kom van de gemeente Koog aan de Zaan, gesloten te verklaren voor het verkeer in beide richtingen met motorrijtuigen op meer dan twee wielen.
  • 2. Het onder 1 bepaalde aan te kondigen in het deze gemeente verschijnend „Dagblad voor Noordholland”.

De gemeente Zaandam gaat in augustus 1950 over tot het verbeteren van de Noorderbrug. Op de nieuwe begroting is hiervoor ƒ 70.000 uitgetrokken. Dit bedrag toont aan, dat het autoverkeer geen kans zal krijgen van de brug gebruik te maken. Voor ƒ 70.000 zal men slechts in staat zijn de brug voor al te groot verval te behoeden.

Sloop Noorderbrug

In verband met de sloop van de Noorderbrug te Zaandam dient vanaf maandag 6 september 1976 de scheepvaart ter plaatse extra voorzichtig te navigeren. Het scheepvaartverkeer wordt geregeld door seinen en borden.


  • noorderbrug.txt
  • Laatst gewijzigd: 2019/05/25 00:19
  • door kelvin