rolrederij

De zeildoekfabricage in Krommenie zou niet tot ontwikkeling zijn gekomen zonder het coördinerende werk dat de rolreders verrichtten. De weverij, die al in de 17e eeuw tot bloei kwam, is aanvankelijk - tot ver in de 19e eeuw - in huisindustrie, dus sterk gedecentraliseerd, bedreven.

De rolreders waren kooplieden die zowel de toelevering van grondstoffen als de verwerking daarvan en de verkoop van het gerede product regelden. Zij namen de volgende taken op zich:

  • zij kochten (in het begin vooral op de Zuid hollandse eilanden) de te velde staande hennep; kwaliteit en prijs vroegen daarbij voortdurend aandacht;
  • zij organiseerden het transport van de hennep en waren betrokken bij de oprichting en de instandhouding van beurtveren (partenrederij) met het Lekgebied;
  • zij organiseerden de hennepvervezeling door de exploitatie van 'beukmolens'; ook deze molens (hennepkloppers) dreven zij meermalen in partenrederij;
  • zij distribueerden de geklopte hennep onder de voor hen werkende hekelaars, die de vezels kamden en schoonden;
  • zij exploiteerden de ziedhuizen, waarin de vezels werden geloogd (zie: Potasbranderij) en die vaak ook ten dele als spinnerij waren ingericht;
  • zij lieten partijen garen ook elders spinnen, soms in spinhuizen op grote afstand van Krommenie (transport-regeling),
  • zij hadden op z'n minst enkele tientallen thuiswevers in dienst; berekend is een gemiddelde van 60 thuiswevers per rolrederij;
  • zij dienden te zorgen voor kwaliteits- en kwantiteitsbewaking van het geweven product (de wevers hadden de neiging minder te leveren dan de overeengekomen 50 el per rol of bijvoorbeeld zwaarder doek dan was afgesproken en de rolreders namen daarom samen met de gemeente zogeheten rollemeters in dienst die de afgeleverde rollen ijkten. Rollemeter was zelfs ooit, evenals Hekelaar, een Zaanse familienaam!);
  • zij onderhielden de relaties met de afnemers, noteerden bestellingen en zorgden voor tijdige aflevering.

Klaas Woudt, aan wiens 'De geschiedenis van een Krommenieër familie-onderneming' (Krommenie 1987) bovenstaande opsomming verkort is ontleend, verzucht niet ten onrechte: 'De rolreders moeten wel duizendpoten zijn gewees!'. Van de 17e tot de 19e eeuw hebben waarschijnlijk honderden personen zich met de rolrederij beziggehouden, op het hoogtepunt van de zeildoekweverij waren dat er gelijktijdig dertig.

Zie ook: Economische geschiedenis 2.5.2.

  • rolrederij.txt
  • Laatst gewijzigd: 2016/12/01 23:28
  • door zaanlander