Verschillen

Dit geeft de verschillen weer tussen de geselecteerde revisie en de huidige revisie van de pagina.

Link naar deze vergelijking

Beide kanten vorige revisie Vorige revisie
stijfselfabricage [2018/05/13 18:18]
zaanlander [Fabricageproces]
stijfselfabricage [2019/05/02 22:34] (huidige)
80.56.195.60 ↷ Links aangepast vanwege een verplaatsing
Regel 17: Regel 17:
 Uit de Resolutie der Staten van Holland uit 1596 blijkt dat er in Wormer en Jisp in dat jaar in ieder geval al meer dan zes stijfselmakers,​ waaronder drie vrouwen, waren. In 1598 gebruikten de stijfselmakers te Wormer, mogelijk zijn die van Jisp hierbij gerekend, reeds 'ter weecke dertigh Last Tarwen'​. Wormer werd opgegeven als plaats waar de nering haar middelpunt vond, ter vergelijking:​ de Amsterdamse stijfselmakers gebruikten toen drie last tarwe per week. Uit een attestatie in het protocol van een Amsterdamse notaris uit 1619 blijkt dat uit een last tarwe circa 2000 pond stijfsel kon worden gefabriceerd. Dat wil zeggen dat de stijfselmakers van Wormer en Jisp in 1598 per week circa 60.000 pond stijfsel produceerden,​ hetgeen neerkomt op een jaarproductie van ruim 3 miljoen pond.  Uit de Resolutie der Staten van Holland uit 1596 blijkt dat er in Wormer en Jisp in dat jaar in ieder geval al meer dan zes stijfselmakers,​ waaronder drie vrouwen, waren. In 1598 gebruikten de stijfselmakers te Wormer, mogelijk zijn die van Jisp hierbij gerekend, reeds 'ter weecke dertigh Last Tarwen'​. Wormer werd opgegeven als plaats waar de nering haar middelpunt vond, ter vergelijking:​ de Amsterdamse stijfselmakers gebruikten toen drie last tarwe per week. Uit een attestatie in het protocol van een Amsterdamse notaris uit 1619 blijkt dat uit een last tarwe circa 2000 pond stijfsel kon worden gefabriceerd. Dat wil zeggen dat de stijfselmakers van Wormer en Jisp in 1598 per week circa 60.000 pond stijfsel produceerden,​ hetgeen neerkomt op een jaarproductie van ruim 3 miljoen pond. 
  
-Het aantal van meer dan zes stijfselmakers in Wormer en Jisp in 1596 en de omvang van de productie in 1598 doen vermoeden dat stijfsel en de fabricage daarvan in deze streken reeds langere tijd bekend waren. Maar op grotere schaal vond de fabricage waarschijnlijk eerst aan het eind van de 16e eeuw plaats: de komst van vluchtelingen voor de Spanjaarden,​ met name van de Vlaamse doopsgezinden,​ heeft hierbij waarschijnlijk een belangrijke rol gespeeld. De stijfselmakerij is steeds gedomineerd door de doopsgezinden. [[aten3|J. Aten]] deelde mee dat van de door hem uit transportregisters en notariële stukken opgetekende 21 exploitanten van stijfselhuizen te Wormerveer, tussen 1720 en 1862, twintig stijfselmakers doopsgezind waren en slechts één hervormd. ​+Het aantal van meer dan zes stijfselmakers in Wormer en Jisp in 1596 en de omvang van de productie in 1598 doen vermoeden dat stijfsel en de fabricage daarvan in deze streken reeds langere tijd bekend waren. Maar op grotere schaal vond de fabricage waarschijnlijk eerst aan het eind van de 16e eeuw plaats: de komst van vluchtelingen voor de Spanjaarden,​ met name van de Vlaamse doopsgezinden,​ heeft hierbij waarschijnlijk een belangrijke rol gespeeld. De stijfselmakerij is steeds gedomineerd door de doopsgezinden. [[aten_jan|J. Aten]] deelde mee dat van de door hem uit transportregisters en notariële stukken opgetekende 21 exploitanten van stijfselhuizen te Wormerveer, tussen 1720 en 1862, twintig stijfselmakers doopsgezind waren en slechts één hervormd. ​
  
 Uitzondering was Oostzaan, waar de meeste stijfselmakers hervormd waren. Uit de 17e eeuw stammen verschillende losse vermeldingen die de aanwezigheid van stijfselfabrieken in de Zaanstreek aantonen. In 1605 was sprake van de keuring van o.a. de '​Pieter Stijvelismaeckers Dam', die waarschijnlijk te Koog of Zaandijk lag. In een kaartboek van Wormerveer komt in 1635 een aantekening voor van een erf van 'Jan Cornelisz Stijfselmaecker'​. In verschillende pads-ordonnantiën is sprake van een verbod op het vestigen van stijfselmakerijen in verband met brandgevaar en schade voor de gezondheid, o.a. [[zilverpad|Zilverpad]] 1637, [[stikkelspad|Stikkels]]- en [[haringpad|Haringpad]],​ beide 1649 en [[bloemgracht|Bloemgracht]] 1655. In een stuk uit Oostzaan is sprake van iemand die zich in 1671 naar Lübeck verhuurde en zich 'van jongs aen met het stijfselmaecken alhier tot Oossanen heeft geërneert'​. ​ Uitzondering was Oostzaan, waar de meeste stijfselmakers hervormd waren. Uit de 17e eeuw stammen verschillende losse vermeldingen die de aanwezigheid van stijfselfabrieken in de Zaanstreek aantonen. In 1605 was sprake van de keuring van o.a. de '​Pieter Stijvelismaeckers Dam', die waarschijnlijk te Koog of Zaandijk lag. In een kaartboek van Wormerveer komt in 1635 een aantekening voor van een erf van 'Jan Cornelisz Stijfselmaecker'​. In verschillende pads-ordonnantiën is sprake van een verbod op het vestigen van stijfselmakerijen in verband met brandgevaar en schade voor de gezondheid, o.a. [[zilverpad|Zilverpad]] 1637, [[stikkelspad|Stikkels]]- en [[haringpad|Haringpad]],​ beide 1649 en [[bloemgracht|Bloemgracht]] 1655. In een stuk uit Oostzaan is sprake van iemand die zich in 1671 naar Lübeck verhuurde en zich 'van jongs aen met het stijfselmaecken alhier tot Oossanen heeft geërneert'​. ​
  • stijfselfabricage.txt
  • Laatst gewijzigd: 2019/05/02 22:34
  • door 80.56.195.60