verwer

Blikbedrijf in Krommenie, in 1912 opgegaan in de Verblifa (Verenigde Blikfabrieken).

Aangezien zowel de cacao- en chocolade-industrie, als brood-, koek- en beschuitfabrieken in de Zaanstreek sterk waren vertegenwoordigd, lag het voor de hand dat ook hier een blikemballage-industrie zou ontstaan. De Zaanse blikindustrie ontstond in eerste instantie evenwel niet ter bevoorrading van deze bedrijven, maar doordat het in 1885 opgerichte lakkers- en vernisbedrijf in Krommenie de beschikking kreeg over een bijzondere vernissoort.

Een van de grote moeilijkheden bij het inblikken van sommige soorten groente en fruit en van vlees was dat de eiwitbestanddelen in deze producten chemische verbinding aangingen met tin. Hierdoor trad verkleuring op. Verwer kreeg in 1889 de beschikking over de bereidingswijze van een bepaald soort vernis, die deze chemische verbinding tegenhield. En dus zeer geschikt was voor het inwendig lakken van conservenbussen. Verwer kreeg hierdoor een voorsprong op zijn concurrenten.

Het van binnen lakken van blik werd nog belangrijker toen in de Verenigde Staten het elektrolytische vertinningsprocedé, het met behulp van elektrische stroom neerslaan van tin, vanuit een waterige oplossing die tinzout bevat, overwaaide, waardoor het blik een dunnere tinlaag kreeg dan bij de tot dan gehanteerde dompelmethode. De vernis van Verwer kon de hoge temperaturen, die tijdens het sterilisatieproces werden bereikt, goed verdragen en de klantenkring van het bedrijf breidde uit. In 1891 waren enige rijke Zaanse zeildoekfabrikanten bereid de exploitatie van het nieuwe vernis financieel te ondersteunen.

Na enige maanden tijd werd een flinke winst gemaakt en kon Verwer met weinig moeite het geld voor verdere uitbreidingen zelf opbrengen. Vanaf 1889 hield Verwer zich ook bezig met de blikslagerij. Voor die tijd liet hij bussen bij Cornelis Woud in Zaandijk maken. Een voorstel van Verwer om beide bedrijven te combineren werd door Woud afgewezen. Maar Verwer's Vernis en Som Metaal Drukkerij bleef zich voorspoedig ontwikkelen, dankzij de goede kwaliteit van de producten en de mogelijkheid, met geïnvesteerd vermogen van diverse Zaanse industriëlen, de onderneming voortdurend te moderniseren en uit te breiden.

Modernisering blikslagerij

In 1897 richtte Verwer zijn blikslagerij geheel modern in. Tot 1907 groeide het bedrijf van Verwer aanzienlijk sneller dan dat van Woud en Schaap, mede doordat Verwer met zijn winstgevende methode van vernisbereiding gemakkelijker vermogen kon aantrekken. Na een langdurig arbeidsconflict bij Verwer in 1907 (zie: Staking) streefde het bedrijf van Woud en Schaap,dat van Verwer voorbij. Doordat de conjunctuur terugliep en de totale Nederlandse blikproductie sterk was gegroeid was omstreeks 1911 het aanbod van blik gelijk geworden aan de vraag. Bij verdere productievergroting kon de markt bedorven worden.

Maar beide blikemballage-fabrieken in Krommenie hadden uitbreidingsplannen. Verwer opende in 1912 een nieuwe fabriek in Utrecht, waarin ook een goed uitgeruste drukkerij-afdeling werd ondergebracht, en Woud en Schaap hadden, naast een overname van de fabriek van A.C. Vis uit Weesp, ook een werkplaats in Amsterdam gebouwd. De lasten voor beide ondernemingen waren evenwel hoog. Verwer had, met een aandelenkapitaal van fl. 800.000, twee obligatieleningen van in totaal fl. 158.000 en een bankschuld van ruim fl. 300.000, terwijl het bedrijf van Woud en Schaap, met een aandelenkapitaal van fl. 500.000, een bankschuld van fl. 108.000 en een obligatielening van fl. 138.000 had uitstaan.

Met deze hoge lasten zou het voor beide bedrijven moeilijk zijn om het voor eventuele nieuwe uitbreidingen vermogen te verkrijgen. Daarom kwamen Verwer en Woud en Schaap in het begin van 1912 bijeen om besprekingen te voeren met het doel een einde aan de concurrentie te maken. Men streefde naar een fusie. Na langdurig overleg kwamen zij tot overeenstemming: op 23 september 1912 werd de Verblifa (Verenigde Blikfabrieken) opgericht.

J. Kriek

  • verwer.txt
  • Laatst gewijzigd: 2016/12/04 22:14
  • door zaanlander