volksmuziekschool

In 1947 sprak de sectie muziek van de toenmalige Zaandamse Gemeenschap haar bezorgdheid uit over het teruglopende ledental bij de muziek- en zangverenigingen en over het gebrek aan theoretische kennis (onder andere noten lezen) bij de leden en aspirantleden van de verenigingen. Een commissie bestaande uit de wethouder van onderwijs Rinus Hille, dirigent Hein Gräfing, J. Mulder (verenigingsleven) en pianist Jan Kruijt bracht een bezoek aan de Volksmuziekschool van Willem Gehrels in Amsterdam en kwam tot de conclusie dat een muziekschool volgens het daar gehanteerde systeem ook voor Zaandam de oplossing was. Dit had tot gevolg dat op 21 oktober 1947 de Vereniging Volksmuziekschool werd opgericht. Officieel werd de muziekschool op 17 januari 1948 geopend door burgemeester J. in 't Veld.

Er werd gestart met 320 leerlingen voor de klassen Algemene Muzikale Vorming. Het lesgeld bedroeg 10 gulden per jaar. Als eerste directeur werd benoemd de heer Freek de Jong. Op 26 juni 1948 werd een raad van toezicht ingesteld bestaande uit de musici Jo van den Boogert, Cor Kee, Jan Kruijt en de heer J.L. v.d. Noordaa, directeur van de Middelbare Handelsschool. Het gemeentebestuur besloot een subsidie te verlenen van 1000 gulden per jaar. In 1951 stonden er 511 leerlingen ingeschreven, waarvan 194 voor instrumentaal onderwijs. In 1952 ontstonden hevige meningsverschillen tussen het bestuur en de directeur, hetgeen uiteindelijk tot een breuk leidde. Als nieuwe directeur werd Willem Heijstek, leraar aan het Amsterdams Conservatorium, benoemd.

Door toename van de instrumentale lessen steeg het jaarlijks tekort, ondanks het feit dat de docenten en directeur een zeer gering salaris ontvingen. In 1958 moest de directeur ontslag nemen in verband met zijn benoeming tot adjunct-directeur van het Amsterdams Conservatorium, enkele maanden later gevolgd door zijn benoeming tot directeur van het Maastrichts Conservatorium. In zijn plaats werd de Zaandamse pianopedagoge Tine Verhoef benoemd. Inmiddels was de gemeentelijke subsidie opgelopen tot 8000 gulden en werd er voor het eerst een rijkssubsidie van 1000 gulden ontvangen. Toch moest het lesgeld worden verhoogd, wat tot gevolg had dat een aantal leerlingen - met name uit de laagste inkomensgroepen - de lessen moest opzeggen.

In 1959 werd de eerste dependance geopend in de Dr. Albert Schweitzerschool. Na vele jaren ontvingen de docenten een salarisverhoging van vijf procent, mogelijk gemaakt door een verhoging van de gemeentelijke subsidie tot 12.000 gulden. In 1961 nam Tine Verhoef ontslag. Zij werd opgevolgd door de Zaandamse musicus Jan Pasveer. Bij zijn benoeming telde de school 539 leerlingen, waarvan 247 voor instrumentaal- en 39 voor balletonderwijs. Naast de parttime directeur waren er 18 docenten aan de school verbonden en bedroeg het salaris van een instrumentaal docent, afhankelijk van diensttijd, 187 tot 235 gulden per uur per jaar. Het salaris van de directeur bedroeg 5000 gulden per jaar bij een gemeentelijke subsidie van 20.500 gulden.

Een van de eerste zorgen van de nieuwe directeur betrof het verbeteren van de rechtspositie van het personeel. Door een verhoging van de gemeentelijke subsidie tot 34.500 gulden kon er een pensioenverzekering worden afgesloten en vielen de docenten onder een garantieregeling. Ook werden de salarissen opgetrokken naar een meer aanvaardbaar niveau. In februari 1963 werd mevrouw Kruijt-Langewis aangesteld als administratrice, welke functie zij tot haar pensionering in 1987 zou blijven vervullen.

In 1965 werd in Wormerveer een dependance geopend en daardoor de naam 'Volksmuziekschool Zaandam' veranderd in 'Vereniging Muziekschool Zaanstreek'. Bij het 25-jarig bestaan in 1972 telde de school 1546 leerlingen, waarvan 725 voor Algemene Muzikale Vorming en 45 personeelsleden die 440 lesuren per week verzorgden. In een beleidsnota uit 1974 werd uitgesproken dat gestreefd moest worden naar een andere beheersstructuur.

Gedacht werd aan een commissie ex art. 61 van de Gemeentewet, inhoudende een gemeentelijke status voor de school. De realisering zou nog enige jaren op zich laten wachten. Na de gemeentelijke samenvoeging in 1974 werd besloten om de Algemene Muzikale Vorming van de muziekschool in een aantal jaren te verplaatsen naar de lagere scholen, te beginnen met de voormalige Zaangemeenten. In 1974 werd in Westzaan begonnen. Op dat moment telde de muziekschool nog 896 AMV-leerlingen, verdeeld over 41 klassen terwijl in Westzaan aan 210 leerlingen AMV-les werd gegeven binnen de basisschool. De muziekschool telde toen, inclusief Westzaan, 1964 leerlingen en 52 docenten, die in totaal 488 lesuren per week verzorgden.

Gevoelig verlies

Op 3 december 1976 leed de muziekschool een gevoelig verlies door het overlijden van Rinus Hille, die vanaf de oprichting voorzitter was geweest. Opvolger werd prof. dr. Leopold A. Ankum onder wiens leiding op 1 januari 1979 de gemeentelijke status werd verkregen. De 52 personeelsleden, die op dat moment 573 lesuren verzorgden, kregen de status van gemeenteambtenaar. In datzelfde jaar vond ook een herverdeling van de rijks- en provinciale subsidie plaats in het kader van de rijksbijdrage Sociaal Cultureel Werk (RBSC).

De gemeenten werden verantwoordelijk gesteld voor de regionale activiteiten, de provincie voor de steunfuncties, terwijl het Rijk zich alleen ging bezighouden met de landelijke spreiding. Achteraf kan achter deze operatie een groot vraagteken worden geplaatst, nu gebleken is dat de minister - na het toepassen van diverse kortingen op de rijksbijdrage- deze regeling met de daaraan gekoppelde benoembaarheidseisen en de rijkserkenning, met terugwerkende kracht per 1 januari 1979 weer heeft opgeheven. De muziekschool ontving in 1982 op grond van het ingediende schoolwerkplan de zogenaamde Rijkserkenning.

In 1979 werd 'De Boet' in Poelenburg ingericht als studio voor de lessen slagwerk en lichte muziek. In 1980 werd een oudercommissie ingesteld die enkele jaren later werd omgezet in een ouder-leerlingenraad. Deze heeft ook het beheer over het instrumentenfonds van de school. In 1981 was de AMV aan de muziekschool volledig afgebouwd en verplaatst naar alle basisscholen in Zaanstad. Vijf consulenten hadden per week 96 uur ter beschikking om alle basisscholen te bedienen. Uit bezuinigingsoverwegingen werd aan de school in 1982 een urenlimiet opgelegd. Voortaan mocht er nog slechts 521 uur instrumentaal onderwijs worden gegeven en 100 uur aan de steunfunctie AMV voor de basisscholen worden besteed. In 1983 werd de school opgedragen om tot 1987 120.000 gulden te bezuinigen.

Toch kon er een parttime adjunct-directeur worden benoemd in de persoon van Antoon Zandbergen. De consequentie was echter dat de urenlimiet voor instrumentaal onderwijs werd teruggebracht tot 501 uur per week. Een ander gevolg van de bezuinigingen was dat de zogenaamde ADV (arbeidsduurverkorting-uren) maar gedeeltelijk mochten worden herbezet. Toch bleef de aanmelding van nieuwe leerlingen groot, ook voor de afdeling Lichte Muziek, met onder andere een popworkshop, die onder leiding van Nol Sicking werd begonnen. Veel leerlingen moesten op de wachtlijst worden geplaatst. Vermeldenswaard is de toename van het Samenspel, 20 uur 30 minuten, waarvan de organisatie in handen was van het staflid Ruud van der Brugge.

De lessen van de Muziekschool werden aanvankelijk gegeven in de Feniksschool en de Stationsstraatschool. Vanaf 1949 werd de voormalige Vondelschool aan de Zeemansstraat in Zaandam het hoofdgebouw voor de instrumentale lessen. De lessen AMV werden gegeven in lokalen van de lagere scholen in diverse wijken van Zaandam en later in Zaanstad. Vanaf 1965 werden de lessen in Wormerveer gegeven in de Prof. Kohnstammschool. In 1967 werd begonnen met nieuwbouw voor de hoofdvestiging naast de aula-concertzaal De Speeldoos onder architectuur van G.M.C. Bakker. Op 1 januari 1970 werd de nieuwe school door de heer G. Egas, lid van Gedeputeerde Staten, in gebruik genomen. Bij die gelegenheid werd de directeur benoemd in een volledige betrekking. De nieuwbouw was een kroon op het werk van secretaris J. Mulder, vanaf de oprichting bestuurssecretaris.

In 1983 kreeg de muziekschool de voormalige RK-basisschool aan de Snuiverstraat te Krommenie toegewezen als vestiging voor de afdeling Zaanstreek-Noord. Reeds in 1974 wees de directeur er op dat de hoofdvestiging aan de Vincent van Goghweg niet meer aan de eisen voldeed, door uitbreiding van het aantal lesuren, invoering van groepslessen en toename van het samenspel. Negen van de twaalf lokalen waren verstoken van daglicht en verder ontbraken een docentenkamer, bibliotheekruimte, vergaderzalen en een kantine. Ook de ventilatie liet veel te wensen over. Bij de behandeling van de meerjarenbegroting in 1989 drong de raad er unaniem bij het college van B & W op aan in 1990 te starten met nieuwbouw voor de hoofdvestiging van de Gemeentelijke Muziekschool op het voormalige Sabelterrein aan de Westzijde, tegenover de Bullekerk te Zaandam. Vanaf 1991 maakt de daar geopende Gemeentelijke Muziekschool deel uit van het Centrum voor de Kunsten FluXus.

Bron: o.a. Jan Pasveer

Literatuur

  • Encyclopedie van de muziek, Elsevier. 1959;
  • A. van Braam e.a.. Zaandam 150 jaar stad. 1962.

Auteur dankt Mw. T. Kruijt voor haar ondersteunende voorbereidende werkzaamheden. Voorts mocht gebruik worden gemaakt van het persoonlijk archief van Cor Kroonenberg.

  • volksmuziekschool.txt
  • Laatst gewijzigd: 2019/03/13 12:41
  • door zaanlander