wagenschotzagerij

Dit is een oude revisie van het document!


Onderdeel van de houtzagerijplugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigHoutzagerij

Het zagen van hout in Houtzaagmolens en later in stoomhoutzagerijen. De Zaanse familiebedrijven in het houtvak hielden zich zowel met de handelskant als met de zagerij bezig; de ontwikkeling van de Zaanse houtzagerij is daardoor niet los te zien van de Zaanse
, waarbij men zich toelegde op het zagen van wagenschot, een fijn soort eikehout dat werd gebruikt als wandbekleding in interieurs. Ook wagenmakers gebruikten wagenschot, maar de naam is mogelijk een verbastering van “weeg' ('wand'). Wagenschotzagerij werd uitgevoerd in paltroksplugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigPaltrok

Molentype, alleen toegepast voor de houtzagerij. De paltrokken, waarvan er meer dan 200 in de Zaanstreek zijn geweest, kenmerken zich door een aan drie zijden open werkvloer (zaaggrond), een geteerd (dus donker) uiterlijk en het feit dat bij het kruien de gehele molenmassa over een rolring wordt rondgedraaid; de paltrok is hierdoor een onderkruier in tegenstelling tot de
. Bij de wagenschotzagers waren grote houttuinen, waar de gezaagde 'bladen' te drogen werden gezet. Als de bladen 'winddroog' waren, werden zij in loodsen geplaatst.

De wagenschotzagerij was vooral van belang door de export naar Engeland. Met name in de jaren 1630-'50 en 1715-'30 kende de Zaanse houtzagerij hierdoor bloeiperioden. Vanaf rond 1740 hieven de Engelsen zeer hoge invoerrechten op buitenlands gezaagd hout en in 1752 volgde een invoerverbod in de Zuidelijke Nederlanden; dit betekende feitelijk de doodklap voor de Zaanse wagenschotzagerij.

Zie ook: Economische geschiedenis 2.6.2.

  • /home/zaanwiki/domains/zaanwiki.nl/private_html/encyclopedie/data/attic/wagenschotzagerij.1556727472.txt.gz
  • Laatst gewijzigd: 2020/09/06 18:04
  • (Externe bewerking)