watertoren

Toren waarin de mogelijkheid aanwezig is tijdelijk water op te slaan. Daartoe bevindt zich in de toren een zogenoemd hoogreservoir. Het bekendst zijn de watertorens ten behoeve van de drinkwatervoorziening, die na 1850 overal in ons land gebouwd zijn. Daarnaast verrezen er ook watertorens op fabrieksterreinen, onder andere ten behoeve van de sprinklerinstallaties. En er waren vroeger watertorens langs de spoorlijnen om de stoomlocomotieven van water te voorzien.

De eerste Nederlandse watertoren ten behoeve van de drinkwatervoorziening verrees in 1856 in de provincie Noord-Holland, en wel in Den Helder. De al in 1908 weer afgebroken toren was rond van vorm. De bakstenen muren waren op sobere wijze voorzien van enkele lisenen (platte, verticale, iets vooruitspringende banden). In tegenstellling tot wat later gangbaar werd, kraagde de toren aan de bovenzijde nog niet uit (werd niet breder). Pas na 1870 zouden er nieuwe watertorens in Nederland opgericht worden, het eerst in de grote steden. Nadat Rotterdam in 1873 een ronde watertoren had gekregen en Den Haag (in Scheveningen) in 1874 een veelhoekige, verrees in Katwijk aan de Rijn een ronde watertoren ten behoeve van de Leidse drinkwatervoorziening. Evenals de Helderse watertoren was de Katwijkse voorzien van lisenen. Bovendien was er bovenaan een rondboogfries (een rand van ronde boogjes), als ging het om een romaanse toren uit de middeleeuwen, inplaats van een moderne watertoren.

Nadat er watertorens waren gebouwd in Groningen (1880), Dordrecht (1882), Gouda (1883) en Delfshaven (1883) kreeg al in 1885 ook de Zaanstreek een watertoren, en wel buiten Assendelft. Die watertoren is als oudste bewaard gebleven in Noord-Holland en als zodanig op de provinciale monumentenlijst geplaatst. De toren werd opgetrokken in opdracht van de Maatschappij tot Exploitatie van Waterleidingen in Nederland (zie: Waterleiding), naar ontwerp van D. de Leeuw jr. Het was een sober rond bakstenen bouwsel, voorzien van lisenen en net als de toren in Katwijk, een rondboogfries.

Korte tijd later zouden de eerste watertorens verrijzen van een nieuw type, waarvan het bovenste deel, waarin zich het waterreservoir bevindt, iets uitkraagt. Dit nieuwe type toont wat eleganter dan de vroegere, plompe torens. Ook in de Zaanstreek kwamen er zulke watertorens, bijvoorbeeld op enkele fabrieksterreinen aan de Zaan, zoals bij de voormalige zeepfabriek De Adelaar te Wormerveer, gebouwd door de firma Jan Dekker in 1896. Hier is echter geen sprake van een ronde toren, maar een vierkante. Op het dak staat heel bijzonder - een adelaar. De toren was gebouwd ten behoeve van de sprinklerinstallatie. Ook bij Verkade en Van Gelder Zonen verrees een watertoren.

Zoals meer watertorens werd ook die van Assendelft in later tijd gemoderniseerd. In 1922 kwam er een nieuwe, iets uitkragende, bovenbouw op, waarvan de constructie in gewapend beton werd uitgevoerd. Dat beton werd in het zicht gelaten. Na de laatste wereldoorlog raakten vele oude watertorens buiten gebruik. Dat lot overkwam ook de toren te Assendelft.

Zie ook: Landschappen 3.6.

Carla Rogge

Literatuur: Bescherming van watertorens in de provincie Noord-Holland, Haarlem 1988.

  • watertoren.txt
  • Laatst gewijzigd: 2019/05/10 23:48
  • door 157.55.39.66