westzaandam

Verschillen

Dit geeft de verschillen weer tussen de geselecteerde revisie en de huidige revisie van de pagina.

Link naar deze vergelijking

Beide kanten vorige revisie Vorige revisie
Laatste revisie Beide kanten volgende revisie
westzaandam [2016/09/27 14:52]
jan
westzaandam [2016/10/11 12:11]
jan ↷ Links aangepast vanwege een verplaatsing
Regel 24: Regel 24:
  
  
-In economisch opzicht vormden Oost- en Westzaandam een eenheid. Er ontstond de belangrijkste concentratie van bedrijven in de Zaanstreek. Daardoor groeiden de aanvankelijk arme dorpen uit tot bloeiende gemeenschappen. Van [[Braam]] is in zijn studie '​Westzaandam in de tijd van de Republiek` uitgebreid ingegaan op de economische structuur van het dorp. Hij concludeerde dat een lange periode van expansie (1590-1730) gevolgd werd door een periode van geleidelijke teruggang (1730-1795). Daarbinnen onderscheidde hij: een periode van snelle vooruitgang (1600-1650),​ een fase van vertraagde groei (globaal van 1650 tot 1710), een tweede periode van groei (ongeveer van 1710 tot 1730), vervolgens een tijd van wankeling en recessie (tot omstreeks 1760) en - na een kortstondige opleving - een fase van definitief verval (na 1760). De Franse tijd, tenslotte, was zoals bekend een periode van algemene malaise. Om deze analyse te staven, trachtte Van Braam de '​toppen'​ van de economische bedrijvigheid vast te leggen, waarbij hij de volgende indicatoren koos: Oostzeevaart,​ nieuwbouw molens, scheepsbouw,​ walvisvaart en houtveilingen. De Oostzeevaart kwam het eerst tot bloei. Tussen 1614 en 1623 werd het hoogtepunt bereikt. vervolgens trad verval in tot het eind van de 17e eeuw en tenslotte ging deze handel geheel teloor. De Westzaandamse molenbouw had haar meest productieve jaren tussen 1640 en 1649. Na een soms onstuimige groei vanaf 1690, volgde een periode van verval tot het tweede kwart van de 18e eeuw. Daarna was er meer sprake van incidentele bouwopdrachten. De groei van de scheepsbouw was gestager. Na een bescheiden aanzet aan het begin van de 17e eeuw groeide deze sector uit tot de motor van de Zaanse economie. Rond 1700 werd het hoogtepunt bereikt, daarna volgde een geleidelijke teruggang, een stabiele periode tussen 1760 en 1770 en een depressie in de volgende jaren. De walvisvaart wist zich lange tijd als bestaansbron te handhaven en is in Westzaandam tussen 1680 en 1730 voortdurend van betekenis geweest. Wellicht was de oorzaak mede dat de scheepsbouwers hun voor eigen risico gebouwde en niet verkochte schepen zelf ter walvisvaart uitreedden. Na 1730 volgde een periode van verval, met dieptepunten tijdens de Engelse oorlogen. De Westzaandamse houtveilingen hadden hun hoogtepunt rond 1720. Het was bereikt dankzij gestage groei van de houthandel sinds 1690. Na 1725 trad  snel verval in tot 1740, daarna vlakte de neergaande lijn af. Tot zover Van Braam. Overzichten van [[Hart]] en Van der [[Woude]] geven een aardige indruk van de bedrijvigheid in Westzaandam in 1731. In  dat jaar waren in het dorp de volgende bedrijven: zaagmolens 159, oliemolens 13, pelmolens 4, papiermolens 5, tabaksstampers 6, verfmolens 4, meelmolens 1, runmolens 1, mosterdmolens 1, stijfselhuizen 1, traankokerijen 1, lijnbanen 1, weefhuizen 1, leerlooierijen 1, kaashuizen 2, timmerwerven 2, pakhuizen 73, kaatsen 10, scheepstimmerwerven 15. Totaal aantal bedrijven 301. +In economisch opzicht vormden Oost- en Westzaandam een eenheid. Er ontstond de belangrijkste concentratie van bedrijven in de Zaanstreek. Daardoor groeiden de aanvankelijk arme dorpen uit tot bloeiende gemeenschappen. Van [[Braam]] is in zijn studie '​Westzaandam in de tijd van de Republiek` uitgebreid ingegaan op de economische structuur van het dorp. Hij concludeerde dat een lange periode van expansie (1590-1730) gevolgd werd door een periode van geleidelijke teruggang (1730-1795). Daarbinnen onderscheidde hij: een periode van snelle vooruitgang (1600-1650),​ een fase van vertraagde groei (globaal van 1650 tot 1710), een tweede periode van groei (ongeveer van 1710 tot 1730), vervolgens een tijd van wankeling en recessie (tot omstreeks 1760) en - na een kortstondige opleving - een fase van definitief verval (na 1760). De Franse tijd, tenslotte, was zoals bekend een periode van algemene malaise. Om deze analyse te staven, trachtte Van Braam de '​toppen'​ van de economische bedrijvigheid vast te leggen, waarbij hij de volgende indicatoren koos: Oostzeevaart,​ nieuwbouw molens, scheepsbouw,​ walvisvaart en houtveilingen. De Oostzeevaart kwam het eerst tot bloei. Tussen 1614 en 1623 werd het hoogtepunt bereikt. vervolgens trad verval in tot het eind van de 17e eeuw en tenslotte ging deze handel geheel teloor. De Westzaandamse molenbouw had haar meest productieve jaren tussen 1640 en 1649. Na een soms onstuimige groei vanaf 1690, volgde een periode van verval tot het tweede kwart van de 18e eeuw. Daarna was er meer sprake van incidentele bouwopdrachten. De groei van de scheepsbouw was gestager. Na een bescheiden aanzet aan het begin van de 17e eeuw groeide deze sector uit tot de motor van de Zaanse economie. Rond 1700 werd het hoogtepunt bereikt, daarna volgde een geleidelijke teruggang, een stabiele periode tussen 1760 en 1770 en een depressie in de volgende jaren. De walvisvaart wist zich lange tijd als bestaansbron te handhaven en is in Westzaandam tussen 1680 en 1730 voortdurend van betekenis geweest. Wellicht was de oorzaak mede dat de scheepsbouwers hun voor eigen risico gebouwde en niet verkochte schepen zelf ter walvisvaart uitreedden. Na 1730 volgde een periode van verval, met dieptepunten tijdens de Engelse oorlogen. De Westzaandamse houtveilingen hadden hun hoogtepunt rond 1720. Het was bereikt dankzij gestage groei van de houthandel sinds 1690. Na 1725 trad  snel verval in tot 1740, daarna vlakte de neergaande lijn af. Tot zover Van Braam. Overzichten van [[hart_dr_simon]] en Van der [[Woude]] geven een aardige indruk van de bedrijvigheid in Westzaandam in 1731. In  dat jaar waren in het dorp de volgende bedrijven: zaagmolens 159, oliemolens 13, pelmolens 4, papiermolens 5, tabaksstampers 6, verfmolens 4, meelmolens 1, runmolens 1, mosterdmolens 1, stijfselhuizen 1, traankokerijen 1, lijnbanen 1, weefhuizen 1, leerlooierijen 1, kaashuizen 2, timmerwerven 2, pakhuizen 73, kaatsen 10, scheepstimmerwerven 15. Totaal aantal bedrijven 301. 
  
 Zie ook: [[Economische]] geschiedenis 1.1.3., 2.3.1., 2.3.2., 2.3.3., 2.5.1.. 2.5.5., 2.6.2., 2.6.3.. 2.7.. 2.8.1., 2.8.2., 2.9.1., 2.9.2.. 2.9.3.. 210.1.. 210.2., 2.103., 3.1.1.\\ Zie ook: [[Economische]] geschiedenis 1.1.3., 2.3.1., 2.3.2., 2.3.3., 2.5.1.. 2.5.5., 2.6.2., 2.6.3.. 2.7.. 2.8.1., 2.8.2., 2.9.1., 2.9.2.. 2.9.3.. 210.1.. 210.2., 2.103., 3.1.1.\\
  • westzaandam.txt
  • Laatst gewijzigd: 2019/04/30 15:01
  • door 77.160.134.130