windrecht

Al door de graven van Holland werd het gebruik van molens belast. Was voor de bouw ervan een vergunning vereist (zie Windbnefplugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigWindbrief

Akte van vergunning tot het bouwen van een windmolen, waarin voorts de bepalingen omtrent het Windrecht waren geregeld.

Windbrieven waren een vereiste voor het bouwen van een molen. Desondanks zijn niet van alle bekende molens ook de windbrieven bekend. Deze zijn vermoedelijk verloren geraakt. In een aantal gevallen was de windbrief van jongere datum dan de molen zelf. De oudst bekende windbrieven met betrekking op de Zaanstreek dateren uit de 16e eeuw.
), jaarlijks diende aan de grafelijkheid windrecht te worden betaald, een pachtsom voor het gebruik van de wind

Toen in 1581 graaf Philips II werd afgezworen, naastten de Staten van Holland ook de windpacht, waardoor elk jaar een aanzienlijk bedrag in de schatkist vloeide Door het grote aantal industnemolens dat hier in de 17e eeuw werd gebouwd, was de Zaanstreek een aantrekkelijk 'wingewest' Elders hield het windrecht (van vooral korenmolens) dikwijls in dat de inwoners zich uitsluitend van gepriviligeerde molens mochten bedienen men sprak dan van ban- of dwangmolens.

Toen de Staten van Holland, door geldgebrek gedwongen, de ambachtsheerlijkhedenplugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigAmbachtsheerlijkheid

Historisch belangrijk begrip, waaraan drie betekenissen moeten worden toegekend:

* het aan een ambachtsheer toegekende overheidsgezag met alle daaraan verbonden rechten; * het gebied waarover dit gezag zich uitstrekte; *
de mogelijkheid boden zich te verzelfstandigen (de banneplugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigBanne

Zie: Ban (banne) en Bestuur en rechtspraak 1.2.4.
van Westzanen betaalde daarvoor in 1729 ƒ300.000) werd het windrecht een be-langrijke bron van inkomsten voor de bestu-ren van de lagere overheden. Dit duurde tot 1795, de belasting kwam door de omwente- ling (zie *Franse tijd) te vervallen Daarna werd het wmdrecht alleen nog in juridische zin gehanteerd als servituut of erfdienstbaarheid, waarbij ten behoeve van een windmolen op nabijgelegen percelen (de zogenoemde 'lijdende erven') niet, of alleen tot een bepaalde hoogte gebouwd of geplant mag worden.

Toen de economische betekenis van de molens gaandeweg verdween, werd met de handhaving van dit burgerlijk recht echter veelvuldig de hand gelicht.

  • /home/zaanwiki/domains/zaanwiki.nl/private_html/encyclopedie/data/pages/windrecht.txt
  • Laatst gewijzigd: 2020/09/17 12:21
  • (Externe bewerking)