zeildoekweverij

Verschillen

Dit geeft de verschillen weer tussen de geselecteerde revisie en de huidige revisie van de pagina.

Link naar deze vergelijking

Beide kanten vorige revisie Vorige revisie
Volgende revisie
Vorige revisie
Laatste revisie Beide kanten volgende revisie
zeildoekweverij [2016/09/26 22:08]
han
zeildoekweverij [2018/03/20 18:07]
zaanlander
Regel 3: Regel 3:
 === Oorsprong === === Oorsprong ===
  
-Het ontstaan van de Krommenieër zeildoekweverij wordt op verschillende manieren verklaard. Enerzijds wordt daarvoor verwezen naar de opmerkingen van prof. dr. A. van [[Braam]]. '​Aangenomen wordt dat deze tak van bedrijf in de 16e eeuw door doopsgezinde wevers uit de Zuidelijke Nederlanden en/of Frankrijk in de streek is geïntroduceerd'​. Van Braam geeft daarmee de mening weer van Jacob [[Honig]] Jansz. Jr.: 'De overleveringen zeggendat zij in 1520-1530 uit Vlaanderen en Frankrijk door vervolgden om het geloof zijn overgebragt'​.+Het ontstaan van de Krommenieër zeildoekweverij wordt op verschillende manieren verklaard. Enerzijds wordt daarvoor verwezen naar de opmerkingen van [[Braam|Prof. dr. Aris van Braam]]. '​Aangenomen wordt dat deze tak van bedrijf in de 16e eeuw door doopsgezinde wevers uit de Zuidelijke Nederlanden en/of Frankrijk in de streek is geïntroduceerd'​. Van Braam geeft daarmee de mening weer van [[honig_jacob_janszoon_jr|Jacob ​Honig Jansz. Jr.]]: 'De overleveringen zeggen dat zij in 1520-1530 uit Vlaanderen en Frankrijk door vervolgden om het geloof zijn overgebragt'​.
  
-Anderzijds uitte S. [[Lootsma]] reeds twijfel aan de juistheid hiervan: '​Indien de weverijen in Krommenie van buitenlandse oorsprong zouden zijn, blijft het vreemd dat het naburige Assendelft in 1514 reeds 20 wevers bezat. Dat wil zeggen in een jaar dat er nog geen sprake was van geloofsvervolging'​. K. [[Woudt]] verstevigde deze twijfel: '[[In]] de geraadpleegde bronnen is nergens steun voor de veronderstelling van Honig te vinden. De namen van de rolredersgeslachten klinken overwegend Noord-Hollands,​ denk aan Kaars en Kuyper. Tot het tegendeel zou worden bewezen ga ik ervan uit dat de Zaanstreek zich ook wat de weverij betreft uit eigen kracht ontwikkelde'​.+Anderzijds uitte [[Lootsma|Sipke ​Lootsma]] reeds twijfel aan de juistheid hiervan: '​Indien de weverijen in Krommenie van buitenlandse oorsprong zouden zijn, blijft het vreemd dat het naburige Assendelft in 1514 reeds 20 wevers bezat. Dat wil zeggen in een jaar dat er nog geen sprake was van geloofsvervolging'​. [[woudt_klaas|Klaas ​Woudt]] verstevigde deze twijfel: 'In de geraadpleegde bronnen is nergens steun voor de veronderstelling van Honig te vinden. De namen van de rolredersgeslachten klinken overwegend Noord-Hollands,​ denk aan Kaars en Kuyper. Tot het tegendeel zou worden bewezen ga ik ervan uit dat de Zaanstreek zich ook wat de weverij betreft uit eigen kracht ontwikkelde'​.
  
-Zowel Lootsma als Woudt leggen eerder dan met de komst van de réfugie'​s verband met het weven als thuisnijverheid,​ zoals dat in de Zaanse boerendorpen al veel vroeger werd beoefend. Feit is dat de zeildoekweverij ​(de boeren weefden aanvankelijk linnen, mogelijk ook woltot ver in de 19e eeuw voornamelijk gebruik maakte van thuiswevers. Vooral volgens Woudt zou het heel goed verklaarbaar zijn dat de al aanwezige kennis en de eveneens aanwezige weefgetouwen benut gingen worden. Toen in de l7e eeuw bij de Zaanse grootscheepmakers vraag ontstond naar zeildoek.+Zowel Lootsma als Woudt leggen eerder dan met de komst van de réfugie'​s verband met het weven als thuisnijverheid,​ zoals dat in de Zaanse boerendorpen al veel vroeger werd beoefend. Feit is dat de zeildoekweverijde boeren weefden aanvankelijk linnen, mogelijk ook woltot ver in de 19e eeuw voornamelijk gebruik maakte van thuiswevers. Vooral volgens Woudt zou het heel goed verklaarbaar zijn dat de al aanwezige kennis en de eveneens aanwezige weefgetouwen benut gingen worden. Toen in de 17e eeuw bij de Zaanse grootscheepmakers vraag ontstond naar zeildoek.
 === Zeildoek === === Zeildoek ===
  
-Het Zaanse zeildoek werd geweven van voorbewerkte en tot garen gesponnen hennepvezels. Aanvankelijk werd de hennep ingevoerd uit de Lopiker-, Krimpener- en Alblasserwaard,​ waar dit gewas in de 17e eeuw werd geteeld in verband met de winning van hennepolie. De stengels, het hennepstro, waren een nevenproduct dat door Zaanse rolreders werd gekocht. In zogenoemde beukmolens, ([[hennepkloppers]]werden deze stengels vervezeld. Vervolgens werden de vezels door hekelaars gekamd en van ongerechtigheden ontdaan, waarna bewerking in een ziedhuis volgde. Hier kookte men de hennepvezels onder toevoeging van potas (zie: [[Potasbranderij]]).+Het Zaanse zeildoek werd geweven van voorbewerkte en tot garen gesponnen hennepvezels. Aanvankelijk werd de hennep ingevoerd uit de Lopiker-, Krimpener- en Alblasserwaard,​ waar dit gewas in de 17e eeuw werd geteeld in verband met de winning van hennepolie. De stengels, het hennepstro, waren een nevenproduct dat door Zaanse rolreders werd gekocht. In zogenoemde beukmolens ​of [[hennepklopperij|hennepkloppers]] werden deze stengels vervezeld. Vervolgens werden de vezels door [[hekelaars|hekelaars]] ​gekamd en van ongerechtigheden ontdaan, waarna bewerking in een ziedhuis volgde. Hier kookte men de hennepvezels onder toevoeging van potas in de [[Potasbranderij]].
  
-Na dit feitelijke ​'logen' (met een tweeledig doel: de stugheid van de vezel verminderde en de hennep werd ontkleurd, vrijwel witwerden vezels tot garen gesponnen en geweven. Teruggevonden 19-eeuwse monsters zeildoek ​(zowel 'grauw doek' ​als het veel duurdere, witte 'Hollands doek'​) ​leren dat het eindproduct toen nog tot een halve centimeter dik was. Voor scheeps- en molenzeilen was doek van grote dichtheid en sterkte gewenst.+Na dit feitelijke logenmet een tweeledig doel: de stugheid van de vezel verminderde en de hennep werd ontkleurd, vrijwel witwerden vezels tot garen gesponnen en geweven. Teruggevonden 19-eeuwse monsters zeildoekzowel grauw doek als het veel duurdere, witte Hollands doekleren dat het eindproduct toen nog tot een halve centimeter dik was. Voor scheeps- en molenzeilen was doek van grote dichtheid en sterkte gewenst.
 === Rolrederij === === Rolrederij ===
  
-Voortbouwend op de veronderstelling dat de vraag vanuit de Zaandamse scheepsbouw aan het begin van de 17e eeuw leidde tot gebruikmaking van de kennis van de thuiswevende boeren, ligt het voor de hand dat de productie van zeildoek moest worden georganiseerd. Het weven was nog volledig handwerk en vroeg veel tijd. Tien rollen zeildoek, elk van 50 ellen (34 m) vergden van een thuiswever gemiddeld een jaar hard werken. Gezien de grote behoefte aan zeildoek moesten er vele thuiswerkers worden ingeschakeld. De grote zeilschepen voerden een oppervlakte van honderden vierkante meters aan zeilen en bijzeilen. Bij de binnenvaart en in mindere mate de molens ​groeide eveneens de vraag naar het product.+Voortbouwend op de veronderstelling dat de vraag vanuit de Zaandamse scheepsbouw aan het begin van de 17e eeuw leidde tot gebruikmaking van de kennis van de thuiswevende boeren, ligt het voor de hand dat de productie van zeildoek moest worden georganiseerd. Het weven was nog volledig handwerk en vroeg veel tijd. Tien rollen zeildoek, elk van 50 ellen of 34 meter lengte ​vergden van een thuiswever gemiddeld een jaar hard werken. Gezien de grote behoefte aan zeildoek moesten er vele thuiswerkers worden ingeschakeld. De grote zeilschepen voerden een oppervlakte van honderden vierkante meters aan zeilen en bijzeilen. Bij de binnenvaart en in mindere mate de molensgroeide eveneens de vraag naar het product.
  
-Als schakel tussen vraag en aanbod was de rolrederij onmisbaar. De rolreders organiseerden niet alleen de productie, zij kochten de grondstoffen in en begeleidden verder alle fasen van het vervaardigingsproces. Woudt somt achtereenvolgens op (hier in verkorte weergave): 'De rolreders moeten wel duizendpoten zijn geweest om zich met alle aspecten te kunnen bemoeien. Om hun werkzaamheden nog even te repeteren: -zij kochten de te velde staande hennep; -zij organiseerden het transport en waren betrokken bij de beurtveren met het Lekgebied; -zij organiseerden de vervezeling in de hennepkloppers,​ die zij doorgaans in panenrederij exploiteerden;​ -zij distribueerden de hennep over de voor hen werkende hekelaars; -zij exploiteerden de ziedhuizen, die ten dele ook als spinnerij waren ingericht; -zij lieten het garen ten dele elders spinnen ​(archiefonderzoek leerde dat de rolreders contacten onderhielden met tientallen spinhuizen, verspreid door het hele land); -zij hadden elk op z'n minst tientallen thuiswevers in dienst ​(Woudt berekende een 18-eeuws gemiddelde van 60 thuiswevers per rolreder); -zij zorgden voor kwaliteits- en kwantiteitsbewaking ​(de thuiswevers trachtten dikwijls minder doek op een rol te winden of door [[losser]] weven meer productie te bereiken): op hun aandringen waren daartoe door de plaatselijke overheid onafhankelijke rollemeters aangesteld; -niet de geringste ​taak was het vinden van afnemers in binnen- en buitenland'​.+Als schakel tussen vraag en aanbod was de rolrederij onmisbaar. De rolreders organiseerden niet alleen de productie, zij kochten de grondstoffen in en begeleidden verder alle fasen van het vervaardigingsproces. Woudt somthier in verkorte weergave, achtereenvolgens op: 'De rolreders moeten wel duizendpoten zijn geweest om zich met alle aspecten te kunnen bemoeien. Om hun werkzaamheden nog even te repeteren: ​ 
 +  * -zij kochten de te velde staande hennep; ​ 
 +  * -zij organiseerden het transport en waren betrokken bij de beurtveren met het Lekgebied; ​ 
 +  * -zij organiseerden de vervezeling in de hennepkloppers,​ die zij doorgaans in panenrederij exploiteerden; ​ 
 +  * -zij distribueerden de hennep over de voor hen werkende hekelaars; ​ 
 +  * -zij exploiteerden de ziedhuizen, die ten dele ook als spinnerij waren ingericht; ​ 
 +  * -zij lieten het garen ten dele elders spinnen, zo bleek uit archiefonderzoek ​dat leerde dat de rolreders contacten onderhielden met tientallen spinhuizen, verspreid door het hele land;  
 +  * -zij hadden elk op z'n minst tientallen thuiswevers in dienst. Klaas Woudt berekende een 18-eeuws gemiddelde van 60 thuiswevers per rolreder; ​ 
 +  * -zij zorgden voor kwaliteits- en kwantiteitsbewaking. De thuiswevers trachtten dikwijls minder doek op een rol te winden of door losser weven meer productie te bereiken. Op hun aandringen waren daartoe door de plaatselijke overheid onafhankelijke rollemeters aangesteld; ​ 
 +  * -zij hadden ​de niet geringe ​taak afnemers ​te vinden ​in binnen- en buitenland'​.
 === Omvang productie === === Omvang productie ===
  
 De omvang van de vroege huisweverij is niet meer vast te stellen. Pas uit de 18e eeuw zijn gegevens bekend. Jacob Honig Jansz. Jr. leidde uit het aantal geproduceerde rollen af hoeveel thuiswevers daaraan moeten hebben gewerkt. Hij berekende dat er tussen 1725 en 1825 een gemiddeld aantal van 2315 wevers werkzaam was. Of dit aantal de werkelijkheid benadert, is uit elkaar tegensprekende andere bronnen niet na te gaan. Lootsma kwam op grond van de jaarproductie tot het vermoeden dat in de 18e eeuw ruim 3000 arbeidskrachten bij de zeildoekweverij waren betrokken, maar voegt daaraan toe: Een berekening die blijkbaar foutief is, want in het verzoek der Krommenieër regenten in 1747 aan Willem IV wordt gezegd dat 'de menigte des volks die daar van hun bestaan moeten hebben, wel tot het getal van 10.000 menschen zal beloopen.'​. ​ De omvang van de vroege huisweverij is niet meer vast te stellen. Pas uit de 18e eeuw zijn gegevens bekend. Jacob Honig Jansz. Jr. leidde uit het aantal geproduceerde rollen af hoeveel thuiswevers daaraan moeten hebben gewerkt. Hij berekende dat er tussen 1725 en 1825 een gemiddeld aantal van 2315 wevers werkzaam was. Of dit aantal de werkelijkheid benadert, is uit elkaar tegensprekende andere bronnen niet na te gaan. Lootsma kwam op grond van de jaarproductie tot het vermoeden dat in de 18e eeuw ruim 3000 arbeidskrachten bij de zeildoekweverij waren betrokken, maar voegt daaraan toe: Een berekening die blijkbaar foutief is, want in het verzoek der Krommenieër regenten in 1747 aan Willem IV wordt gezegd dat 'de menigte des volks die daar van hun bestaan moeten hebben, wel tot het getal van 10.000 menschen zal beloopen.'​. ​
  
-Met dit laatste cijfer zijn ongetwijfeld inwoners bedoeld en geen arbeidskrachten. Houden wij ons aan Honig'​s gemiddelde van ruim 2300 wevers, dan lijkt dit geen onjuiste schatting. Althans niet voor de topjaren. Want zoals elke nijverheid was ook de zeildoekweverij aan de schommeling van gunstige en minder gunstige tijden onderhevig. Bij het aantal wevers moeten al die anderen worden gevoegd, die op andere wijze de zeildoekfabricage mogelijk maakten. De molenaars van de hennepkloppers,​ de hekelaars, de potasbranders,​ het personeel van de ziedhuizen, de spinners en spinsters, de rolreders en rollemeters en de schippers die voor alle  vervoer zorg droegen.+Met dit laatste cijfer zijn ongetwijfeld inwoners bedoeld en geen arbeidskrachten. Houden wij ons aan Honig'​s gemiddelde van ruim 2300 wevers, dan lijkt dit geen onjuiste schatting. Althans niet voor de topjaren. Want zoals elke nijverheid was ook de zeildoekweverij aan de schommeling van gunstige en minder gunstige tijden onderhevig. Bij het aantal wevers moeten al die anderen worden gevoegd, die op andere wijze de zeildoekfabricage mogelijk maakten. De molenaars van de hennepkloppers,​ de hekelaars, de potasbranders,​ het personeel van de ziedhuizen, de spinners en spinsters, de rolreders en rollemeters en de schippers die voor alle vervoer zorg droegen.
  
-Samen vormen zij een ongeteld, maar indrukwekkend aantal betrokkenen in vooral KrommenieKrommeniedijk en Assendelft. Dorpen die in economisch opzicht ​- even afgezien van de veehouderij ​vrijwel geheel van de zeildoeknijverheid afhankelijk waren. En dat enkele honderden jaren achtereen. Nogmaals, van de 17e-eeuwse productie is niets bekend. Gezien het feit dat de Zaanse scheepsbouw zich in die eeuw snel ontwikkelde,​ mag worden aangenomen dat er toen al een aanzienlijke productie zal hebben plaatsgehad. Ook als er rekening wordt gehouden met een aanloopperiode van onbekende duur, waarin de vervaardiging van zeildoek moest worden geleerd en georganiseerd.+Samen vormen zij een ongeteld, maar indrukwekkend aantal betrokkenen in vooral KrommenieKrommeniedijk en Assendelft. Dorpen die in economisch opzichtafgezien van de veehouderijvrijwel geheel van de zeildoeknijverheid afhankelijk waren. En dat enkele honderden jaren achtereen. Nogmaals, van de 17e-eeuwse productie is niets bekend. Gezien het feit dat de Zaanse scheepsbouw zich in die eeuw snel ontwikkelde,​ mag worden aangenomen dat er toen al een aanzienlijke productie zal hebben plaatsgehad. Ook als er rekening wordt gehouden met een aanloopperiode van onbekende duur, waarin de vervaardiging van zeildoek moest worden geleerd en georganiseerd.
  
-Wel is er door dr. J. Zeeman een lijst samengesteld van de Krommenieër productie over de jaren 1725 tot 1862, gepubliceerd in het '​Staatkundig en Staathuishoudkundig Jaarboekje'​ over 1863. Het daarin vermelde aantal geproduceerde rollen wisselde uiteraard van jaar tot jaar. Het beliep in 1725 33.271 rollen en werd voor 1862 geschat op 23.000 a 24.000. In de [[Franse]] ​tijd en vlak daarna ​(zoals bekend een periode van zware depressiedaalde het aantal tot een minimum van 4488 (1812). Het jaargemiddelde over de jaren 1725 tot 1765, de meest productieve periode, komt uit op ruim 26.000 rollen zeildoek per jaar, dat wil zeggen: jaarlijks een baan zeildoek van 900 kilometer lengte, geweven door handwerkers in huiskamers, boerenschuren en kaatsen in Krommenie en naaste omgeving.+Wel is er door dr. J. Zeeman een lijst samengesteld van de Krommenieër productie over de jaren 1725 tot 1862, gepubliceerd in het '​Staatkundig en Staathuishoudkundig Jaarboekje'​ over 1863. Het daarin vermelde aantal geproduceerde rollen wisselde uiteraard van jaar tot jaar. Het beliep in 1725 33.271 rollen en werd voor 1862 geschat op 23.000 a 24.000. In de [[Franse]] en vlak daarnazoals bekend een periode van zware depressiedaalde het aantal ​in 1812 tot een minimum van 4488. Het jaargemiddelde over de jaren 1725 tot 1765, de meest productieve periode, komt uit op ruim 26.000 rollen zeildoek per jaar, dat wil zeggen: jaarlijks een baan zeildoek van 900 kilometer lengte, geweven door handwerkers in huiskamers, boerenschuren en kaatsen in Krommenie en naaste omgeving.
  
-Tegen een weefloon van niet meer dan enkele guldens per week, als er flink werd doorgewerkt. Onder de thuiswerkers heerste soms schrijnende armoede. De breedte van het doek was afhankelijk van de getouwbreedte,​ die zeker in het begin niet was gestandaardiseerd en naar schatting varieerde van 60 tot 80 centimeter. Eerst bij de machinale weverij werd een standaardrolbreedte gehanteerd. Het doek was zeer zwaar. Pas tijdens de Eerste Wereldoorlog is in de Verenigde Staten veel dunner en lichter zeil- en tentdoek ontwikkeld, later verder verfijnd.Eerder is al opgemerkt dat 19e-eeuwse monsters een dikte tot een halve centimeter hebben.+Tegen een weefloon van niet meer dan enkele guldens per week, als er flink werd doorgewerkt. Onder de thuiswerkers heerste soms schrijnende armoede. De breedte van het doek was afhankelijk van de getouwbreedte,​ die zeker in het begin niet was gestandaardiseerd en naar schatting varieerde van 60 tot 80 centimeter. Eerst bij de machinale weverij werd een standaardrolbreedte gehanteerd. Het doek was zeer zwaar. Pas tijdens de Eerste Wereldoorlog is in de Verenigde Staten veel dunner en lichter zeil- en tentdoek ontwikkeld, later verder verfijnd. Eerder is al opgemerkt dat 19e-eeuwse monsters een dikte tot een halve centimeter hebben.
 === Industrialisatie en neergang === === Industrialisatie en neergang ===
  
Regel 39: Regel 48:
 De Eerste Wereldoorlog bracht nieuwe tegenslag. Niet alleen daalde de binnenlandse vraag nog sterker en werd export onmogelijk, na de oorlog bleek dat in Amerika inmiddels doekkwaliteiten ontwikkeld waren die niet alleen veel lichter waren, maar die ook in prijs met het Hollandse doek konden concurreren. Dit was feitelijk de genadeklap voor de weverijnijverheid in Krommenie. De fabrieken van Kaars Sijpesteijn en Van Leyden overleefden en maakten zich de productiewijze van licht zeildoek, later zelfs met toepassing van kunststofvezels,​ eigen. De Eerste Wereldoorlog bracht nieuwe tegenslag. Niet alleen daalde de binnenlandse vraag nog sterker en werd export onmogelijk, na de oorlog bleek dat in Amerika inmiddels doekkwaliteiten ontwikkeld waren die niet alleen veel lichter waren, maar die ook in prijs met het Hollandse doek konden concurreren. Dit was feitelijk de genadeklap voor de weverijnijverheid in Krommenie. De fabrieken van Kaars Sijpesteijn en Van Leyden overleefden en maakten zich de productiewijze van licht zeildoek, later zelfs met toepassing van kunststofvezels,​ eigen.
  
-Niettemin konden deze bedrijven zich, internationaal gezien, alleen nog in de marge handhaven. De Veto (dat was de latere naam van de weverij van [[Kaars]] ​Sijpesteijn) ​overleefde het langst doordat de productie werd verlegd naar brandstofslangen en, veel belangrijker,​ naar jutedoek. Dit laatste werd op basis van langjarige contracten gefabriceerd voor de verwante linoleumindustrie. De weverij D. van [[Leyden]] & Zoon sloot eind jaren [[60]], nadat het bedrijf was overgenomen door de textielfabriek Nijverdal ten Cate. De Veto beëindigde in 1981 de productie. Dit bedrijf werd in andere vorm voortgezet door de oprichting van de Tufton-tapijtfabriek,​ die zich in de bedrijfsgebouwen van de weverij vervolgens tot een succesvolle onderneming ontwikkelde (zie: [[Tufton]]. Supplement).+Niettemin konden deze bedrijven zich, internationaal gezien, alleen nog in de marge handhaven. De Vetodat was de latere naam van de weverij van [[Kaars]]overleefde het langst doordat de productie werd verlegd naar brandstofslangen en, veel belangrijker,​ naar jutedoek. Dit laatste werd op basis van langjarige contracten gefabriceerd voor de verwante linoleumindustrie. De weverij ​[[Leyden|D. van Leyden & Zoon]] sloot eind jaren '60, nadat het bedrijf was overgenomen door de textielfabriek Nijverdal ten Cate. De Veto beëindigde in 1981 de productie. Dit bedrijf werd in andere vorm voortgezet door de oprichting van de Tufton-tapijtfabriek,​ die zich in de bedrijfsgebouwen van de weverij vervolgens tot een succesvolle onderneming ontwikkelde(zie: [[Tufton|Koninklijke Tufton BV]]. 
  
-Voor de werkgelegenheid in Krommenie en naaste omgeving had de geleidelijke achteruitgang van de weverijnijverheid minder ​emstige ​gevolgen dan men zou verwachten. Toen de bedrijfstak zich mechaniseerde konden vele thuiswerkers emplooi vinden bij de opkomende [[sigarenmakerij]] in het dorp. Kort daarna ontstond in Krommenie de [[blikemballage]]-industrie die aan velen werk bood. En tenslotte zou in 1899 de linoleumfabriek ​(thans ​[[Forbo]]-Krommenie) ​worden gesticht, een industrie van internationale allure, die feitelijk uit de weverij voortkwam en zijn snelle groei dankte aan het zakelijk inzicht van een rolreders- en zeildoekweversgeslacht. Zie ook: [[Economische]] geschiedenis 1.2.2., 2.5.2.. 3.5.1. Literatuur.' J. Honing ​Jansz. Jr.Geschiedenis der Zaanlanden. Haarlem 1849; S. [[Lootsma]]De geschiedenis der zeildoekweverij tot ongeveer 1860, in: Historische Studiën over de Zaanstreek II. Koog 1950: K. WoudtVan Canefas tot Coralde geschiedenis van een Krommenieër familie-onderneming,​ Krommenie 1987.    +Voor de werkgelegenheid in Krommenie en naaste omgeving had de geleidelijke achteruitgang van de weverijnijverheid minder ​ernstige ​gevolgen dan men zou verwachten. Toen de bedrijfstak zich mechaniseerde konden vele thuiswerkers emplooi vinden bij de opkomende [[sigarenmakerij]] in het dorp. Kort daarna ontstond in Krommenie de [[blikemba|blikemballage]]-industrie die aan velen werk bood. En tenslotte zou in 1899 de linoleumfabriek, tegenwoordig ​[[Forbo|Forbo Krommenie BV]]worden gesticht, een industrie van internationale allure, die feitelijk uit de weverij voortkwam en zijn snelle groei dankte aan het zakelijk inzicht van een rolreders- en zeildoekweversgeslacht. 
 + 
 +Zie ook: [[eco:​economische_ontwikkeling_voor_1580#​haringvaart_oostzeevaart|Economische geschiedenis 1.2.2]][[eco:​economische_ontwikkeling_1580-1800#​zeildoekweverij_hennepklopperij_rolrederij|2.5.2]]en [[eco:​economische_ontwikkeling_na_1800#​zeildoekweverij_touwslagerij|3.5.1]]. 
 + 
 +**Literatuur** 
 + 
 +  * [[honig_jacob_janszoon_jr|Jacob Honig Jansz. Jr.]] Geschiedenis der Zaanlanden. Haarlem 1849;  
 +  * [[Lootsma|Sipke ​Lootsma]]De geschiedenis der zeildoekweverij tot ongeveer 1860, in: Historische Studiën over de Zaanstreek II. Koog 1950
 +  * [[woudt_klaas|Klaas ​Woudt]], Van Canefas tot Coralde geschiedenis van een Krommenieër familie-onderneming,​ Krommenie 1987.  
  • zeildoekweverij.txt
  • Laatst gewijzigd: 2019/05/01 10:02
  • door 66.249.64.59