archeologie

Verschillen

Dit geeft de verschillen weer tussen de geselecteerde revisie en de huidige revisie van de pagina.

Link naar deze vergelijking

Beide kanten vorige revisie Vorige revisie
Laatste revisie Beide kanten volgende revisie
archeologie [2017/11/10 17:03]
zaanlander
archeologie [2017/11/13 15:44]
zaanlander
Regel 42: Regel 42:
  
 [{{ :​afb_b_en_c.jpg?​700|**Links:​ b.**  //Omstreeks 1900 v Chr. Assendelft op de grens van het gebied waar de zee invloed deed gelden.// [{{ :​afb_b_en_c.jpg?​700|**Links:​ b.**  //Omstreeks 1900 v Chr. Assendelft op de grens van het gebied waar de zee invloed deed gelden.//
-**Rechts: c.** //Omstreeks 1000 v Chr. De monding van het Oer-IJ is naar het noorden verlegd//​}}]Door voortdurende aangroei aan de bovenkant, zakten deze hoogveenplekken door hun eigen gewicht weg in de slappe rietveenbodem. Aldus werden eilandjes, met een diameter variërend tussen 50 en 200 meter, gevormd die in de hierna te bespreken periode de basis vormden van de bewoning in de Assendelver polder (afb. d, blz 38). Na de afsluiting van het zeegat bij Beverwijk kon het gebied rond het Oer-IJ-estuarium niet meer direct op de Noordzee afwateren. Hierdoor steeg het grondwaterpeil in het veengebied, totdat het water een uitweg vond ten noorden van Assendelft, tussen Heemskerk en Uitgeest. Op die plaats ontwikkelde zich een riviertje dat het achterland op de Noordzee liet afwateren. Zo ontstond een natuurlijke opening. Ook de zee kreeg hierdoor weer invloed op het gebied. Vooral bij noordwester stormen werden grote watermassa'​s naar binnen geperst door de opening die zich hierdoor verbreedde en al snel de omvang van een estuarium aannam. Het veen in het achterland was inmiddels zo hoog opgegroeid dat het tijdens stormvloeden niet meer overstroomde;​ er ontstond een vrij groot niveauverschil tussen het grondwaterpeil in het veen en het normale zeewaterniveau. Hierdoor ontstonden in het randgebied het westelijk deel van de Assendelver polders afwateringskreken die het hoge grondwater uit het veengebied afvoerden naar de lagere zee. Door deze ontwatering van het randgebied stopte de veengroei. Het gebied werd hiermee geschikt voor bewoning. Zie voor de geologische ontwikkeling voorts bij: [[Landschap]]).+**Rechts: c.** //Omstreeks 1000 v Chr. De monding van het Oer-IJ is naar het noorden verlegd//​}}]Door voortdurende aangroei aan de bovenkant, zakten deze hoogveenplekken door hun eigen gewicht weg in de slappe rietveenbodem. Aldus werden eilandjes, met een diameter variërend tussen 50 en 200 meter, gevormd die in de hierna te bespreken periode de basis vormden van de bewoning in de Assendelver polder (afb. d). Na de afsluiting van het zeegat bij Beverwijk kon het gebied rond het Oer-IJ-estuarium niet meer direct op de Noordzee afwateren. Hierdoor steeg het grondwaterpeil in het veengebied, totdat het water een uitweg vond ten noorden van Assendelft, tussen Heemskerk en Uitgeest. Op die plaats ontwikkelde zich een riviertje dat het achterland op de Noordzee liet afwateren. Zo ontstond een natuurlijke opening. Ook de zee kreeg hierdoor weer invloed op het gebied. Vooral bij noordwester stormen werden grote watermassa'​s naar binnen geperst door de opening die zich hierdoor verbreedde en al snel de omvang van een estuarium aannam. Het veen in het achterland was inmiddels zo hoog opgegroeid dat het tijdens stormvloeden niet meer overstroomde;​ er ontstond een vrij groot niveauverschil tussen het grondwaterpeil in het veen en het normale zeewaterniveau. Hierdoor ontstonden in het randgebied het westelijk deel van de Assendelver polders afwateringskreken die het hoge grondwater uit het veengebied afvoerden naar de lagere zee. Door deze ontwatering van het randgebied stopte de veengroei. Het gebied werd hiermee geschikt voor bewoning. Zie voor de geologische ontwikkeling voorts bij: [[Landschap]]).
  
 == 2.2. Vroege bewoning (Vroege IJzertijd, 650-550 v. Chr.) == == 2.2. Vroege bewoning (Vroege IJzertijd, 650-550 v. Chr.) ==
Regel 78: Regel 78:
 De Assendelver polders zijn in de Vroeg Romeinse tijd het meest intensief bewoond geweest. Door een verbeterde afwatering was niet alleen de gehele randzone van het rietmoeras voor bewoning geschikt, maar ook delen van het rietmoeras zelf. Ook het deel van Krommenie, gelegen tussen de Zuider- en de Noorderhoofdstraat en de Ham alsmede de Krommenieër Woudpolder, waren toen bewoond. Het totaal aantal vindplaatsen uit deze bewoningsperiode beloopt in de Assendelver polders ruim negentig, terwijl dit aantal in Krommenie ruim twintig is. De grote overeenkomst tussen het hier gevonden aardewerk met dat uit het Friese Terpengebied uit dezelfde periode geeft duidelijk de relatie aan tussen beide gebieden, toen overigens nog niet gescheiden door het IJsselmeer. De Assendelver polders zijn in de Vroeg Romeinse tijd het meest intensief bewoond geweest. Door een verbeterde afwatering was niet alleen de gehele randzone van het rietmoeras voor bewoning geschikt, maar ook delen van het rietmoeras zelf. Ook het deel van Krommenie, gelegen tussen de Zuider- en de Noorderhoofdstraat en de Ham alsmede de Krommenieër Woudpolder, waren toen bewoond. Het totaal aantal vindplaatsen uit deze bewoningsperiode beloopt in de Assendelver polders ruim negentig, terwijl dit aantal in Krommenie ruim twintig is. De grote overeenkomst tussen het hier gevonden aardewerk met dat uit het Friese Terpengebied uit dezelfde periode geeft duidelijk de relatie aan tussen beide gebieden, toen overigens nog niet gescheiden door het IJsselmeer.
  
-In deze periode maakte het zuidelijk deel van Nederland, vanaf de Oude Rijn, deel uit van het Romeinse Rijk. Met onder andere het bouwen van twee fortificaties bij Velsen in de eerste helft van de 1e eeuw na Chr., te weten van 15-30 na Chr. en van 40 50 na Chr., trachtten de Romeinen grip te krijgen op het gebied ten noorden van de Rijn. Zo dicht bij de Zaanstreek gelegen, moet deze Romeinse aanwezigheid ongetwijfeld invloed hebben gehad op de bewoners van dit gebied. Hoe groot die invloed was valt moeilijk na te gaan, ook de omvang van de inheemse bevolking in deze periode is nog moeilijk vast te stellen. In verschillende vindplaatsen in Assendelft en Krommenie zijn fragmenten van Romeins aardewerk gevonden. Niet valt na te gaan in hoeverre dit aardewerk afkomstig is van ruilhandel danwel dat het op andere wijze door de toenmalige bevolking is verkregen.+In deze periode maakte het zuidelijk deel van Nederland, vanaf de Oude Rijn, deel uit van het Romeinse Rijk. Met onder andere het bouwen van twee fortificaties bij Velsen in de eerste helft van de 1e eeuw na Chr., te weten van 15-30 na Chr. en van 40-50 na Chr., trachtten de Romeinen grip te krijgen op het gebied ten noorden van de Rijn. Zo dicht bij de Zaanstreek gelegen, moet deze Romeinse aanwezigheid ongetwijfeld invloed hebben gehad op de bewoners van dit gebied. Hoe groot die invloed was valt moeilijk na te gaan, ook de omvang van de inheemse bevolking in deze periode is nog moeilijk vast te stellen. In verschillende vindplaatsen in Assendelft en Krommenie zijn fragmenten van Romeins aardewerk gevonden. Niet valt na te gaan in hoeverre dit aardewerk afkomstig is van ruilhandel danwel dat het op andere wijze door de toenmalige bevolking is verkregen.
  
 == 2.6 't Hain == == 2.6 't Hain ==
  • archeologie.txt
  • Laatst gewijzigd: 2017/11/20 01:00
  • door zaanlander