oostzeevaart

Verschillen

Dit geeft de verschillen weer tussen de geselecteerde revisie en de huidige revisie van de pagina.

Link naar deze vergelijking

Beide kanten vorige revisie Vorige revisie
Volgende revisie
Vorige revisie
oostzeevaart [2016/06/20 20:39]
wies
oostzeevaart [2019/04/30 14:17]
145.53.196.148 ↷ Links aangepast vanwege een verplaatsing
Regel 1: Regel 1:
 ==== Oostzeevaart ==== ==== Oostzeevaart ====
-Handelsvaart op met name de Scandinavische en Baltische landen, met grote deelname van Zaankanters in de eerste helft van de 17eeuw. In die tijd waarschijnlijk één van de pijlers van de Zaanse economie. De Oostzeevaart (of: Sontvaart) was zeer belangrijk voor de opkomst van het gewest Holland. De stad Amsterdam heeft er mede haar bloei aan te danken. De Amsterdamse stapelmarkt was als het ware een spin in een web waarin allerlei goederen samen kwamen om met winst te worden verhandeld. Bevrachtingscontracten van bijvoorbeeld Oostzaanse kooplieden op de Oostzeevaart bevestigen dit beeld. In het Amsterdamse notariële archief heeft  [[Hart|S.Hart]] 537 contracten gevonden, die tussen 1598 en 1698 zijn opgesteld voor Oostzaanse kooplieden. Zij geven een goed beeld van de vervoerde goederen, van de tonnage van de ingezette schepen en van de route die deze voeren. Het notariële archief is niet de enige bron van informatie over de Oostzeevaart. Denemarken liet vanaf het begin van de 15e eeuw elk schip dat de Sont passeerde, bij Helsingör tol betalen. De scheepsbewegingen in deze straat Zijn geregistreerd en bewaard gebleven. Slechts zes Duitse Hanzesteden waren vrij van tol. Hollanders werd vaak vermindering van tol toegestaan. De tol bleef tot 1857, toen Denemarken met 30,5 miljoen Deense daalders werd uitgekocht. ​+Handelsvaart op met name de Scandinavische en Baltische landen, met grote deelname van Zaankanters in de eerste helft van de 17eeuw. In die tijd waarschijnlijk één van de pijlers van de Zaanse economie. De Oostzeevaart (of: Sontvaart) was zeer belangrijk voor de opkomst van het gewest Holland. De stad Amsterdam heeft er mede haar bloei aan te danken. De Amsterdamse stapelmarkt was als het ware een spin in een web waarin allerlei goederen samen kwamen om met winst te worden verhandeld. Bevrachtingscontracten van bijvoorbeeld Oostzaanse kooplieden op de Oostzeevaart bevestigen dit beeld. In het Amsterdamse notariële archief heeft  [[hart_dr_simon|S.Hart]] 537 contracten gevonden, die tussen 1598 en 1698 zijn opgesteld voor Oostzaanse kooplieden. Zij geven een goed beeld van de vervoerde goederen, van de tonnage van de ingezette schepen en van de route die deze voeren. Het notariële archief is niet de enige bron van informatie over de Oostzeevaart. Denemarken liet vanaf het begin van de 15e eeuw elk schip dat de Sont passeerde, bij Helsingör tol betalen. De scheepsbewegingen in deze straat Zijn geregistreerd en bewaard gebleven. Slechts zes Duitse Hanzesteden waren vrij van tol. Hollanders werd vaak vermindering van tol toegestaan. De tol bleef tot 1857, toen Denemarken met 30,5 miljoen Deense daalders werd uitgekocht. ​
  
 Hoe belangrijk de Nederlanders een open Sont vonden bleek in 1658 toen een Nederlandse vloot onder leiding van Van Wassenaar van Obdam een ten gunste van de Denen ingezette Zweedse vloot versloeg. De Nederlandse Oostzeevaart kreeg grote klappen gedurende de Noordse oorlog (1655-1660) en zou zich nadien nooit meer geheel herstellen. De Zaanse Oostzeevaart dateerde al van de eerste helft van de 16e eeuw. Tussen 1537 en 1548 passeerden in totaal 199 aan de Zaan thuishorende schepen de Sonttol. Voordien werden in het jaar 1497 al twee Zaanse schippers geregistreerd. ​ [[Braam|Van Braam]] gaat er van uit dat tot 1580 het aantal betrekkelijk weinig toenam. Vanaf 1590 was er sprake van een snelle groei van het aantal Zaanse doorvaarten. De periode 1590-1640 geldt als bloeiperiode van de Zaanse Oostzeevaart. Na 1720 werden alleen Zaandamse schepen in de Sonttolregisters opgenomen. Dat waren er achtereenvolgens: ​ Hoe belangrijk de Nederlanders een open Sont vonden bleek in 1658 toen een Nederlandse vloot onder leiding van Van Wassenaar van Obdam een ten gunste van de Denen ingezette Zweedse vloot versloeg. De Nederlandse Oostzeevaart kreeg grote klappen gedurende de Noordse oorlog (1655-1660) en zou zich nadien nooit meer geheel herstellen. De Zaanse Oostzeevaart dateerde al van de eerste helft van de 16e eeuw. Tussen 1537 en 1548 passeerden in totaal 199 aan de Zaan thuishorende schepen de Sonttol. Voordien werden in het jaar 1497 al twee Zaanse schippers geregistreerd. ​ [[Braam|Van Braam]] gaat er van uit dat tot 1580 het aantal betrekkelijk weinig toenam. Vanaf 1590 was er sprake van een snelle groei van het aantal Zaanse doorvaarten. De periode 1590-1640 geldt als bloeiperiode van de Zaanse Oostzeevaart. Na 1720 werden alleen Zaandamse schepen in de Sonttolregisters opgenomen. Dat waren er achtereenvolgens: ​
Regel 19: Regel 19:
 Schippers en bemanningsleden konden gewoonlijk '​voering'​ meenemen. Dit was een hoeveelheid goederen, die men vrachtvrij transporteerde en die op de plaats van bestemming voor eigen rekening werd verkocht. Op deze voering hoefde men in Amsterdam en in de Oostzeehavens vaak geen in- of uitvoerrechten te betalen. Uit het voorafgaande zou ten onrechte afgeleid kunnen worden dat alleen zout, wijn, pek, teer, ijzer en koper werden vervoerd. Belangrijk waren echter ook hout, granen en zaden. Vooral voor Zaandam waren deze goederen van toenemend belang. Mede door de geregelde houtaanvoer uit Scandinavië kon Zaandam een belangrijk houthandels-,​ houtzagerij- en scheepsbouw-centrum worden. Het is niet bekend in hoeverre het aantal Zaanse handelscontracten en/of het aantal doorvaarten van schepen met een Zaanse schipper de werkgelegenheid in de Zaanstreek heeft bevorderd. Zonder twijfel is de invloed positief geweest. ​ Schippers en bemanningsleden konden gewoonlijk '​voering'​ meenemen. Dit was een hoeveelheid goederen, die men vrachtvrij transporteerde en die op de plaats van bestemming voor eigen rekening werd verkocht. Op deze voering hoefde men in Amsterdam en in de Oostzeehavens vaak geen in- of uitvoerrechten te betalen. Uit het voorafgaande zou ten onrechte afgeleid kunnen worden dat alleen zout, wijn, pek, teer, ijzer en koper werden vervoerd. Belangrijk waren echter ook hout, granen en zaden. Vooral voor Zaandam waren deze goederen van toenemend belang. Mede door de geregelde houtaanvoer uit Scandinavië kon Zaandam een belangrijk houthandels-,​ houtzagerij- en scheepsbouw-centrum worden. Het is niet bekend in hoeverre het aantal Zaanse handelscontracten en/of het aantal doorvaarten van schepen met een Zaanse schipper de werkgelegenheid in de Zaanstreek heeft bevorderd. Zonder twijfel is de invloed positief geweest. ​
  
-Het percentage zeelieden in Noord-Holland boven het IJ nam in de periode 1650-1740 duidelijk af. Deze afname is terug te vinden in de Sonttolregisters. Zeker is dat na 1700 de Oostzeevaart geen belangrijke bron van werkgelegenheid meer was. In een poging om het belang van de Oostzeevaart voor de herkomstplaatsen van de schippers uit te drukken, heeft [[Woude|van der Woude]] het aantal doorvaarten in de jaren 1617-1626 afgezet tegen het aantal inwoners in 1622. Per 1000 inwoners was het aantal doorvaarten in die tien jaar voor Zaandam 207, voor (te zamen) Krommenie en Krommeniedijk 44 en voor Oostzaan 10. Alleen dorpen als Ransdorp (231), Akersloot (204) en Schellingwoude (281) benaderen of overtreffen het Zaandamse gemiddelde. De schepen die de goederen vervoerden waren meestal eigendom van [[partenrederij|partenrederijen]] Soms hadden deze rederijen zelfs deelnemers in de Oostzeehavens. [[Braam|Van Braam]] veronderstelt dat vele kooplieden in de Baltische gebieden doopsgezinde relaties hadden, die in hun ondernemingen deelnamen. De Oostzeevaart is na 1640 van ondergeschikt belang geworden. Oorzaken waren: de nadelige invloed van de Eerste Engelse Oorlog (1652-1654),​ de opkomst van de walvisvaart,​ houthandel en scheepsbouw (die als winstobjecten meer aandacht trokken) en de opkomst van andere Nederlandse gewesten. De Vierde Engelse Oorlog (1780-1784) en de [[franse|Franse tijd]] maakten definitief een eind aan de Zaanse Oostzeevaart. ​+Het percentage zeelieden in Noord-Holland boven het IJ nam in de periode 1650-1740 duidelijk af. Deze afname is terug te vinden in de Sonttolregisters. Zeker is dat na 1700 de Oostzeevaart geen belangrijke bron van werkgelegenheid meer was. In een poging om het belang van de Oostzeevaart voor de herkomstplaatsen van de schippers uit te drukken, heeft [[Woude|van der Woude]] het aantal doorvaarten in de jaren 1617-1626 afgezet tegen het aantal inwoners in 1622. Per 1000 inwoners was het aantal doorvaarten in die tien jaar voor Zaandam 207, voor (te zamen) Krommenie en Krommeniedijk 44 en voor Oostzaan 10. Alleen dorpen als Ransdorp (231), Akersloot (204) en Schellingwoude (281) benaderen of overtreffen het Zaandamse gemiddelde. De schepen die de goederen vervoerden waren meestal eigendom van [[partenrederij|partenrederijen]]Soms hadden deze rederijen zelfs deelnemers in de Oostzeehavens. [[Braam|Van Braam]] veronderstelt dat vele kooplieden in de Baltische gebieden doopsgezinde relaties hadden, die in hun ondernemingen deelnamen. De Oostzeevaart is na 1640 van ondergeschikt belang geworden. Oorzaken waren: de nadelige invloed van de Eerste Engelse Oorlog (1652-1654),​ de opkomst van de walvisvaart,​ houthandel en scheepsbouw (die als winstobjecten meer aandacht trokken) en de opkomst van andere Nederlandse gewesten. De Vierde Engelse Oorlog (1780-1784) en de [[franse_tijd|Franse tijd]] maakten definitief een eind aan de Zaanse Oostzeevaart. ​
  
 Zie ook: [[Economische]] 1.2.2.. 2.3.2. ​ Zie ook: [[Economische]] 1.2.2.. 2.3.2. ​
  • oostzeevaart.txt
  • Laatst gewijzigd: 2019/04/30 14:17
  • door 145.53.196.148