belasting

Verschillen

Dit geeft de verschillen weer tussen de geselecteerde revisie en de huidige revisie van de pagina.

Link naar deze vergelijking

Beide kanten vorige revisie Vorige revisie
belasting [2017/02/22 20:53]
jan
belasting [2019/05/04 10:04] (huidige)
82.75.181.182 ↷ Links aangepast vanwege een verplaatsing
Regel 27: Regel 27:
 Ieder moest dus een staat van zijn bezit opmaken. Men kon betalen in specie of werk, goud of zilver of met zogenoemde recepissen, bewijzen van storting in een lening ten laste van het land. Opdat niet openbaar zou worden wat iemand bezat, deponeerde men zijn bijdrage in een gesloten kist met een gleuf. De aanslag in de personele quotisatie heeft vier maal plaats gehad; in 1745, 1746, 1747 en 1748. In alle gevallen bleven de opbrengsten achter bij de ramingen. ​ Ieder moest dus een staat van zijn bezit opmaken. Men kon betalen in specie of werk, goud of zilver of met zogenoemde recepissen, bewijzen van storting in een lening ten laste van het land. Opdat niet openbaar zou worden wat iemand bezat, deponeerde men zijn bijdrage in een gesloten kist met een gleuf. De aanslag in de personele quotisatie heeft vier maal plaats gehad; in 1745, 1746, 1747 en 1748. In alle gevallen bleven de opbrengsten achter bij de ramingen. ​
  
-Aan het einde van de 18e eeuw bestonden de inkomsten van Zaandam hoofdzakelijk uit de prikschot. Dit was een belasting, gebaseerd op een geschat inkomen of bezit of op een aanslag in de belasting op onroerend goed. De hoogte van de prik moest geregeld vastgesteld worden. In de [[franse|Franse tijd]] ging de prik regelmatig omhoog. In 1797 kwam de prik in [[Oostzaandam]] van f 8 op f 11. De inkwartiering der Franse troepen in 1795 en de inval der Engelsen en Russen in 1799 hebben bijzondere uitgaven van [[Westzaandam]] gevraagd. De inkwartiering in 1795 kostte ruim f 5.500. De dorpen kregen toestemming opcenten te heffen op de landelijke imposten. Dat waren accijnzen op wijn, bier, turf en meel, op het schoorsteengeld en op de transportkosten van onroerende goederen. ​ De indirecte belastingen,​ waaraan iedereen mee moest betalen werden verhoogd. In Westzaandam verschafte men zich geld door leningen. Dit had weer tot gevolg dat de rentelast - meestal vier procent - voor de dorpskas een te zware belasting werd. Er waren jaarlijks tekorten. In 1805 waren de inkomsten f 18.310. De belangrijkste inkomsten waren de personele omslag, d.w.z. het prikkeschot groot 1.300 prikken = f 13.000. Opcenten op de accijns van wijn, bier en turff 2.880. Opcenten bij het transport van onroerende goederen f 1.600. ​+Aan het einde van de 18e eeuw bestonden de inkomsten van Zaandam hoofdzakelijk uit de prikschot. Dit was een belasting, gebaseerd op een geschat inkomen of bezit of op een aanslag in de belasting op onroerend goed. De hoogte van de prik moest geregeld vastgesteld worden. In de [[franse_tijd|Franse tijd]] ging de prik regelmatig omhoog. In 1797 kwam de prik in [[Oostzaandam]] van f 8 op f 11. De inkwartiering der Franse troepen in 1795 en de inval der Engelsen en Russen in 1799 hebben bijzondere uitgaven van [[Westzaandam]] gevraagd. De inkwartiering in 1795 kostte ruim f 5.500. De dorpen kregen toestemming opcenten te heffen op de landelijke imposten. Dat waren accijnzen op wijn, bier, turf en meel, op het schoorsteengeld en op de transportkosten van onroerende goederen. ​ De indirecte belastingen,​ waaraan iedereen mee moest betalen werden verhoogd. In Westzaandam verschafte men zich geld door leningen. Dit had weer tot gevolg dat de rentelast - meestal vier procent - voor de dorpskas een te zware belasting werd. Er waren jaarlijks tekorten. In 1805 waren de inkomsten f 18.310. De belangrijkste inkomsten waren de personele omslag, d.w.z. het prikkeschot groot 1.300 prikken = f 13.000. Opcenten op de accijns van wijn, bier en turff 2.880. Opcenten bij het transport van onroerende goederen f 1.600. ​
  
 Daartegenover bedroegen de uitgaven f 24.190. De belangrijkste lasten waren: subsidie aan het dorps-. [[armenhuizen|wees- en armenhuis]] f 12.500, aflossingen en intrest f 4.237. In 1805 was er dus een tekort van f 5.880. In 1810 waren de inkomsten en uitgaven resp. f 28.806 en f 31.371. Oostzaan wist het klaar te spelen het evenwicht tussen inkomsten en uitgaven te bewaren. Nadat in 1804 de schuldenlast in Oostzaandam opgelopen was tot bijna f 22.000 heeft men een plan goedgekeurd om 5/8 procent te heffen van de bezittingen van ieder die meer dan f 500 bezat. Deze heffing leverde f 23.909 op. Het bezit waarop geheven werd had dus een waarde van f 3.825.000. Hiermee was het hele tekort verdwenen. Ook de volgende jaren had men geen tekorten. ​ Daartegenover bedroegen de uitgaven f 24.190. De belangrijkste lasten waren: subsidie aan het dorps-. [[armenhuizen|wees- en armenhuis]] f 12.500, aflossingen en intrest f 4.237. In 1805 was er dus een tekort van f 5.880. In 1810 waren de inkomsten en uitgaven resp. f 28.806 en f 31.371. Oostzaan wist het klaar te spelen het evenwicht tussen inkomsten en uitgaven te bewaren. Nadat in 1804 de schuldenlast in Oostzaandam opgelopen was tot bijna f 22.000 heeft men een plan goedgekeurd om 5/8 procent te heffen van de bezittingen van ieder die meer dan f 500 bezat. Deze heffing leverde f 23.909 op. Het bezit waarop geheven werd had dus een waarde van f 3.825.000. Hiermee was het hele tekort verdwenen. Ook de volgende jaren had men geen tekorten. ​
  • belasting.txt
  • Laatst gewijzigd: 2019/05/04 10:04
  • door 82.75.181.182