Assendelft, 3 maart 1846 - Groningen, 21 december 1908

Prof. dr. Floris de Boer, aanvankelijk hulponderwijzer in Zaandam van 1864 tot 1866, vervolgens na een wiskundestudie in Leiden benoemd tot leraar in Deventer. Hij promoveerde in 1871 cum laude aan de Leidse Hogeschool op het proefschrift 'De analytische kenmerken der bijzondere punten van kromme lijnen en oppervlakten'. Hij werd in daarmee bevorderd tot doctor in de Wis- en Natuurkunde en Cosmographie.

In 1873 verscheen van zijn hand: 'Iets over aanraking bij kromme lijnen en oppervlakten'. Ook schreef hij een aantal verhandelingen in de 'Verslagen en Mededelingen van de Koninklijke Academie van Wetenschappen' en het 'Nieuw Archief voor Wiskunde'. In 1893 verscheen een leerboek bij de firma Wolters te Groningen, getiteld: 'Beknopte elementaire theorie der elliptische functies'.

Vóór het professoraat was hij van 15 mei 1871 tot 1 juni 1879 leraar aan de HBS te Deventer, en van 1 juni 1879 tot 15 mei 1884 aan die te Leiden. Daarop volgde op 19 mei 1884 zijn benoeming tot hoogleraar in de wiskunde aan de Groningse Universiteit. Hij aanvaardde zijn ambt van hoogleraar met een redevoering: 'De wiskunde der Indiërs'. In 1908 legde hij het ambt om gezondheidsredenen neer.

De Boer was curator van het gymnasium, lid van de commissie van toezicht op het lager onderwijs en lid van de gemeenteraad. Ook heeft hij de gemeente Groningen vele jaren vertegenwoordigd bij de naamloze vennootschap 'De Groninger Waterleiding.'

  • boer9.txt
  • Laatst gewijzigd: 2019/03/27 23:28
  • door zaanlander