brandweer_assendelft

In Assendelft was reeds omstreeks 1500 sprake van enige regels van gemeentewegen ten aanzien van de brandbestrijding gevonden, in zo genaamde brandkeuren. Dit was de tijd toen de enige gereedschappen voor blussing van branden bestonden uit lederen emmers, ladders, haken en zogenaamde brandzeilen. Rond 1650 kreeg men ook de mogelijkheid tot het gebruik van de handbrandspuiten.

Uitbreken van brand was een zeer grote zorg voor het stadsbestuur. Dit is al te lezen in het eerste brandreglement voor Assendelft dat dateert uit 1697.

De titel luidt: Orders en manieren op het Blusschen van Brandt, met de namen van de Bedienden tot het observeeren van het zelve, bij Schepenen en Regeerders opgestelt en met advies van Vroedschappen tot Assendelft goetgevonden en gearresteert, op den 15den April 1697 ende gerenoveert, den eersten May 1728. Nader geamplieert den 16den October 1736 en 28 Februari 1738.

Over grote branden uit deze tijd is niets bekend, maar dat is niet zo verwonderlijk omdat er omstreeks 1632 in Assendelft zo'n 410 huizen verspreid stonden over een groot oppervlak. De brandbestrijding geschiedde zoals overal, middels emmers water en het beschermen van bebouwing, door het op daken leggen van natte dekzeilen met gebruikmaking van ladders en vanaf eind 1600, toen de slangenbrandspuit zijn intreden deed, tot ongeveer 1930 met deze handbrandspuiten.

Plichtbrandweer

Alle mannelijke bewoners tussen 18 en 40 jaar waren onderworpen aan een dienstplicht bij brand. Zeker in de tweede helft van de 17e eeuw, wanneer de slangenbrandspuiten in de gemeenten hun intrede deden, was dit een algemene regel. Bij iedere handbrandspuit bevonden zich,

  • drie kwartiermeesters,
  • twee opper- en twee ondercommandeurs,
  • vijf kwartiermeesters voor de pompers,
  • pijp- en slangleiders,
  • zakkendragers,
  • twee spuitbestuurders en bovendien
  • lantaarn-, zeil-, haak-, touw-, en ladderdragers.

Tot ieder kwartier behoorden 12 man. Het bedieningspersoneel van Spuit No.1, standplaats Zuiderschool-, bestond rond 1700 zodoende uit 126 man. Dit bedienend personeel had de plicht om op te komen tijdens een brandmelding.

Op 24 september 1922 werd in hotel 't Huis Assumburg in aanwezigheid van Burgemeester Jan Johannes de Boer de oprichtingsvergadering gehouden. In overleg met het gemeentebestuur, de Onderlinge Brandwaarborg Maatschappij en een aantal toekomstige leden werd besloten een vereniging op te richten welke tot doel heeft, hulp te verlenen bij brand, storm of andere catastrofen waarbij mensenlevens of eigendommen gevaar zouden lopen. Daarbij werd bepaald dat de vereniging materiaal e.d. van de gemeente in bruikleen zou ontvangen en dat de gemeente alle financiële zaken onder haar beheer zou nemen.

Ook werd in het reglement opgenomen dat de hoofdcommandant rechtstreeks onder bevel stond van de heer Burgemeester. Onder leiding van de heer Kwantes van De Onderlinge Brandwaarborg Maatschappij werd de Vrijwillige Brandweer Assendelft opgericht, een particuliere brandweervereniging.

verzorgingsgebied Assendelft

De gemeentegrens tussen Assendelft en Krommenie lag tot 1965 nog over de spoorweg Amsterdam-Alkmaar, waardoor straten als de huidige Popelstraat, Iepenstraat en dergelijke in Krommenie, ook tot het verzorgingsgebied van Assendelft behoorden. Na 1965 werd de spoorlijn Amsterdam-Alkmaar de grens van het Assendelftse verzorgingsgebied.

Spuithuizen en materieel
  • Spuit No.1 of Zuiderspuit
  • Spuit No.2 of Zaandammerpadspuit
  • Spuit No.3 of Kerkbuurtspuit
  • Spuit No.4 of Communicatiewegspuit
  • Spuit No.5 of Noorderspuit
  • Spuit No.6 of Nauernaschespuit

Behoudens dat de vereniging Vrijwillige Brandweer Assendelft in 1922 tot stand kwam, werd ook direct een nieuwe brandspuit aangeschaft. Dit werd een door de fa. van der Ploeg uit Grouw (FR) gebouwde autospuit op een Brenner chassis, met de naam Protector, een zelfde voertuig als de Vrijwillige Brandweer te Zaandam bezat, met het kenteken G21108. Dit voertuig was voorzien van houten wielen met massief rubberen banden. De capaciteit van de pomp was 900 liter/minuut, de aanschafwaarde was fl. 5000,–. Deze aanschaf werd mogelijk gemaakt door de Onderlinge Brandwaarborg Maatschappij die het geld beschikbaar stelde.

Deze zogenaamde automobielbrandspuit kreeg zijn eerste stallingsruimte in het gebouw van het Gemeentelijk Energie Bedrijf aan de Dorpsstraat 270/272.

Stofbril

Op 12 oktober 1930 arriveerde de tweede autospuit door de Fa. van der Ploeg uit Grouw gebouwd op een Ford chassis met luchtbanden met het kenteken G76232. Dit voertuig had reeds een voorruit zodat de chauffeur niet meer met een stofbril op hoefde te rijden. De capaciteit van de pomp was 1100 liter/min. De aanschaf waarde was fl. 10.000,–. Deze aanschaf werd ook weer door de Onderlinge Brandwaarborg Maatschappij gesubsidieerd. 's Zomers stonden beide autospuiten in het G.E.B.-gebouw en in de wintermaanden werden de autospuiten ondergebracht bij Garage Dunnebier.

In 1931 werden vijf handbrandspuiten aan nde hoogste bieder verkocht.

De stalling van de autospuiten bleef in 1935 bij Garage Dunnebier en werd na 13 jaar afscheid genomen van de ruimte in het G.E.B. dat toen reed P.E.N. heette. Als vergader- en bijeenkomstplek werd toen café De Hoop, nu De Dorpstaveerne, gebruikt.

Noorderblusgroep

Aangezien eerder in 1908, werd gesproken over zes handbrandspuiten, is één spuit mogelijk de No. 5. of Noorderspuit toen nog in dienst gebleven bij de zogenaamde Noorderblusgroep. Deze was op aandringen van het gemeentebestuur blijven bestaan. Deze groep heeft altijd een zelfstandig bestaan geleid, zij het wel, dat na het ontstaan van de vereniging Vrijwillige Brandweer Assendelft deze de dienst uitmaakte en uit hun midden werd dan ook een lid als commandant van de Noordergroep ingezet.

Met de komst van motorspuit voor het Noordeinde van het dorp in 1951 werd deze ondergebracht in de garage van Van der Ploeg. Op 16 oktober 1956 werd deze verplaatst naar een door de leden zelf verbouwde rijwielstallen achter de Fa. Asmeta. Daar bleef men tot de opheffing van deze groep.

In 1948 gaf het gemeentebestuur gehoor aan het verzoek van de brandweer om een nieuw derde brandweervoertuig aan te schaffen. Door bemiddeling van de Inspectie voor het Brandweerwezen was de brandweer in het bezit gekomen van een Dodge Beep uit de tweede wereldoorlog, deze zou worden omgebouwd en voorzien van een pomp door de Fa. E.M.I. te Emmen.

Helaas kom men niet aan de levertijd voldoen en werd de pomp bovendien bij oplevering door de Inspectie voor het Brandweerwezen afgekeurd. Pas op 27 oktober 1955 kwam het voertuig in dienst, maar dat was nadat hij door de fa. van Bergen uit Heiligerlee (GR) verder was opgebouwd en voorzien van een nieuwe pomp. De capaciteit van de bedroeg 2500 liter/min. Het zat niet mee met deze autospuit, want reeds in 1957, na een totale levensduur van maar zes jaar werd deze door de Verkeersinspectie afgekeurd. Maar in 1954 werd reeds gesproken over de aankoop van een Autospuit met een Hoge- en lagedrukpomp, dit ter vervanging van de autospuit uit 1930.

Babyspuit

Op 19 juli 1956 vond de overdracht van deze nieuwe door de fa. Kronenburg te Culemborg gebouwde autospuit plaats. Dit voertuig was gebouwd op een Ford chassis met een geheel gesloten cabine en voorzien Hoge- en Lagedruk, waarbij de capaciteit bij lagedruk 4200 liter/min was. Op dit voertuig was ook een 1500 liter water tank ingebouwd ten bate van de Hogedruk of Nevelblussing. Ook werd op deze datum een motorspuitaanhanger geleverd, welke werd aangeduid als de Babyspuit. Deze aanhanger kwam in dienst bij de Noorderblusploeg aan het Noordeinde.

Door het groter worden van de autospuiten en het feit dat er nu drie autospuiten waren moesten deze verhuizen naar een nieuw te bouwen garage achter Garage Dunnebier. Deze garage werd in eigen beheer door de manschappen afgetimmerd.

In dit jaar wordt aan de Fa. Bikkers te Rotterdam opdracht gegeven tot de bouw van een Lagedruk op een Ford chassis. Het voertuig werd in maart 1960 opgeleverd. De pompcapaciteit bedroeg 2300 liter/min.

Op 30 juni 1964 volgde verhuizing naar een totaal nieuw brandweercomplex bestaande uit een tweetal garageruimten en een officieel instructielokaal aan de Delftlaan. Burgemeester J.J. de Boer opende het complex officieel op 17 april 1965.

Verkeersongevallen

Een nieuw hoogtepunt voor Brandweer Assendelft. Door de Fa. Doeschot-Rosenbouwer uit Hippolytushoef werd een nieuw Materiaal- annex Hulpverleningsvoertuig gebouwd en op een Mercedes-Benz chassis geleverd. Op dit voertuig waren diverse extra materialen aanwezig ten bate van de brandbestrijding maar bovendien materiaal voor hulpverlening anders dan brand, te denken valt aan Verkeersongevallen etc. In verband met deze uitbreiding van het voertuigpark diende nu ook het garagegedeelte te worden uitgebreid.

Aan het eind van 1977 werd de grote spuit uit 1956 vervangen door een nieuwe tankautospuit, gebouwd door de fa. Doeschot-Rosenbauwer uit Hippolytushoef op een Mercedes-Benz chassis met een tankinhoud van 800 liter en voorzien van twee haspels met aangekoppelde bluspistolen ten bate van de middendruk-blusmethode.

  • Bron: Water en vuur De geschiedenis van de Assendelftse brandweer, B.Boet, Amor Vincit Omnia, Krommenie 1982

In de verordening op de inrichting der brandweer en de bedienden der brandspuiten in de gemeente Assendelft, welke door Burgemeester en Wethouders der gemeente Assendelft vastgesteld werd op 20 juni 1908 staan de volgende artikelen met betrekking op de Brandweer:

ART. 1. In de gemeente zijn aanwezig zes brandspuiten, die in verband met hunne stationeering worden aangewezen als:

  • Spuit No.1 of Zuiderspuit
  • Spuit No.2 of Zaandammerpadspuit
  • Spuit No.3 of Kerkbuurtspuit
  • Spuit No.4 of Communicatiewegspuit
  • Spuit No.5 of Noorderspuit
  • Spuit No.6 of Nauernaschespuit

ART. 2. Ter bediening dezer spuiten zijn de mannelijke ingezeten verplicht tot het leveren van persoonlijke diensten, volgens de regelen bij de navolgende artikelen gesteld.

ART. 3. Behoudens de later te noemen uitzonderingen zijn tot dezen dienst aan de brandspuiten verplicht de mannelijke ingezeten van l8 tot 40 jaar. Voor het geval dat meer personen van dien leeftijd aanwezig zijn dan voor de bediening der brandspuiten noodig zijn, worden de oudsten vrijgesteld.

ART 4. Van den dienst aan de brandspuiten zijn vrijgesteld:

  • a. de leden van het Gemeentebestuur
  • b. de rijks-, gemeente- en polderambtenaren voorzoover het vervullen van de hun als zoodanig opgelegde plichten het gelijktijdig verleenen van de gevorderde diensten niet toelaat
  • c. de geneeskundigen en hunne bedienden
  • d. de geestelijken en bedienden van erkende kerkgenootschappen
  • e. zij die door lichaamsgebreken ongeschikt zijn, desgevorderd te bewijzen door overlegging van een geneeskundige verklaring.

ART. 5. Ieder dienstplichtige kan zich in den dienst door een plaatsvervanger doen vervangen, ten genoege van Burgemeester en wethouders, of zich van den dienst vrijkoopen tegen eene jaarlijkse betaling van f 5.- aan de gemeentekas, gedurende den verplichten diensttijd.

ART. 6. Aanwijzing tot den dienst en ontheffing daarvan geschiedt jaarlijks, bij voorkeur in de week voor Pinksteren door Burgemeester en Wethouders in overleg met de kommandeurs der brandspuiten.

ART. 7. De dienstplichtigheid gaat in op het oogenblik van het ontvangen eener aanstelling en eindigt met de intrekking daarvan. De aanstelling wordt door den veldwachter uitgereikt en vermeldt: a. den naam of het nummer der spuit waaraan men is aangesteld b. den aard van den dienst, welke door den aangestelde moet worden verricht.

ART. 8. De oproeping tot den dienst der beproeving van den brandspuiten, welke plaats heeft zoo dikwijls dit door Burgemeester en Wethouders wordt noodig geacht, geschiedt door eene minstens drie dagen te voren gedane openbare kennisgeving. De oproeping tot dienstvervulling bij brand wordt geacht gedaan te zijn door klokgelui, bekkenslag en ieder ander gerucht van brand.

ART. 9. Het personeel aan elke spuit bestaat uit: 1 kommandeur, 5 slanghouders, 3 kwartiermeesters, 2 lantaarndragers, 30 pompers verdeeld in 3 kwartiere, 1 haakdrager, 1 opzichter, 2 pijpleiders, 1 wekker.

ART. 10. Het in artikel 9 genoemde personeel is verplicht op het eerste grucht van brand en bij excercitie de spuit waarbij het is aangesteld uit de bergplaats te halen, en bij den brand of bij de plaats voor de exercitie bestemd aangekomen,daar onmiddellijk aan te vangen met de werkzaamheden waarvoor hij is aangesteld, of met die welke hem door den kommandeur, den Burgemeester of die hem vervangt, worden opgedragen. Na de blussching van den brand is ieder verplicht de spuit in de bergplaats terug te brengen. Van de laatste bepaling kan de kommandeur vrijstelling verleenen.

ART. 11. De kommandeur heeft in overleg met den Burgemeester of die hem vervangt het opperbevel over de spuit waaraan hij is aangesteld. Zijn onderscheidingsteeken bestaat in een rood geschilderden stok met vergulden knop. Bij afwezigheid wordt hij vervangen door den oudsten kwartiermeester in jaren.

ART. 12. De kwartiermeester voert het bevel over eene afdeeling pompers en draagt zorg dat zijn manschappen steeds gereed zijn op hunne beurt de pomp van de voorgaande over te nemen. Zijn onderscheidingsteeken bestaat in een zwarten stok met rooden knop.

ART. 13. De pompers worden verdeeld in afdeelingen of kwartieren, die beurtelings tot de bediening der pomp zijn verplicht.

ART. 14. De opzichters houden voortdurend toezicht op de goede behandeling der spuiten en het materieel. Het schoonmaken en in goede orde houden der spuiten in de bergplaatsen is mede aan hen opgedragen.

ART. 15. Aan de wekkers is opgedragen op het eerste gerucht van brand in de hun aangewezen richting de spuitgasten op te roepen door het slaan op een bekken.

ART. 16. De haakdragers begeven zich onmiddellijk naar de plaats waar de brand is uitgebroken en stellen zich aldaar met hunnen haak ter beschikking van den Burgemeester of die hem vervangt, om op diens bevel bij de omhaling van brandende gebouwen mede te werken.

ART. 17. De lantaarndragers zijn alleen tot dienst verplicht wanneer tusschen zonsonder- en opgang een spuit in dienst is.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van den Raad der gemeente Assendelft, den 20 juni 1908.

  • brandweer_assendelft.txt
  • Laatst gewijzigd: 2017/12/31 16:43
  • door zaanlander