Zaandam, 30 oktober 1923 - Zaandam, 27 oktober 2004

Jan Gerrit Bruin, Nederlands verzetsman tijdens de Tweede Wereldoorlog. Tijdens de oorlog werd hij Kleine Jantje genoemd en vormde vanwege zijn technische vaardigheden als machinebankwerker en constructeur een belangrijke schakel in het verzet. Hij was aangesloten bij de Binnenlandse Strijdkrachten, in 1944 opgenomen in de Gewestelijke Sabotage Afdeling. Hij repareerde en onderhield wapens die tijdens droppings waren beschadigd en was betrokken bij overvallen en sabotageacties.

Na de Tweede Wereldoorlog was hij mede-oprichter en secretaris van de Stichting Zaans Verzet 1940-1945 en zette zich in door spreekbeurten op scholen te houden met voorlichting en waarschuwing tegen racisme, discriminatie en fascisme.

Hij was voorzitter van de Stichting Voormalig Zaans Verzet en grote stimulator achter het eerherstel van verzetsman Jan Brasser uit Krommenie. Jaren heeft hij aan het plan gewerkt om de naam van Jan Brasser te laten voortleven. Bij het slaan van de eerste paal heeft Jan Bruin een toespraak gehouden en trots werd het nieuwe naambord getoond: Jan Brassertunnel. In 2006 vond de officiële opening plaats.

Oud-burgemeester Ruud Vreeman heeft zich persoonlijk ingezet om bij deze tunnel tussen Krommenie en Assendelft ook een beeld te krijgen: 'de fiets van Jan Brasser'. Daarvoor heeft hij bij de Hoogovens gelobbyd voor financiële hulp. De Hoogovens, waar Jan Brasser voor en tijdens de oorlog werkte maar waar hij na de oorlog niet meer welkom was. Het ontwerp voor het beeld ligt al klaar, dat heeft Jan Bruin alvast ontworpen op zijn tekentafel. Jan Bruin vervulde vanaf 1949 de functie van bedrijfsleider bij Machinefabriek Holleman BV in Zaandam.

Vrijheid achter de horizon

Jan Bruin publiceerde ontluisterende ontknopingen in zijn boek Vrijheid achter de horizon, Engelandvaart over de Noordzee 1940/1945. Acht jaar lang heeft Bruin, samen met journalist Jan van der Werff, onderzoek gedaan naar het wel en wee van Engelandvaarders. Talloze ondernemingen zijn voortijdig gestrand. De Duitsers deden er alles aan om de vlucht naar de vrijheid te verhinderen. In het eerste oorlogsjaar stelde de bezetter een aantal beperkingen in langs de Noordzee. De kust van Zuid-Holland, Zeeland en de waddeneilanden werd uitgeroepen tot 'Sperrgebiet'. De vrije vaart in alle riviermondingen werd beperkt. Alle vaartuigen in een brede strook langs de Waddenzee, het IJsselmeer en de Noordzee moesten in mei 1941 vertrekken en de buitenboordmotoren worden ingeleverd. Deze maatregelen konden echter niet voorkomen dat veel Nederlanders toch een hachelijke tocht ondernamen.

De belangrijkste reden van de mislukkingen is de onervarenheid van de Engelandvaarders met het water. “Het waren totaal verschillende mensen. Verzetsstrijders, joden, militairen en studenten, van alles wat. Eén ding hadden ze gemeen: zij wilden in Engeland de strijd tegen de bezetter voortzetten”, vertelt de 74-jarige Bruin op 1 augustus 1998 aan het Reformatorisch Dagblad.

“Het waren vaak niet eens zeelieden. Doordat vaartuigen onvoldoende zeewaardig waren, zijn heel wat pogingen gestrand. Of door zeeziekte”. Veel Engelandvaarders moesten hun vluchtpoging met de dood bekopen. Of voor het vuurpeloton, of in een concentratiekamp. Niet-joden werden overgebracht naar Rheinbach of Siegburg.

Stram

Zeker 465 mensen waren in totaal betrokken bij een van de 110 vluchtpogingen naar Engeland. Met de meest uiteenlopende vaartuigen poogden zij de overkant te bereiken. Van verbouwde zeilboten tot gekaapte trawlers. Tientallen vaderlanders maakten bij hun vlucht gebruik van twee aan elkaar bevestigde kano's.

“In totaal hebben 56 mensen met een dubbele kano de tocht gewaagd. De kanoërs deden er toch al gauw een dag of twee, drie over. Bij aankomst waren ze zo stram van het zitten, dat ze niet meer konden lopen. Van de 28 dubbele kano's zijn er slechts vier aangekomen. Slechts acht mensen bereikten dus daarmee de overkant. Van die acht zijn er later in de oorlog nog vier gesneuveld”.

Over dit deel van het Nederlandse verzet in de Tweede Wereldoorlog is volgens de onderzoeker “vrijwel niets” bekend. “Ook dr. Lou de Jong schrijft maar summier over de Engelandvaarders”.

De Zaandammer is in 1990 begonnen met het verzamelen van gegevens. Bruin zegt met zijn onderzoek een redelijk compleet overzicht van de Engelandvaarders te hebben geleverd. “We hebben nog niet gehoord dat we er een over het hoofd hebben gezien”.

  • bruin_jan_gerrit.txt
  • Laatst gewijzigd: 2017/04/13 02:35
  • door zaanlander