centrale_keukens

In de Tweede Wereldoorlog bevonden zich overal in het land door de gemeenten ingestelde diensten, die voor de verschaffing van warme maaltijden aan de bevolking zorgden. Maaltijden bestonden doorgaans uit stamppot; ze werden centraal gekookt en in gamellen naar verschillende distributiepunten gebracht. De gebruikers moesten er o.a. hun aardappel-distributiebonnen voor inleveren en een relatief lage vergoeding betalen.

De centrale keuken in Zaandam werd reeds eind mei 1941 ingericht, er werd een speciaal gebouwtje voor neergezet op de Burcht. De kosten per maaltijd bedroegen toen 25 cent, 13 cent voor de sociaal gesteunden.

De tarieven in andere Zaanse gemeenten waren daarmee vergelijkbaar. In 1941 maakte 20 procent van de bevolking gebruik van de centrale keuken; doordat de oorlogsomstandigheden het voedsel steeds schaarser maakten, steeg dit percentage voortdurend.

Hoewel de kwaliteit van het gaarkeuken-eten vooral in de hongerwinter veel kritiek kreeg, mag aangenomen worden dat door de centrale keukens velen in leven konden blijven. Ook in de Eerste Wereldoorlog waren er al gaarkeukens ingericht en zelfs in de laatste jaren van de Franse tijd was centrale voedselvervaardiging ingesteld, ook in de Zaangemeenten.

In maart 1942 kwam men tot de conclusie dat de Centrale Keuken op de Burcht, met een capaciteit van 2000 liter eten per dag, te klein werd. Dit kwam tot uiting toen de Keuken de taak kreeg niet alleen voor de bevolking, maar ook voor de bedrijven te koken. De bestaande capaciteit voldeed niet aan de eisen.

Op grond van een efficiency-plan bleek dat de capaciteit tot meer dan 5.000 liter eten per dag kon worden opgevoerd, mits de keuken als continubedrijf verder zou werken. Door bemoeienis van het Sociografisch Bureau kon men al meer dan 5.000 liter koken, waarbij er van 8 uur tot kwart voor twaalf werd gekookt. Zou het gehele etmaal op volle capaciteit worden gekookt dan kan meer dan 14.000 liter per dag worden bereid. Hiervoor was meer ruimte nodig en zelfs voor een productie van 5.000 liter, zoals deze was, bleek de ruimte te klein. Om als continubedrijf tot een capaciteit van 5.000 liter te geraken zijn alle moeilijkheden als koud eten enz. tot een minimum beperkt, het voedsel gaat om de 15 minuten warm naar de fabrieken en dankzij medewerking van de fabrikanten zijn schafttijden aangepast aan de komst van het eten.

In november '41 werd contact gezocht met het Rijksbureau voor Voedselvoorziening waarop vergroting van de keuken ter hand zou worden genomen. Het Sociografisch Bureau ontwierp in overleg met de keukenleider een plan, hetgeen door het ingenieursbureau Dwars, Heederik en Verhey te Amersfoort werd overgenomen en tot verbouwingsplan werd uitgewerkt.

De Keuken zal een uitbreiding in de richting van het Stadhuis ondergaan, ter diepte van 14.4 meter en er zullen twee extra stoomketels geplaatst zullen worden. De nieuwe vleugel bevat ruimte voor het schoonmaken van groenten, aardappelen enz., terwijl ook gezorgd zal worden voor een schaftgelegenheid en voldoende spoelruimte. De uitdeling van het voedsel aan de bevolking zal aan de zuidkant geschieden, terwijl er aparte deuren komen voor de afgifte van eten voor de fabrieken en de aanvoer van groenten, aardappelen enz.

De verbouwing zal worden uitgevoerd door de Zaandamse firma van Santé en men hoopt binnen acht weken met de verbouwing gereed te komen. Voorbereidende timmerwerkzaamheden, die binnenshuis verricht konden worden, zijn inmiddels reeds gereed gekomen. Met deze verbouwing zal men bereiken dat het continubedrijf, tenminste wat het nachtwerk betreft, aanzienlijk ingekrompen kan worden, terwijl de Keuken in staat zal zijn meer eten dan tot nu toe af te leveren.

  • centrale_keukens.txt
  • Laatst gewijzigd: 2018/04/15 00:52
  • door zaanlander