de_parel_van_zaandam

Mina Budermann—van Dijk, de Parel van Zaandam

Op 5 mei 1893 beleefde de operette 'De Parel van Zaandam' haar première in de Amsterdamse Artis-Schouwburg. Een oorspronkelijke Nederlandse operette in drie bedrijven en vier taferelen, tekst van August P. Kiehl, muziek van Jean Renard, de toen bekende jonge orkest-directeur van de Salon des Variétés. De operette speelt tijdens het verblijf van Czaar Peter te Zaandam.

  • Eerste tafereel: De werf van meester Rogge te Zaandam,
  • Tweede tafereel: Zaal in het paleis te Petersburg,
  • Derde tafereel: Het werkkabinet van de Czaar te Petersburg,
  • Vierde tafereel: De haven te Petersburg

De dichter van de tekst, August Kiehl, heeft het geheim gevonden om in die nieuwe operette alles te verenigen wat maar verlangd kan worden. Gulle vrolijkheid, boeiende intrige, voortdurende handelingen kenmerken zijn werk en terwijl door geen enkel woord zelfs tegen kuisheid wordt gezondigd, krijgt het Hollandsche hart volop te genieten, doordat 't herhaaldelijk onze oud-Hollandse deugden, rondheid, eerlijkheid, goede trouw en werkzaamheid verheerlijkt ziet.

Hij heeft zijn stof geput uit de bekende geschiedenis van Czaar Peter de Grote, tijdens zijn verblijf te Zaandam. 'Czaar en timmerman' was het raam, waarop door hem een alleraardigste intrige werd geborduurd. 't Kon wel niet anders of daarbij moest een ronde Hollandsche deern verliefd worden op een eerlijke trouwe borst. Doch in die tijd was er te Zaandam ook al een Hollandse knorrepot, die rijkdom hoger achtte dan reine liefde en dus, als voogd over dat meisje, een betere, rijkere partij voor haar had bestemd, en wel de zoon van een voornaam Russisch koopman. De Czaar is er echter ook nog; hij die door zijn verblijf in Zaandam, zo'n warme sympathie had leren koesteren voor dat kloeke volk, voor die wakkere, werkzame scheepstimmerlieden, en inzonderheid voor die flinke borst Jan Dirks.

Meester Rogge

Daar die machtige beheerser aller Russen in dit geval over die vreemdelingen niet zijn gebiedend woord kon laten horen, moest hij, omwille van de goede zaak, zijn toevlucht tot een list nemen, om de gelieven tot elkander te brengen, en dit gelukte hem ten slotte zo goed, dat allen met die gelukkige echtverbintenis hartelijk instemden, zelfs de oude voogd, Meester Rogge van Zaandam, doch niet dan nadat deze vernomen had, dat de voorname Russische koopman gefailleerd was en de Russische Czaar een bruidsschat van de ronde som van 100,000 roebels aan het jonge paar schonk.

Het onderwerp is eenvoudig, doch rijk aan handeling en vol koddige, grappige incidenten. Wat de tekst betreft, de coupletten en verdere romances en rondeaux zijn goed geschreven, o. a. die van Jan Dirks, waar deze de vergelijking maakt met Rusland, het land der wolven en beren, en het 'Gezegend Nederland, zo vol van eenvoud en vol deugd, het land van boter en van kaas'. Ook het lied van Czaar Peter, eveneens de voortreffelijke eigenschappen van dat degelijke volk bezingende, doet het Nederlandse harte goed.

Is de schrijver van de tekst alzo uitmuntend geslaagd in zijn werk, het muzikale gedeelte is evenzeer lofwaardig uitgevallen. Jean Renard, de bekende muzikale bewerker van De Doofpot, behandelde het onderwerp juist in overeenstemming met de omstandigheden: lustig, vrolijk, waar 't pas geeft ernstig en breed bij ogenblikken van sombere gemoedsuiting of plechtige handeling, zoals de huwelijksinzegening. Het Russische volkslied, dat ook tot inleiding van de introductie dienst doet, komt nog enkele andere malen voor, enigszins verwerkt in passages, waar de Czaar als zodanig op de voorgrond treedt. Onder de vrolijke gedeelten is een lach-trio dat op het gehele publiek aanstekelijk werkt. Geestig is dat nummertje geschreven, en, hoe moeilijk ook 't wordt uitmuntend uitgevoerd. En zo zijn er talrijke passages, die de nieuwe operette, uit een muzikaal oogpunt, als goed geslaagd en goed bewerkt mogen doen aanmerken en waarvoor den Heer Renard alle lof toekomt.

Bewondering

Hetzelfde mag gezegd worden van de uitvoering, 't verdient inderdaad bewondering, dat in veertien dagen tijds het gezelschap van de Artis-Schouwburg dit geheel nieuwe werk heeft ingestudeerd, en wel in strijd met de gewoonte, alles geheel zelfstandig en volgens eigen inzichten.

De 'Parel van Zaandam' was Mevrouw Buderman. Deze rol kon zeer zeker aan geen betere handen toevertrouwd zijn. Innemend spel, aangename zang, allerliefste kleding, Noord-Hollands boerinnenpak met gouden hoofdijzer, bezorgde aan deze parel van de Artis-Schouwburg welverdiende hulde. Naast haar valt te roemen Mevr. Culp—Kiehl, even eens in die schilderachtige boerinnen-tooi; ook zij vervulde haar partij zeer verdienstelijk. En naast en onafscheidelijk van die beide dames de altijd wakkere Kreeft, in het karakter van Meester Rogge Teeuwiszn. Wat heeft hij zich een vermakelijk type van die oud-Hollandse brompot en toch zo goedhartige kerel gevormd!

De verdere heren-rollen werden insgelijks met veel verdienste gespeeld en, wat de heren Dons (Czaar Peter), Van der Stappen (Jan Dirkszoon) en Van Beem (Le Fort, Minister van Staat) betreft, ook met talent gezongen. Kan August Kiehl zich nu niet in fraai stemgeluid verheugen, hij vervult zijn partij als de overste Menschikoff op zeer te waarderen wijze. Zijn spel is gemakkelijk en beschaafd tevens.

Het decoratief is in overeenstemming met het gehele werk, dat is degelijk en verrassend schoon. De scheepstimmerwerf te Zaandam in het eerste bedrijf, de binnenwoning van Czaar Peter, naar het nog bestaande Czaar Peter-huisje te Zaandam, de haven te St. Petersburg, 't zijn even zoveel puikjes van decoratieve schilderkunst en groepering. Vooral het eerste bedrijf munt in dit opzicht uit.

Ten slotte mag een woord van lof niet uitblijven voor de orkest-directeur, F. Bicknese, voor zijn voortreffelijke leiding van het muzikale gedeelte met zijn vele moeilijke koren, duetten, trio's en verdere solo- en samenzang, waaronder een octet dat uitmuntend klinkt. Dat bekende mannen op muzikaal gebied vertrouwen hadden in het werk van Renard, bewees de tegenwoordigheid van Kes, Frans en Johan Coenen, Zweers en nog meer anderen bij de eerste opvoering, en dat die autoriteiten voldaan waren, was blijkbaar, toen enigen hunner in de pauze achter het toneel te zien waren, om Renard mondelinge hulde te brengen.

Zo is de eerste opvoering van deze oorspronkelijke, echt Nederlandse operette in alle opzichten geslaagd te noemen.

Feestpartijtje

Als een eigenaardig bewijs hoe die nieuwe operette jong en oud bevalt, kon de uitbundige pret gelden, die een veertigtal kinderen, tot een feestpartijtje verenigd, zaterdagavond jl. hadden, waarbij zij een lustige, vrolijke groep, in de eerste rijen van de stalles vormden. De ouders van de feestvierende knaap, die zich vooraf hadden overtuigd of het geschikte kost voor de kleinen was, behoefden zich, wat dat betreft, geen verwijt te doen. En hoeveel volwassenen zullen een avond, in de Artis-Schouwburg doorgebracht, evenmin betreuren. De Parel van Zaandam zal aldaar ongetwijfeld lang schitteren. Bron: Het nieuws van den dag 09-05-1893.

De operette werd talloze manieren uitgevoerd, zo ook op 1 maart 1896 in Rotterdam:

De firma Kreeft & Buderman te Amsterdam, welbekend als ondernemers van dit 'Operette-gezelschap', bedachten deze winter ook onze stad enkele malen met een bezoek. Evenwel zij meenden 't voorlopig best te kunnen stellen zonder, wat sommige mensen noemen de 'kritiek.' En daar deze evenmin enig verlangen koesterde naar de heren Kreeft & Buderman, zo kwam het gerucht van hun vrolijke daden niet verder dan de corridors van de Grote Schouwburg. Nu — niets is veranderlijker dan een toneelmens en minister Van Houten! — zijn de heren van gedachten veranderd, waarvan zij blijk gaven in een beleefde uitnodiging tot bijwoning van de opvoering van „De Parel van Zaandam,“ een operette van August T. C. Kiehl en Jean Jacques Théodore Renard.

Een verstandige theaterpolitieke draai want immers zo'n Zaandamse schone zou wel met Zijne Majesteit de Czaar aller Russen op klaarlichte dag een polka op de Grote Markt kunnen dansen, zonder dat men er op de Vissersdijk het ware van zou te weten komen, als de krant 't niet doorvertelde. Daarom mochten Zaanlandse boerenmeisjes en keizers, benevens al wat daartussen ligt, met iets meer erkentelijkheid tot die mededeelzame dame opzien.

Maar nu over Kreeft, over de Parel, over Blaaser en Grootveld en over dame Buderman—Van Dijk, die de Parel was. Voor deze laatste was 't een feestavond; dit stond ten minste op 't programma en waarlijk, behalve een extra applaus bij haar optreden, kwam ook een schouwburgbediende haar zijn tevredenheid te kennen geven in de vorm van een korf bloemen.Waar zo'n man dat van doet? 't Raakt ons niet; hij doet 't en dan moet 't evengoed in de krant als wanneer… Enfin, de dame had wel zo iets verdiend ook, want ze spreekt 't minst Amsterdams van het ganse gezelschap; en dan, ze roert haar mondje, deelt elleboogstoten uit en desnoods oorvijgen. En ze zingt lang niet kwaad.

Over 't algemeen viel de zang van dit gezelschap mee, als we rillend onze herinnering raadplegen over heel vroegere Hollandse operette-opvoeringen. Kreeft heeft niet veel stem, hij galmt, declameert of zegt gelijk een coupletzanger maar Kreeft is daarentegen komiek. De Czaar is ook komiek, voorgesteld door Blaaser; maar daartoe had hij geen recht en hij was 't ook zonder 't te willen; maar Kreeft is de komiek en van zijn recht maakt hij een kostelijk gebruik door nu en dan droogkomieke opmerkingen ten beste te geven buiten de tekst om. Eenmaal toen hij een door mevrouw Buderman duchtig gegeven standje gekregen had, zei hij, toen zij werd toegejuicht: „Je mot maar brutaal zijn, dan wor je teruggeroepen!” Goed zo, Kreeft! dergelijke uitvallen maken de pret nog prettiger; verzin er nog meer.

Immers we komen in de operette om te lachen en daar is in deze operette is niet veel gelegenheid voor. Want er is eigenlijk, gelijk in die andere Parel van Zaandam, Lortzing's 'Czaar und Zimmermann' geen enkele komische figuur. Kreeft's talent maakt er één van Lijnst Rogge; maar hij is oorspronkelijk niets als een vrekkige, snauwerige timmermansbaas. En al die andere mensen hebben ook niets komisch aan zich; zij zijn gewone klein-opera-gestalten. De komiekigheid moet derhalve van de opvatting komen, of, gelijk bij de heer Blaaser, zonder opzet.

De muziek van Jean Renaud is van goed operette-gehalte, soms met een tintje Millöcker of Strauss; er komen lieve zangwijzen in, soms met al te veel ernst gepolyfoneerd en geharmoniseerd. De heer Renard moet 't maar weer eens proberen; maar dan moet hij ook trachten met zijn muziek komiek te zijn, karakteriserende leitmotieven verzinnen, parodiërende ensembles en vooral een zotte instrumentatie, 't Is moeilijk een waarlijk goede operette te maken; misschien dat Wagenaar, de componist van 'De schipbreuk', dit zou kunnen. Bron: Rotterdams Nieuwsblad 3 maart 1896

  • de_parel_van_zaandam.txt
  • Laatst gewijzigd: 2018/04/19 13:23
  • door zaanlander