dekker7

Voormalig houtbedrijf te Zaandam, familie-onderneming. In 1845 kocht Jan Dekker Gerbrandszoon (1803-1867), gehuwd met Aagje de Jager, graan- en oliehandelaar, olieslager en peller ter fa. Cornelis Dekker & Zoon, voor zijn zoon Jan de oude wagenschotzager Het Witte Schaap.

De zoon, Jan Dekker Janszoon (1831-1887,), gehuwd met Aaltje Spekham Duyvis ( dochter van Jan Spekham Duyvis en Maartje Honig), deed toen al wat houtzaken samen met P. Donker Dz. uit Zaandijk. In 1855 ging hij geheel voor eigen rekening zagen, zij het met geleend geld. Toch kon hij in 1856 Het Witte Schaap van zijn vader overnemen en kocht hij in 1870 de Tas, die hij van het Noordeinde van Westzaan naar het Zuideinde, vlak naast Het Witte Schaap, liet overbrengen. De molen werd omgedoopt in Het Klaverblad. Voor zijn houttransport uit Finland kocht hij in 1872 de driemastbark Marie Catherina en later nog de Jacob Roggeveen. Zijn neven Albert en Meindert Honig kochten voor hem in Finland het hout in.

Door de algemene malaise begin jaren '80 werd het steeds moeilijker de rederij rendabel te houden, en bij het overlijden van Jan Dekker Jz werd deze bedrijfstak geliquideerd. Een broer van Jan, Gerbrand Dekker Jz (1824-1879), begon in 1880 eveneens een houtzagerij met De Primus te Westzaan, geholpen met een hypotheek van zijn tante, mevr. Van Wessem-Corver. Ook hij had veel tegenslag. Zo waaide in 1881 de schoorsteen om; in 1885 gaf hij het op en vertrok hij naar Amerika. Zijn broer Jan kocht de molen op de veiling en sedert 1886 werd deze in compagnieschap met zijn neven J .A. van de Nolle en J.C. en A.J. van Wessem geƫxploiteerd. Jans zuster Lijsbeth (1823-1845) trouwde Adrianus van Wessem (1823-1858) en zij hadden een dochter Agatha die met J .A. van de Nolle trouwde en twee zoons kreeg, Jan Carel en Adrianus Johannes van Wessem.

Terrein met houtloodsen van de voormalige nv Dekker's Houthandel.

Jan had twee zoons. Jan Adrianus Dekker (1860- 1941 ) en Everard Christiaan Cornelis Dekker (1863-1931), gehuwd met Geertruida Petronella Leonarda Duyvis, dochter van Jacob Duyvis en Petronella Leonarda Verkade. Jan en Everard werden jong naar Finland gestuurd om het vak te leren. Zij richtten in 1887 de firma Jan Dekker Jz op die tot 1921 stand heeft gehouden. De zaken gingen wat beter en in 1888 konden zij hun neven uitkopen. Dit was in de tijd dat bedrijven in de Zaanstreek overschakelden op stoomkracht. Voor de firma Jan Dekker deed die gelegenheid zich voor toen in 1895 de stoomhoutzagerij De Nieuwe Jager van Cornelis Corver van Wessem te koop kwam. Een jaar daarna overleed Cornelis Mats en konden de broers de goed geoutilleerde stoomhoutzagerij Veldlust met alle toebehoren van de Wed. A. Mats-van de Stadt ovememen. Men beschikte nu over twee goede bedrijven naast elkaar in Zaandam en in september 1897 werd de firma daarheen verhuisd en werden de Westzaner zaken afgesloten. Tenslotte werd in 1903 de stoomhoutzagerij De Kruiskerk met de aangrenzende windmolen De Liefde ( gesloopt in 1904), die al lang stilstonden, gekocht van N. Francken Az. De bijbehorende houtloodsen vormden een welkome uitbreiding van de opslagruimte.

De oorlogsjaren waren uitermate moeilijk, maar men kwam er weer bovenop. In 1921 werd de firma in de nv Dekker`s Houthandel omgezet, met als directeuren D. Hoorn, J .D. de Vriesch Lentsch en P. Engel, terwijl Everard Dekker gedelegeerd commissaris werd. In 1955 werd het honderdjarig bestaan gevierd, maar in september 1956 werd tot liquidatie overgegaan van het op dat moment 140 werkkrachten tellende bedrijf. Voor velen was deze bedrijfsbeƫindiging een donderslag bij heldere hemel. 'Dekkers Hout` was een begrip in de Zaanstreek. De liquidatie van dit familiebedrijf zou de komende decennia door een aantal andere worden gevolgd.

Ir. E.B. van Gelder

Zie ook: Houtloods Dekker naar Hoogeveen

[<2>]

  • dekker7.txt
  • Laatst gewijzigd: 2017/09/08 14:55
  • door kelvin