gewestelijke

Noord-Holland kende, als enige provincie, de Gewestelijke Sabotage Afdeling (GSA). Het betrof een verzetsonderdeel van de Binnenlandse Strijdkrachten, samengesteld uit ervaren leden van de Ordedienst (OD), de RVV en de LKP onder leiding van commandant Overste Wastenecker. De GSA hield zich bezig met het in beslag nemen en veiligstellen van voorraden en met technische sabotage, maar ook met het bevrijden van gevangenen en het liquideren van de bezetters en hun handlangers.

In de Zaanstreek was de GSA op verscheidene terreinen actief, onder meer door sabotage van het spoorwegverkeer en het onklaar maken van rails en/of doen ontsporen van treinen, het belemmeren van het Duitse autoverkeer door het strooien van kraaiepoten en het plegen van aanslagen en het overvallen van gemeentehuizen teneinde de bevolkingsregisters te bemachtigen en buiten bereik van de bezetters te brengen.

Binnen de Nederlandse illegaliteit werd begin 1945 gediscussieerd over het al dan niet voortzetten van liquidaties. Het einde van de oorlog was in zicht en de vraag was elke keer of de eliminatie van tegenstanders zijn doel niet voorbij schiet, omdat de Duitsers consequent wraak namen. In het boek ‘De mannen van overste Wastenecker’, een gedetailleerd verslag uit 1947 van de GSA-werkzaamheden, werd daarover vermeld: “Elke onderneming werd op het Stafkwartier besproken en altijd werd nagegaan of het te bereiken nuttig effect opwoog tegen het risico, waarbij ook terdege rekening werd gehouden met het risico dat gevangenen liepen.”

J.G.M. (Johan) Wastenecker is de laatste jaren van de oorlog commandant van de GSA. Iedere aanslag op de bezetter moet worden voorzien van zijn goedkeuring. “Die Wastenecker was wel een goeie vent. Hij zei bijvoorbeeld: Elimineren, goed. Maar het moet vaststaan. Niet afgaan op geklets van buiten of zo. En ik moet een rapport hebben voor ik m’n oordeel geef”, blikt de Krommenieër oud-verzetsman Jan Brasser terug in zijn boek ‘Witte Ko, herinneringen uit het gewapend verzet’.

In de vele publicaties over de GSA komt het niet ter sprake, maar de groepsexecutie op 9 februari 1945 ter hoogte van de Dam en de massale razzia een dag eerder, met als resultaat tientallen weggevoerde Zaanse mannen lijkt het gevolg van een vergissing binnen het gewapende verzet. Onder leiding van commandant Frans W. heeft de GSA op 5 februari politieagent Frans Willemse neergeschoten, na hem dagenlang te hebben geschaduwd. De Zaandamse agent valt die morgen even voor 10.00 uur op de grond, dodelijk getroffen door vijf of zes kogels, schuin tegenover het gemeentehuis van zijn woonplaats. Even daarvoor is hij van zijn woning aan de Burgemeester ter Laanstraat 27 vertrokken. In de woorden van de GSA-commandant van ‘ploeg 1′, Frans: “Half acht op stap gegaan voor Willemse, tot 9 uur niets gezien. Om half tien kwam hij uit zijn huis, in uniform, wij hebben hem gevolgd tot hoek Stadhuis. Daar is hij neergelegd.”

Willemse, eerder als politieman werkzaam in Delft, laadde al vrij snel de verdenking op zich dat hij activiteiten ontplooide tegen de illegaliteit. Toen hij er ook nog eens werd verdacht bezig te zijn met een ontmantelingsactie tegen een aantal, veelal Zaanse, illegale bladen, viel het besluit om hem uit te schakelen. Onderluitenant Willemse wist overigens al enige tijd dat hij op de nominatie stond om geliquideerd te worden en had zijn superieuren meermalen tevergeefs gevraagd om een overplaatsing.

Overste Wastenecker reageert furieus op de dodelijke aanslag, zo blijkt uit correspondentie van de Binnenlandse Strijdkrachten. Een dag na de eliminatie van Willemse schrijft hij de Zaanse GSA-afdeling: “Onderwerp: executie Willemse. Door mijn Ct. St. werd nadrukkelijk met u besproken, dat in de eerstkomende tijd geen aanslagen in Zaandam gepleegd mochten worden om represailles te voorkomen. Dit is eveneens met Joop besproken. Ondanks dat is Willemse toch in het openbaar neergeschoten. Ik verwacht omgaand uw rapport over de reden hiervan en de maatregelen die u tegen de daders denkt te nemen, die mijn orders volkomen genegeerd hebben. Juist in uw afdeling moet een zeer strenge discipline gehandhaafd worden. Ik reken er dus op dat u dit geval met kracht ter hand zult nemen.” Wastenecker voelt zijn gezag ondermijnd door de aanslag. Hij voorziet bovendien een genadeloze Duitse tegenactie.

Per kerende post ontvangt de commandant antwoord. De reactie is ondertekend door ‘Joop’, de schuilnaam van GSA-ondercommandant J. Jong. “Willemse, luitenant van politie te Zaandam, is 5 februari ± 9 uur neergelegd, voor het gemeentehuis te Zaandam”, begint Joop zijn verklaring. Hij legt uit dat Willemse zich schuldig heeft gemaakt aan het opsporen van illegale werkers en het aanbrengen van Jodenmensen. De politieman is met een speciale opdracht gestuurd naar Zaandam, om de Verzetsbeweging op te rollen. Hij wist dat er op hem geloerd werd. “Daar hij bang was voor zijn leven, heeft hij meermalen getracht om uit de Zaan overgeplaatst te worden. Integendeel, hij moest blijven. (…) Ruim drie maanden hebben wij geprobeerd hem geruisloos uit de weg te ruimen. Dit is op die wijze niet gelukt, nu is hij op deze wijze uit de weg geruimd. Ik heb gehoord dat het Gewest grote bezwaren maakte dat zonder hun medeweten Willemse opgeruimd is. Dit is onjuist. Drie maanden geleden had Wouters, districtscommandant J.G. van Marle, het Gewest al in moeten lichten dat het gebeuren zou.” In een P.S. schrijft Joop: “Ik herinner aan de uitspraak van gewestelijk commandant Wastenecker, waarin hij het volgende verklaarde: “Ik hoop, mijnheer Joop, dat u met enige maanden kunt melden dat er geen provocateurs meer rondlopen in de districten IV, V en VI.” Tegen de tijd dat deze brief overste Wastenecker bereikt, zijn de tien mannen al uit hun Amsterdamse cellen gehaald en in het openbaar om het leven gebracht.

Wastenecker doet nog dezelfde dag een poging zijn gezag te herstellen en de schade niet verder te laten oplopen. Zijn korte bevel aan de Zaanse GSA: “Daar mij ter ore komt dat in uw afdeling plannen voor een nieuwe executie in de Zaanstreek worden gemaakt, wijs ik u er nadrukkelijk op dat zoals reeds door ons besproken werd tot nader order in de Zaanstreek geen represailles uitgelokt mogen worden. Ik reken er op dat u thans hieraan streng de hand zult houden.” Er volgt nadien nog één aanslag op een nationaal-socialist door het verzet in Zaandam, op 1 maart. Daarbij sneuvelt handlanger Willem Ehlhardt beambte van de waterpolitie. Niet bekend is of Wastenecker dit keer wel zijn fiat heeft gegeven. De Duitsers nemen ook dan wraak. Hun vergelding bestaat uit het fusilleren van vijf Alkmaarders, ter hoogte van de huidige Bernhardbrug.

Open vraag

Hadden de tien terechtgestelde mannen de oorlog overleefd als Wasteneckers opdracht niet was genegeerd? Het blijft een open vraag. Deze arrestanten waren al door de Duitsers bestempeld tot Todeskandidaten. Een nieuwe aanslag door de illegaliteit in de Zaanstreek of elders in Noord-Holland had de tien wellicht alsnog voor het vuurpeloton gebracht. Daar staat tegenover dat de bezetter de laatste paar oorlogsmaanden soms wat ‘zuiniger’ was met het ombrengen van gijzelaars, in de wetenschap dat de nederlaag onvermijdelijk was. Hoe groter de oorlogsmisdaden, hoe zwaarder de naoorlogse straf; dat beseften de Duitsers ook wel.

Het ziet er naar uit dat de aanslag op politieman Willemse en de daarop volgende standrechtelijke executie het gevolg was van de competentiestrijd tussen de diverse groepen binnen de GSA. Waar de Ordedienst en de Landelijke Knokploegen Oranjegezind, politiek behoudend en confessioneel waren, gold voor de RVV dat de leden in meerderheid onkerkelijk en vaak communistisch georiënteerd waren. De OD kreeg in september 1944, in opdracht van de Nederlandse regering in ballingschap, de leiding binnen de coalitie. Ook overste Wastenecker was een OD’er.

Maar in de rooie Zaanstreek bepaalden de RVV’ers, onder leiding van communist Jan Brasser, vaak zelf wel wat er moest gebeuren. Het wantrouwen over en weer leidde tot eigengerechtigheid en het negeren van dienstbevelen. In de nu openbaar geworden briefwisselingen tussen het hoofdkwartier en de Zaanse manschappen is dat wantrouwen duidelijk zichtbaar. Met als resultaat de fatale gebeurtenissen tussen 5 en 9 februari 1945.

Bron : o.a. Erik Schaap

Zie: Tweede Wereldoorlog

  • gewestelijke.txt
  • Laatst gewijzigd: 2018/05/29 13:04
  • door zaanlander