hille1

De fabriekspanden van Hille aan de Oostzijde omstreeks 1935

De stoom-koek- en beschuitfabriek van Hille aan de Oostzijde te Zaandam werd op 2 juni 1901 opgericht door de 22-jarige bakkerszoon K. Hille uit Koog. Na verplaatsing in 1905 naar een groter pand, eveneens aan de Oostzijde, volgde een voorspoedige ontwikkeling. Het bedrijf werkte aanvankelijk met hetelucht-ovens, later werden deze vervangen door gasgestookte kettingovens. In een aantal opzichten werd door Hille dezelfde lijn gevolgd als door Verkade. Hille en Zoon gaf ook een reeks plaatjes-albums uit, waarvan er verscheidene werden geïllustreerd door de Zaanse kunstenaar Willem Jansen. Ook kwam er een vestiging in Amsterdam en werd een organisatie met depots in een flink aantal plaatsen opgebouwd. Het bedrijf gaf in de jaren '30 werk aan meer dan 300 personeelsleden. In 1936 trok de oprichter zich terug. Het bedrijf kwam onder leiding van een driemanschap, waarvan W.G. Eggers, reeds jarenlang naaste medewerker van Hille, de feitelijke directie voerde.

De beschuit was van uitstekende kwaliteit. Hille`s beschuit was jarenlang een vroeg en landelijk bekend merkartikel.Hille was de man, die de beschuit in Nederland populair maakte. Aanvankelijk als luxe-artikel, omdat vooral de verpakking in blikken bussen veel kosten vergde, maar de jonge fabrikant bracht dit artikel later in eenvoudige perkamenten papieren zakjes, waardoor de prijs belangrijk omlaag kon worden gebracht en het artikel onder ieders bereik kwam. Niet alleen in ons land, maar ook over de gehele wereld, zij het dan dat deviezenmoeilijkheden na de oorlog de export danig hebben belemmerd.

In de Tweede Wereldoorlog werd de toastfabriek Haust overgenomen. Na de oorlog kwam de omzet niet meer op het bereikte peil. Rond 1950 telde het bedrijf 450 werknemers. Eind 1960 werd Hille door concurrent Hooimeijer overgenomen.

Een klein Zaans drama voltrok zich op vrijdag 21 juli 1961 toen de deuren voorgoed achter de Koek- en Beschuitfabriek v.h. G. Hille & Zoon werden dichtgeslagen. De fabriek, door beschuitbakker Hooimeyer in januari 1959 overgenomen, werd ondanks grote investeringen niet rendabel. Producten van de fabriek bleven bestaan maar door Hooimeyer elders vervaardigd. Het avontuur kostte Hooimeyer ongeveer ƒ 1.5 miljoen. Hille werd overgenomen voor ƒ 900.000, er werd ƒ 2,1 miljoen in geïnvesteerd, en hoewel er 15 gegadigden in de rij stonden, leverden de panden niet meer dan ƒ 1,5 miljoen op.

In 1958/'59 dacht Hooimeyer aan uitbreidingen. Na tien jaar zwoegen was men er in geslaagd, de Engelse beschuitmarkt te domineren, die veel beloften voor de toekomst inhield. Plannen voor een fabriek in Barendrecht lagen klaar, de bestuursvergadering zou het voorstel met een forse klap bekrachtigen, tot iemand zei: „Wacht eens even“. Het was Hooimeyers accountant, tevens accountant van Hille, die opmerkte dat Hille al jaren geen winst maakte. De toekomst bood bovendien weinig perspectief. Maar de productiemogelijkheden waren groot. Hooimeyer bedacht zich niet lang, nam het bedrijf toch over, borg de eigen uitbreidingsplannen in de kast en stak z’n geld in broodnodige moderniseringen bij het Zaanse bedrijf.

Ramp

Enige maanden later voltrok zich een ramp. Op 23 mei 1959 ging het bedrijf van Hooimeyer in Barendrecht grotendeels in vlammen op, niet minder dan 65% van de productiecapaciteit raakte verloren. Hooimeyer bleek niet in staat de Engelse markt te voorzien waardoor de Britten verstoken bleven van het populaire 'teabreak'. Het vacuüm werd spoedig opgevuld door collega-fabrikanten. Echter zonder te beschikken over de tienjarige ervaring van Hooimeyer. Het regende klachten; aan de naam teabreak werd onherstelbare schade toegebracht.

Nostalgie

Met veel nostalgie keek men op de Britse markt terug. In 1958 nam Hooimeyer 96% van de Britse markt voor haar rekening. In 1959 zelfs 98%. Na de brand liep het aandeel terug naar 35%. In 1961 steeg het percentage weer naar 75% maar de export was tot één tiende ingekrompen. Een kostbare reclamecampagne ten spijt lukte dit ten dele. Engeland vereenzelvigde zich met de Nederlandse teabreak-beschuit en aan die naam was afbreuk gedaan. Onder deze omstandigheden moest Hooimeyer haar productiecapaciteit inkrimpen en het grijze kind Hille, dat maar niet rendabel wilde worden, was daarvan het slachtoffer.

De afwikkeling van het Zaanse bedrijf is een geschiedenis op zichzelf. Toen Bruynzeel lucht kreeg van de sluiting van Hille, bood zij aan de 180 man personeel over te nemen. De fabriek had een complete afdeling wegens personeelsgebrek leeg staan. Werknemers van Hille zouden met behoud van salaris welkom zijn en direct in Bruynzeels pensioenfonds worden opgenomen. Hooimeyer ging hier gretig op in, maar het personeel van Bruynzeel had er twee jaar op moeten wachten alvorens in het pensioenfonds te worden opgenomen. Men vond het unfair dat voor de werknemers van Hille een uitzondering werd gemaakt.

De affaire ging dus niet door, Hooimeyer tastte zelf in de buidel om de werknemers met iets extra's naar huis te sturen. Voor een enkeling liep dit extraatje op tot boven de ƒ 1.000 hetgeen Hooimeyer een slordige ƒ 63.000 kostte, ƒ 3.000 meer dan door de vakbonden voorgesteld. Alle moeilijkheden brachten mee, dat Hooimeyer niet in staat was het jaarverslag tijdig uit te brengen.

De bedrijfspanden aan de Oostzijde zijn tenslotte, na een grondige verbouwing in 1984 in gebruik genomen door de onderhoudsafdelingen van de gemeente Zaanstad. Eind 2017 werden de panden met de grond gelijk gemaakt ten behoeve van woningbouw.

Zie ook: beschuitfabrieken.

  • hille1.txt
  • Laatst gewijzigd: 2018/02/25 06:41
  • door zaanlander