jeugdzorg

Geheel van instellingen die zich bezig houden met de hulpverlening aan jongeren, verdeeld in eerste-, tweede-, en derdelijnszorg.
De eerste lijn (schoolbegeleiding, schoolarts, jongerenwerk, huisarts, kruisvereniging en algemeen maatschappelijk werk) is direct toegankelijk voor de jongeren en hun ouders. Voor een tweedelijns-instelling is meestal een verwijzing door een eerstelijns-instelling noodzakelijk. Voor een derdelijns-instelling is weer de verwijzing van een tweedelijns-instelling nodig. In het hiernavolgende artikel wordt een omschrijving gegeven van de instellingen die per l januari 1990 werkzaam waren in het kader van de jeugdhulpverlening.

De Stichting Jongerenwerk Zaanstad ( eerstelijns) is enige jaren geleden ontstaan uit een fusie van het Straathoekwerk, het Ambulant Jongerenwerk en het Open Jongerenwerk. Straathoekwerk en Ambulant Jongerenwerk gaan naar de plekken waar de jongeren zich ophouden. Er wordt aangesloten bij de subcultuur en levensstijl van jongeren. Zij worden ondersteund in eigen initiatieven zoals het zelf beheren van accommodaties; er wordt advies en informatie gegeven en er worden projecten ontwikkeld. Het Open Jongeren Werk vindt plaats in het Open Jongeren Centrum '“Drieluik', waar allerlei activiteiten en cursussen worden georganiseerd (zie: Jongeren Centra). De Stichting Drughulpverlening Zaanstreek is eveneens een eerstelijns-instelling, gericht op drugsgebruikers. Begeleiding, reclassering, methadonverstrekking en preventie zijn de activiteiten van de Stichting. Het Adviesbureau voor Jongeren is een algemene eerstelijns-instelling voor jongeren. De geren over allerlei regelgevingen en daarnaast hulpverlening aan jongeren en ouders door middel van individuele en gezinsgesprekken. In crisissituaties - bijvoorbeeld wanneer zij uit huis zijn gezet of zijn weggelopen - kunnen jongeren ook bij het Adviesbureau terecht. Het Adviesbureau beschikt over opvanggezinnen, die deze jongeren direct kunnen opnemen. Eventueel kan doorverwezen worden naar het crisisinterventiecentrum, het JOP, dat in Purmerend is gevestigd. Het Adviesbureau maakt deel uit van de afdeling Jeugdzorg van de Regionale Instelling voor Ambulante Geestelijke Gezondheidszorg ( Riagg Zaanstreek-Waterland).

De RIAGG Zaanstreek-Waterland is verder een tweedelijns-instelling. Er zijn verschillende afdelingen. De afdeling Jeugdzorg bestaat uit diverse teams: de Jeugd Psychiatrische Dienst (15-21 jaar), Ouders en Kinderen (0-14 jaar), het Adviesbureau voor Jongeren (15-21 jaar) en het Jeugd Beschermingsbureau (0-18 jaar). Deze laatste instelling is een (gezins)voogdij-instelling. Zij neemt het ouderlijk gezag (deels) over als de Kinderrechter op advies van de Raad van de Kinderbescherming een voogdij of gezinsvoogdijmaatregel heeft uitgesproken. De samenstelling van de RIAGG in Zaanstad is in Nederland uniek, en komt voort uit een project Hulp en Recht, waarin de samenwerking tussen vrijwillige en verplichte (justitiële) hulpverlening gestalte kreeg. Bovendien is in de afdeling Jeugdzorg de samenwerking tussen de eerste lijn (het Adviesbureau) en de tweede lijn gewaarborgd. Alle aanmeldingen worden in een gemeenschappelijke 'intake'-commissie besproken, zodat voor de juiste hulp gekozen kan worden. De hulpverleningsmogelijkheden lopen uiteen van ouderbegeleiding, sociaal psychiatrische begeleiding, gedragstherapie, inzichtgevende psychotherapie en gezinstherapie. De RIAGG heeft een 7 x 24 uurs bereikbaarheidsdienst, die alleen via de huisarts of de Dienst Volks Gezondheid is in te schakelen.

Als de thuissituatie van de jeugdige zo zeer is vastgelopen, dat de hulp van de RIAGG niet meer voldoende is, kan er naar een derdelijns-instelling worden doorverwezen.
Daarvan zijn er een aantal in Zaanstad gevestigd:
- De Boddaertcentra Zaanstad bieden een dagbehandeling voor kinderen tussen 6 en 16 jaar. Er zijn twee groepen voor 6-12 jaar en één voor 12-16 jaar. In het Boddaertcentrum komen de kinderen tussen de middag en na schooltijd. In het centrum worden vaardigheden aangeleerd en soms therapie verleend. Het gezin wordt bovendien begeleid en er zijn uitgebreide contacten met school. Over het algemeen duurt een verblijf in een Boddaertcentrum 1/2 tot 2 jaar. Het is de bedoeling dat het gezin na deze periode weer op eigen kracht verder gaat, soms met behulp van een tweede- of eerstelijns-instelling.

- De Stichting JOJO is een kleinschalig tehuis met 27 plaatsen voor jongeren tussen 15 en 21 jaar. JOJO heeft drie projecten: Behandeling, Kamertraining en Begeleid Wonen. De jongeren verblijven hier dag en nacht. Van hen wordt verwacht dat zij een dagbezigheid hebben. De begeleiding kan zich richten op veranderingen bij de jongere, het verbeteren van het functioneren en het aanleren van praktische en sociale vaardigheden. De diverse projecten onderscheiden zich door de mate waarin de jongeren zelfstandig wonen en de intensiteit van de begeleiding. Er wordt vooral gewerkt vanuit de individuele ontwikkelingsmogelijkheden van de jongeren. In het project Begeleid Wonen wordt nauw samengewerkt met het Adviesbureau voor Jongeren. Het project Behandeling is uniek in Nederland door de kleine groep (3 jongeren) en door het feit dat de begeleider met de jongeren samen in huis woont. Jongeren kunnen l tot 1 1/2 jaar in een project verblijven, waarna zij in principe zelfstandig gaan wonen of naar een ander project overstappen. In het project kamertraining wonen acht jongeren in een herenhuis. De begeleiders zijn er op vaste tijden aanwezig.

- Het Orthopedagogisch Centrum Kennemerland heeft een leefgroep in Zaanstad voor 9 kinderen tussen 13 en 18 jaar. Ook daar verblijven de kinderen dag en nacht. Er wordt een leefklimaat op basis van orthopedagogische principes geboden, dat wil zeggen een rust en structuur biedende situatie, waarin gewerkt kan worden aan een acceptabel toekomstperspectief. In de leefgroep spelen vooral het groepsidee en het strakke dagschema een belangrijke rol. De verblijfsduur varieert van l tot 3 jaar. Regelmatig worden vooral jongere kinderen door de RIAGG of door de Pleeggezinnen Centrale in een pleeggezin in Zaanstad geplaatst.

Beleid

De jeugdhulpverleningsinstellingen zijn over het algemeen tussen de tien en vijftien jaar in Zaanstad gevestigd. Alleen de instellingen die zijn opgegaan in de RIAGG, bestonden al langer. De groei is in feite ontstaan vanaf 1974, toen Zaanstad een meer stedelijk karakter begon te krijgen. Ten aanzien van andere steden bestaat nog steeds een achterstand. Ontstonden er aanvankelijk aparte stichtingen voor ieder nieuw onderdeel binnen de Jeugdhulpverlening, de laatste vijf jaar zijn steeds meer instellingen gefuseerd. Sinds 1983 kenmerken samenwerking, uitbreiding en schaalvergroting het beleid. Vanaf 1983 ook werken al de hierboven genoemde instellingen samen in een samenwerkingsverband: de Overleg-Planningsgroep Zaanstreek-Waterland. In dit overleg worden nadere afspraken tot samenwerking gemaakt en worden adviezen gegeven aan de Rijksoverheid, de Provincie en de Gemeente. De Gemeente neemt aan het overleg deel als financier van vooral de eerstelijns-instellingen. De tweedelijns-instellingen worden via de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ), het Ministerie van Justitie of dat van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur (WVC) gefinancierd, de derdelijns-instellingen alleen door het Ministerie van WVC.

De adviezen van het Overleg zijn vooral van belang omdat er in Zaanstad een relatief tekort aan jeugdhulpverleningsvoorzieningen is. Er wordt door de overheid gepoogd om de hulpverleningsmogelijkheden in Zaanstreek-Waterland uit te breiden. De laatste jaren heeft dit geresulteerd in uitbreidingen van het Boddaertcentrum en JOJO, maar ook in de vestiging van het Orthopedagogisch Centrum Kennemerland. In 1989 werd de Wet op de Jeugdhulpverlening aangenomen. De gevolgen daarvan zullen zijn dat in 1992 het Ministerie van WVC zijn bevoegdheden aan de Provincie en aan de vier grote steden overdraagt. Voor Zaanstad gaat dit betekenen dat zij behoort tot de Wet Gemeenschappelijke Regelingen (WGR) regio Amsterdam. Daartoe behoren Zaanstreek, Waterland, Amstelland en de Meerlanden en Amsterdam. Er zal naar worden gestreefd dat er in iedere regio een volwaardig aanbod van jeugdhulpverleningsvoorzieningen komt en dat de instellingen organisatorisch en inhoudelijk nog meer zullen gaan samenwerken. Zie ook Gezondheidszorg 3.3.2.
Jongeren organiseren zich soms buiten de reguliere hulpverlening om in jongerenverenigingen, die dikwijls een eigen “clubgebouw” krijgen.
Zie: Jongeren Centra.

F.P. Kouwenberg

  • jeugdzorg.txt
  • Laatst gewijzigd: 2019/05/10 10:15
  • door jan