justitie

Oorsprong komt van Justitia, bij de Romeinen de godin van het recht, ontleend aan het Latijn. 'Jus' is recht. Justitie houdt in: het ontwerpen, vaststellen en handhaven van regels, die in de samenleving op verschillende gebieden van het recht gelden. Rechtsregels dienen ter ordening van de samenleving en komen bij elke maatschappijvorm voor. Afhankelijk van de behoeften van een bepaalde gemeenschap zijn de onderdelen van het maatschappelijk leven die zij bestrijken, en daarmee ook de regels zelf, aan voortdurende wijziging onderhevig.

In elke staat of andere gemeenschapsvorm zal dienen te worden bepaald wie dergelijke regels ontwerpt, wie ze vaststelt en hoe die regels, eenmaal vastgesteld zijn dienen te worden gehandhaafd. In Nederland wordt sedert 1813, het einde van de Franse tijd, het principe van de scheiding der machten gehuldigd, zie voor de voorafgaande periode Bestuur en Rechtspraak. Deze scheiding is gebaseerd op de ideeën van de Franse wijsgeer De Montesquieu en houden een wetgevende, een uitvoerende en een rechterlijke macht in. De Staten-Generaal, de Eerste en Tweede Kamer, stellen de regels vast; de Kroon, in de praktijk het kabinet, bereidt deze voor en voert ze uit; de rechterlijke macht zorgt voor handhaving en legt bij overtreding sancties op.

Op provinciaal- en gemeentelijk niveau en op het terrein van de waterschappen vindt hetzelfde plaats; de organen heten dan respectievelijk Provinciale Staten en Gedeputeerde Staten. Gemeenteraad en College van Burgemeester en Wethouders, en Vergadering van (hoofd)ingelanden en Dijkgraaf en Heemraden. De regels zelf hebben verschillende benamingen, al naar gelang het regels vaststellende overheidsorgaan.

In geval van de rijksoverheid is er sprake van: de Grondwet, Wetboeken, Wetten, Algemene Maatregelen van Bestuur en Koninklijke Besluiten. Regels afkomstig van lagere overheden, zoals Provincie, Gemeente of Waterschap, heten in het algemeen Verordeningen.

Basis voor alle rechtsregels in Nederland is de Grondwet, die voor het eerst is vastgesteld in 1814 en na talloze wijzigingen in diverse perioden voor het laatst in 1983 geheel opnieuw is vastgesteld. Andere regels mogen niet strijdig met de Grondwet zijn. Regels, die een heel gebied van het recht beslaan worden vastgelegd in Wetboeken, waarvan er vijf zijn, te weten:

  • het Burgerlijk Wetboek, waarin het burgerlijk recht is vastgelegd: familieverhoudingen, eigendomsverhoudingen, erfrecht, het contractenrecht en dergelijke. Dit wetboek dateert van 1838 en zal binnen afzienbare tijd (waarschijnlijk l-1-1992) door een nieuw Burgerlijk Wetboek worden vervangen;
  • het Wetboek van Koophandel, eveneens uit 1838. waarin onderwerpen op het gebied van handel en industrie zijn geregeld;
  • het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, waarin regels ten aanzien van procedures over zaken van burgerlijk- en handelsrecht zijn neergelegd, ook van 1838;
  • het Wetboek van Strafrecht, waarin misdrijven en overtredingen worden vastgelegd, daterend van 1886;
  • het Wetboek van Strafvordering, waarin regels ten aanzien van strafrechtprocedures zijn opgenomen, daterend van 1838.

Deze samenvatting van regels, codificatie genoemd, is geïnspireerd door de invoering van soortgelijke wetboeken in het Frankrijk van Napoleon, welke Franse wetboeken tijdens de inlijving van Nederland bij Frankrijk en nog geruime tijd daarna, tot de invoering van de bovenbedoelde nationale wetboeken, ook hier ten lande van kracht zijn geweest.

Naast deze wetboeken zijn er ontelbare onderwerpen in afzonderlijke Wetten, Koninklijke Besluiten, Algemene Maatregelen van Bestuur en Verordeningen geregeld. Zijn bij de voorbereidingen van dergelijke regels de verschillende Departementen en met name het Departement van Justitie betrokken en bij de vaststelling de volksvertegenwoordiging; ingeval van overtreding van deze regels dient de Rechterlijke macht een oordeel te vellen, als één van de Wetgevende en Uitvoerende Machten onafhankelijk orgaan, gesymboliseerd door 'Vrouwe Justitia', de geblinddoekte vrouwenfiguur met weegschaal.

De inrichting van de Rechterlijke macht wordt geregeld door de Wet op de Rechterlijke Organisatie, in werking getreden in 1838. Er zijn vier soorten gerechten, te weten:

  • a. de Hoge Raad der Nederlanden, gevestigd te Den Haag;
  • b. vijf gerechtshoven, gevestigd in Amsterdam, Den Haag, Den Bosch, Arnhem en Leeuwarden;
  • c. 19 arrondissementsrechtbanken;
  • d. 62 kantongerechten.

De kantongerechten behandelen bepaalde zaken in eerste aanleg, afhankelijk van het belang, andere worden in eerste aanleg behandeld door de Arrondissementsrechtbanken, die tevens in beroep zaken behandelen, die in eerste aanleg door de kantonrechter zijn beslist. Van uitspraken van de arrondissementsrechtbanken staat beroep open bij de gerechtshoven en van de uitspraken van deze hoven kan in cassatie worden gegaan bij de Hoge Raad.

In Zaandam is sedert de inwerkingtreding van de Wet op de Rechterlijke Organisatie in 1838 een kantongerecht gevestigd in een modern gebouw aan de Rembrandtstraat 23, daarvoor, tot het eind van de jaren '70 decennia lang aan de Czaar Peterstraat 16. Aan het kantongerecht is één Kantonrechter verbonden, in grotere kantons kunnen er ook meer zijn. Het kanton Zaandam omvat de gemeenten Jisp, Oostzaan, Wormer en Zaanstad en maakt deel uit van het Arrondissement Haarlem, welk arrondissement weer deel uitmaakt van het ressort van het gerechtshof te Amsterdam.

Naast zittingen van het kantongerecht worden in het gerechtsgebouw te Zaandam ook zittingen van de Politierechter gehouden, een tot de Arrondissementsrechtbank Haarlem behorende rechter, belast met de behandeling van bepaalde strafzaken. Bij strafzaken treedt als aanklager een officier van Justitie op, die verbonden is aan het zogenaamde parket bij de arrondissementsrechtbank, dat onder leiding staat van een hoofdofficier van Justitie. Bij de voorgenomen reorganisatie van de rechterlijke macht zullen de Kantongerechten worden opgeheven en opgaan in de Arrondissementsrechtbanken. Te verwachten valt, dat Zaandam in die gewijzigde situatie als nevenzittingsplaats van de arrondissementsrechtbank te Haarlem zal worden aangewezen, zodat gerechtszittingen te Zaandam zullen blijven plaatsvinden.

Aan elk gerecht zijn één of meer bij Koninklijk Besluit benoemde deurwaarders verbonden, die belast zijn met het verrichten van bepaalde werkzaamheden bij de rechtszittingen alsook met werkzaamheden op met name het gebied van het burgerlijk recht, zoals het betekenen van dagvaardingen voor procedures en het uitvoeren van rechterlijke uitspraken. Binnen het kanton Zaandam zijn drie deurwaardersstandplaatsen gevestigd. Behalve bij zaken die voor het Kantongerecht dienen moeten partijen zich met name in burgerlijke zaken bij procedures door advocaten laten vertegenwoordigen en hebben daarnaast in strafzaken recht op bijstand van een advocaat. Hun aantal wordt niet door de wet bepaald, er bestaat vrije vestiging, en is de laatste jaren sterk uitgebreid. In 1991 zijn bijna tien kantoren in de Zaanstreek aanwezig, waarbij zo'n 25 à 30 advocaten als vennoot of in loondienst werkzaam zijn.

Naast het justitiële apparaat voor procedures op het gebied van burgerlijk- en fiscaal recht zijn er afzonderlijke regelen voor onder andere:

  • a. geschillen tussen burgers en de overheid en overheidsorganen onderling: de administratieve rechtspraak, waarmee de Raad van State is belast;
  • b. geschillen inzake belastingaangelegenheden;
  • c. geschillen inzake de uitvoering van de wetten op het gebied van de sociale verzekering;
  • d. misdrijven en overtredingen van militairen. In de Zaanstreek zijn geen instanties gevestigd, die zich met geschillen als bovenbedoeld bezig houden. In het kader van de eerdergenoemde reorganisatie van de rechterlijke organisatie zal een belangrijk deel van deze afwijkende regelingen verdwijnen en bij de gewone gerechten worden ondergebracht.

Mr. EJ. Schwarze.

  • justitie.txt
  • Laatst gewijzigd: 2017/07/26 14:05
  • door zaanlander