kaashandel

Belangrijke handelstak, vooral in Wormerveer in de 17e, 18e en 19e eeuw. Daarna door de oprichting van (coöperatieve) kaasfabrieken van minder belang.

Reeds in de 16e eeuw stond de Zaanstreek bekend als een gebied met een grote zuivelproductie. De Italiaanse geleerde Lodovico Guicciardini meldde in een beschrijving van Nederland dat er alleen al in Assendelft 4000 melkgevende koeien waren met een jaarproductie van 5.840.000 liter. Auteur R. Kooijman (zie literatuuroverzicht) becijferde de jaarlijkse kaasproductie in de Zaanstreek (uitgaande van 25.000 koeien met een gemiddelde productie van 1460 liter melk per koe per jaar) in de 16e eeuw op mogelijk 233.600 kilo.

De Zaanse boeren verkochten hun kaas over het algemeen aan plaatsgenoten, die deze meestentijds naar Haarlem brachten. De afvoer van de producten werd ernstig bemoeilijkt door de slechte verkeersmogelijkheden. In 1629 kreeg de banne van Westzaan het recht van waag, dat in Wormerveer werd uitgeoefend. Het is niet duidelijk of er ook onmiddellijk een waag kwam in deze gemeente. Maar in 1665 woonde de waagmeester in Wormerveer. De hoeveelheid ter waag gebrachte kaas is niet bekend, maar zeker is dat Wormerveer aan het einde van de 17e eeuw reeds een centrum voor de kaashandel was.

De eerste exacte cijfers dateren uit de beginjaren van de 18e eeuw. Op een inventarislijst uit 1706 wordt vermeld dat de Wormerveerse kaaskoopman Aris Jansz. Brouwer op dat moment 3720 kazen van twee pond en 200 grote kazen in zijn pakhuis had liggen. In 1716 constateerde 'de collecteur van de impost op de waag voor Oost- en Westzanen' dat in Wormerveer 21 kaaskopers woonden. Ze waren allen doopsgezind en woonden in de nabijheid van de waag, die aan de Zaanweg stond, direct ten zuiden van de Noordersluis. De relatie tussen de handelaars was goed, in genoemd jaar 1716 sloten zij een onderling assurantiecontract.

Handel met Frankrijk

Er werd met name druk gehandeld op Frankrijk, waar de licht gezouten commissiekaas populair was. Desondanks nam de omvang van de kaashandel nadien af. In 1734 woonden er nog 19 handelaars in Wormerveer, in 1741 nog tien. Nadien ging het geleidelijk weer beter met de kaashandel, maar de runderpest van 1769 tot 1784 eiste een zware tol. In Noord-Holland stierven 400.000 koeien. De waag was toen inmiddels bezit van de banne (1764).

In de Franse tijd werd de handel eveneens belemmerd. Desondanks ging in 1803 volgens schattingen nog 150.000 pond kaas over de Wormerveerse waag. Na de Franse tijd volgde een periode van snelle groei. In 1822 werd de waag verplaatst naar een plek ten noordoosten van meelmolen De Witte Vlinder, De Witte. Nadien kon ook graan worden aangevoerd. De graanmarkt werd evenwel geen succes en werd weer spoedig opgeheven. De kaasmarkt daarentegen floreerde. In 1826 ging bijna 600.000 pond over de waag: in 1828 872.499 pond. Het absolute hoogtepunt was daarmee bereikt.

Vooral na 1830 daalde de aanvoer sterk, tot een dieptepunt van 195.847 pond in 1845. Daarna herstelde de markt zich weer, vanaf 1848 snel. In 1851 ging weer 557.302 pond over de waag. In 1853 (het laatste jaar waarover exacte gegevens bekend zijn) werd bijna 400.000 pond aangevoerd. Ondanks de na 1845 weer gestegen aanvoer werd het rendement van de waag steeds kleiner. Dat kwam vooral door de afname van het aantal handelaren. Uiteindelijk zouden er vier kaashandels over blijven: Wessanen en Laan, Haantjes & Schermer, J. Lieshout (allen in Wormerveer) en Jb. Schots (Krommenie).

Tuchthuis

In 1882 besloot de gemeenteraad van Wormerveer de waag te sluiten. Het gebouw deed nog drie jaar dienst als tuchthuis voor dronkaards en landlopers en werd in 1885 (gelijk met De Witte Vlinder) gesloopt. In enkele publicaties is geopperd dat tot het eerste kwart van de 19e eeuw een speciale (kleine) kaasmarkt in Krommenie is geweest. Hier zijn echter geen bewijzen voor gevonden. Wel is op de markt in Krommenie tot in de 20e eeuw steeds kaas aangevoerd en verkocht, maar deze aanvoer bleef in verhouding bescheiden en was niet voor de handel bestemd.

Over de kaashandel aan het einde van de 19e eeuw en het begin van de 20e eeuw zijn weinig gegevens beschikbaar. Wessanen en Laan trok zich allengs terug uit de kaashandel. Andere kaashandelaren kwamen op. In Zaandam (Oostzijde) werd in 1897 Dekker en Van Schijen opgericht, groothandel in kaas en boter. Deze groothandel werd in 1935 overgenomen door C. Kraaijer, die vooral in kaas en boter ging handelen. Andere groothandels in kaas werden Schipper, Keg (beide in Zaandam), Zwart (Zaandijk) en Goedhart (Koog). Voorts hadden Simon de Wit en Albert Heijn kaaspakhuizen in de Zaanstreek, evenals de Oosthuizense groothandel Koster.

De oprichting van kaasfabriekjes betekende vaak de uitschakeling van de groothandel. Bijvoorbeeld in Jisp in 1911 en in Wormer in 1916 werden kleine fabriekjes opgericht, die rechtstreeks aan de detailhandel leverden. Gebroeders D. en A. Schipper ontwikkelde zich als groothandel en tot fabrikant van rook- en smeerkaas. De grossierderij van dit bedrijf behaalde in 1989 een omzet van ongeveer 8 miljoen euro. Zie voorts: Schipper Kaas.

De detailhandel in kaas is in de 20e eeuw sterk gewijzigd. Aanvankelijk was kaas vrijwel uitsluitend een exclusief product van de zuivelhandel. Later kon kaas ook bij de kruideniers worden gekocht, en weer later bij de supermarkten. Het belang van de zuivelhandel nam sterk af. In de jaren zeventig van de 20e eeuw namen de specialiteitenzaken sterk toe. Hier kunnen (meestal) ook buitenlandse kaassoorten worden gekocht. In totaal bevond zich begin 1990 een twintigtal kaashandels in de Zaanstreek.

Literatuur:

  • R. Kooijman. De kaasmarkt te Wormerveer, ongepubliceerd (in gemeente-archief Zaanstad) 1985;
  • J. Aten. Wormerveer langs weg en Zaan. Wormerveer 1967.
  • S. Hart. De Zaanstreek en Oostzaandam in het bijzonder in het jaar 1731, in: Geschrift en getal, Dordrecht 1976.
  • kaashandel.txt
  • Laatst gewijzigd: 2018/02/20 20:08
  • door 66.249.64.207