kalkbranderij

De winning van ongebluste kalk uit koolzure kalk (bijvoorbeeld schelpen, kalksteen, krijt) door verhitting, onder ontwikkeling van koolzuurgas.

De ongebluste kalk werd in metselkalk verwerkt. Reeds vroeg in de 17e eeuw stond in Zaandijk, tegenover het Guispad aan de Zaan, een kalkoven. In 1629 was Gaeff Jacobsz. eigenaar van deze oven. Deze kalkoven werd reeds in 1642 gesloopt. Aan het begin van de 20e eeuw stonden aan de Zuiddijk in Zaandam twee kalkbranderijen. Degene die het dichtst bij het Noordzeekanaal was gelegen had vier ovens, de andere drie.

In de volksmond werden deze ovens 'de flesjes' genoemd. De branderij met drie ovens was eigendom van S. Prins Dzn., die in 1902 de firma S. Prins Dzn in Bouwmaterialen had opgericht. Een van de producten die hij verhandelde was schelpkalk. Daardoor kwam hij in contact met de eigenaren van nv Schelpkalkbranderij Het Klaverblad in Zaandam, een aantal aannemers die gevestigd waren in Zaandam en omstreken. Een van hen was tevens directeur van deze nv.

In 1906 werd de heer Prins aangezocht de directie op zich te nemen, men achtte het niet langer juist dat een van de belanghebbende aannemers de fabrikantenrol vervulde. In de drie flesjes werd schelpkalk gebrand, d.w.z. de schelpen die per schip van de Nederlandse stranden werden aangevoerd, werden gemengd met kolengruis en dit mengsel werd met emmers boven in de oven gestort. Het mengsel van kolengruis en schelpen werd vervolgens gebrand en daarna in een roterende zeeftrommel uitgezeefd, waarbij de schelpkalk vrij kwam. Het product werd daarna in zakken verpakt.

De nv Schelpkalkbranderij Het Klaverblad werd in 1921 opgenomen in de nv Nederlandse Basalt Maatschappij. De drie kalkovens aan de Zuiddijk werden aan het begin van de jaren zestig gesloopt om plaats te maken voor de opslag van de voorraad gereed product van een door de Nederlandse Basalt Maatschappij inmiddels aldaar gevestigde betonwarenfabriek.

  • kalkbranderij.txt
  • Laatst gewijzigd: 2016/06/08 20:47
  • door han