kamp

Bij Zaankanters zeer populair kampeerterrein aan de Zeeweg in Castricum op loopafstand van zee. 56 hectare groot, gelegen in het Noordhollands Duinreservaat onder exploitatie van het Provinciaal Waterleidingbedrijf Noord-Holland (PWN ).

Reeds in de jaren dertig van de 20e eeuw werd op bescheiden schaal op het toen nog particuliere en veel kleinere terrein gekampeerd. De grote populariteit ontstond na de Tweede Wereldoorlog toen het terrein mede door het eenvoudige voorzieningenpeil (geen elektriciteit, water op een beperkt aantal tapplaatsen) een betaalbare vakantiemogelijkheid werd voor de gewone Amsterdammer en Zaankanter.

Het aantal seizoenplaatsen groeide naar zo`n 1500. Daarnaast bestonden een paar honderd plaatsen voor kort kamperen, alsmede een apart jongens- en een meisjesterrein. Op de topdagen in het zomerseizoen waren er zo'n 8000 à 10.000 mensen aanwezig. Aan het eind van het kampeerseizoen was het noodzakelijk om de tenthuisjes (houtboard met linnen dak) aan het eind van het kampeerseizoen af te breken en op te slaan in op het terrein aanwezige bunkers en loodsen en in schuren bij boeren.

Voor de verlichting in de (meestal door de eigenaren zelf gebouwde) huisjes werden petroleumlampen gebruikt en men kookte op oliestellen, later vervangen door butagas. Water moest worden gehaald en in een kleine tank bij het huisje in voorraad gehouden. Voor de bedvulling werden in de beginperiode balen stro gebruikt, die aan het eind van het seizoen in de 'strokuil' bij het grote voetbalveld terechtkwamen. Werknemers van Bruynzeel hadden de mogelijkheid om via dit bedrijf aan een tenthuis te komen. Deze waren voor iedereen duidelijk herkenbaar door de opengewerkte zijstaanders.

Verhuurplicht

Toen de belangstelling voor het terrein steeds groter werd ging de PWN er toe over aan de eigenaren een verhuurplicht van minimaal twee weken op te leggen. Ook daarna bleef de vraag toenemen. Vanaf 1963 liep men de kans om één of meerdere seizoenen 'uit te loten'. Op het kampeerterrein hing een aparte sfeer. Jaarlijks kwamen dezelfde mensen naar het terrein, zodat daar op het laatst iedere zomer het karakter van een reünie kreeg. Een belangrijke bijdrage aan de speciale 'Bakkumsfeer' werd voorts geleverd door de forensenkampeervereniging Bakkum (KVB), die in 1948 werd opgericht met de doelstelling het 'behartigen van de belangen der kampeerders, het bestrijden van vandalisme en het organiseren ener jeugddag'.

Met name de jeugddag groeide uit tot een jaarlijks hoogtepunt op het terrein. In de jaren vijftig en zestig namen er zo'n 1500 kinderen aan deel. IJsdefilé, vossenjacht en zakje snoep waren voor vele Zaanse kinderen een begrip. De KVB organiseerde ook ontspanningsavonden in 'de Pan' (een natuurlijke glooiing in het terrein, geschikt als openluchttheater voor 5000 personen), waaraan in de loop der jaren vele bekende artiesten meewerkten. Bovendien werd aan amateurs de mogelijkheid tot optreden geboden op de avonden van 'De Oprechte Amateur'. Op last van de hoofdinspecteur van Volksgezondheid mochten in 1956 geen 'kinderfeest` en 'panavonden' worden gehouden in verband met de landelijk heersende epidemie van poliomyelitis.

Een jaarlijks terugkerende attractie was de voetbalwedstrijd tussen het kampelftal en CSV op het terrein van deze vereniging aan de Zeeweg. Voor dergelijke wedstrijden liep het kamp massaal uit. In de kantine van CSV was vanaf 1956 enige jaren de kampschool gevestigd (eerder in een lokaal van een lagere school in Bakkum), die bestemd was voor kinderen in de basisschoolleeftijd, die ook buiten de vakantieperiodes op het terrein verbleven. Eind jaren vijftig ontstond een tweede kampeervereniging: kv Bos en Zee - Zaanstreek.

Geen draagvlak

Het draagvlak voor twee verenigingen op één terrein bleek echter te klein en deze vereniging hield na een paar jaar op te bestaan. In de loop der jaren werd de accommodatie op het terrein steeds verder verbeterd. Er kwamen douches, een betere verlichting en bestrating van diverse paden. De witte houten winkeltjes werden door stenen gebouwen vervangen. Basketbal- en volleybalvelden werden aangelegd. Voor de oudere jeugd ontstond een ontmoetingsplaats in 'Paradise'.

Vooral in de jaren zeventig veranderde de sfeer op het terrein. In de meeste huisjes verscheen de televisie (op accu) en door de toenemende welvaart en de groeiende populariteit van andere vakantiebestemmingen liep de animo voor het terrein met name bij jongere generaties terug. De KVB schafte in 1972 de 'Panavonden' af en stelde daar filmavonden voor in de plaats. Er kwamen plannen de huisjes van stroom te voorzien. Het kampeerterrein en de directe bos- en duinomgeving dienden als achtergrond voor het in het begin van de jaren zestig verschenen jongensboek 'De jongens van tent 868' van H.A. van Ommen, uitgeverij Kluitman.

J.C . van Genderen

Bronnen: L.C. Corbeau, H. van Oort, mevr. D. van Oort-Barendse, archief KVB.

  • kamp.txt
  • Laatst gewijzigd: 2016/06/13 23:52
  • door jan