kanaal

Onderneming van vooral Wormerveerse fabrikanten, die zich in 1849 gingen inzetten voor de verlenging van de Markervaart in noordelijke richting, zodat een verbinding tot stand zou komen tussen de Zaan en het Noordhollands Kanaal.

De Zaanstreek was in 1824 buiten het traject van het Noordhollands Kanaal gehouden. De bereikbaarheid vanuit het zuiden - via IJ en Voorzaan - was in de eerste helft van de 19e eeuw verre van optimaal. Daarom was de gedachte om de aanvoer van goederen via vaarwegen vanuit het noorden te regelen voor de ondernemers in de noordelijk deel van de Zaanstreek aantrekkelijk. Al in het jaar van oprichting van de Maatschappij kon met verlenging worden aangevangen.

Toen deze, onder de naam Koger Polder-kanaal, in 1850 gereed kwam, werd er meteen druk gebruik van gemaakt. Markervaart en Koger Polder-kanaal hebben een gezamenlijke lengte van vier kilometer bij een breedte van 30 meter en een diepte van 2,48 -NAP. De Maatschappij had voor de financiering een onbekend aantal (waarschijnlijk omstreeks 800) aandelen van 500 gulden elk uitgegeven, waarvan meer dan de helft in handen was van fabrikanten uit Wormerveer, Krommenie en Zaandijk. Bovendien had men zich verzekerd van gemeentelijke bijdragen in de exploitatie voor de eerste 20 jaar.

Aanvankelijk werd ook tol op de doorvaart geheven (bij zwaar weer was een zeiltocht via het Koger Polder-kanaal te verkiezen boven de route over het Alkmaardermeer), terwijl havengeld voor het gebruik van lig- en losplaatsen langs het kanaal werd berekend. In feite was langs het Koger Polder-kanaal een nieuwe zeehaven voor de Zaanstreek ontstaan, waar tussen 1850 en 1885 soms meer dan de helft van de voor de Zaanstreek bestemde zeeschepen de aangevoerde goederen loste. Zie: Economische geschiedenis 3.2.1.

De Maatschappij heeft nog tot 1945 bijgedragen in de kosten van onderhoud voor de kanaaldijk. Sindsdien komen deze kosten geheel voor rekening van de overheid.

  • kanaal.txt
  • Laatst gewijzigd: 2016/09/28 21:46
  • door wies