kiesrecht

De bevoegdheid om aan verkiezingen deel te nemen, te onderscheiden in actief en passief kiesrecht. Actief kiesrecht is het recht om 'een stem uit te brengen'. Dat wil zeggen vertegenwoordigers in de landelijke, provinciale en gemeentelijke besturen mede te kiezen. Passief kiesrecht is de bevoegdheid zich voor deze vertegenwoordigingen als lid te doen kandideren.

Het kiesrecht, hoewel nog niet lang in de huidige vorm, is bij de grondvesting van de Bataafse Republiek in 1795 in Nederland ingevoerd. Het was aanvankelijk beperkt tot mannen en inkomens-gebonden, zodat alleen welgestelde inwoners van het mannelijke geslacht kiesrecht hadden. Nog aan het eind van de 19e eeuw was niet meer dan de helft van alle mannen kiesgerechtigd. In die periode is ook in de Zaanstreek een aantal kiesverenigingen actief geweest voor de verruiming van het kiesrecht.

In 1917 werd het algemeen kiesrecht voor mannen ingevoerd, twee jaar later werd het kiesrecht voor vrouwen in de wet opgenomen. Nadien is de leeftijd waarop men voor het eerst mag kiezen enkele malen verlaagd (was 23 jaar, is nu 18 jaar). Zaanse kiesverenigingen, die zich inspanden voor verruiming van de bepalingen waaraan het kiesrecht eerder was gebonden, waren onder meer Grondwet, Burgerplicht, Kiesrecht is kiesplicht en Zaandijk.

Literatuur: J.J. 't Hoen, De Rode Zaanstreek, Wormerveer 1968.

  • kiesrecht.txt
  • Laatst gewijzigd: 2016/06/25 20:51
  • door han