Weverij in Wormer (Dorpsstraat 187).

Het bedrijf ontstond in 1887, toen Maarten Koster (1861-1948) een bestaande buullakenweverij overnam van de familie Van Kleef. Buullaken werd op handgetouwen geweven van eerste klas wolsoorten. Er werden de zogenoemde 'bulen' van gemaakt, zeer sterke zakken die in de olieslagerijen werden gebruikt. Tot omstreeks 1916 bleven de handgetouwen toegepast.

Doordat de oliefabrieken overschakelden op andere technieken (wringen en extraheren), veranderden ook de door de firma Koster vervaardigde producten. Men maakte sindsdien en tot omstreeks 1950 pers- en filterdoek met mechanische weefgetouwen, nog steeds voor de olieindustrie. Aangezien de Nederlandse (Zaanse) oliefabrieken als gevolg van de productie in de oorspronglanden een achteruitgang doormaakten, zocht de weverij omstreeks 1950 compensatie voor de teruglopende omzet door het weven van sisaltapijt, tot een getouwbreedte van 3.80 meter.

De opkomst van het 'getufte' tapijt dwong rond 1965 opnieuw tot een ingrijpende wijziging. Weverij Koster werd toen bandweverij. Dat wil zeggen dat sindsdien van synthetische garens band werd geweven tot een breedte van 30 cm. Dit zeer sterke band wordt bijvoorbeeld gebruikt voor hijswerktuigen, als stroppen enzovoort. Dit product (de smalste maat is 2,5 cm) wordt voor 60 procent in Nederland afgezet.

Het bedrijf, beginjaren negentig met twintig medewerkers, heeft als een der weinige overgebleven Zaanse textielfabrieken echter ook een belangrijke export, niet alleen naar Europese landen maar ook naar bijvoorbeeld Japan en Singapore. In 1983 zijn de aandelen van Koster bv verkocht aan de Finse bandweverij Inka. M. Koster, kleinzoon van de oprichter, was 40 jaar aan de weverij verbonden. De directie was beginjaren negentig in handen van J. Zwart.

  • koster1.txt
  • Laatst gewijzigd: 2016/08/09 21:51
  • door han