overzicht_wo2

Achterberg, Jaap

Zaandam 20 december 1914 - Ladelund Neuengamme 29 november 1944

Jacob (Jaap) Achterberg, verzetsstrijder, lid van de CPN, zoon van Aaltje Hoorn en Maarten Achterberg. De vrouw van Jaap, Klazien, zette zich samen met Trien Mans en Bep Koemans in de jaren dertig in voor vluchtelingen uit Duitsland.

Achterberg werd op 5 september 1944 vanuit Kamp Vught naar Sachsenhausen getransporteerd. Op 16 oktober 1944 werd hij overgebracht naar Ladelund, Neuengamme waar hij op 29 november overleed. Onder welke omstandigheden is niet bekend.

Zie ook:Verzetsmonument

Achtersluispolder

Polder, oorspronkelijk Sluispolder, gelegen buiten de Noorder IJ- en Zeedijk in Zaandam, het meest zuidelijke gebied van Zaanstad, aan drie zijden omgeven door Zijkanaal G, het Noordzeekanaal en Zijkanaal H. Vermoedelijk viel de Sluispolder rond de 13e eeuw, de tijd van de eerste omvangrijke bedijkingen, droog. De polder werd in de 16e eeuw ingedijkt. Weliswaar dateert de polder uit de Middeleeuwen maar was in die periode nooit bewoond of bebouwd. Ook industrie, in de vorm van molens, scheepswerven of traankokerijen, ontbrak. Het gebied is tot in de 20ste eeuw in gebruik geweest als veeteeltgebied.

Doordat niet alleen Amsterdam maar ook de landelijke overheid zich met het ontwerp van het in 1876 geopende Noordzeekanaal bemoeide kreeg de polder in 1879 een rechtstreekse verbinding met de zeesluizen bij IJmuiden.

De Eerste Wereldoorlog maakte de aanleg van een militair vliegveld binnen de Stelling van Amsterdam noodzakelijk. Gehaast werd er in augustus 1914, een mini-luchthaven aangelegd in de Achtersluispolder. Afgezien van het naastgelegen, in aanbouw zijnde pakhuis De Vrede was de grond daar toen nog maagdelijk. Met de aanleg van een start- en landingsbaan werd het prototype van Schiphol een feit. Dat wil zeggen: voor even. De polderbodem was namelijk zo zompig dat er ’s winters geen vliegtuig van de grond kon komen. Er moest dus een nieuwe plek worden gevonden en daarmee was de rol die Zaandam in de geschiedenis van de luchtvaart speelde voorbij.

Vanaf 1917 werd de Achtersluispolder een vestigingsplaats voor industrie. Toen werd De Vrede, nog steeds het meest markante gebouw in het industriegebied, gebouwd waarna de jachtwerf van Kraaier werd gevestigd.

Gedurende de tweede wereldoorlog werd de Achtersluispolder door de Duitsers geheel onder water gezet om een geallieerde landing in de Zaanstreek tegen te gaan.

Na de Tweede Wereldoorlog ontstond er behoefte in Zaandam een gebied in te richten ten behoeve van het bedrijfsleven. Met name waar ruimte kon worden gecreëerd voor de zwaardere industrie. De landelijke politiek stuurde aan op vertrek van grote bedrijven uit de binnensteden door systematischer en consequenter op te treden zo nodig onder dwang van het vergunningenstelsel. Door deze ontwikkeling ontstond ook bij ondernemers de wens zich buiten de bebouwing van de steden gaan vestigen. Daarnaast boden de buitengebieden de industrie meer mogelijkheden in vergelijking met de binnenstedelijke huisvesting, waarbij sprake is een betere bereikbaarheid en ontsluiting. De beslissing de Achtersluispolder te vestigen, destijds natuurgebied, resulteerde tot enig verzet van de natuurminnende burger, niettemin werden de eerste palen voor bebouwing geslagen en wel aan de Sluispolderweg, die als een slagader door het gebied voert.

Als eersten vestigden zich grote houthandels en machinefabriek Bührs in het gebied. De Achtersluispolder was het eerste buiten de bebouwde kom ontwikkelde industriegebied van de Zaanstreek. De eind jaren vijftig gegraven Isaac Baart- en Dirk Metselaar-haven vormden een belangrijke vestigingsfactor. Nadien vestigde Ahold een distributiecentrum en een Centrale Slagerij in de Achtersluispolder. De Achtersluispolder is volledig in gebruik als industriegebied. De aanvankelijk slechte bereikbaarheid over land werd verbeterd in 1987, toen er een aansluiting op de Coentunnelweg kwam.

De Belangenvereniging Industriegebied Achtersluispolder 1) is opgericht om voorwaarden te creëren opdat de leden van de BIA optimaal kunnen ondernemen, door middel van belangenbehartiging en stimulering van samenwerking tussen de bedrijven onderling en met de overheden.

Dankzij de tweede Coentunnel is de bereikbaarheid van het industriegebied aanmerkelijk verbeterd.

In 2016 werden vluchtelingen opgenomen in de zogenoemde Bajesboot, afgemeerd aan de Isaac Baart-haven. In 2017 werd een fietspad opgeleverd waardoor fietsers autoluw en stoplichtloos naar Amsterdam-Noord kunnen.

Zie ook: Economische geschiedenis 3.6.3

Admiraal, Albertus

Koog aan de Zaan, 12 september 1909 – Zeist, 21 februari 1977

Albertus Admiraal, wethouder voor de Anti Revolutionaire Partij in Zaandam van 1945 tot 1949. Nadien burgemeester van Enkhuizen en later Bussum. Admiraal werd geboren te Koog in een protestants gezin.

Tijdens de tweede wereldoorlog was hij voorzitter van de Districts Commissie Illegaliteit Zaanstreek. In 1943 kreeg het werk ten behoeve van onderduikers een grote uitbreiding. Boekhandelaar Willem Brinkman, meubelhandelaar Klaas Pos, bakker G. Dekker en kantoorbediende Albert Admiraal kwamen in Zaandam aan de top van de landelijke organisatie voor hulp aan onderduikers (LO).

In september 1944 was hij lid van de Zaanse voedselcommissie verder bestaande uit de heren Admiraal, de Vries, Bruggeman en Dirkmaat. Medewerking in Wormerveer verleenden de firma's Simon de Wit en Albert Heijn, waar goederen konden worden opgeslagen. Tegen kostprijs werden de levensmiddelen verdeeld onder onderduikers, kosthuizen en medewerkers.

Na de oorlog kwam hij in de nood-gemeenteraad van Zaandam; daarna werd hij wethouder. Zijn betrekking als buitenlands correspondent van Verkade gaf hij op voor de politiek. Van 1949 tot 1966 was hij burgemeester van Enkhuizen, van 1966 tot zijn pensionering in 1974 burgemeester van Bussum. Hij overleed in zijn laatste woonplaats Zeist.

Allan, Willem Frederik

Westzaan, 25 december 1881 - Zaandijk, 28 februari 1958

Willem Frederik Allan 1881-1959

Willem Frederik Allan, ondernemer en politicus te Koog aan de Zaan, in 1909 gehuwd met Johanna Cornelia Bronke (1883-1959), was in de jaren 1935 tot en met 1944 burgemeester van Koog aan de Zaan. De Koger zakenman Allan doorstond als burgemeester een zeer moeilijke tijd. De vooroorlogse regering Colijn had de wazige aanbeveling gedaan dat burgemeesters moesten aanblijven zolang de bevolking meer nut van hen had dan de bezetters. Hierdoor moest hij echter wel het plaatselijk directeurschap van de Winterhulp accepteren. Allan bleef lang op zijn post, tot het einde van 1944 nadat van de burgemeesters werd verlangd, dat zij inwoners zouden aanwijzen, die moesten helpen Duitse verdedigingswerken bij de kust te maken. De burgervaders Albert Slager van Wormerveer, Allan van Koog en Anthonie van Gelderen van Zaandijk vroegen commissaris Backer van de provincie NH in Haarlem van die opdracht ontheven te worden. Na de bevrijding mocht hij niet terugkomen en in 1946 werd hij ontslagen. In 1949 werd dit ontslag veranderd in eervol ontslag.

Op 1 december 1938 riep Allan op de vluchtelingen, afkomstig uit het fascistische Duitsland, in het kader van de naastenliefde te steunen. ,,Het grote beginsel, waarnaar wij allen trachten te leven is de naastenliefde. Hier en daar in de wereld is dit beginsel in gedrang gekomen. Wij willen nu met ons allen trachten iets voor de slachtoffers te doen. Wij weten dat wij maar een heel klein gedeelte van het leed zullen kunnen verzachten, ondanks ons aller bereidheid daartoe. Ook de bevolking onzer gemeente heeft hier een taak. Wij hebben mede de grote traditie van ons kleine volk hoog te houden. Nederland heeft de gehele historie door begrepen wat het te doen had voor diegenen, die het onmogelijk was geworden verder te leven in hun vroegere vaderland. Deze traditie voelen wij ook als een plicht van heden en daardoor hebben wij hier een gemeenschappelijke taak, hoe verscheiden ook onze denkrichting moge zijn. Het is daarom dat wij de collecte, welke met instemming en medewerking van regering op 3 december 1938 ook in onze beide gemeenten wordt gehouden, met klem bij u aanbevelen. Ieder vervulle zijn menselijke plicht naar vermogen. Degenen, die er de voorkeur aan geven hun bijdrage per giro over te maken, kunnen storten ten name van W. F. Allan te Koog aan de Zaan, Girono. 27790, onder vermelding 'voor steun vluchtelingen'.“ Bron: Zaans Volksblad.

In 1940 werd hij benoemd tot lid van de Provinciale Staten van Noord-Holland, een functie waar D.A. Flentrop voor bedankte. Allan was in 1942 25 jaar als commissaris aan de Nutsspaarbank verbonden.

Allan werd in 1902 in aangesteld als tweede voorwerker en later penningmeester in het bestuur van de Gymnastiek Vereniging Jahn. Het diploma Engelse Handelscorrespondentie van de Vereniging Leraren in het boekhouden werd hem in 1904 uitgereikt. Van 1907 tot 1909 was hij werkzaam bij Brandwaarborg Maatschappij Koning & Boeke als agent voor Westzaan. In 1923 kwam hij voor de Vrijzinnig Democratische Bond in de gemeenteraad. In 1931 werd hij wethouder, vier jaar later burgemeester. Zijn directeurschap bij Zaans Veem gaf hij toen op. Allan was voorts lange tijd kerkvoogd van de Nederlands Hervormde kerk te Koog, alsmede bestuurslid van de Stichting Het Noordhollandse Landschap en voorzitter van Oranjevereniging d'Oranjeboom.

Op 26 maart 1938 overhandigde Allan de voorzittershamer van de Commissie van Toezicht op het onderricht en de ontwikkeling voor jeugdige en andere werklozen in de Noordelijke Zaangemeenten, aan burgemeester Albert Slager van Wormerveer over die daarop tot voorzitter werd benoemd.

April-meistakingen 1943

De tweede grote staking dateert van april/mei 1943. De directe aanleiding was het in Berlijn genomen besluit dat Nederlandse militairen van mei 1940 alsnog in krijgsgevangenschap zouden worden genomen. Aan die staking werd in de Zaanstreek voornamelijk in Krommenie meegedaan. Vrijdag 30 april legden 700 arbeiders van de Verenigde Blikfabrieken het werk neer.

Zaterdag 1 mei werden op bevel van de bezetter dertien werknemers gearresteerd, twaalf Krommenieërs en een Assendelver. Zij waren:

  • Hendrik Blank, Zuiderhoofdstraat 73,
  • Henk Heij, Klaas Katerstraat 13,
  • Jacob Kramer, Militaireweg 93,
  • Johan van Lemmeren, Militaireweg 81,
  • Pieter van Loon, Militaireweg 20,
  • Gerke Mastenbroek, Heiligeweg 116,
  • Frans Jan Offenberg, Militaireweg 124,
  • Klaas Oosthuizen (44)
  • Klaas van Veen, Schoolstraat 22,
  • Willem van 't Veer, Blok 30,
  • Willem Vredenburg, Klaas Katerstraat 17,
  • Gerard Wiersma, Emmastraat 19, allen te Krommenie
  • Theodorus Rijkhoff, Dorpsstraat 707, Assendelft

Vier van hen werden de volgende dag na een 'proces' bij een standgerecht doodgeschoten. Dat waren:

De andere ter dood veroordeelden werden naar concentratiekampen gebracht. Zes van hen kwamen daar tussen 1943 en 1945 om het leven:

  • Wilhelmus Petrus Johannes Duijn (32) stierf op 23 mei 1945 te Braunschweig.
  • Henk Heij, stond als vermist te boek. Naspeuringen van zijn neef Willem Evertse leidden in 2014 tot het vermoeden dat Henk Heij begin mei 1945 in Dachau om het leven is gekomen.
  • Gerke Gerrit Mastenbroek (46) maakte in Dachau de bevrijding mee maar stierf op de terugweg in Vught op 1 juni 1945.
  • Klaas Oosthuizen (44) stierf op 26 september 1943 als gevolg van de ontberingen in kamp Vught.
  • Klaas van Veen werd op transport gesteld naar Dachau, waar hij op 13 juli 1944 werd terechtgesteld.(23)
  • Willem van 't Veer (33) overleed in concentratiekamp Dachau op 26 februari 1945.

Vier ter dood veroordeelden overleefden hun veroordeling:

„Een dag van dolle paniek“, zei burgemeester De Boer van Assendelft er later van. De anderen waren ook ter dood veroordeeld, maar zij mochten verzoeken tot matiging indienen. De beoordeling daarvan hing mede of van het wel of niet hervatten van het werk in Krommenie, de volgende dag. Het werk werd hervat.

Het gerucht ging, dat de namen van de twaalf aan de SD waren opgegeven door NSB-burgemeester A.G.Jongsma, die nu eenmaal mede door zijn onbeheerste, rauwe optreden, een uiterst kwalijke reputatie had. Ook volgens Bouman heeft Jongsma ze opgegeven. Jongsma zelf ontkende het tijdens zijn proces. Na de oorlog heeft Jongsma gezegd, dat in de kring van de directie van de Blikfabrieken de namen waren genoemd.

In Wormerveer waren zaterdagmiddag vier arbeiders gearresteerd, maar die werden zondags vrijgelaten. De staking was maandag 3 mei grotendeels over. Alleen hier en daar in het zuiden en in de kop van Friesland, ten noorden van Dokkum, is nog een paar dagen langer gestaakt.

Er is in deze stakingsdagen veel moed getoond, ook door een man als de burgemeester van Werkendam. Hij kreeg opdracht een lijst te maken met tien namen van ingezetenen, die bij voortduren van de staking doodgeschoten zouden worden. Hij zette er maar drie namen op: die van zichzelf als eerste en, met hun toestemming, die van de twee plaatselijke predikanten.

Wegens de staking zijn 80 mensen na vonnissen doodgeschoten. Zestig verloren het leven en 400 raakten gewond door geweervuur van de Duitsers op mensenmenigten. In Marum werden 18 mensen, onder wie een jongen van 13, doodgeschoten, nadat een omgezaagde boom bij toeval over de weg was gevallen. De Duitsers beschouwden dat als sabotage.

De april/meistaking had drie kenmerken:

  • 1. Zij was veel omvangrijker dan de februaristaking van 1941, zowel naar gebied als naar aantal deelnemers. Aan deze staking deden de mensen van het platteland mee. Dit is ook voor later belangrijk geweest. Voor het eerst had het platteland aan den lijve ondervonden, wat de terreur van de Duitsers was. Dat vergrootte daar aanzienlijk de bereidheid mensen uit de steden te laten onderduiken.
  • 2. Het aantal slachtoffers was veel groter dan van de februaristaking.
  • 3. Amsterdam en Zaandam, een kleine uitzondering buiten beschouwing gelaten, deden niet mee. De Jong en Bouman noemen daarvoor als redenen: de herinnering aan het neerslaan van de februaristaking, de deprimerende invloed van het beeld van de jodendeportaties op de Amsterdammers en daardoor indirect op de Zaandammers, omdat die nu eenmaal altijd de neiging hebben rekening te houden met wat de Amsterdammers doen, en het feit, dat de SD in april zware slagen aan de illegale CPN had toegebracht.

Willy Lages, een beruchte SD-er in Amsterdam, noemde in een direct na de staking geschreven rapport de verzwakking van de CPN als voorname factor voor het niet-staken in Amsterdam en Zaandam. Het was intussen niet zo, dat de CPN volledig passief was. Volgens Maas heeft de Zaanse CPN in Wormerveer en Krommenie een door hem geschreven pamflet uitgegeven.

Van het naar verzamelpunten jagen en deporteren van de joden in Amsterdam ging een deprimerende invloed op de Amsterdammers en indirect op de Zaandammers uit. De Duitsers gedroegen zich na de staking geenszins terughoudend. Eerder was het tegendeel het geval. Ze zetten nu hard door.

Nieuwe orders luidden:

  • 5 mei: alle studenten, die geweigerd hadden de loyaliteitsverklaring te tekenen, moesten zich melden.
  • 7 mei: alle mannen van 18 tot 35 jaar moesten zich voor tewerkstelling in Duitsland laten inschrijven bij het arbeidsbureau.
  • 13 mei: de radiotoestellen moesten worden ingeleverd.

Het standaardwerk De April-Mei-stakingen van 1943 (1950) van dr. P. J. Bouman is digitaal te raadplegen op de website van het NIOD Instituut voor Oorlogs,- Holocaust en Genocidestudies.

Zie: Tweede Wereldoorlog 3.

Arbeidsbureau

Zie: Gewestelijk Arbeidsbureau. Zie ook, in verband met de brand in het Arbeidsbureau Oostzijde Zaandam, mei 1943 en de bomaanslag op dat in de Stationsstraat te Zaandam in januari 1945: Tweede Wereldoorlog , 3.

Artillerie Inrichtingen (AI)

Producent van munitie te Zaandam, aan het Noordzeekanaal ten oosten van de voormalige Hembrug op de zuidwestelijke hoek van de Voorzaan. De productie van de munitie werd in de jaren 1885-1889 vanuit Delft naar Zaandam overgebracht. Op 1 januari 1973 werd het staatsbedrijf omgezet in een naamloze vennootschap onder de naam Eurometaal nv.

De Artillerie Inrichtingen hebben de Zaanstreek steeds veel werkgelegenheid geboden. Daarbij dient wel in het oog te worden gehouden, dat het aantal arbeidsplaatsen bij de AI sterk schommelde. Bij toenemende spanning in de wereldpolitiek en bij oorlogsdreiging, nam ook het aantal arbeidsplaatsen bij de AI toe. In dit licht verwondert het niet dat juist ook tijdens de Eerste Wereldoorlog en vlak voor de Tweede Wereldoorlog zeer velen bij het bedrijf werkzaam waren: in 1917 boden de Artillerie Inrichtingen bijna 8500 arbeidsplaatsen, in 1939 ongeveer 5300.

→ Lees verder...

Aten, Remmert

Zaandam 9 augustus 1895 - Zaandam 15 augustus 1984

Remmert Aten (links) en Jaap Boll zwommen op 26-9-1944 naar de zwaar bewaakte Hembrug en slaagden er in om die te ontdoen van springstoffen, bedoeld om de brug bij nadering van de geallieerden op te blazen. Voor de foto keerden ze voor even terug naar de brugpijler waarin de explosieven opgeslagen lagen. Foto: Gemeente Archief Zaanstad

Houthandelaar en verzetsman. Aten is de tweede zoon in een gezin met zeven kinderen. Zijn vader was de eigenaar van houtzagerij De Bark. Remmert Aten was een actief amateurtoneelspeler, samen met zijn vrouw was hij veertig jaar lid van toneelvereniging Vondel. Daarnaast was Aten ook in sportief opzicht actief: hij was mede-oprichter van hockeyvereniging De Kraaien, speelde bij voetbalvereniging ZVV , tenniste bij KZTV en waterpolode in het eerste zevental van Neptunus.

Tijdens de oorlog bracht hij geld en goederen rond bij joodse onderduikers. Hij was bestuurslid van een onderafdeling van het Nationaal Steunfonds2). Daarnaast was hij lid van de Ordedienst en de Gewestelijke Sabotage Afdeling en huisvestte meerdere joodse onderduikers.

Aten werd vooral bekend door het verwijderen van springstofladingen uit de pijlers van de Hembrug, die de Duitsers wilden opblazen zodra de geallieerden hun opmars in Noord-Holland zouden voortzetten. Op 21 juni 1944 doen Jan van Heijningen, Klaas Klinkenberg en Remmert Aten een eerste poging, maar door versperringen onder water, bij de pijler, mislukt die. Nadat ze situatietekeningen hebben bestudeerd doet Aten op 21 september met mede-waterpoloër Jaap Boll een tweede poging. Die slaagt en ze verwijderen in vijf uur 400 pakketten springstof. De volgende dag ontdekken de Duitsers dat de springladingen zijn verdwenen. Vier bewakers worden gefusilleerd en er worden nieuwe springladingen aangebracht. Aten doet op 18 oktober een derde poging, ditmaal om het ontstekingsmechanisme te saboteren, maar ontdekt dat er zware houten versperringen zijn aangebracht.

Uiteindelijk weet Lies Schouten met behulp van een Duitse bewaker water in de leidingen naar de springladingen te injecteren met het doel kortsluiting te veroorzaken als de boel tot ontploffing zou worden gebracht.

Bij Aten thuis, in de Schildersbuurt, waren diverse joodse onderduikers ondergebracht. De houtzagerij van de familie Aten fungeerde als opslag voor wapens en andere goederen die vanuit Engeland werden gedropt. Aten was, als lid van de Gewestelijke Sabotage Afdeling één van de overvallers die op 25 en 26 december het Zaandamse bevolkingsregister ontvreemden.

Walraven van Hall had het plan opgevat de ondersteuning van joodse onderduikers, wegens het grote gevaar, af te splitsen van het Nationaal Steunfonds (NSF). Via, via komt hij in contact met Remmert Aten en Jaap Buijs. Daaruit ontstond 'Vakgroep J'. Aten was verantwoordelijk voor de distributie van geld voor joodse onderduikers. Ook zijn vrouw Margaretha en dochter Marion hielpen mee.

Vlak na de bevrijding was Aten actief als lid van de Politieke Opsporings Dienst (POD), die ten doel had collaborateurs en andere anti-Nederlandse elementen op te sporen.

Voor zijn verzetsdaden werd Remmert Aten in 1952 onderscheiden met de Bronzen Leeuw. In 1972 ontving hij samen met zijn echtgenote de Yad Vashem-onderscheiding.

Literatuur:

  • Erik Schaap, Vrijgevochten, Zaans verzet in nationaal perspectief (1940-1945). Stichting Uitgeverij Noord-Holland

Zie ook: Zaanstreek tijdens de Tweede Wereldoorlog

Beernink, Antoon

Wormerveer, 19 februari 1919 - Aussenkommando Fallersleben, 2 april 1945

Antoon Willem Beernink, ongehuwd, afkomstig uit een Gereformeerd nest en fabrieksarbeider bij de Koninklijke Cacao- en Chocoladefabrieken NV Erve H. de Jong in Wormerveer verleende vanaf 1942 hulp aan onderduikers en gaf vanaf 1943 met Henk Toby leiding aan de Wormerveerse tak van de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers L.O.

Eerder werd de Anti-Revolutionaire Partij ARP, waar hij actief lid van was, door de bezetter opgeheven. Niettemin bleef Anton Beernink informatie van de opgeheven partij in Noord-Holland rondzenden. In aanmerking komende om op onvrijwillige basis voor de Arbeitseinsatz in Duitsland te worden ingezet, nam hij ontslag en maakte hij op velerlei wijzen deel van het actief verzet uit.

Nico Rem schreef in 1984: ,,Het was omstreeks juni 1943, toen, in verband met de steeds groeiende administratieve omvang van het verzetswerk en tevens ter veilige bewaring van veel bezwarend materiaal, de noodzaak van een royale, onvindbare schuilplaats zeer actueel werd. Het is de onvergankelijke eer van Dirk Dirkmaat, die, als conciërge, tot de conclusie kwam, dat een gedeelte van de bovenverdieping van de school bij de bouw moest zijn weggetimmerd. Er moest een mogelijkheid zijn, omdat beslist van buitenaf onvindbare gedeelte, op een of andere wijze te benaderen. Kruipend tussen de plafonds, door muren heen brekend, belandde hij met Anton Beernink en Henk Toby, in de gezochte ruimte en deze was inderdaad ideaal.

Sjoerd Hondema uit Krommenie werd er bij gehaald. Deze vakman brak en metselde en maakte de ingang mogelijk en onvindbaar. Tafels, stoelen en sorteerkast werden gebouwd: licht en radio werden aangelegd en zo ontstond de werkkamer, waar de L.O. administratie van de provincie Noord—Holland werd gevoerd. Anton heeft daar met Dirk Dirkmaat dikwijls tot in de nacht gewerkt, ongestoord maar intensief, en het is aan hen te danken, dat alles zo punctueel in orde was.

Alles, wat maar even met het verzetswerk te maken had, heeft met het stookhok kennis gemaakt. De bevolkingsregisters van Krommenie en Assendelft werden daar ondergebracht; radio's, uniformen, wapenen, morfinespuiten, zend— en telexapparaten, lagen keurig opgestapeld, tezamen met de buit, afkomstig van kraakjes en Joods bezit. Alle soorten van papieren lagen netjes gesorteerd in de sorteerkast, als op een echt distributiekantoor.

Bij Dirkmaat, die vrij toegang tot de school had, was het verantwoordelijke beheer in soliede handen en de bekendheid met de toegang tot deze plaats is dan ook tot aan de bevrijding tot een klein aantal personen beperkt gebleven. Jaap Boot is nog genoodzaakt geweest om met zijn vrouw een gedeelte van de wittebroodsweken daar door te brengen. Zonder het te weten hebben de Duitsers, die gedurende enkele weken de school hadden bezet, zelf de wacht betrokken bij dit centrum van illegaliteit.

Tevens ontving Antoon mensen in lunchroom Huis te Zaanen, waarvoor hij onderduikadressen, persoonsbewijzen en bonkaarten verzorgde.

Ook voor namaakstempels en het drukken van valse papieren wist Beernink de juiste weg te wijzen. Landelijk verspreidde hij illegale edities Vrij Nederland en Trouw. Op 19 oktober 1943 werd hij tijdens de provinciale Beurs-vergadering van de L.O. in Hoorn door de Sipo met twaalf anderen, waaronder het hoofd van de L.O. in Noord-Holland, de Zaandammer Willem Brinkman, gearresteerd.

Na gedetineerd te zijn geweest in Amsterdam, Vught en Neuengamme, stierf Antoon Willem Beernink een maand voor de bevrijding op 2 april 1945 in het Aussenkommando Fallersleben.

Zie: Tweede Wereldoorlog Wereldoorlog 3.. 4.

Bierman, Jan

Krommenie, 5 juli 1915 - Sachsenhausen, 4 maart 1945

Krommenieër Jan Bierman, alias Jan de Braber, verzetsstrijder, verrichtte koeriersdiensten, verzorgde onderduikers, copiïst, vervalste persoonsbewijzen en organiseerde verspreid over het land illegale bijeenkomsten.

Toen de Joodse Abraham en Grietje van Geuns uit Tiel moesten onderduiken kregen ze in Krommenie niet alleen een plek bij de familie Wouda, maar ook bij Jan Bierman en diens echtgenote. Het echtpaar woonde in de Limburg van Stierumstraat 10. Jan, 'kopiïst' bij de plaatselijke blikfabriek, nam in december 1943 ontslag om zich volledig aan de illegaliteit te kunnen wijden. Net als Abraham van Geuns lag zijn politieke sympathie bij de SDAP.

In een naoorlogs briefje schrijft Abraham van Geuns: “Op 24 mei 1943 werd ik naar de familie Jan Bierman te Krommenie gebracht. We moesten onderduiken omdat we beiden vier Joodse grootouders hadden gehad. Na enige dagen verhuisden we naar een definitief adres in Krommenie.” Jan Bierman bezocht hen daar geregeld en zorgde voor bonnen en valse persoonsbewijzen. Hij zou zijn verzetswerk met de dood bekopen. Op 13 juni 1944 werd hij na verraad met tientallen andere verzetsmensen in Amsterdam gearresteerd bij de illegale Persoonsbewijzensectie. Via de gevangenis in Amsterdam en kamp Vught kwam hij in Sachsenhausen terecht, waar hij op 4 maart 1943 stierf aan hongeroedeem.

→ Lees verder...

Binnenlandse Strijdkrachten (BS)

De Binnenlandse Strijdkrachten (BS), officieel: Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten (NBS), was een op 5 september 1944 officieel opgezette bundeling van de tot dan toe weinig samenwerkende eigenlijke verzetsgroepen. De Binnenlandse Strijdkrachten kwam dan ook voort uit de drie belangrijkste verzetsgroepen: de Ordedienst (OD), de Landelijke Knokploegen (LKP) en de Raad van Verzet (RVV). Omdat er een tekort was aan voormalig verzetsstrijders, konden zich na de oorlog echter ook vele andere (jonge)mannen aansluiten bij de BS.

→ Lees verder...

Blanken, Jan

Zwammerdam 27 februari 1896 - Wormerveer 30 juli 1983

Het echtpaar Jan Blanken en Alice Blanken-Blendofsky, wonend op Blok 62 Krommenie, kreeg tijdens de bezetting van Nederland te maken met meerdere dilemma’s. Jan Blanken was namens de SDAP wethouder in Krommenie. Op 8 mei 1941 werd burgemeester Jan Kalff gearresteerd, omdat hij zich Duitsvijandig zou hebben geuit. Hij verdween maandenlang in de gevangenis van Scheveningen en werd na zijn vrijlating verbannen uit Krommenie. Per 15 januari 1942 kreeg Kalff ontslag als burgemeester van Krommenie.

In de tussentijd werd Kalffs werk waargenomen door Jan Blanken en een collega-wethouder. Op 5 maart 1942 gaf Blanken in zijn nieuwe functie zeven joodse namen uit Krommenie door aan de Zentralstelle für jüdische Auswanderung. Hij deed dat in opdracht van de Commissaris van de Provincie. Tussen de evacuatiekandidaten stond niet de naam van zijn eigen echtgenote. Opvallend is overigens ook dat Jan Blanken bij een tweede overzicht, bestemd voor de politie, zes van de zeven namen wegliet. Omdat het hier gemengd gehuwden betrof, zijn ze inderdaad, althans buiten Zaandam, voorlopig vrijgesteld van 'evacuatie'. Maar op de politielijsten die de andere Zaanse (loco-)burgemeesters afgaven, staan de gemengd gehuwden wel.

→ Lees verder...

Boer, Jan de

Assendelft 1906 - 23 augustus 1982

Burgemeester van Assendelft van 1936-1971. Vermeldenswaardig daarbij is dat De Boer zijn vader Jan Johannes de Boer opvolgde als burgemeester, die op zijn beurt het eerste-burgerschap voortzette van zijn vader Klaas Cornelisz de Boer. Daardoor kende Assendelft een aaneengesloten periode van niet minder dan 92 jaar onder het burgemeesterschap van de familie De Boer. Jan de Boer werd jong benoemd, op 29-jarige leeftijd. Na het overlijden van zijn vader in 1936, werden door een comité in drie dagen tijd 2918 handtekeningen van de 3000 meerderjarige inwoners van Assendelft bijeengebracht, waarmee koningin Wilhelmina werd verzocht haar goedkeuring te verlenen tot de benoeming van de derde De Boer tot burgemeester van Assendelft. Daarom werd Jan de Boer wel 'de gekozen burgemeester' genoemd.

In 1944 wist De Boer zich met behulp van een medische verklaring te onttrekken aan het ambt, toen de Duitse bezetters van hem eisten dat hij inwoners moest aanwijzen voor werkzaamheden aan kustverdedigingswerken. Op 24 december 1944 maakten de Duitsers tevens bekend dat alle mannen van 17 tot 40 jaar in de Zaanstreek zich moesten melden voor de arbeidsinzet. Zaanse verzetsgroepen besloten alle bevolkingsregisters in de Zaanstreek te laten verdwijnen waarop ook een overval werd gepleegd in Assendelft. Hoewel niet meer in functie, verleende Jan de Boer hulp bij het ontvreemden van het Assendelftse bevolkingsregister.De registers werden vaak verborgen onder de vloer van een boerderij. Kort na de bevrijding werden de bevolkingsregisters teruggebracht waar zij hoorden.

Direct bij de bevrijding, op 5 mei 1945, hervatte hij zijn taken als burgemeester. De Boer heeft in twee publicaties, 'Tussen Kil en Twiske' (1946) en 'Assendelft, mededelingen over de geschiedenis van een hoge heerlijkheid' (1982), de historie van zijn gemeente dichter bij de mensen gebracht.

→ Lees verder...

Boll, Jaap

Jaap Boll werd bekend vanwege het verwijderen van springstofladingen uit de pijlers van de Hembrug, die de Duitsers wilden opblazen zodra de geallieerden hun opmars in Noord-Holland zouden voortzetten. Jaap Boll werd in maart 1952 onderscheiden met het Kruis van Verdienste door Koningin Juliana, omdat hij in belang van het Koninkrijk heeft gediend als lid van een illegale organisatie in Noord-Holland. Het Kruis van Verdienste werd hem op 11 juni 1952 uitgereikt door de Consul J.H.G. Hanson, te Laos.

Zie ook: Remmert Aten

Bonekamp, Jan

Velsen 19 mei 1914 - Amsterdam 21 juni 1944

Johannes Lambertes (Jan) Bonekamp, verzetsstrijder, lid van de Centrale Bond van Transportarbeiders, kaderlid van de CPN. Al in het eerste bezettingsjaar nam Bonekamp deel aan de strijd tegen de Nazi-bezetters. Als chauffeur bij de Hoogovens stond hij vooraan in de rijen van de strijders en verspreidde illegale kranten en stakingsoproepen. Meerdere keren kwam hij voor de eisen van arbeiders op.

Een belangrijk aandeel had hij in de totstandkoming van de Februaristaking. Bij de grote staking in 1943 werd hij te samen met honderden anderen door de Grüne Polizei gearresteerd. Door zijn moedige houding en zijn hardnekkig ontkennen dachten de Nazi's de verkeerde Bonekamp in bewaring te hebben en lieten hem vrij. Toen zij de vergissing bemerkten en Bonekamp een week later weer wilde arresteren, verstopte hij zich onder de vloer en vertrok kort daarop naar Brabant om zich bij het gewapend verzet aan te sluiten.

In de herfst van 1943 kreeg hij contact met de verzetsbeweging en trad hij toe tot de Raad van Verzet. Veel beruchte provocateurs verhinderde hij hun judaswerk voort te zetten. Door zijn veelzijdige activiteit bewees hij de illegale beweging, en daarmede het Nederlandse volk, grote diensten. Bonekamp behoedde honderden illegale werkers voor arrestatie. Op velerlei terrein van het verzet was Jan te vinden. Zijn deelneming aan Gemeentehuis-overvallen in Wormerveer en Heiloo, pogingen tot bevrijding van gevangenen in de Amsterdamse gevangenis Weteringschans, spoorweg- en springstofaanslagen op de P.E.N.-centrale spreken voor zich.

Een opdracht voor de aanslag was Bonekamp gegeven door Jan Brasser te Krommenie, die een voorname rol vervulde in de communistisch georiënteerde Raad van Verzet. Ragut was een te riskante factor voor het verzet in de Zaanstreek geworden. Tijdens een bespreking in een café tegenover het station in Zaandam, waaraan ook Hannie Schaft deelnam, waarschuwde Brasser, dat Ragut extra gevaarlijk zou zijn. Weliswaar was bekend, dat hij slecht schieten kon, maar ook was bekend, dat hij, vermoedend, dat een aanslag op hem gepleegd zou kunnen worden, meer dan eens had gezegd: „Als ik ga neem ik iemand mee“.

Bij het omleggen van de hoog gesalarieerde SD-agent, vuurde Hannie Schaft als eerste raak, maar niet dodelijk. Jan Bonekamp lukte het Ragut wél dodelijk te treffen, doch de mensenjager vuurde hem verschillende schoten achterna. Eén hiervan trof Jan in de buikstreek waarop hij zwaar gewond inéén zakte. Toen de SD, met man en macht naar Zaandam gekomen, hem tot verraden van zijn kameraden trachtte te bewegen, riep hij hen toe: „Schiet mij maar dood, ik zeg toch niets”.

Bonekamp werd gearresteerd en overgebracht naar het Wilhelmina Gasthuis in Amsterdam. De laatste twee dagen van zijn leven in het Luftwaffe-lazaret te Amsterdam rees het vermoeden, dat Bonekamp, die bewusteloos was, maar met injecties nu en dan werd opgepept, in zijn laatste ogenblikken, toen een SD-er zich bij hem vervoegde, die zei 'een vriend' te zijn, de naam van Hannie Schaft heeft genoemd voor een laatste groet.

Hannie Schaft bereikte haar onderduikadres in Limmen op de fiets via Assendelft. Naarmate Bonekamp langer wegbleef werd zij ongeruster en verliet Limmen om Jan Brasser te zoeken. Die wist aanvankelijk ook niet wat er gebeurd was. Er is nog overwogen Bonekamp uit het Lazaret te bevrijden, in elk geval dat te proberen, maar dat hoefde niet meer omdat hij korte tijd later overleed. Later moest hij dat aan Hannie Schaft gaan vertellen.

Hannie Schaft raakte behoorlijk uit haar doen nadat haar ouders daarop in gijzeling werden genomen. Zij kon de dood van Jan Bonekamp moeilijk verwerken, was ontroostbaar, raakte overspannen en depressief. In een brief aan haar vriendin Philine Polak schreef zij: “Mijn geestelijke toestand is nog steeds allerbedroevendst: ik kan geen boek lezen, noch roman, noch studieboek. In mijn vrije tijd brei ik een kous! Ik ben aanzienlijk minder hard dan ik gedacht had: de kennismaking met de dood is niet meegevallen.” Pas na enige tijd kon Hannie Schaft haar illegale werk voortzetten. Volgens één van haar vriendinnen zag zij de toekomst toen somber in. Zij verwachtte de oorlog niet te overleven en deed een soort voorspelling van haar begrafenis: „Onder een vlag en met de koningin er bij“.

Het graf van Bonekamp op de Westerbegraafplaats aan de Fultonstraat in IJmuiden werd in 2004 herontdekt. Schrijfster Conny Braam nam Bonekamp op in haar roman Het Schandaal. Op haar initiatief onthulde de familie een nieuwe grafsteen voor het familiegraf. Sindsdien organiseert Braam ieder jaar op 4 mei een herdenking aan het graf waar verzetsstrijdster Freddie Oversteegen behoort tot de vaste aanwezigen.

Jaarlijks worden op 21 juni bij het monument in de tuin van Westzijde 39 in Zaandam bloemen gelegd ter nagedachtenis aan Jan Bonekamp.

Bron: o.a. Wim Swart ZAANSTREEK IN BEZETTINGSJAREN

Boon, Piet

Assendelft, 16 april 1891 - Klötze 17 mei 1945

Petrus (Piet) Boon was woonachtig aan de Dorpsstraat 683 in Assendelft, als vader van vijf dochters en zoon Gerard. Piet Boon was sigarenmaker, met vier broers eigenaar van de sigarenfabriek aan de Dorpsstraat 674. De fabriek telde tien personeelsleden.

Piet Boon verleende in de bezettingstijd onderdak aan de onderduiker Arie Krom uit Uitgeest en een Italiaanse soldaat. Hij verkeerde in het verboden bezit van een radio en verspreidde berichten van Radio Oranje op zondagmorgen via briefjes die de kerkgangers aan elkaar doorgaven. Onder hen was een informant aanwezig die de bezetter daarvan op de hoogte stelde. Boon was tevens medewerker van de illegale Typhoon.

Met zoon Gerard en de onderduikers werden zij op 23 januari 1945, van elkaar gescheiden, ingesloten op het politiebureau van IJmuiden. Van daaruit verhuisden zij enkele maanden later naar de Weteringsschans, cel B 219, hoogstwaarschijnlijk als Todeskandidaten. Gerard draaide het peertje regelmatig uit de fitting van de cel, zodat na opening van de deur niemand werd waargenomen waarop de deur weer werd dichtgegooid.

Vervolgens werden Piet, Gerard en Arie Krom naar kamp Amersfoort verplaatst, waar Gerard een ontsnappingspoging uitwerkte. Dat lukte dankzij medewerking van een Duitser die het niet zo nauw nam. De tip om naar het ziekenhuis te gaan en achtervolgers af te schudden bleek een gouden tip. Zij werden in een verkoeverkamer van het ziekenhuis met het bordje 'Stilte en net geopereerd' boven de deur gezet en verdwenen met de noorderzon. Gerard liep zonder noemenswaardige incidenten van Amersfoort naar thuishaven Assendelft en bracht de nacht door tussen de geiten in de schuur van overbuurman Van de Berg.

Vader Piet Boon nam geen deel aan de ontsnapping, bleef in Amersfoort achter en werd op transport gesteld naar Bergen Belsen. Daar wist hij wél aan het regime te ontsnappen en vond onderdak tussen de varkens bij een boer in het plaatsje Klötze. Piet Boon overleefde de oorlog maar kreeg in Duitsland met reuma en TBC te kampen. Piet stierf net na de bevrijding op 17 mei 1945 aan medische complicaties. Zijn ring werd via het Rode Kruis in Assendelft bezorgd dankzij de boer die hem onderdak verschafte. Een ring die sindsdien onlosmakelijk aan de hand van Gerard verbonden is.

Woensdag 8 januari 1947 werd in de Parochiekerk te Assendelft een plechtige Requiemmis voor Petrus Boon opgedragen. Gerard Boon heeft er voor geijverd dat het herinneringsmonument, waarop zijn vader wordt vermeld een definitieve plek kreeg bij de Rooms Katholieke Sint Odulphuskerk.

Zie: Tweede Wereldoorlog 4.

Boot, Jaap (1918-2002)

Wormerveer, 7 maart 1918 - Purmerend, 20 april 2002

Jaap Boot, in 1938 oprichter van Onderwijsinstituut Boot, was gedurende de tweede wereldoorlog verzetsman, leider van de Wormerveerse L.O. en chef-staf van district VI van de Binnenlandse Strijdkrachten. In die hoedanigheid had hij in Wormerveer kort na de bevrijding zo ongeveer alle touwtjes in handen. Boot was verspreider van de illegale Zaanse Trouw-editie.

In zijn boekje Na vijftig jaar, waarin hij zijn verzetsactiviteiten gedurende de jaren 1940-1945 vastlegde, schreef hij lovend over zijn communistische medestrijder Jan Brasser. In de laatste maanden voor de bevrijding was hij nauw betrokken bij de problemen over de politieke weg die de protestantse Trouw-aanhangers na de bevrijding zouden inslaan. Boot behoorde tot de vurige voorstanders van een Christelijke Volkspartij, waarin anti-revolutionairen en christelijk-historischen zouden samengaan. Hiervan kwam niets terecht. Na de bevrijding verenigden Boot en andere Zaankanters zich in een anti-communistische geheime dienst.

In 1958 realiseerde Jaap Boot een mobiele typeschool, waarbij middelbare scholen in Noord-Holland, Zuid-Holland en Utrecht werden bezocht met Volkswagenbusjes met elk 100 typemachines aan boord. Daarnaast schreef hij leerboeken voor stenografie en typen, die in zijn drukkerij werden gedrukt. Ook runde hij een kantoormachinehandel en bouwde zijn onderwijsinstituut uit tot filialen in meer dan tien steden in het land. Het onderwijspakket werd uitgebreid met opleidingen voor het middenstandsdiploma, praktijkdiploma boekhouden, handelscorrespondentie en conversatiecursussen. Hij was verzamelaar van een uitgebreide collectie typemachines en schreef een boek over de ontwikkeling van de schrijfmachine.

Lees verder over Jaap Boot op de website meitotmei.nl

Bos, Cornelis Hendricus van den

Velsen, 10 november 1905 - Den Haag, 10 mei 1940

Cornelis Hendricus van den Bos, zoon van Adriana van der Vlugt (1875-1910) en Hermanus van den Bos (1875-1975), in mei 1936 te Zaandam gehuwd met Hendrika Neeltje van der Bos (1910-2006), van beroep chauffeur, woonachtig in Zaandam, raakte als militair bij 3-III Depot Cavalerie gewond bij het bombardement op de Nieuwe Alexanderkazerne te Den Haag, omstreeks 04:00 uur in de ochtend, tijdens de Slag om Den Haag. Hij overleed dezelfde dag in het Bronovo ziekenhuis.

Als gevolg daarvan kwamen 66 huzaren van de Cavalerie om het leven. Naast de doden vielen er meer dan 150 gewonden. Velen van hun waren ernstig verminkt, leden aan brandwonden of verloren armen en/of benen. De soldaten waren vooral reservisten, gemobiliseerd in verband met de Duitse militaire dreiging. Ook meer dan 100 paarden van de Cavalerie werden gedood als gevolg van het bombardement. Vele paarden waren ernstig gewond geraakt en moesten worden afgemaakt door dierenartsen.

Er werd later geschreven dat het geluid van hun urenlange geschreeuw van onder het puin, in hoge mate heeft bijgedragen aan de totale verschrikking van de overlevenden en de hulpverleners ter plaatse.

Op 4 mei 2016 werd tijdens de Nationale Dodenherdenking het Monument Bombardement Alexanderkazerne onthuld door de Haagse burgemeester Jozias van Aartsen.

Cornelis Hendricus van den Bos werd ter aarde besteld op het Militaire Erehof van de Algemene Begraafplaats aan de Kerkhoflaan te Den Haag.

Bos, Johannes Hendrik van den

Sloten, 22 november 1905 - Den Haag, 10 mei 1940,

Johannes Hendrik van den Bos, zoon van Antonia Pieternella Bolluijt (1882-1949) en Willem van den Bos (1880-1976), in 1928 gehuwd met Grietje Prins (1907-1946), vader van Antonia Petronella van den Bos, (1928-1954) en Pieter van den Bos (1930-1947), woonachtig in Zaandam. Gesneuveld als huzaar 3-III-Dep.Cav te Den Haag op 10 mei 1940 als gevolg van een Duits bombardement op de Haagse Nieuwe Alexanderkazerne, even voor 04:00 uur in de ochtend, tijdens de Slag om Den Haag.

Als gevolg daarvan kwamen 66 huzaren van de Cavalerie om het leven. Naast de doden vielen er meer dan 150 gewonden. Velen van hun waren ernstig verminkt, leden aan brandwonden of verloren armen en/of benen. De soldaten waren vooral reservisten, gemobiliseerd in verband met de Duitse militaire dreiging. Ook meer dan 100 paarden van de Cavalerie werden gedood als gevolg van het bombardement. Vele paarden waren ernstig gewond geraakt en moesten worden afgemaakt door dierenartsen.

Er werd later geschreven dat het geluid van hun urenlange geschreeuw van onder het puin, in hoge mate heeft bijgedragen aan de totale verschrikking van de overlevenden en de hulpverleners ter plaatse.

Op 4 mei 2016 werd tijdens de Nationale Dodenherdenking het Monument Bombardement Alexanderkazerne onthuld door de Haagse burgemeester Jozias van Aartsen.

Johannes Hendrik van den Bos ligt begraven op het Militaire Erehof gelegen op de Algemene Begraafplaats aan de Kerkhoflaan te Den Haag.

Bouwmeester, Jan

Zaandam, 27 april 1912 - Neuengamme, 4 januari 1945

Juni 1944 werd, achter een oven bij Verkade, tijdens zijn normale werk, de Zaandammer Jan Bouwmeester (32) gearresteerd. Hij had als verspreider van het illegale blad Strijd enige binding met de illegaliteit, maar minder dan zijn broer Gerrit. Eerder was in Wormerveer een onderduiker aangehouden, die 'moeilijk' was. Hij had nooit zijn instructies gevolgd. Daardoor was hij niet te handhaven geweest op een onderduikadres in Brabant. Nu was hij in Wormerveer de straat op gegaan, terwijl hij geen persoonsbewijs had. Bij zijn aanhouding vertelde hij, dat hij verzorgd werd door de Rooms-Katholieke centrale. Daarbij noemde hij de naam van Gerrit Bouwmeester.

Gerrit, Jan en een derde broer, Albert, woonden in de Smidsstraat, elk in een ander huis. De SD-ers, die op zoek gingen naar Gerrit, doorzochten de woning van Jan. Daar stond een foto met Jan er op. „Dat is hem“, zei de onderduiker. Zo werd Jan per vergissing opgehaald. Hoewel hij dat begreep heeft hij de vergissing laten bestaan en zich opgeofferd voor zijn broer Gerrit. Jan werd naar het SD gebouw in de Euterpestraat in Amsterdam overgebracht en verhoord, waarbij hij vreselijk is mishandeld. Op 3 januari '45 is hij overleden in het kamp Neuengamme.

Johannes (Jan) Bouwmeester is een zoon van Albertus Bouwmeester (1874-1951) en Johanna B Glandorf (1875-1955). Zij kregen dertien kinderen waaronder bovengenoemden:

  • Johannes (Jan) Bouwmeester 1912-1945
  • Albertus (Ab) (Albert) Bouwmeester 1919-1974
  • Gerardus (Gerrit) Bouwmeester 1900-1971

Zie: Tweede Wereldoorlog 4.

Brandsma, Haring

Franeker, 31 oktober 1917 - Oranienburg, 19 april 1945

Haring Brandsma, sergeant radio-telegrafist, verzetsman in de tweede wereldoorlog onder de schuilnaam Kobus. Hij onderhield vanuit de werf van de Zaanlandse Scheepsbouw Maatschappij te Zaandam, waar hij was ondergedoken, in het diepste geheim radiocontact met Engeland. Hij werd op 3 maart 1944 gepeild door de Duitsers, gearresteerd en overleed op 19 april 1945 in concentratiekamp Sachsenhausen te Oranienburg.

Zie: Tweede Wereldoorlog.l

Brasser Jan (Witte Ko)

Uitgeest, 2 maart 1908 - Krommenie, 8 augustus 1991

Witte Ko was de schuilnaam van de Noordhollander Jan Brasser in het gewapend verzet in 1940-1945. Witte Ko werd een begrip in de illegaliteit; de nazi’s maakten verbeten jacht op hem, zonder succes. Jan Brasser nam deel aan vele fameuze acties, samen met mensen als

Vaak vonden ze plaats onder zijn leiding, eerst bij de Raad van Verzet, daarna als commandant van de Gewestelijke Sabotage Afdeling van de Binnenlandse Strijdkrachten. Na de oorlog werd Brasser door Koningin Wilhelmina onderscheiden met de Bronzen Leeuw wegens het bedrijven van bijzonder moedig en beleidvolle daden.

Lees verder op de site van het Historisch Genootschap Crommenie.

Zie ook: Tweede Wereldoorlog 3.

Brinkman, Willem

Een prominent figuur in de hulpverlening aan onderduikers, en dan vooral aan ondergedoken Joodse kinderen, is de Zaandamse boekhandelaar Willem Brinkman. Omstreeks 1942 hoort hij in de Gereformeerde kerk aan de Vinkenstraat dominee Frits Slomp preken. Slomp, in het verzet bekend als Frits de Zwerver, is de man die het initiatief neemt tot het landelijk organiseren van het hulpverleningswerk. De Landelijke Organisatie voor hulp aan onderduikers, de LO, is hiervan het resultaat. De officiële oprichtingsdatum is 25 november 1942. Ook aan de Zaan zijn actieve LO-afdelingen.

Willem Brinkman ontpopt zich als één van Slomp's vertrouwde medewerkers. Hij wordt aangesteld als hoofd van de LO in Noord-Holland. Zeker honderd Joodse kinderen weet hij op onderduikadressen in de Zaanstreek en in Friesland onder te brengen. Willem en zijn echtgenote Aaftje Brinkman-Groot hadden ook een onderduikster in huis, worden verraden. Op 26 augustus 1943 kregen ze te maken met een inval in hun woning aan de Westzijde 1. Brinkman werd gearresteerd wegens het onderbrengen van het joodse meisje. Daarbij was in ieder geval de collaborerende politieman Jan Bloemsma betrokken. Aaftje Brinkman, in een naoorlogse getuigenverklaring: “Ik werd meegenomen naar het politiebureau aan de Vinkenstraat en werd in een cel gezet. ’s Nachts ben ik driemaal door politiecommissaris Ragut verhoord, die erg tekeer ging. ’s Morgens werd ik door Ragut vrijgelaten, onder de voorwaarde dat ik om 10 uur terug zou zijn met het kind. Daar ik wel wist dat het kind dan vergast zou worden, ben ik met haar ondergedoken, elk op een apart adres.”

Nadat Brinkman is ondergedoken, zet Arie van Os zijn werk in Zaandam voort. Van Os had zich in 1940 als directeur van de Christelijke ULO in Zaandam gevestigd. Hij was afkomstig uit Rotterdam. Daar zat hij in het bestuur van de ARP. In Zaandam raakt hij in contact met Van der Meulen, een van de boodschappers van Colijn, die de Antirevolutionaire broeders ook onder de bezetting bij elkaar trachten te houden. Er ontstaat een gespreksgroep, waar Van Os contact legt met Brinkman, Pos en anderen. Hieruit ontstaat de plaatselijke LO-groep, waarin Van Os, die ouder was dan de anderen, enig overwicht kan doen gelden.

Meubelhandelaar Klaas Pos blijft, nu Brinkman is ondergedoken, als enige de contacten met de landelijke organisatie onderhouden. Het werk neemt dusdanige vormen aan, dat uiteindelijk in de Zaanstreek drie LO-groepen actief zijn. De groep Van Os voor Zaandam, Koog en Zaandijk en aparte groepen voor Wormerveer en Krommenie.

Zij werden steeds in één adem genoemd: Brinkman en Pos. Hun namen waren in de illegaliteit samengesmolten, hun gemeenschappelijk werk is bij dreigende deportatie voor velen een redding geweest. Brinkman verzorgde opvang en onderduikadressen van en voor Joden; Pos behartigde de belangen van de slachtoffers van de Duitse slavenjacht in de Hollandsche bedrijven. Zij reisden niet alleen stad en land af om onderdak te vinden voor de Zaanse onderduikers, zij bewerkten de burgerij van Zaandam om herbergzaamheid en offervaardigheid in praktijk te brengen. En dan spraken zij een krachtige taal, waartoe het besef van hun roeping hen in staat stelde.

Op 19 oktober 1943 wordt Brinkman in Hoorn tijdens een vergadering van de afdeling Noord-Holland van de LO met twaalf anderen gearresteerd. Ook Klaas Pos wordt gearresteerd. Arie van Os wordt bij deze gelegenheid in zijn been geschoten, maar valt niet in Duitse handen. In december gevolgd door de veroordeling van hem en zijn medewerker Klaas Pos tot enige jaren tuchthuisstraf. Dat was een verrassend vonnis: de kogel werd gevreesd en nu bleken levensbehoud en terugkeer naar huis mogelijk te zijn. Brinkman sterft in februari 1945 in Duitsland aan vlektyphus. Het meisje zal de oorlog overleven.

Zie: Tweede Wereldoorlog 3., 4.

Buijs, Jaap

Jaap Jacob Buijs, ook wel Jaap Buys, boekhouder, houthandelaar, als verzetsman actief onder de schuilnaam Ruys, woonachtig aan de Rembrandtstraat 12 te Zaandam, werkte samen met Walraven van Hall.

Voor de oorlog is Buijs overtuigd lid van de SDAP; hoewel hij, na te zijn begonnen als boekhouder, eigenaar is geworden van houthandel Onega. Dit is overigens geen bloeiend bedrijf; in de crisistijd is het een keer failliet gegaan. Van Hall is firmant van een Zaandams bankierskantoor. Ook hij staat, al is hij geen lid, met zijn ideeën vlak bij de SDAP.

Van Hall en Buijs, schuilnaam Rugs, maken beiden deel uit van het in 't begin van 1943 opgerichte Nationaal Comité van Verzet NCV, dat velerlei illegale activiteiten in het land op touw zet. Het omvat verschillende vooraanstaande figuren uit het bedrijfsleven en de ambtelijke wereld.

Beide Zaanse leden van het NCV zijn druk bezet met het werk op landelijk niveau. Daardoor wordt veel plaatselijk werk voor het comité gedaan door J.H. van der Stadt, directeur van Zaansch Veem aan de Oostzijde te Zaandam. Buijs betrekt daarbij ook A.W. Sabel, met wie hij bevriend is. Diens taak wordt het onderhouden van verbinding tussen het comité en het Zaanse bedrijfsleven; alsmede het coördineren van het verzet aan de Zaan.

Buijs is een belangrijk figuur in, en later ook voorzitter van, het natura-apparaat van het NCV, dat zich ten doel stelt de werknemers via de bedrijven extra voeding te verschaffen.

Walraven van Hall alias Van Tuyl, is de initiatiefnemer van de campagne om de Duitse Arbeitseinsatz te frustreren. Op eerste kerstdag 1944 komen o.a. Buijs en Sabel bijeen in de woning van Walraven van Hall aan de Westzijde. Ze beramen plannen om de oproep voor de Arbeitseinsatz te laten mislukken. Alle bevolkingsregisters moeten gekraakt in de nacht van de tweede kerstdag, dat lukt vrijwel overal. Ze maken een manifest dat oproept geen gehoor te geven aan de oproep voor de arbeidsdienst. Dit manifest wordt ook dezelfde nacht over de Duitse posters geplakt.

Duitsers voeren straatcontroles en razzia’s uit maar omdat er veel valse persoonsbewijzen in omloop zijn, alle bevolkingsregisters zijn overvallen en alle persoonsgegevens zijn verdwenen is het voor de bezetter onmogelijk om potentiële dwangarbeiders op te sporen. In januari 1945 verliezen de Duitsers de strijd om de onderduikers, de grondige Duitse administratie wordt, geleidelijk aan, meer en meer ontwricht.

Begin januari 1945 wordt een bijeenkomst van de stichting 40-44 verraden. Alle aanwezigen worden gearresteerd. Ook Van Hall. Onder zijn eigen naam. Van Hall heeft die dag, 27 januari 1945 zijn ‘echte’ persoonsbewijs bij zich, met daarin zijn eigen onschuldige naam: Walraven van Hall. De Duitsers weten niet dat ze Van Tuyl dé belangrijke verzetsman gevangen hebben.

Twee weken voor de arrestatie van Van Hall werd Jaap Buijs, als gevolg van verraad, door de Gestapo opgepakt. Toevallig wordt Walraven van Hall gevangen gezet in de cel naast Jaap Buijs. Ze doen of ze elkaar niet kennen. Van Hall leert Buijs klopsignalen. Ze hebben ze contact. Op 8 februari 1945 verraadt een medegevangene dat Van Tuyl de schuilnaam van Van Hall is.

12 februari 1945 tikte Van Hall dat hij zijn jas en hoed had moeten inleveren, een bewijs dat hij gefusilleerd zou worden. Jaap Buijs beloofde dat hij de rest van zijn leven zal omzien naar het gezin van Walraven. Jaap Buijs heeft zijn hele leven verdriet gehad over de dood van Walraven maar heeft zijn belofte waargemaakt.

Buijs werd op dinsdag 8 Mei, 's avonds half negen, als één der laatsten uit de Nederlandse gevangenis bevrijd. Verzwakt en uitgehongerd kwam hij thuis. De vreugde over de bevrijding van Jaap Buijs werd overschaduwd door het verlies van Walraven van Hall. De organisatie Nationaal Steun Fonds N.S.F, vond in D. Westra de gereedstaande opvolger van Van Hall. Met zijn medewerkers heeft hij de eindstreep weten te bereiken en het N.S.F. verder geleid.

Jaap Buijs maakte twee maanden na de bevrijding deel uit van de 50 leden tellende Nationale Advies Commissie die optrad in de periode, dat nog geen parlement fungeerde. Op 7 mei 1953 ontving hij de Medal of Freedom van de Amerikaanse ambassadeur. Jaap Buijs overleed in 1960.

Zie: Tweede Wereldoorlog 3.

Dagblad voor Noord-Holland

1942 - 1944

De Tweede Wereldoorlog vormde een zwarte bladzijde in de geschiedenis van onder andere ochtendblad De Zaanlander, resulterend onder de Noordhollandse Pers, behorend tot de dagbladen die gehoor gaven aan de door de Duitse bezetter opgelegde maatregelen. Zo was er de verplichting in 1942 tot het samengaan van De Zaanlander en de Beverwijkse Courant-Kennemerland, al is er ook sprake van dat deze samenwerking op vrijwillige basis ontstond. Beide dagbladen werden al in Koog gedrukt.

Mededeling 4 mei 1942

De naam van de samengekoppelde dagbladen ging over in het Dagblad voor Noord-Holland. Later volgde een verplicht samengaan met de kranten in de regio's Alkmaar (Alkmaarsche courant), Hoorn (Dagblad voor West-Friesland, een samensmelting van Enkhuizer courant en Dagblad nieuwe Hoornsche courant) en het Dagblad voor Noordhollands Noorderkwartier, eerder ontstaan uit een fusie tussen Schagen en Helderse Courant. Deze combinatie kwam onder een hoofdredactie, die de nationaal-socialistische beginselen sterk aanhing. Eind januari 1943 telde Dagblad voor Noord-Holland een oplage van 62.620 stuks. Na de bevrijding mocht aanvankelijk alleen de Helderse Courant herverschijnen en kregen de regionale kranten tot september 1946 een tijdelijk verschijningsverbod opgelegd vanwege hun collaborerende rol in de oorlog.

Met ingang van met ingang van 1 oktober 1947 werden bijna alle Noord-Hollandse dagbladen ten noorden van het Noordzeekanaal ondergebracht in een nieuwe combinatie, de NV Verenigde Noord-Hollandse Dagbladen.

Deze combinatie ontstond uit een fusie van de NV Noord-Hollandse Pers, waartoe de drie uit de illegaliteit voortgekomen verzetsbladen De Vrije Alkmaarder, De Nieuwe Schager Courant en De Kennemer Koerier, en de combinatie van de oude, in september 1946 weer verschenen bladen van de Noord-Hollandse Courant, namelijk de Alkmaarse Courant, Schager Courant, Helderse Courant en Vrije Hoornse Courant, Kennemerland en De Zaanlander.

In de nieuwe NV werd bovendien opgenomen De Oprechte Hoornse Courant, een blad dat ontstond toen enkele oud-illegale journalisten, niet tevreden met de in april 1947 tot stand gekomen fusie tussen het oude blad Nieuwsblad voor West-Friesland en de Vrije Hoornse Courant, een eigen blad lieten verschijnen.

De NV Dagblad voor Noord-Holland, die geen dagbladen meer uitgaf, trad als comparant tot de nieuwe NV toe. Deze beslissing werd na lange en moeizame besprekingen genomen. Het gevolg was dat in plaats van de tien comparerende dagbladen nog slechts zes dagbladen verschenen; De Helderse Courant, Schager/De Nieuwe Schager Courant, Het Dagblad voor West-Friesland, Dagblad Alkmaar, Dagblad Kennemerland/De Kennemer Koerier en De Zaanlander, plaatselijke uitgever van één onafhankelijk, vooruitstrevend dagblad, zoals de nieuwe NV het uitdrukte. Het personeel werd door de nieuwe combinatie overgenomen waarvan na drie maanden een deel afvloeide.

Na 1 oktober 1947 bleef ten noorden van het IJ alleen nog De Typhoon als enige oud-illegale krant voortbestaan.

Deurne dankt u

Versiering van het gemeentehuis in verband met de ontvangst van de deputatie van De Zaanse Gemeenschap. Foto: collectie gemeente Deurne

Een deputatie, die De Zaanse Gemeenschap vertegenwoordigde, bracht op uitnodiging van de gemeente Deurne op zaterdag 13 en zondag 14 oktober 1945 een bezoek aan de gemeente. De Zaanstreek bood direct na de Tweede Wereldoorlog in allerlei vorm hulp bij het weer een beetje bewoonbaar maken van de zwaar verwoeste delen van Deurne, Helenaveen, Neerkant en Liessel.

Het was een kleine dankbetuiging met een uitgebreide koffietafel en in de avond een gezellige bijeenkomst in het verenigingsgebouw van de Nederlandse Hervormde Kerk waarvan een belangrijk gedeelte werd gevuld door Toon Kortooms.

Lees verder over dit bezoek op Deurnewiki.nl

Docter, Gerhardus

Schoten 1 maart 1917 - duingebied bij Overveen 23 februari 1944

Ger Docter werkte als sportinstructeur, gespecialiseerd in zelfverdediging, in Zaandam. In de meidagen van 1940 diende hij bij een regiment Jagers. Medio 1943 weigerde hij zich te melden voor terugvoering in Duitse krijgsgevangenschap en trachtte hij via België, Frankrijk en Zwitserland uit te wijken naar Engeland. Bij de Zwitserse grens werd hij gearresteerd en veroordeeld tot vier maanden gevangenisstraf wegens deviezensmokkel en illegale grensoverschrijding. Na vier weken zag hij kans te ontsnappen uit Fort de Hauteville bij Talant/Dyon en keerde hij, het grootste deel lopend, terug naar Nederland.

Eind 1943 sloot hij zich aan bij de verzetsgroep Koog-Bloemwijk. Als zodanig nam hij deel aan enkele overvallen, onder andere die op het postkantoor van Purmerend op 11 januari 1944. Daarnaast regelde hij wapens voor de groep en bracht hij twee neergekomen Engelse vliegers naar een onderduikadres in Friesland. In opdracht van de illegaliteit nam Docter deel aan de mislukte aanslag op distributieambtenaar K. in Zaandijk, die de Zaanse verzetsman Jan Breeker, als LO-man betrokken bij de zorg over meer dan 100 onderduikers, eerst distributiebescheiden leverde, maar hem later chanteerde en dreigde met aangifte. Als gevolg van verraad werd Docter op 22 januari 1944 in Zaandam door de Sipo gearresteerd. Op 23 februari 1944 werd hij gefusilleerd in het duingebied van Overveen.

Bron: Eerebegraafplaats Bloemendaal

Zie: Tweede Wereldoorlog

Draayer, Dirk Gerrit

Dieren (Gelderland), 4 april 1879 - Schiedam, 26 februari 1968

Dirk Gerrit Draayer 1879-1968

Dirk Gerrit Draayer, van 1934 tot 1936 burgemeester van Wormerveer. De jeugdige Draayer was een verdienstelijk wedstrijdzwemmer en zoon van HBS-onderwijzer Willem Draayer en Virgine Lucie Waardenburg. Na de gemeentelijke HBS in Leiden te hebben doorlopen werd hij cadet aan de Koninklijke Militaire academie in Breda.

Draayer werd in van 1899 benoemd tot tweede-luitenant der Infanterie van het Nederlands-Indisch leger waarbij hij de verschillende rangen doorliep. Hij vertoefde 12 jaar op Atjeh bij de marechaussee en bij de Topografische Dienst. Na een pauze van acht maanden in Nederland vanaf 1925 werd hij aangesteld als commandant van Djambi en Palembang.

Een kort verslag van een actie in Atjeh, opgetekend in het Leidsch Dagblad van 16 juli 1903: ,,Uit Kotta-Radja werd 15 juni 1903 gemeld: De eerste luitenant der infanterie D.G. Draayer overviel in Paja-pangkat, een bende onder Tjoet Moehamad. Negen vijanden werden neergelegd; drie geweren, model 1895, ledergoed en munitie buit gemaakt. Tijdens enige patrouilles door een detachement onder de tweede luitenant der infanterie L. Dersjant in Daja gemaakt, sneuvelden negentien vijanden; als buit werden vele vuur- en blanke wapens medegenomen. De Europese fuselier Ploeger, algemeen stambooknummer 49216, werd in een prauw op de Woyla-rivier gewond. Hij sprong overboord en verdronk.“

Draayer behoorde tot de oude marechaussees van generaal Van Heutz, waarna hij in 1927 als Generaal-Majoor met pensioen ging. Na zijn terugkeer in Nederland studeerde hij te Leiden, waar hij in 1932 doctoraal examen in de rechten deed. In 1934 werd hij benoemd tot burgemeester van Wormerveer. In 1936 kwam hier een einde aan nadat hij werd benoemd tot directeur-generaal van de Afdeling Werkverschaffing en Steunverlening van het departement van Sociale Zaken.

November 1937 heette Draayer een Duitse delegatie welkom in Amsterdam, bestaande uit de gezantschapsraad Feine en van het consulaat-generaal te Amsterdam de consul Jung. Rijksminister Seldte werd vergezeld door de Ministerial-Direktor dr. Engel, Oberregierungsrat dr. Münz, Regierungsrat dr. Hildebrandt, allen van het Rijksministerie van Arbeid, en Ministerialrat Neumann van het Rijksministerie voor Voedselvoorziening. Rijksminister Seldte dankte mede namens zijn reisgenoten voor de vriendelijke ontvangst. ,,Met wat wij in Duitsland op het gebied van werkverschaffing en voedselvoorziening hebben geleerd hopen wij te kunnen begrijpen wat gij ons toont.”

Draayer promoveerde in 1938 op het proefschrift getiteld 'De rechtstoestand van de officier bij de Koninklijke Nederlandse Landmacht' tot doctor in de rechtsgeleerdheid.

De Führer en rijkskanselier heeft het Kruis van Verdienste van de Duitse Adelaar eerste klasse op 10 augustus 1938 verleend aan de directeur-generaal van de Nederlandse Werkverschaffing, D. G. Draayer.

In 1939 maakt Draayer deel uit van een commissie die richtlijnen heeft samengesteld waaraan Journaalfilms in oorlogstijd aan moeten voldoen. Lees het artikel op de website van de Provinciale Overijsselsche en Zwolsche courant van 14 oktober 1939.

Op 1 september 1940 werd Dr. Draayer tevens hoofd van de administratie van de Nederlandse Opbouwdienst, een door de Duitsers opgerichte overgangsorganisatie ter ontmanteling van het Nederlandse leger in bezettings- en/of crisistijd. De genoemde dienst moest een verdere stijging van het werkloosheidspercentage, te weten het uitvloeisel van de ontslagen binnen defensie, voorkomen. Het beleid was een voortzetting van een eerder arbeidsverschaffingsbeleid.

De Rijkscommissaris Arthur Seyss-Inquart voor het bezette Nederlandse gebied benoemde Draayer in augustus 1941 tot burgemeester van Schiedam.

Op 15 januari 1942 verordeneerde burgemeester Draayer in het kader van de Luchtbeschermingsdienst, bij gebouwen of percelen in Schiedam behorende stoepen, hekken, kettingpaaltjes en dergelijke obstakels te voorzien van witte verf of van witgeverfde latten.

Op 17 februari nam de Duitsgezinde Draayer deel aan een eenpansmaaltijd. E. M. Baerveldt, die de organisatie van de Nederlandse Volksdienst in Schiedam leidt, gaf een uiteenzetting van de dienst; de heer F. Schneider, Ortsgruppenleiter van de Ortsgruppe Schiedam der N.S.D.A.P., sprak het openingswoord.

20 februari 1942 vond een grote manifestatie van het NVV plaats in Rotterdam waar Draayer één van de genodigden was. Ir. A.A. Mussert, leider van de N.S.B., hield in de Rivièra-hal van Diergaarde Blijdorp in tegenwoordigheid van Dr. C. Völckers een rede.

27 juli 1942 volgt een boottochtje naar Schoonhoven. Aan boord van de IJsel I bevonden zich dr. C. Vólckers, Beauftragte van de Rijkscommissaris voor Rotterdam, majoor E. Werner, commandant van de Ordnungspolizei; dr. Jütting, plv. voorzitter van de afd. Rotterdam der N.D.K.; voorts de heren J. Hank, referent bij de Beauftragte; Königs, plaatsvervangend leider van de Sicherheitsdienst; en de Schiedamse burgemeester dr. D. G. Draayer.

In Kethel werd op 10 juli 1943 een R.K. School voor Voortgezet Lager Onderwijs voor Jongens en meisjes geopend. Onder andere de burgemeester van Schiedam, dr. Draayer was bij de opening aanwezig. Er werd o.a. landbouwonderwijs voor jongens en huishoudonderwijs voor meisjes gegeven.

Met toepassing van de Wet Zuivering Nederlandse Ridderorden 1946 is bij Koninklijk Besluit het lidmaatschap van de Orde van de Nederlandse Leeuw in 1950 ontnomen aan dr. D. G. Draayer

In 1962 was D. G. Draayer het oudste lid van Leidens oudste voetbalvereniging ASC.

Duijn, Wilhelmus Petrus Johannes

Wijk aan Zee 1 augustus 1912 - Braunschweig 23 mei 1945

Wilhelmus Petrus Johannes Duijn, fabrieksarbeider, woonachtig in Krommenie, ondertrouwd in april 1941 met G. de Groot. Vader van Gerardus Cornelis Wilhelmus Duijn, geboren in februari 1942.

In 1943 eisen de Duitsers dat alle mannen die in de meidagen van 1940 tegen hen gevochten hebben zich in krijgsgevangenschap moeten begeven. In het hele land breken daarop spontaan stakingen uit. Naar alle waarschijnlijkheid neemt ook Duijn deel aan deze april-mei staking. Daags na de staking wordt hij als represaille met een tiental collega-werknemers gearresteerd en naar een concentratiekamp verbannen.

Onder welke omstandigheden Wilhelmus Petrus Johannes Duijn op 23 mei 1945 te Braunschweig is overleden, is onduidelijk. Zijn lichaam is bijgezet op het Nederlands ereveld te Hannover.

De naam van Wilhelmus Petrus Johannes Duijn komt voor op het Verblifa-monument te Krommenie als W.J.P. DUYN 23 MEI 1945 OUD 32 JAAR.

Eenheid door democratie

Zie: Tweede Wereldoorlog Wereldoorlog 2.

Uit Wikipedia

Eenheid door Democratie of voluit Nederlandsche Beweging voor Eenheid door Democratie (EDD) was een Nederlandse buitenparlementaire beweging die zich van 1935 tot 1940 tegen zowel het nationaalsocialisme als het communisme richtte. Het motto van de beweging was 'Mussert noch Moskou' - een verwijzing naar de NSB-slogan 'Mussert of Moskou'. EDD gaf ook een tijdschrift met de naam Eenheid door Democratie uit en verschillende boeken en brochures.

EDD werd op 27 juni 1935 opgericht[1] door Pieter Geyl, Wim Schermerhorn en anderen,[2] als reactie op het succes van de NSB bij de Provinciale Statenverkiezingen van april 1935. De beweging deed niet mee aan de verkiezingen van 1937, maar gaf een stemadvies. Ook werd gepoogd de NSB wind uit de zeilen te nemen door te wijzen op de on-Nederlandse oorsprong van de ideeën van NSB-leider Anton Mussert.[3] De opvatting van de EDD werd bestreden door NSB-theoreticus Baltus Wigersma, die meende dat democratie juist ontstond door eenheid.[4]

Pieter Brijnen was aanvankelijk secretaris. In 1938 volgde een bestuurscrisis, waarbij voorzitter H. Faber en secretaris W. Ritmeester aftraden. Op verzoek van Jan Goudriaan, die lid van het hoofdbestuur was, nam Willem Schermerhorn het voorzitterschap op zich.[5] De betrekkingen met het Comité van Waakzaamheid werden verbeterd, maar het kwam niet tot samenwerking. In de zomer van 1939 telde EDD een kleine 30.000 leden.[6] De beweging werd in mei 1940 ontbonden. Schermerhorn werd later wegens zijn voorzitterschap door de Duitsers geïnterneerd in het gijzelaarskamp Sint-Michielsgestel.[7]

Ero, Hendrik

Zaandijk, 10 juli 1886 - Berlijn-Tegel, 4 juni 1943

Hendrik Ero en zijn echtgenote Louise Ursule Ero-Chambon beheerden De Waakzaamheid sinds 1918. Zij moesten niets hebben van de nazistische denkbeelden. Hij beschouwde zichzelf als vaderlandslievend en Oranjegezind. Zij was geboren in het Franse Sanilhac en kon zich maar al te goed de gruwelen van de Eerste Wereldoorlog herinneren.

Lees verder op De Waakzaamheid in oorlogstijd door Erik Schaap.

Zie: Tweede Wereldoorlog 3. ,4.

Ero-Chambon, Louise Ursula

Hendrik Ero en zijn echtgenote Louise Ursule Ero-Chambon beheerden De Waakzaamheid sinds 1918. Zij moesten niets hebben van de nazistische denkbeelden. Hij beschouwde zichzelf als vaderlandslievend en Oranjegezind. Zij was geboren in het Franse Sanilhac en kon zich maar al te goed de gruwelen van de Eerste Wereldoorlog herinneren.

Lees verder op De Waakzaamheid in oorlogstijd door Erik Schaap.

Zie: Tweede Wereldoorlog 3.,4.

Eshuijs, Jan

Wormerveer 1 december 1912 - Overveen 23 januari 1944

Jan Cornelis Gerardus Eshuijs, kappersbediende, lid van de 'wilde' verzetsgroep Koog-Bloemwijk en de Zaanse KP.

Verzetsman Jan Eshuijs zocht onderduikadressen en verschafte onderduikers bonkaarten en geld. In 1943 kwam hij in contact met leden van de verzetsgroep Koog-Bloemwijk. Eshuijs participeerde niet in de voor de vooravond gepleegde overvallen. Als zelfstandig barbier had hij daar in de avonduren geen tijd voor. Hij stelde zijn woning aan de Krokusstraat 26 in Koog aan de Zaan echter beschikbaar als vergaderplaats van de verzetsgroep. Buitgemaakte goederen werden er opgeslagen, groepsleden en geallieerde piloten vonden er een overnachtingsplaats.

In januari 1944 was Eshuijs betrokken bij een poging om een voor de Wehrmacht bestemd vrachtschip in brand te steken op de scheepswerf Czaar Peter in Zaandam. Jan Eshuis, vishandelaar Harm Gerssen uit Koog en de in de Zaanstreek ondergedoken Hagenaar Jacob Heijdra, allen lid van de Zaanse Knokploegen KP werden echter verraden door een infiltrant. Na zijn arrestatie door de Sicherheitspolizei op 24 januari 1944 werd hij achtereenvolgens ingesloten in het politiebureau van Zaandam, de gevangenis aan de Amstelveenseweg en het HvB aan de Weteringschans in Amsterdam.

,,De verdachten hadden,“ zo liet het door de Nazi's gecensureerde Dagblad van Noord-Holland van 24 februari 1944 weten ,,een geheime vereniging opgericht met het doel om daden van sabotage te plegen tegen installaties van de Duitse weermacht en om roofovervallen te plegen op distributiebureaus en postkantoren. De bende sloot zich einde 1943 aaneen in een tijd waarin alle rustverstorende elementen door de in de voorafgaande zomer en herfst gevelde vonnissen van het Standrecht met nadruk gewezen waren op de gevaren van hun handelwijze.''

Op 22 februari 1944 werden Jan Eshuis, Harm Gerssen en Jacob Heijdra door het Politiestandrecht als saboteurs in de duinen bij Overveen gefusilleerd.

Zie: Tweede Wereldoorlog 4.

Fuijkschot, Hans

Rotterdam 12 februari 1919 - Siegburg 26 april 1945

Johannes Dirk (Hans) Fuijkschot was werkzaam bij de drukkerij van Dirk Kleiman. Samen vervalsten zij papieren als paspoorten, bonkaarten en Ausweise in het bedrijf van Kleiman: Litho Zaanlandia in Zaandijk. Zij maakten valse Ausweise voor mannen en jongens die daarmee waren vrijgesteld voor gedwongen werk in Duitsland, de Arbeitseinsatz. Daarnaast werden verzetsstrijders voorzien van een andere identiteit zodra hun echte naam bij de Duitsers bekend was. Ook voorzagen ze joodse onderduikers van een andere identiteit door paspoorten te vervalsen.

De Zaanse, gereformeerde verzetsman Hans Fuijkschot, vond onder meer onderdak bij het echtpaar De Kler voordat hij als gevolg van verraad gevangen werd genomen. Zowel Hans Fuijkschot als Dirk Kleiman vonden de dood in een tuchthuis in 1945.

Zie: Tweede Wereldoorlog

Gelderen, Anthonie Hendrik van

Boskoop, 12 februari 1900 - Zaandijk, 17 oktober 1979

18 maart 1935: Burgemeester van Gelderen en Sophia Jacoba Cornelia Vijnia Dijs huwen

Burgemeester van Zaandijk van maart 1935 tot maart 1965, onderbroken door het laatste oorlogsjaar 1944 nadat van de burgemeesters werd verlangd, dat zij inwoners zouden aanwijzen, die moesten helpen Duitse verdedigingswerken bij de kust te maken. De burgervaders Albert Slager van Wormerveer, Willem Frederik Allan van Koog en Van Gelderen van Zaandijk vroegen commissaris Backer van de provincie NH in Haarlem van die opdracht ontheven te worden. Van Gelderen werd na een ambtelijke carrière in Boskoop als burgemeester van Zaandijk geïnstalleerd, en was toen partijloos, hetgeen hij ook altijd bleef. Sommigen meenden dat zijn verwantschap met minister-president Colijn, zij waren volle neven, de voornaamste reden voor zijn benoeming was.

Op een paar dagen na was Van Gelderen dertig jaar burgemeester van Zaandijk. Hij was acht jaar lid van het hoofdbestuur van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, en geruime tijd voorzitter van het departement Koog/Zaandijk van de Maatschappij tot Nut van 't Algemeen.

Gerssen, Harm

Urk 6 april 1912 - 23 februari 1944 duingebied Overveen

Harm Gerssen fabrieksarbeider bij Stijfselfabriek De Bijenkorf in zijn woonplaats Koog aan de Zaan was tevens werkzaam als zelfstandig vishandelaar. Hij sloot zich aan bij de verzetsgroep Koog-Bloemwijk, die zich ten behoeve van onderduikers bezig hield met overvallen voor persoonsbewijzen en bonkaarten. Op 9 november 1943 nam hij deel aan een overval op het politiebureau en distributiekantoor/raadhuis van Oegstgeest, waarbij 14.000 bonkaarten, 283 blanco persoonsbewijzen, 1500 PB-zegels en ƒ 1447,– werden buitgemaakt.

Een deel van de bonkaarten werd in Urk gestempeld en gedistribueerd. Op 11 januari 1944 overviel hij het postkantoor in Purmerend, waarbij distributiebescheiden en ƒ 22.000,– werden meegenomen. Diezelfde maand stichtte hij brand op een voor de Wehrmacht in aanbouw zijnd vrachtschip op de scheepswerf Czaar Peter in Zaandam.

Daarnaast verleende hij hulp aan neergekomen geallieerd vliegtuigpersoneel door hen, onder meer vanuit Hoorn, te vervoeren, tijdelijk in zijn woning onderdak te bieden en over de grens te helpen. Op 22 januari 1944 werd Gerssen in zijn woning door de Sipo gearresteerd en op 23 februari 1944 gefusilleerd.

Zie: Tweede Wereldoorlog

Geugjes, Cor

Koog aan de Zaan, 30 februari 1922 - Amsterdam, 16 april 1982

Cor Geugjes, communistische voorman uit de Zaanstreek. Actief in het verzet onder de schuilnaam Striker, leider van de illegale CPN in de Zaanstreek, mede-organisator van de februaristaking, na de oorlog bestuurder van de communistische vakbond, de Eenheids Vakcentrale EVC, en directeur van De Waarheid. Gemeenteraadslid in Zaandam en Eerste Kamerlid waar hij zich onder meer bezig hield met financiën, economische zaken, verkeer, defensie, overzeese gebiedsdelen en buitenlandse zaken. Bezocht vaak congressen van zusterpartijen van de CPN. Kwam in december 1957 samen met B. Brandsen in conflict met de CPN-leiding over de door het bestuur genomen maatregelen tegen bestuurder A. Verreijt in Tilburg. Werd daardoor ontheven van zijn functie als directeur van De Waarheid. Nam ontslag als partijbestuurder en Eerste Kamerlid.

Cor Geugjes sloot zich daarop aan bij de Brug-groep, de officiële naam van een bij de Tweede-Kamerverkiezingen van 1959 meedingende lijst van communistische dissidenten, die in het maandblad De Brug hun spreekbuis vonden. De verschijning van De Brug was de vrucht van spanningen die de Communistische Partij Nederland vanaf 1956 beroerden.

Cor Geugjes trad politiek niet meer op de voorgrond. Wel behoorde hij enige tijd tot de redactieraad van het op bedrijfsdemocratie gericht blad Zeggenschap. Hij begon als zelfstandige een handelsfirma en zijn voorkeur ging richting Partij van de Arbeid. Zijn vrouw Betty Geugjes-Zeehandelaar, die lid van het hoofdbestuur van het ANJV en ook van het partijbestuur van de CPN is geweest werd eerst bestuurslid van de Rooie Vrouwen en de Evert Vermeerstichting, en later lid van het bestuur van de PvdA.

Op de website van Erik Schaap valt een fraaie anekdote over Cor Geugjes te bewonderen: “Het bitterste wat CPN-districtsbestuurder Bertus Brandsen me vertelde, ging over de rede die partijbestuurder Cor Geugjes hield over de Sovjetunie als het leidend centrum van de arbeidersbeweging in de hele wereld. De zaal had driftig geapplaudisseerd. Na de pauze ging De Groot er scherp tegen in. Geugjes had een ernstige fout gemaakt. De Sovjet-Unie was niet het centrum maar het middelpunt van alle progressieve krachten. Nog meer applaus. Eenmaal buiten had een toch wat twijfelende Brandsen aan de bleke Geugjes gevraagd of middelpunt en centrum niet hetzelfde waren. Volgens mij ook, had Geugjes geantwoord, ‘maar ik klapte maar mee want anders doe ik net of ik het niet begrijp en dat wilde ik niet.’ Niemand heeft mij ooit beter de aard van het Nederlandse stalinisme uitgelegd.”

In 1982 kwam Cor Geugjes bij een noodlottig ongeval in Amsterdam om het leven.

In 1987 werden in een nieuwbouwwijk van Zaandam straten vernoemd naar Cor Geugjes, Dirk Kleiman en kapelaan Gerrit Groot, Zaanse verzetsstrijders uit de jaren 1940-45. Dirk Kleiman vervaardigde onder meer vervalste papieren voor het verzet, kapelaan Groot had via de kerk aan de Oostzijde de zorg voor onderduikers en Cor Geugjes speelde een belangrijke rol in de illegale CPN en het apparaat van de illegale Waarheid.

Gewestelijk Arbeids Bureau Zaanstreek (GAB)

Intermediair tussen werknemers en werkgevers op het gebied van scholing, ontslagaanvragen, loonkostensubsidies, arbeidsovereenkomsten en personeelsvoorziening. Het werkgebied van het GAB omvat de gehele Zaanstreek. Het arbeidsbureau neemt een belangrijke plaats in op de arbeidsmarkt. Diensten worden zowel geleverd aan werkzoekenden als aan werkgevers, bijvoorbeeld door hen in contact met elkaar te brengen, of door werkgevers te stimuleren langdurig werklozen, herintredende vrouwen of personen, die behoren tot een etnische minderheid, in dienst te nemen. Daarnaast kan het arbeidsbureau door middel van scholingsprojecten en door het toepassen van loonkostensubsidies, trachten vraag en aanbod op de arbeidsmarkt beter op elkaar af te stemmen. Het GAB heeft de beschikking over een Informatie- en Adviescentrum. waar vacature-beschrijvingen en beroeps- en scholingsinformatie beschikbaar is; het centrum werd in 1988 door 10.000 personen geraadpleegd. Arbeidsbeurzen (de voorgangers van de arbeidsbureaus) werden vanaf het eind van de 19e eeuw opgericht door particulieren; voor het eerst in Amsterdam in 1886. In 1902 werd te Schiedam de eerste gemeentelijke arbeidsbeurs gesticht.

→ Lees verder...

Glazenburg, Hilko

Zaandam 4 november 1915 - Haarlem 23 februari 2005

Hilko Glazenburg, student woonachtig in Zaandam en enige mannelijke overlevende van de Stijkel-verzetsgroep. Hij bezorgt post bij Unilever in Rotterdam, die krijgt hij van een vriend uit Zaandam, waar zijn ouders wonen. Zijn vriend zegt dat als hij last krijgt met de Duitsers, moet zeggen dat het reclamemateriaal is.

Joodse hoogleraren worden ontslagen en hij kan zijn studie in Delft niet afronden. De TH wordt gesloten, maar hij gaat werken bij machinefabriek Stork in Hengelo, op initiatief van z'n studentenvereniging. Als ouderejaars student begeleidt hij de jongerejaars. Hij gaat in Hengelo wonen, het contact met Delft verdwijnt. Begin mei 1941 keert hij terug naar Delft, wordt gearresteerd en naar Scheveningen gebracht. Bij zijn verhoor zegt hij dat hij niet weet wat hij bij Unilever afleverde.

Zijn moeder mag op bezoek komen. Eénmaal per dag wordt hij gelucht, waarbij hij zijn Zaanse vriend ontmoet. Een proces komt niet op gang, maar hij blijft opgesloten. Eind februari 1942 wordt hij overgebracht naar de hoofdgevangenis Pompstationweg en moet daar enveloppen vouwen. 26 Maart 1942 wordt hij met een klein groepje per trein overgebracht naar de gevangenis aan de Lehrterstrasse in Berlijn. Zijn cel is vies en het eten wordt door een luikje naar binnen geschoven.

Zijn advocaat meldt hem dat contact met thuis onmogelijk is. Een enkele keer is er een Duitse krant. Hij blijft bij zijn verklaring. Bij het luchten mag hij niet met de anderen spreken. Hij wordt ter dood veroordeeld, omdat hij heeft deelgenomen aan een verzetsgroep en berichten heeft doorgegeven. Het wordt kerst en het is koud tijdens het luchten. Uit krantenberichten begrijpt hij dat de winter 1942/1943 voor de Duitsers niet voorspoedig verloopt. Hij vraagt zich af of zijn doodvonnis nog voltrokken wordt. Met Pasen krijgt hij een ei dat hij tegen kalkgebrek met dop en al op eet. De bomen op de binnenplaats krijgen weer bladeren.

Juni 1943 wordt z'n celdeur geopend en hoort hij dat de doodstraf achterwege blijft. 2 juli 1943 wordt hij per trein op transport gesteld tot Küstrin. De laatste 15 kilometer tot tuchthuis Sonnenburg moet hij lopen, een tocht door prachtige natuur. Na een nacht in een koude natte cel vol luizen wordt hij opgesloten in een éénpersoonscel in een naburig gebouw. Het uitzicht uit het celraam is prachtig, daarom verft hij de tralies wit.

Hij werkt in een wapenfabriek in het gebouw en houdt de productie laag. Na lange tijd eenzame opsluiting ontmoet hij nu overdag meer mensen, meest politieke gevangenen. Het eten is onvoldoende. Mensen hebben zweren en oedeem. Hij is groepsleider en Flürwarter, manusje van alles. Hij moet eten dragen en wc's legen. Bij het oprukken van de Russen wordt hij in een volle treinwagon naar Sachsenhausen versleept. Bij aankomst volgt telling en inschrijving. Hij krijgt blauw-wit gestreepte gevangeniskleding.

In de barak heerst ijzeren discipline. Het eten is slecht, mensen worden mishandeld, zelfs opgehangen. Iedere ochtend is er appèl. Hij probeert niet op te vallen. Als ingenieur moet hij helpen anti-tank wapens te ontwikkelen, hij saboteert waar mogelijk. Er zijn exercities. In het gebombardeerde Oraniënburg moet hij puin ruimen. Op de appèlplaats moet hij schoenen testen door er lang rondjes op te lopen.

Hij geeft een beschrijving van Sachsenhausen. Alle noodzakelijke voorzieningen zijn aanwezig, maar er zijn teveel gevangenen. Steeds meer mensen worden vergast, de Himmelfahrt-transporten. In april gaat hij met een groep van 500 man lopend op transport, vlak voor de komst van de Russen. Achterblijvers of mensen die proberen te vluchten worden neergeschoten. Er is niets te eten. Ze stoppen in een bos en bouwen hutten van takken. Dan komen er wagens van het Rode Kruis en wordt hij aan de Engelsen overgedragen, die hem 19 mei 1945 per vrachtauto naar Enschede brengen. Vanuit kasteel Eerde bij Ommen schrijft hij een brief naar huis.

Glijnis, Teunis

Krommenie 16 juni 1902 - Neuengamme/Lübeckerbocht 3 mei 1945

Teunis Glijnis 1902-1945

Losarbeider, gehuwd met Angenis Christiaan Brasser en vader van Jan Glijnis (1938), woonachtig aan de Militaireweg 138, gemeenteraadslid namens de CPN en lid van de Internationale Roode Hulp Afdeling Krommenie (I.R.H.). Teunis verdwijnt in 1934 drie maanden achter de tralies van de strafgevangenis te Haarlem wegens het verspreiden van opruiende lectuur, is pleitbezorger voor een Sovjet-Holand en in 1935 kandidaat gemeenteraadsverkiezingen voor Krommenie.

Vanuit het gevang schreef Teunis Glijnis het volgende:
Een brief uit de gevangenis ondanks kerkermuren met de strijd verbonden!
,,Haarlem, 9 september 1934, Kameraden, Het is reeds enige weken geleden, dat ik een brief kreeg van de I.R.H. In deze brief werd mij gemeld, dat de meeste kameraden, die in verband met de juli-gebeurtenissen werden gearresteerd het best maken. Welnu, ik maak het zelf ook best. De I.R.H. schreef over de grote solidariteit die er bestaat met de gevangenen en hun gezinnen. Deze solidariteit laat zich het best zien uit de vele kaarten en brieven die ik hier van de kameraden uit Krommenie en elders ontvang. Alle kameraden breng ik daar mijn proletarische daad voor, het is één van de onmisbare blikken van solidariteit en ik hoop dat de andere kameraden ook zoveel post mogen ontvangen.“

,,Eén ding moeten de kameraden die brieven zenden naar de gevangenen om denken. Zij moeten niet zo bang zijn voor de controle, die hier op de brieven bestaat. De zaak is zo, dat feiten voor bepaalde gebeurtenissen, onverschillig waar over, gerust geschreven kunnen worden. Alleen moet er om gedacht worden om niet hun mening er bij te zetten. Begrijpen de kameraden wat ik bedoel? Als bijvoorbeeld de rijksbemiddelaar zijn best doet om het conflict aan de Blikfabrieken op te lossen dan snappen wij wel op wiens kosten hij dat probeert te doen. En als men een beetje uitkijkt, dan komen wij alles aan de weet, wat wij weten moeten.”

,,De overwinning van het Rode Leger in China, dat ook in het 'Weekblad' hier stond, en dergelijke, zijn vanzelf feiten die ons goed doen. Dan de grote staking onder leiding van onze kameraden aan de Blikfabriek, welke ik vanzelf als partijgenoot uit Krommenie met spanning volg. Kameraden van de blikfabriek, kijk uit en weest paraat, jullie hebben de solidariteit van de arbeiders uit het gehele land en daar staan jullie sterk mee, en die solidariteit zal jullie ongetwijfeld de overwinning bezorgen. Kameraden, met strijdersgroet en tot 12 oktober. Rood Front! Leve de C.P.H. No. 176 — 1759 Strafgevangenis Haarlem.“

Teunis Glijnis waarschuwt in 1935 voor de 'rooftocht van Mussolini' als gemeenteraadslid van de CPN voor Krommenie, in 1939 wordt hij wederom gekozen. Teunis komt voor op de uit 1939 daterende lijst links-extremistische personen.

Op de kandidatenlijst voor de Provinciale Statenverkiezingen in 1939 staat T. Glijnis op een zestiende plaats. Op 6 juni 1939 maakt raadslid Glijnis zich zorgen vanwege de weigering van een plaats voor de Blauwe Tent van de Algemene Nederlandse Geheelonthoudersbond op de kermis te Krommenie. Ook komt hij op voor de tijdige verstrekking van B-steun aan werklozen die vanwege de crisis geen werk meer hebben, te meer daar ettelijke werklozen om deze kleding en schoeisel verlegen zitten.

Als de bezetting in 1940 gaande is bevindt Teunis Glijnis in zich andermaal in het gevang. Hij werd ervan beticht, onder het bewind van de Nederlandse regering en de Nederlandse justitie, een bevriend staatslid te hebben beledigd. Het betrof hier het bevriende staatslid Adolf Hitler wiens Wehrmacht zojuist middels een Blitzkrieg Holland was binnengevallen. Na de vrijlating van Glijnis worden leden van de CPN en de RSAP uit de gemeenteraden en Provinciale Staten gezet. In Krommenie overkwam dat drie communisten, J. Gerritsen, Teunis Glijnis en Simon de Roo, samen de grootste fractie.

Op 21 januari 1942 werd Teunis Glijnis door de Duitsers gearresteerd. Via kamp Amersfoort en dat van St.Michielsgestel belandde hij op 18 december 1942 in kamp Neuengamme. Toen de geallieerden in mei '45 naderden joegen de Duitsers 7800 gevangenen, afkomstig uit het concentratiekamp Neuengamme nabij Hamburg, aan boord van de schepen Cap Arcona en Thielbek. Onduidelijk is, wat de bestemming van het schepen was. Het lot wilde, dat de schepen op zee in de bocht van Lubeck getorpedeerd werden door Engelse vliegtuigen, waarvan de bemanningen kennelijk veronderstelden dat ze Duitse troepentransportschepen aanvielen. Zo verloor Glijnis, die betrekkelijk goed door zijn gevangenschap was heen gekomen, in het zicht van de bevrijding op 3 mei 1945 toch nog zijn leven, evenals de andere gevangenen. Onder hen bevonden zich ruim 300 Nederlanders. Zo'n 350 mensen overleefden de ramp.

In april 2011 presenteerde de stichting Vriendenkring Neuengamme het boek van S.P. Geertsema 'De Ramp in de Lübeckerbocht. Nederlanders bij het einde van Neuengamme.' Het gaat in op de toedracht en reconstrueert aan de hand van getuigenverklaringen, rapporten en andere bronnen wat er precies gebeurde op die namiddag van 3 mei 1945. Het bevat tevens een korte biografie van de Nederlandse omgekomenen en overlevenden.”

Overigens had de Zweedse regering de Britse regering gewaarschuwd dat er gevangenen op schepen werden gebracht. Ook moeten Britse verkenningsvliegtuigen de massale transporten van gevangenen hebben gezien. De Britse regering houdt de archieven over het bombardement op de drie schepen tot 2045 gesloten.

Zie: Tweede Wereldoorlog 4.

Goris, Jacob

Zaandam 17 januari 1901 - Amsterdam 12 maart 1945

Jacobus Goris, magazijnmeester, sociaal voorman, gemeenteraadslid, lid verzet. Zaandammer Jacob Goris was voor de oorlog in zijn woonplaats Zaandam gemeenteraadslid voor de SDAP, secretaris van de Bestuurdersbond en plaatselijk voorzitter van de Algemene Nederlandse Metaalbewerkersbond. Als magazijnmeester en voorzitter van de personeelsvereniging bij machinefabriek P.M. Duyvis en Co. NV in Koog aan de Zaan ontwikkelde hij zich als een vertrouwensman voor velen.

Hij verspreidde sinds de zomer van 1942 grote hoeveelheden illegale lectuur onder arbeiders in de Zaanstreek. Eerst Het Parool, vanaf 1943 ook Ons Volk. In de herfst van 1944 bezorgde hij Paraat en Strijd. In het kader van het Natura-apparaat verzorgde hij in 1943 en 1944 de distributie van levensmiddelen, waaronder grote partijen rogge. Tijdens WO II bleef hij contacten onderhouden in socialistische kring en met plaatselijke en landelijke verzetsleden als A.W. Sabel Tzn en L. Neher.

Jacob Goris werd in de omgeving van zijn woning aan Albert Hahnplantsoen 13 op 27 januari 1945 na spertijd door een patrouille Landwachters gearresteerd wegens het verspreiden van Strijd, een dagelijks nieuwsbulletin van acht illegale bladen. Op 10 maart 1945 werd hij overgebracht naar het Huis van Bewaring in Alkmaar waarop hij na zware mishandelingen naar het Huis van Bewaring aan de Weteringschans in Amsterdam werd overgebracht. Hij noemde slechts één naam: Tjeertes, die aan de Poortstraat woonde en bij wie Strijd en Zaans Nieuws werd gestencild. Tjeertes krijgt op tijd een waarschuwing van een vrijgelaten medegevangene van Goris en duikt met zijn vrouw onder. Goris haalt de bevrijding niet: 12 maart 1945 werd hij met 35 andere Todeskandidate aan de Weteringschans in Amsterdam zonder vorm van proces gefusilleerd als wraak voor de aanslag op Rauter.

Zie: Tweede Wereldoorlog.

Groot, Gerrit

Hillegom 1915 - Amsterdam, 7 mei 1981

Gerardus Joannes Maria (Gerrit) Groot, rooms-katholiek geestelijke, tijdens de Tweede Wereldoorlog actief in het Zaans verzet, stond onder meer aan de basis van het illegale blad De Typhoon. Gerrit Groot, de verzetskapelaan, werd na een opleiding aan het Klein-Seminarie Hageveld te Hillegom en het Philosoficum te Warmond in juni 1939 tot priester gewijd. Aanvankelijk werd hij kapelaan te Schagen, in april 1941 kreeg hij deze functie te Zaandam bij de St. Bonifatius-parochie.

Hij raakte al snel betrokken bij het verzet tegen de Duitse bezetters, allereerst door het bieden van hulp aan onderduikers die buiten de Arbeitseinsatz wilden blijven en later als belangrijke figuur in de Rooms Katholieke Centrale, RKC, een laat-oorlogse overkoepeling van het katholieke verzet.

In 1944 was hij één van de stuwende krachten achter de oprichting van de Rooms Katholieke verzetskrant De Typhoon. In augustus 1945 werd hij kapelaan te Rotterdam, in 1951 rector van de Stichting Johannes te Deo te Amsterdam en godsdienstleraar aan een katholieke ambachtsschool in de hoofdstad, in 1965 pastoor te Amsterdam, in 1968 deken van Beverwijk. In 1979 ging hij met emeritaat. Gerardus Joannes Maria Groot overleed, 66 jaar oud, op 7 mei 1981 te Amsterdam en werd ter aarde besteld op het St. Adelberts Kerkhof aan de Dennenweg te Bloemendaal.

Zie ook: Wereldoorlog 2.

Groot, Jan

Wormerveer 5 maart 1893 - Berlijn-Tegel 4 juni 1943

Jan Groot 1893-1943

Jan Groot, verzetsstrijder en hoofdboekhouder bij De Bijenkorf in Koog aan de Zaan. Ook was hij van 1916 tot en met 1936 bestuurslid van de korfbalvereniging Koog Zaandijk, waarvan 17 jaar voorzitter. In de gang van het clubhuis op het huidige sportpark aan de Wezelstraat hangt een gedenkplaat, een in memoriam aan Jan Groot, erevoorzitter. Hij werd op 25 april 1941 gearresteerd als lid van de illegale Stijkelgroep wegens spionage en sabotage. Jan Groot zat in het Oranjehotel tot 15 maart 1942.

Op 26 maart 1942 werd de Stijkelgroep overgebracht naar verschillende gevangenissen in Berlijn; de Wehrmachtsuntersuchungsgefängnis, de Untersuchungshaftanstalt Moabit en de Untersuchungsgefängnis Charlottenburg.

De aanklacht in de rechtszaak tegen de leden van de Stijkelgroep was: spionage en toebrengen van schade aan de Duitse Wehrmacht. Op 26 september 1942 lag het Reichskriegsgericht, het hoogste militaire hof, 39 doodvonnissen op. Zes van hen kregen gratie en werden verbannen naar een tuchthuis, één overleed in gevangenschap. Gevangenispredikant Harald Poelchau begeleidde de Stijkelgroep in periode. De houding van de groep maakte diepe indruk op hem.

Jan Groot werd samen met 31 leden van de Stijkelgroep op 4 juni 1943 in Berlijn/Tegel gefusilleerd.

Zie: Tweede Wereldoorlog

Hallie, Hendrik Lodewijk

1884 - Velp 25 januari 1970

Hendrik Lodewijk Hallie, gehuwd met Hendrika Meijer (1885-1969), raadslid en wethouder namens de VVD Zaandam van 1 september 1931 tot 1 mei 1941. Na de oorlog trad hij toe tot de noodraad van Zaandam tot 18 oktober 1945. Wethouder vanaf 18 oktober 1945 tot 3 september 1946. Hallie was tevens geruime tijd secretaris van de Zaanlandsche Zeilvereeniging.

Op 11 maart 1913 werd Hallie namens de Diaconie der Luthersche gemeente als lid van de Armenraad geïnstalleerd. De armenraad bestond uit een 21-tal instellingen van weldadigheid.

Begin december 1921 werd Hallie benoemd tot tijdelijk directeur van NV houthandel Gebr. van 't Ent te Zaandam. Op 15 juli 1928 verwoestte een felle brand de houtzagerij en schaverij De Breeuwer, eigendom van N.V. Houthandel v.h. Gebr. Endt in het Westzijderveld.

Zie: Tweede Wereldoorlog 3.

Hartog, Pieter

Krommenie 22 oktober 1919 - Zaandam 13 september 1944

Pieter Hartog, timmerman en verzetsman, woont aan de Wilgenkade in Wormerveer, maakt deel uit van een verzetsgroep en heeft contacten met onder meer Jaap Boot uit Wormerveer. Twee Amsterdammers, Herman Groenendijk en Jan de Barbanson zijn september 1944 ondergedoken in Wormerveer. Met name Groenendijk beschikt over belangrijke informatie. Hij krijgt de berichten van zijn verloofde, die in een Amsterdams politiebureau telexberichten onder ogen krijgt. Pieter Hartog heeft anderhalf jaar ondergedoken gezeten en maakt weer kennis met de buitenlucht.

Maandagmiddag 11 september omstreeks half drie springen negen Amerikanen uit de USAAF Consolidated B-24J Liberator serial 44-40092 bommenwerper, koosnaam 'Betty Jane', behorend tot the 8th Air Force 389th Bomb Group (H) of the 565th Bomb Squadron, die, nadat deze beschoten is en nog maar op één motor vliegt, snel hoogte verliest. Eén van hen komt terecht in Oostzaan, bijna in het bootje, waarin de Zaandammers J. Jonker en A. Lem zitten te vissen, de anderen belanden in de Kalverpolder en in het Guisveld. Mevr. A. J. Koopman-Jurriaans, Middel 228, Westzaan, helpt er één, die vlak bij haar boerderij terecht komt. Co-pilot Major John R. Dowswell weet de gehavende Betty Jane ondanks de averij in z'n eentje op Engelse bodem aan de grond van vliegbasis Hethel te zetten.

Het drietal Herman Groenendijk, Jan de Barbanson en Pieter Hartog trekt er met een bootje direct op uit om de piloten in veiligheid te brengen maar wordt in het veld staande gehouden door Landwachters, gewapende NSB-ers, die onder Duitse leiding politiewerk verrichtten, omdat de 'echte' politie te onbetrouwbaar voor de bezetter was geworden. In het bootje vinden de Landwachters belastend materiaal. Hartog, Groenendijk en De Barbanson worden na hun aanhouding onder bewaking naar het politiebureau in Wormerveer gebracht. Daar volgt een eerste verhoor waarna zij worden overgebracht naar de kazerne nabij Plein '13 in Wormerveer. Zij zijn de eersten die in verband met het neerkomen van de inzittenden van de Betty Jane worden aangehouden.

Door veler medewerking gelukt het de illegaliteit acht bemanningsleden te laten onderduiken voor de Duitsers kunnen ingrijpen. Er zitten er vijf bij F. Bakker in Koog. Navigator Captain Gerald Crary kan zich niet uit de voeten maken vanwege een enkelbreuk en wordt door de bezetter ingerekend als krijgsgevangene.

Twee dagen later, na persoonlijk ingrijpen van Rauter, schieten de Duitsers bij de Julianabrug, ter hoogte van de Zaanse Schans aan de Leeghwaterweg, als represaille voor het laten verdwijnen van de Amerikanen, vier mensen dood. De Zaandijkse drogist Gerrit Verdonk, bij wie een parachute in z'n drogisterij wordt aangetroffen, Pieter Hartog uit Wormerveer en de Amsterdamse KP-ers Jan de Barbanson en Herman Groenendijk.

Rauter dreigt de volgende dag 18 inmiddels opgepakte Zaandijkers van het leven te beroven. De dag daarna zou hij vanuit rijdende auto's 100 á 150 willekeurige mensen laten vermoorden als de Amerikanen niet te voorschijn zouden komen. Voor dat dreigement zwicht de verzetsbeweging. Zij besluit na overleg met de politie van Zaandam op 15 september drie Amerikanen uit te leveren. De piloten worden ergens in het veld gezet en 'toevallig' door de politie gevonden. Dat stemt de Duitsers tot tevredenheid temeer daar zij in de veronderstelling verkeren dat de Betty Jane met de overige crew-members naar Engeland was doorgevlogen.

Er is over deze uitlevering heftig gediscussieerd. Volgens Giel van Marle zei Walraven van Hall: „Ik ben er tegen om in te gaan op de eisen van de Duitsers. Als je verzet pleegt ga je tot het uiterste“. Van Marle: „Ik heb gezegd, dat ik daarvoor de verantwoording niet wilde nemen”.

Zie: Tweede Wereldoorlog 4.

Heijdra, Koos

’s-Gravenhage, 9 augustus 1918 - Overveen, 23 februari 1944

Jacobus Jozef Heijdra, roepnaam Koos, schuilnaam: Joep, sergeant bij de Grenadiers, Marechaussee en politieagent. De Hagenaar maakte deel uit van de ‘wilde’ verzetsgroep Koog Bloemwijk-Purmerend. Hij dook onder in de Zaanstreek na in 1942 een bevel van de nazi's te hebben geweigerd om als politieman Amsterdamse joden uit hun huis te moeten zetten en op transport te stellen. Bij de verzetsgroep had Heijdra een leidende rol. Aanvankelijk zocht de groep onderduikadressen voor joodse onderduikers en piloten die onderdak vonden in de woning van Jan Eshuijs aan de Krokusstraat 26 in Koog aan de Zaan. De woning diende ook als vergader- en opslagplaats van buitgemaakte goederen.

In augustus 1943 werd de gewonde Zaandijker rijksveldwachter en verzetsman J.J.W. Keijzer en diens joodse kamergenoot Norbert Klein uit het Wilhelmina Gasthuis in Amsterdam bevrijd. Het plan om in datzelfde jaar Trouw-medewerker mr. L.C. Dijkman te bevrijden mislukte.

Op 9 november 1943 nam Koos Heijdra deel aan een overval op het politiebureau en distributiekantoor van Oegstgeest, waarbij 14.000 bonkaarten, 283 blanco persoonsbewijzen, 1500 PB-zegels en ƒ 1447,– werden buitgemaakt. Medewerkers van het gemeentehuis en het distributiekantoor werden tot hun ontsteltenis weggevoerd, zonder enkele weet van de overval te hebben gehad.

In januari 1944 was hij betrokken bij het in brand steken van een voor de Wehrmacht bestemd schip in aanbouw op de werf Czaar Peter in Zaandam en op 11 januari 1943 bij een overval op het postkantoor van Purmerend, waarbij distributiebescheiden en ƒ 22.000,– werden meegenomen.

Op 22 januari 1944 werden Koos Heijdra, Harm Gerssen, Ab Hommerson en Cornelis Koetsier opgepakt op de Leidsekade in Amsterdam door de Sicherheitspolizei. Zij werden verraden door een infiltrant. De drie eerstgenoemden werden verdacht deelgenomen te hebben aan de overval te Oegstgeest. Koetsier zou de ploeg aan wapens hebben geholpen. Deze vier strijders waren betrokken bij het werk van de Zaanse knokploeg.

Op 23 februari 1944 werd Koos Heijdra met zijn medestrijders gefusilleerd in de duinen van Overveen.

Zie: Tweede Wereldoorlog 4.

Heijningen, Gerrit van

Krommenie 1917 - Wormerveer 30 juli 1944

Gerardus Hendrikus (Gerrit) van Heijningen (27) uit Krommenie werd op 30 juli 1944 in Wormerveer neergeschoten tijdens een vuurgevecht tussen leden van de Raad van Verzet en de Duitsers. Een reconstructie met dank aan Erik Schaap:

Naarmate Hitlers oorlog slechter verliep werd de jacht op mannen voor de Arbeitseinsatz grimmiger. Degenen die in handen vielen van de bezetter gingen in eerste instantie naar een strafkamp in Amsterdam, waar hen nogal eens een weinig zachtzinnige behandeling ten deel viel. De meeste mannen deden dan ook hun uiterste best om onder te duiken of valse papieren te regelen die een niet voor uitzending geschikte ziekte of leeftijd vermeldden. De Raad van Verzet vernam op 30 juli 1944 dat er in Wormerveer een razzia gaande was. Jan Brasser: ‘In de loop van die zondag werden we gewaarschuwd. Twee jongens uit Assendelft en ik.’ Eigenlijk zou Joop Jongh er ook bij zijn, maar die was op de afgesproken dag niet thuis.

De drie, naast Brasser ook Teun Jonker en Mijndert van der Horst, gingen per fiets en stevig bewapend op de geüniformeerde bewakers en hun gevangenen af. De laatste groep betrof jonge mannen die net van het voetbalveld kwamen. Ze waren eerst meegenomen naar het politiebureau en werden inmiddels verder vervoerd. Van der Horst: ‘De jongens werden door vier bandieten overgebracht van het politiebureau naar de marechausseekazerne aan het eind van de Wandelweg.’ Brasser: ‘We kwamen bij het politiebureau en daar stonden wat vrouwen en meisjes en een enkele volwassen man. Die zei: “Waar komen jullie voor?” Ik zei: “We hebben gehoord dat er jongens opgepakt zijn.” “Ja, dat klopt”, zei ie. “Daar gaan ze!”’

Het was rond 19.00 uur, maar nog lang niet donker. De drie RVV’ers hadden dus goed zicht op de groep arrestanten toen die over de Wormerveerse Wandelweg reden. De verzetsstrijders fietsten hen achterna. Over het aantal gevangenen lopen de meningen overigens uiteen. In een naoorlogs BS-rapport wordt gesproken over zestien arrestanten, Brasser heeft het over ‘een stuk of tien jongens’, RVV’er Henk de Wit – die de slachtoffers later zou opvangen – over veertien gevangenen, Mijndert van der Horst over zestien. In het politierapport van die dag was sprake van slechts vijf opgepakte mannen.

Hoe dan ook, de gevangenen werden bewaakt door, in de woorden van Brasser, ‘twee gelaarsde Herren voor en twee achter’. Brasser zette aan, haalde in en schoot een SD’er, hij heeft het in zijn gebundelde memoires over SS’ers, aan de staart van de groep neer. Hij wist ook één van de op kop rijdende bewakers te raken. Beide mannen vielen op de grond. Brasser: ‘Ik richtte meteen op de rechts voor rijdende, zo half draaiend op de fiets. Maar die vent remde, want die had natuurlijk de schoten gehoord en toen kon ik niet schieten. Er waren van die gearresteerde jongens die tussen hem en mij in kwamen. Alles stopte en viel over de straat.’

Tijdens de ontstane schotenwisseling en in de daarop volgende chaotische situatie werden er ook onschuldigen geraakt. Los arbeider Gerardus Hendricus (Gerrit) van Heijningen (27) slaakte een gil en stortte neer. Hij, ook actief in de RVV en toevallig in Wormerveer toen hij werd aangehouden, was dodelijk getroffen. Ook de 51 jaar oude Wormerveerder Willem Schaap, wiens zoon Bertus tot de arrestanten behoorde, stierf ter plekke. Hij was op de Wandelweg om Bertus te voorzien van wat persoonlijke documenten. De derde dode was een van de SD’ers. Zijn naam is onbekend. Uit het politierapport van 30 juli 1944: ‘19.15. Verzoekt de opp. luitnt. van Politie te Wormerveer assistentie van een ziekenauto, daar een konvooi arrestanten (5 man) onder geleide van twee politieambtenaren A.C.D. was overvallen op weg naar Zaandam, waarbij enige doden en gewonden waren gevallen.’

Henk de Wit, die op deze avond ter hoogte van Plein 13 vanuit de bosjes meedeed aan het vuurgevecht: ‘We hebben net zo lang geschoten tot die jongens gevlucht waren.’ Mijndert van der Horst: ‘Na deze geslaagde aanval heeft er nimmer meer een razzia te Wormerveer plaatsgevonden, hetgeen een geweldige opluchting onder de bevolking teweegbracht en een grote sympathie voor de verzetsbeweging.’ De bevrijde gevangenen doken onder en ontsnapten zodoende aan de arbeidsinzet.

Bron: Mei tot mei

Heij, Henk

Hilversum 16 april 1914 - Dachau 2 mei 1945

Hendricus Leonardus Heij, ook wel Hendrikus/Henk - Heij/Hey, getrouwd met M. Heij-Evertse, was in 1944 betrokken bij de staking in de Blikfabriek te Krommenie. Henk Heij verhuisde eerder vanuit z'n geboorteplaats Hilversum naar de Zaanstreek omwille van de werkgelegenheid en was woonachtig in de Klaas Katerstraat, bij het Blok. Bij de blikfabriek kon hij aan de slag als blikknipper. Zwager Wim Evertse, 15 jaar oud, was eveneens werkzaam bij de Verblifa, zij het als elektricien.

Toen de oorlog uitbrak bestond de productie uit verpakkingen, zaklantaarns, carbidlantaarns, helmen en granaathulzen, hetgeen enige arbeidsgarantie gaf. Daarna volgden de orders van de Duitsers die verpakkingsdoosjes voor condooms bestelden.

De mei-staking ontstond op vrijdag 30 april 1943; vooral de 4 á 500 'blikmeiden' uit Amsterdam stuurden verbaal aan op staking. De bezetters grepen direct in en eisten van de Verblifa-directie elf namen en adressen van personeelsleden. Een overvalwagen reed zaterdagmiddag 1 mei de adressen in het dorp af om de opgegeven werknemers te arresteren.

In de veronderstelling ook opgepakt te kunnen worden stapten Wim Evertse en z'n broer Jaap meteen in het bootje dat achter het huis in de Dirksloot lag en roeiden naar het botenhuis van de sigarenfabriek waar later van Harlingen zat. Zij bleven daar tot de schemer inviel.

Henk Heij bleek wél op de lijst te staan. Hij werd bij thuiskomst opgewacht, kon geen kant meer op en werd ingerekend. Vier van de twaalf werknemers verschenen zondag 2 mei voor het standgerecht. Onmiddellijk daarna werden Hendrik Blank (54), Johan van Lemmeren (40), Theodorus Rijkhoff (28) en Gerard Wiersma doodgeschoten. De overige acht opgepakte werknemers, waaronder Henk Heij, werden naar concentratiekampen verbannen. Later werd duidelijk dat er geen kantoormensen of leidinggevenden tot het twaalftal behoorden; het betrof hoofdzakelijk fabrieksarbeiders. Van Henk Heij werd vanaf die dag niets meer vernomen.

In 2014 poogt Willem Evertse, neef van de eerder genoemde en in 2013 overleden oom Wim Evertse, helderheid te verkrijgen over het lot van z'n tot dan toe vermiste oom Henk Heij. Via een verzoek op het stamboomforum komen verschillende omstandigheden aan het licht.

Naar alle waarschijnlijkheid is Henk Heij na z'n arrestatie naar Vught overgebracht en op 26 mei 1944 op transport gesteld naar het overbevolkte Dachau waarop het transport kennelijk is doorgeschoven naar Natzweiler. Een Nacht und Nebel kamp, waarbij gevangenen door zware arbeid, mishandeling en het onthouden van voeding werden omgebracht. Nabestaanden van de gevangenen kregen niet meer te horen dat hun familielid was omgekomen, ze verdwenen spoorloos.

In september 1944 werd Natzweiler gesloten omdat de geallieerden het kamp dicht naderden. Overlevenden werden onder andere terug gestuurd naar Dachau waar eind 1944 begin 1945 het crematorium defect was geraakt. Ten gevolge hiervan werden de lijken in het lijkenhuis en bij het crematorium opgeslagen.

Na de bevrijding begroef men de lijken, ook van hen die overleden na de bevrijding, in massagraven in Leitenberg bij Dachau. Het lichaam van Hendricus Leonardus Heij bevond zich begin mei 1945 tussen dat van vele andere slachtoffers. De kampadministratie meldde als overlijdensdatum 2 mei 1945.

Bronnen:

  • Wim Swart, Zaanstreek in de bezettingsjaren,
  • Delpher, Koninklijke Bibliotheek Den Haag

Zie: Tweede Wereldoorlog 4.

Hille, Rinus

Koog aan de Zaan, 16 januari 1913 - Wormerveer, 29 november 1976

Marinus Jacobus Hille 1913-1976

Marinus Jacobus (Rinus) Hille, wethouder en loco-burgemeester (PvdA) van Zaandam, laatste burgemeester van Wormerveer, lid van Provinciale Staten en lid van de gemeenteraad van Zaanstad. Rinus Hille was één van de bijzondere voorbeelden van emancipatie door de arbeidersbeweging. Hij kwam uit een arbeidersgezin, doorliep alleen de lagere school en ging werken als tuinman. Door zelfstudie wist hij zich te ontwikkelen.

Zijn eerste politieke vorming onderging hij in de Arbeiders Jeugd Centrale. Tijdens de Tweede Wereldoorlog kwam Hille in conflict met de Duitsers. Nadat hij had geageerd tegen het wijzigen van enkele straatnamen werd hij gearresteerd. Hij was in totaal negen maanden gedetineerd in de Amsterdamse Weteringschans en Het Oranjehotel in Scheveningen. Na zijn straf te hebben uitgezeten raakte hij betrokken bij het verzet; hij sloot zich aan bij de Parool-groep.

Na de oorlog trad hij toe tot de noodraad van Zaandam en in november 1945 werd hij benoemd tot wethouder voor de SDAP, later PvdA, van Zaandam, hetgeen hij tot zijn benoeming tot burgemeester van Wormerveer in 1968 zou blijven. Hij was in die periode loco-burgemeester onder vier verschillende burgemeesters. Na het overlijden van burgemeester Isaac Baart solliciteerde hij naar het burgemeestersambt van Zaandam, maar hij was kansloos, aangezien de raad beslist een niet-Zaankanter wilde. Kort daarna koos de raad van Wormerveer unaniem voor Hille als burgemeester. Onder zijn burgemeesterschap besloot deze raad, als eerste in Nederland, dat personen op de publieke tribune spreekrecht moesten krijgen.

Na de samenvoeging tot Zaanstad werd Hille in de raad van deze nieuwe gemeente gekozen. Tegelijkertijd was hij sinds 1970 lid van Provinciale Staten. Hij bleef raads- en Statenlid tot zijn dood. Hille werd als enige Zaankanter tot ereburger van twee voormalige gemeentes Zaandam en Wormerveer benoemd, wegens zijn politieke activiteiten, maar vooral vanwege zijn bestuurlijke verdiensten. Hij had zitting in vele tientallen besturen en was mede-oprichter van de Volksmuziekschool. Hille was Ridder in de Orde van Oranje Nassau en kreeg postuum van de staat Israël de Yad Vashem-orde voor zijn verzetsverleden. In Wormerveer werd het Rinus Hille-centrum naar hem vernoemd.

Rinus Hille was getrouwd met Han Hille-Kalsbeek.

Hinte, Jan van

Purmerend, 20 maart 1890 - Sonnenburg, mei 1943

Jan van Hinte, verzetsstrijder en touringcarondernemer was tijdens de Tweede Wereldoorlog lid van de Stijkelgroep en betrokken bij Vrij Nederland.

Voor de oorlog was Jan van Hinte touringcarondernemer. Tijdens de oorlog raakte hij met zijn vrouw Wesselina van Hinte - de Bruin (1888-1977) betrokken bij het verzet. Ze namen onderduikers in huis, onder meer enkele neergekomen piloten en enkele leden van de Stijkelgroep, zoals Hendrik Ero, Jacobus Thomas en Fokker-mecaniciën Dick de Vries. De Stijkelgroep hield zich bezig met sabotage en spionage.

Jan wilde naar Engeland gaan en kreeg contact met Willem van Dam, die voor de Sicherheitspolizei werkte, zich Casper Gaaikema noemde en zich voordeed als half-jood die ook naar Engeland wilde. Later bleek dat de groep al door anderen was geïnfiltreerd. Op 28 april 1941 werd Jan van Hinte wegens spionage gearresteerd. De Stijkelgroep werd in vier groepen berecht, Jan en Wesselina zaten in de laatste groep, samen met Barend Davidson, Hendrik en Louise Ero, Pieter de Koning, Jacob Naber en Jacobus Thomas.

Hoewel Jan van Hinte wegens spionage werd opgepakt, kreeg hij niet de doodstraf, net als de twee vrouwen, die daarna naar een tuchthuis werden gestuurd. Zeven maanden bleef Jan in de Scheveningse strafgevangenis, het Oranjehotel. Op 26 maart 1942 werd hij op transport gezet naar Berlijn, later doorgestuurd naar Sachsenhausen, Oraniënburg en Bergen-Belsen. Wesselina overleefde de Duitse kampen, vermoedelijk is Jan van Hinte in 1943 overleden.

Zie: Tweede Wereldoorlog 3. en 4.

Hofland, Dirk Hermanus

Krommenie, 17 december 1893 - Wormerveer, 11 oktober 1944

Dirk Hofland, winkelier en verzetsman, is getrouwd met Grietje Verdonk op 1 november 1917 te Koog aan de Zaan. Zij hadden een zoon: Herman Willem (Tof) Hofland.

Dirk Hofland maakte deel uit van een verzetsgroep in Wormerveer en werd opgepakt na een omstreden aanslag op politieman Jan Willem Bouwens die zich aansloot bij de SS en 'carrière' maakte in het genazificeerde politieapparaat. Bouwens zou de volgende dag als SS-man naar het front gaan en was dus waarschijnlijk voor de Zaankanters verder ongevaarlijk.’ De Grüne Polizei deed kort na de aanslag huiszoeking in Wormerveer. Ze belandde onder meer bij het gezin Hofland en arresteerde in hun winkel aan de Marktstraat vader Dirk. Vader en zoon Hofland waren beiden actief in de illegaliteit; ze werkten onder meer mee aan De Luistervink. Toen ze vernamen dat er in Wormerveer Duitse soldaten gesignaleerd waren, besloten ze dan ook om een schuilplaats op te zoeken. Dat ging niet volgens plan.

Herman Willem alias ‘Toffie’ Hofland: ‘Ik ging met behulp van een ladder het dak op, mijn vader trok de ladder weg en wilde nog de deur gaan sluiten. Juist toen hij weer in huis was, kwamen de Duitsers in onze woning. Daar ik op het dak zat kon ik niet zien wat er precies gebeurde, doch toen ik na enige tijd weer beneden kwam hoorde ik dat mijn vader gearresteerd was.’ Dirk Hofland werd op 11 oktober op de Zaanweg gefusilleerd, samen met vier niet-Zaankanters: de Trouw-medewerkers Jan Goldschmeding (Amsterdam, 23-2-1921) en Cornelis Yvo George Dijksterhuis (Groningen, 1-9-1921), alsmede Beene Dijkstra (Amsterdam, 29-7-1915) en Jan van der Weerd (Kampen, 22-5-1891).

Via deze verwijzing een nauwkeurige reconstructie van de aanleiding tot de moord op Dirk Hofland, samengesteld door Erik Schaap.

Zie: Tweede Wereldoorlog 4.

Hofland, Herman Willem (Tof)

Wormerveer, 28 oktober 1911 - Anguilla B.W.I, 13 september 2006

Ondernemer op Curaçao en de Antillen. Tof Hofland ging op een schoen en een slof en op goed geluk in 1947 naar Curaçao, na een verzetsverleden. Hij slaagde erin een bedrijf in de levensmiddelenhandel op te bouwen, met nevenvestigingen op Aruba, Sint Maarten en Bonaire en met verschillende eigen productiebedrijven en koelhuizen. In 1989 hadden deze bedrijven gezamenlijk ongeveer 400 medewerkers, waaronder ettelijke die uit de Zaanstreek naar de West waren getrokken.

Buiten de commercie om was Hofland bekend waterpolo-scheidsrechter. In 1968 werd hij voor de Olympische Spelen in Mexico uitgenodigd als arbiter. Tot 1990 bleef Hofland actief als waterpolo-scheidsrechter op de Spelen. Hofland was onder meer voorzitter van de Nederlands-Antilliaanse Zwem Bond NAZB en als trainer van waterpoloploeg Asiento zeer nauw bij de Curaçaose zwemsport betrokken.

Hofland, ook bekend als jazz-violist, werd onderscheiden als Officier in de Orde van Oranje-Nassau; bij gelegenheid van zijn veertigjarig ondernemerschap verscheen het gedenkboekje Met een stevige knuist (1987).

→ Lees verder...

Hollander, F.Q. den

Goes, 31 mei 1893 - Maarn, 18 augustus 1982

ir. Franciscus Quirien den Hollander ook Frans den Hollander en voor intimi FQ studeerde na de Rijks-HBS in Goes aan de Technische Hogeschool in Delft af als werktuigbouwkundig ingenieur. Na een stage bij de HSM trad hij van 1918 tot 1938 in dienst bij de Dienst Staatsspoor- en Tramwegen in Nederlands-Indië.

Staatsbedrijf Artillerie-Inrichtingen Hembrug functioneerde niet naar wens; om onafhankelijk te zijn van anderen inzake wapenproduktie voor het Nederlandse leger was een reorganisatie hard nodig. Met een naderend conflict in zicht werd Den Hollander door minister van Oorlog, J.J.C. van Dijk (1937-1939) verzocht de leiding op zich te nemen. Aanvankelijk beriep hij zich op zijn incompetentie, er werd echter een dermate grote druk op hem uitgeoefend dat hij accepteerde. In 1938 als adjunct-directeur en in januari 1940 als directeur aangesteld van de in Zaandam gevestigde Artillerie-Inrichting, de grootste wapen- en munitiefabriek van het land.

Veel ruimte voor reorganisatie was er niet. De wapenproduktie, nog maar net op gang gekomen, werd door de Nazi's met hun Blitzkrieg verstoord. In de middag van 14 mei 1940 gaf hij opdracht het opblazen van het bedrijf voor te bereiden. Maar generaal Henri Winkelman verbood hem de uitvoering van dat voornemen. Winkelman wilde, met de capitulatie in zicht, de Duitsers niet voor het hoofd stoten. Daarom ook stuurde hij de dag na de overgave een verzoek aan alle burgemeesters in nog niet bezet gebied om de bezetting zoveel mogelijk te vergemakkelijken. Den Hollander was minder bereidwillig. De dag na de capitulatie stopte hij de productie. Dat verwierf de instemming van secretaris-generaal Cornelis Ringeling van het ministerie van Defensie.

Op 19 juni kreeg Den Hollander schriftelijk bericht dat de A.I. werd gevorderd ten behoeve van het bezettingsleger. Aangezien Den Hollander niet wilde werken voor de Duitsers nam hij ontslag. Binnen een week na zijn afscheidsrede echter zwichtte hij 'na dagen en nachten van innerlijke strijd' voor verzoeken van personeelsleden om te blijven. Hij beperkte de oorlogsproductie, ging ook gereedschap en landbouwwerktuigen maken en verminderde tot zomer 1943 het aantal personeelsleden van 7.000 tot 1.700.

In 1943 werd hij op aandrang van de geïrriteerde bezetter met wachtgeld gestuurd. In het laatste oorlogsjaar was Den Hollander zeer actief voor het Nationaal Steun Fonds, de financier van de verzetsbeweging. Hij reisde vaak met miljoenen op zak door het land. Ook informeerde hij de Londense regering over de economische toestand van Nederland.

Na de bevrijding keerde Frans den Hollander terug naar het railverkeer als president-directeur van de Nederlandse Spoorwegen van 1947 tot 1958.

Zie: Tweede Wereldoorlog

Horst, Mijndert van der

Haarlem 16 januari 1910 - Bulgarije 1971

Mijndert van der Horst, verzetsstrijder, werd op 16 januari 1910 geboren te Haarlem in een sociaal-democratisch gezin, bestaande uit vader, moeder, vijf broers en vier zusters. Miek wordt lid van de communistische partij op 22-jarige leeftijd en stelt zich kandidaat voor de Zaandamse gemeenteraad in 1935.

Omdat hij ongehuwd is, krijgt hij toestemming van de partij om naar Spanje te vertrekken en dienst te nemen in de Internationale Brigade en zet op 26 juni 1937 voet op Spaanse bodem. Hij maakt gevechten mee aan de fronten van Brunete en Jarama en komt hierna in de Hollandse compagnie terecht “De Zeven Provincieen”. In deze compagnie maakt hij gevechten mee op het Aragonfront, in hoofdzaak bij Belchite en Teruel. Bij het laatste loopt hij ernstige bevriezings verschijnselen op en komt in het hospitaal te Benicasim terecht.

Op 5 december 1938, na het ontbinden van de Internationale brigade’s, arriveert hij als stateloos weer op Nederlandse bodem. De in Spanje meegemaakte ontberingen zorgen ervoor dat Miek twee jaar na terugkomst nog stottert, wat nooit meer helemaal is verdwenen.

Kort na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog voor Nederland gaat Miek met broers en enkele vrienden door met het verzet tegen het Fascisme. Hij wordt door de leiding van de partij, gezien zijn gevechtservaring, ingezet in een z.g. Mil-groep. Het doel is het arbeidstempo te verlagen en sabotage te plegen aan machines en spoor.

Hij werkt mee aan het opzetten en distribueren van pamfletten tijdens de Februaristaking in de Zaanstreek. Het bestuur van de CPN zet na Paerl Harbor aan tot de vorming van een keiharde groep die ook aan wapens en munitie weet te komen, Miek was er één van.

Miek heeft rond die tijd een vals persoonsbewijs en noemt zich Anton van Houten. In september 1941 verwacht de Partij een spoedige inval in Europa en richt sabotagegroepen op. Miek treedt hierin toe. Op 11 maart 1943 neemt hij deel aan de sabotage aan de Electro-fabriek te Amsterdam. Op 6 april van dat jaar neemt hij deel aan het elimineren van W. Ritman te Velsen en op 1 mei aan de overval op de Amsterdamse gevangenis Weteringschans. De groep weet zelfs binnen te komen, maar er slaat een hond aan waardoor ze moeten vluchten. Miek wordt door kogels geraakt. Op 11 mei 1944 is hij zo ver hersteld dat hij deel neemt aan de overval op het gemeentehuis van Wormerveer. Eind mei volgt een overval op het gemeentehuis te Heiloo. Miek treedt toe tot de Raad van Verzet. Rond februari 1945 vertrekt Miek als instructeur/saboteur naar Wieringen om daar de groepen te versterken. Ook hier volgen liquidaties.

Na de bevrijding wordt Miek bewaker in een interneringskamp te Hilversum. Later gaat hij de bouw in, maar als er gestaakt wordt staat hij vooraan. In 1948 krijgen Miek en anderen hun Nederlanderschap weer terug. Rust vindt Miek niet meer, in de periode 1946-1968 verhuist hij 17 keer en ook in de liefde gaat het hem niet goed af. Hij is homo en zijn eerste vriend overlijdt aan kanker. In 1970 vraagt hij een uitkering aan bij de stichting 40-45. Het leven lijkt hem weer wat vreugde te geven, hij komt een nieuwe liefde tegen, maar één jaar na zijn pensioen op vakantie in Bulgarije met zijn nieuwe vriend overlijdt hij daar aan een hartstilstand.

Bronnen: A.J. van der Horst: Twee levens - Uitgave Free Musketeers 2014

Huisman, Albert

Zaandam 6 juli 1918 - Kamp Vught 25 juli 1944

Albert Huisman is getrouwd en heeft twee kinderen. Hij is lid van de CPN en werkt als kolenhandelaar in Zaandam waar hij ook woont. Tijdens de oorlog raakt Albert betrokken bij de oprichting van de Raad Voor Verzet en bij de illegale krant De Waarheid.Het verraad, waarvan eind november '43 Zaanse communisten de slachtoffers werden, kwam van een Zaandamse vrouw, die meende bedrogen te worden door haar zuster en haar man, een deelnemer aan de Spaanse burgeroorlog (1936-‘39), die financieel gesteund werd door het solidariteitsfonds van de CPN.

In haar woede ging zij rechtstreeks naar de SD in Amsterdam en bracht daar niet alleen haar man aan, ze noemde ook namen van communisten of personen, die zij als zodanig beschouwde. 's Nachts reed de SD haar naar Zaandam terug en liet haar de adressen van de slachtoffers aanwijzen. Wie gepakt was werd onmiddellijk naar het politiebureau op de Vinkenstraat gebracht. Er werd daar meteen hard op de arrestanten losgeslagen door SDers. Tot de gearresteerden behoorden G. Bakker, Piet van Breemen, R. van Briemen, Albert Huisman, J.Stolp, J. Willemszoon, H. de Vries, C. Zwart, (de latere Zaandamse PvdA wethouder) M. Plooijer en mevr. J. Plooijer- Dooves.

Het was aan de koelbloedigheid en de moed van Arie Bakker te danken, dat de SD bij een paar adressen te laat kwam. Toen de SD bij hem aan de deur was geweest — men had toen de meeste belangstelling voor een broer, die Aris heette, kon Arie tijdig zijn broer Kies, die de leiding bij het stencillen van de illegale Waarheid had, en enkele andere mensen, waarschuwen. Tegen de tijd, dat de SD bij zijn huis terugkwam, was Arie intussen ook verdwenen. Ook Cor Geugjes was op tijd weg. Wat Albert precies voor de RVV of De Waarheid heeft betekend is niet duidelijk. Hij zou verantwoordelijk zijn geweest voor sabotagedaden. Bij Huisman, de aanvoerder van een CPN groepje, dat aanslagen op militaire objecten pleegde, was een geladen revolver gevonden, bij Swolfs een aantal blokjes trotyl.

Albert wordt na zijn arrestatie naar verschillende gevangenissen gebracht en belandt uiteindelijk in kamp Vught. Op 24 mei 1944 moesten Piet van Breemen (44), Albert Huisman (25), Josephus Swolfs (28), Gerard Maas (30) en de Amsterdamse politieman W. van den Burgh (24), eveneens tot de illegale CPN behorende, voor het Obergericht in Utrecht verschijnen. Er werd nu gesproken over een „joodsbolsjewistisch complot“. Allen werden ter dood veroordeeld. Swolfs, vrij zeker van wat hem te wachten stond, had op 25 maart al aan zijn vrouw geschreven: „Ik hoop, dat het goed met jou en de kinderen zal gaan en dat je niet altijd zult blijven treuren om iets, wat zo moest zijn. Laat de kinderen opgroeien tot goede mensen in de maatschappij.”

In de nacht van 20 op 21 juli om 03:00 uur werden de ter dood veroordeelden in de bunker van Vught gewekt voor de fusillade in het gebouw van de Kommandantur. Ze moesten daar met de gezichten naar een muur gaan staan. Het executiepeloton was aanwezig. Er gebeurde niets ander dan wachten, wachten…. De Zaanse en andere gevangenen spraken elkaar fluisterend moed in. Plotseling werd in het Duits gezegd: „De aanklager is niet gekomen. We gaan terug“. De aanklager was afwezig wegens de verwarring, die de dag tevoren was ontstaan door de aanslag van Stauffenberg op Hitler.

Ze kregen iets te eten en te roken. Er was sprake van een lange, beklemmende stilte, een nerveuzere sfeer dan vier nachten eerder. „Achtung”, de vonnissen werden voorgelezen. Postma, doodstraf, Huisman, doodstraf, Swolfs doodstraf. De doodstraf voor Van Breemen werd omgezet in levenslang, evenals de doodstraf van Maas. Even volgde er een diepe stilte. „De gevangenen kunnen afscheid nemen“, zei een Duitser tegen Van Breemen en Maas. Sprakeloos keken zij elkaar aan. Swolfs greep de handen van Maas. „Je hebt geluk”, zei hij schor. „Groet m'n vrouw, m'n kinderen en de kameraden“. Maas kon nauwelijks een woord uitbrengen. „Wees sterk”, mompelde hij. Twee SD-ers trokken Maas en Van Breemen aan hun mouwen de executieplaats af. Zij liepen ongeboeid door het kamp. Het was nog nacht en het regende. Maas en Van Breemen zijn na de oorlog teruggekomen in de Zaanstreek. Dat was niet het geval met Stolp, De Vries, Willemszoon en Zwart. Zonder proces waren zij naar het concentratiekamp gestuurd, evenals Bakker en Van Briemen, die het wel overleefden.

Het onder censuur van de bezetter staande Godsdienstig-Staatkundig Dagblad De Tijd meldt op 31 juli 1944 dat Albert Huisman, kolenhandelaar te Zaandam bij vonnis van het Duitsche Obergericht als Sondergericht ter dood is veroordeeld. De veroordeelde is evenals Zaankanter Josephus Swolfs op illegale wijze werkzaam geweest in dienst van de verboden Communistische Partij en door deelneming aan aanslagen op verkeersinstallaties en installaties van de Duitse weermacht. Bron: De Tijd

Bron: o.a.

  • De Zaanstreek in bezettingsjaren, Wim Swart

Zie: Tweede Wereldoorlog 3.,4.

Hulst, Jan

Zaandam, 2 september 1913 - Zaandam, 26 september 1999

Jan Hulst was op 4 mei 1937 met zijn vriend Gerrit Giere en zijn andere stadgenoten Frans Oord en Dingeman de Munck uit Zaandam naar Parijs vertrokken, om vandaar naar Franco's republikeinse Spanje te gaan teneinde het fascisme te bestrijden. Lees verder op Spanjestrijders.nl

Hulst, Wim

Krommenie 9 december 1916 – Schagen 1998

Wim Hulst: Wij zijn niet allemaal communisten

Wim Hulst was een communist uit de Zaanstreek, actief in de CPN, en voorzitter van de Vereniging Nederland-USSR NU. Hij was lid van de socialistische jeugdbeweging de AJC, en vanaf 1932 lid van de Communistische Jeugdbond; tijdens de Tweede Wereldoorlog was hij betrokken bij het verspreiden van de illegale De Waarheid. Wim Hulst was gehuwd met Marie Bakker (1915-1978).

In de praktijk was hij impresario, diplomaat, muziekbibliothecaris, pr-manager, reisleider en nog heel wat meer. Hulst was huisschilder van beroep, had de lagere en de technische school doorlopen en was dus op alle terreinen van de NU volkomen autodidact. Hij correspondeerde, zo te zien moeiteloos, in drie moderne talen en kon zich ook in het Russisch redelijk verstaanbaar maken. Voor de oorlog had hij politieke revues geschreven en zijn acteertalent uitgeleefd in de Arbeiders toneel vereniging Krommenie.

Tijdens de bezetting werkte hij illegaal en meteen na de oorlog werd hij als directeur van De Waarheid, editie Noord-Holland Noord aangesteld en als lid van de Assendelftse gemeenteraad verkozen voor de CPN; in 1947 werd hij lid van het hoofdbestuur van de Vereniging Nederland-USSR, een organisatie die als doel had informatie over de Sovjet-Unie te verspreiden. Hij was werkzaam als secretaris en van 1967 tot 1989 als voorzitter; ook was Hulst lange tijd directeur van Vernu, het reisbureau van de Vereniging Nederland-USSR.

→ Lees verder...

Inja, Cor

Zaandam, 27 juli 1903 - Zaandam, 23 oktober 1989

Cor Inja als 18-jarige

Cornelis (Cor) Poulis Inja groeide op in een arm gezin als oudste van drie kinderen. De familie Inja woonde eerst in een van de krimpersloppen aan het Krimp in Zaandam, daarna een paar jaar in Krommenie en vervolgens weer in Zaandam, in de Russische Buurt. Cor kon goed leren, maar moest helpen om het brood voor het gezin te verdienen. Cor was getrouwd met Ellen Weijl. Het echtpaar Inja woonde gedurende de oorlog op de Kweekerstraat 10. Zowel Ellens vader, een socialistisch denkend fabrikant uit Enschede, als haar moeder waren van joodse komaf. Ellen was echter samen met haar moeder doopsgezind geworden.

Bij Dekker’s Houthandel werkte Cor als stokkenjongen. Hij deed aan avondstudie en werd actief in de Doopsgezinde Jongerenbond van de Oostzijde-gemeente en in de Transportarbeidersbond. Ook ijverde hij voor drankbestrijding, socialisme en pacifisme.

Doopsgezind zijn en militaire dienst weigeren waren voor hem onlosmakelijk verbonden. Omdat in de nieuwe Dienstweigeringswet uit 1923 nog geen plekken waren benoemd voor tewerkstelling deed hij in 1925 geen beroep op deze wet, maar koos hij voor gevangenisstraf. Tijdens de acht maanden in Strafgevangenis Scheveningen schreef Inja een dagboek, Geen cel ketent deze dromen.

Een gedeelte daar uit:
,,Morgen voor de Krijgsraad. Dat houdt me wel bezig. Ik zou er wel niet aan willen denken, maar dat is gewoon onzin. Ieder uur denk ik er aan, elk ogenblik. Toch ben ik wel rustig. De hele dag echter dacht ik er onder het aardappelschillen over wat ik nu wel zou zeggen. Dat was weer eens nieuw, aardappels schillen: een halve mud in je cel en maar schillen. Zo leer je nog eens wat. Toch vond ik de dag snel voorbij gaan. Enkele brieven ontvangen, onder andere van Jan Gleysteen en broeder Bitter en van huis. Ik begrijp niet, dat ze thuis nog niets hebben gehoord. Ik heb toch geen zin om nog meer te schrijven. Over een half uur, dat is half 10, gaat het licht uit. Ik denk toch wel heel veel aan de dag van morgen. Moge God met ons allen zijn, ook deze nacht.

→ Lees verder...

Jambroes, George Louis

Amsterdam, 22 april 1905 - Mauthausen, 7 september 1944

George Louis Jambroes 1905-1944

George Louis Jambroes was tijdens de Tweede Wereldoorlog betrokken bij het Englandspiel. Van de Zaanse illegalen is George Jambroes, leraar wiskunde aan het Zaanlands Lyceum één van de eersten. Jambroes vestigt zich in 1934, pas getrouwd en net afgestudeerd aan de Amsterdamse universiteit, in Zaandam waar hij wordt benoemd tot leraar aan het lyceum; hij is dan 29 jaar.

Het leraarsambt interesseert hem maar matig, hij heeft moeite met de orde in de klas, heeft weinig contact met zijn collega's, komt zo weinig mogelijk in de leraarskamer en komt regelmatig te laat op school. Grote belangstelling heeft hij daarentegen voor muziek. Hij speelt bijzonder goed cello en geeft vaak recitals met enkele vrienden met wie hij een kwartet vormt. Zijn favoriete componist is Brahms.

Daarnaast is hij politiek geïnteresseerd. De dreiging, die van Hitler-Duitsland uitgaat, vervult hem met zorg. Hij is erg links in zijn politieke overtuiging, linkser dan de SDAP, maar is geen lid van een politieke partij. Bijna had zijn politieke overtuiging zijn benoeming aan het lyceum verhinderd, doch de rode meerderheid van de Zaandamse gemeenteraad stemde vóór de aanstelling van Jambroes.

Op buitenstaanders maakt Jambroes een stille indruk, omdat hij een man van weinig woorden is. Zijn vrienden kennen echter ook de Jambroes, die zich achter deze uiterlijke kalmte verbergt. Soms kan hij in vlammende woede ontsteken als iets tegen zijn sterk ontwikkeld rechtvaardigheidsgevoel ingaat. Bijtend fel haalt hij soms uit naar degene, die het niet onmiddellijk eens is met zijn smaak of opvatting. Maar zij, die George Jambroes echt kennen zijn het er over eens, dat George goed, eerlijk en open is; dit laatste ondanks zijn zwijgzaamheid. Ook zijn enorme algemene ontwikkeling dwingt bewondering af.

→ Lees verder...

Jantzen, Hen

De Bilt, 12 februari 1886 - Haarlem, 22 oktober 1967

Hen Jantzen 1886-1967

Hendrik Frans (Hen) Jantzen, burgemeester van Westzaan van 1938 tot 1951, begon zijn carrière bij de Marine-Stoomvaart-Dienst waar hij in 1905 te Hellevoetsluis werd benoemd tot adjunct-machinist. Jantzen werd in december 1906 ingedeeld als officier-machinist op H.M.'s Pantserschip Tromp.

In 1912 stapte hij over naar suikerfabriek Sindanglaoet op Java waar hij tweede machinist was op de S.O. Wonopringgo in het Pekalongansche om in 1914 benoemd te worden tot eerste machinist van de S.O. Sindanglaoet, waar hij via de tuinen in 1919 als administrateur werkzaam was.

Jantzen was voorzitter van de Commissie van bijstand van de afdeling Cheribon van het Proefstation voor de Java Suiker Industrie; lid van de commissie van bijstand en advies van de Java Suiker Werkgevers Bond, ook was hij enige malen voorzitter van het Departement Cheribon van het Suikersyndicaat. Op zijn initiatief werd de bouw ter hand genomen van de grootste wadoek van Java Setoe Patok, waardoor de welvaart van de bevolking in de omgeving belangrijk steeg en de grondhuren van tien gulden per bouw opliepen tot vijftig gulden en meer per bouw, waardoor aan grondhuur onder de bevolking van de Setoe Patokstreek jaarlijks een bedrag van ruim tweehonderdduizend gulden kwam.

Ook in het maatschappelijk leven nam hij een vooraanstaande plaats in en was o.a. regent van het ziekenhuis Oranje, lid van de Regentschapsraad en van het College van Gecommitteerden; was lid van de Provinciale Raad van West-Java, terwijl hij ook enige malen voorzitter is geweest van de Loge Humanitas te Tegal.

Eind 1931 trok hij zich terug uit de suikerfabriek en vertrok hij om zich in Europa te vestigen.

Na terugkeer naar Nederland werd hij per 1 juli 1938 burgemeester van Westzaan. Volgens de Commissaris van de Koningin is Jantzen ondanks zijn 52 jaren een krachtige persoonlijkheid. Een krachtige persoonlijkheid blijft nodig in Westzaan. De gemeenteraad kent veel verschillende partijen. Er zijn twee Anti-Revolutionairen en twee SDAP-ers, een Vrijzinnig Democraat, een CPN-er en een neutraal raadslid.

Jantzen zorgt in het lintdorp voor nieuwe huisnummers. De verspreide lintbebouwing krijgt nummers die bewust ver uit elkaar liggen. Nieuwe huizen die ooit daar tussen zullen worden gebouwd kunnen zodoende een normaal nummer krijgen. De historische naam Krabbelbuurt voor de dorpsweg tussen het Zuideinde en de Kerkbuurt verdwijnt in 1939 ook. De straatnaam lijkt minder goed te passen bij de faam van de grote bedrijven die erlangs liggen. Het wordt nu J.J. Allanstraat, vernoemd naar de in 1933 overleden industrieel en politicus die rond de eeuwwisseling nog het gezicht gaf aan de eerste Westzaanse motorboot- en autobusdienst.

Hij legde zich met de toenemende internationale spanningen snel toe op een goed functioneren van de luchtbescherming. De gemeenteraad benoemde hem in 1939 tot gevolmachtigde om namens de gemeente het stemrecht uit te oefenen voor de verkiezing van hoofdingelanden en hun plaatsvervangers van het hoogheemraadschap Noordhollands Noorderkwartier.

→ Lees verder...

Jodenvervolging

Zie: Wereldoorlog 2.3. en Joodse gemeenschap.

Jong, Pieter de

Heemstede, 6 november 1912 - Berlijn-Tegel, 4 juni 1943

Pieter Hendrik de Jong, initiator en als verzetsstrijder deel uitmakend van de Stijkelgroep, huwde op 1 februari 1939 met Anna Louisa Dekker (31-12-1911).

In de Waakzaamheid werd mei 1939 een comité benoemd, dat de in de Zaanstreek gedetacheerde militairen aangename en nuttige ontspanning poogde te brengen. Eerder had zich een voorlopig comité gevormd, bestaande een tiental heren die de belangen van de militairen in de Zaanstreek en Waterland, dat eveneens tot het Zaanse detachement behoort, zou behartigen. Bovendien was een comité samengesteld uit de Zaanse burgemeesters.

Woordvoerder Pieter de Jong, heette de aanwezigen, onder wie burgemeesters Van Gelderen van Zaandijk en Kalff van Krommenie, welkom. De Jong gaf aan dat het aanbeveling zou verdienen een semi-permanente commissie in te richten. In totaal ongeveer 300 officieren, onderofficieren en manschappen, ingekwartierd bij burgers, scholen en cafés komen in aanmerking. Van militaire zijde beschikt men over middelen om allen op één plaats te concentreren.

De Jong wilde een comité samenstellen, dat zich met uitvoering van plannen zou bezighouden. Gekandideerd waren de heren Van Holk als voorzitter, Dinkelberg als vice-voorzitter, Ridder als penningmeester en Pieter de Jong als secretaris. De vergadering gaf akkoord, waarmee het comité werd vastgesteld. Gedacht werd aan:

  • Stichting van een fonds ten behoeve van lectuur en gezelschapsspelen,
  • openstelling van militaire tehuizen,
  • het financieren van lezingen en feestavonden,
  • het bereiken van gereduceerde toegangsprijzen voor of gratis toegang tot bioscoopvoorstellingen,
  • wielerwedstrijden,
  • voetbalmatches,
  • het organiseren van excursies en wandelmarsen.

→ Lees verder...

Jongsma, Anton Gerrit

Zwolle, 11 augustus 1899 – Soest, 31 juli 1960

Anton Gerrit Jongsma lid van de NSB, burgemeester van Krommenie van 11 juli 1942 tot 17 november 1943, bijgenaamd Gekke Gerrit.

In de Zaanstreek werden tussen 1943 en 1945 zo’n twintig mannen en twee vrouwen gedood door de illegaliteit. De conclusie lijkt gerechtvaardigd dat door deze liquidaties twee tot vier keer zoveel slachtoffers vielen als op grond van het Zaanse inwonertal kan worden verwacht. Verwonderlijk is dat niet; het verzet in de Zaanstreek was bovengemiddeld actief. Het aantal aanslagen op collaborateurs, zwarthandelaars en dieven bleef echter niet beperkt tot twintig. Een handvol pogingen om tegenstanders uit de weg te ruimen mislukte.

Krommenie zat van 11 juli 1942 tot 17 november 1943 opgescheept met NSB-er A.G. Jongsma (42) een douaneambtenaar uit Rotterdam. Van deze figuur, die zich in WA-kostuum als burgemeester liet installeren, werd gezegd dat hij een crimineel verleden had en erg veel dronk. De 'vooroorlogse' wethouders Jan Blanken en Frederik Leonardus Groep hadden Krommenie tot dan toe bestuurd. Zij weigerden echter met Jongsma samen te werken en lieten zich daarna niet meer in het gemeentehuis zien.

Op de dag, dat Jongsma in functie trad, arresteerde de SD de Krommenieër A. Rond wegens verspreiden van De Waarheid. Jongsma had die arrestatie niet bewerkstelligd, maar daarna heeft hij zich in Krommenie vooral met politiezaken bezig gehouden. Nu en dan trad hij zelf als politieman op. Toen J. Sman op zaterdag 22 augustus colporteurs met Volk en Vaderland uitschold nam Jongsma persoonlijk diens persoonsbewijs af. Pas maandag zou hij het teruggeven. Daarmee bereikte hij, dat Sman zondags binnen moest blijven, want 15-plussers mochten alleen buiten zijn met een persoonsbewijs op zak. En toen op 3 oktober in de bioscoop een collectebus van Winterhulp verdwenen was, liet Jongsma zelf de bioscoop ontruimen.

→ Lees verder...

Joodse gemeenschap

Kleine bevolkingsgroep en geloofsgemeenschap, geconcentreerd te Zaandam; vermoedelijk ontstaan aan het einde van de 18e eeuw, in omvang gegroeid in de 19e en 20e eeuw, grotendeels verdwenen door de volkerenmoord tijdens de Tweede Wereldoorlog Wereldoorlog.

Het is niet bekend wanneer de eerste joden zich in Zaandam vestigden, vermoedelijk was dat aan het eind van de 18e eeuw. In april 1800 werd door vertegenwoordigers van de 'Hoogduytsche Joodsche Natie' aan het bestuur van Westzaandam meegedeeld dat aan de Rozengracht een huis was gehuurd voor godsdienstoefeningen. De joodse gemeente bestond op dat moment uit veertien huisgezinnen en twee ongehuwde personen. In 1811 telde de gemeente 117 leden. In augustus 1816 kochten drie gemachtigden van de joodse gemeente voor 1000 gulden een huis aan het Kuijperspad (thans: Gedempte Gracht) om als Synagoge in te richten. Later werd hier ook een schoollokaal aan verbonden.

In 1887 kreeg de joodse gemeente een eigen begraafplaats aan de Westzanerdijk. De Zaanse joden waren werkzaam in de medische sector, het onderwijs en de ambtenarij; voorts waren er onder de joodse bevolking relatief veel gespecialiseerde handarbeiders, zoals zilversmeden, sigarenmakers, electriciëns en orthopedische schoenmakers; en voor het overige voornamelijk kleine winkeliers, kantoorpersoneel en personeel bij handelsbedrijven. Onder de Zaanse joden bevonden zich weinig industriëlen. Van belang was de essence-fabriek van Polak & Schwarz.

Bekend werden de kinderen van de voorzanger van de Zaandamse gemeente Izak de Haan: Carry van Bruggen (1881-1932), als schrijfster die ook het Zaanse milieu in haar werk tot uitdrukking bracht, en Jacob Israël de Haan (1881-1924), aanvankelijk als atheïstisch dichter en later als gedreven zionist. In de periode voor de Tweede Wereldoorlog groeide de joodse bevolkingsgroep in de Zaanstreek aanzienlijk, met name door de komst van ongeveer honderd joodse vluchtelingen uit Duitsland en andere Middeneuropese landen. Tijdens de oorlog werden zij ook hier slachtoffer van de Nazi-terreur. In 1941 werden alle joden geregistreerd; in Zaandam werden 325 'Volljuden' geteld. In 1942 begonnen de deportaties via Amsterdam en Westerbork naar Polen. De synagoge werd geplunderd en vernield en in gebruik genomen als paardenstal.

Na de oorlog bleken veertig Zaanse joden de pogrom te hebben overleefd; zij hadden ondergedoken gezeten of keerden terug uit de vernietigingskampen. Het joodse leven werd na de oorlog op bescheiden schaal voortgezet. In 1950 werd de synagoge gerestaureerd, later ook de begraafplaats, die eveneens was beschadigd. Het aantal joden bleek echter te gering voor het handhaven van de synagoge voor godsdienstoefeningen en het geven van onderwijs. Bovendien bleek een aantal joden niet langer lid te willen blijven van de traditioneel joodse gemeente: zij vereenzelvigden zich meer met de Liberaal Joodse Gemeente te Amsterdam, het Joods Nationaal Fonds en andere organisaties.

De Synagoge werd in 1974 verkocht, waarna expositie- en kunstuitleencentrum De Zienagoog er in werd gehuisvest en later een brasserie.

S. Smit

Kalff, Jan

Haarlem 11 september 1901 – Amersfoort 15 maart 1974

Van 1938-1942 en van 1945-1947 burgemeester van Krommenie en verzetsstrijder. Zoon van waterstaatsminister ir. Jacob Adriaan Kalff (1869-1935) en Johanna Elisabeth Hillegonda Adriana Wichers Hoeth (1872-1959). Na zijn middelbare schoolopleiding koos hij voor een functie in de handel, maar schakelde over naar de gemeentelijke overheid als volontair bij de gemeente-secretarie van Overschie. Kalff nam in 1938 te taak van burgemeester Klerk na een 22-jarige ambtsperiode over.

,,U wacht helaas een zware taak“ verzekerde wethouder Jan Blanken aan het adres van Kalff tijdens zijn inauguratie, ,,Krommenie gaat sterk gebukt onder de slechte tijden. De grote werkloosheid in de gemeente vormt een zeer moeilijk vraagstuk, dat veel van uw kracht zal vergen. Gaarne zouden wij zien, dat in Krommenie alle sloten gedempt en gerioleerd konden worden en als dat onder uw leiding tot stand zou kunnen komen, zou dat een felicitatie waard zijn. Gij zult hier een bloeiend verenigingsleven in de gemeente aantreffen, waarvoor vele malen een beroep op uw, meestal morele, medewerking zal worden gedaan. Gij zult in de vervulling van uw taak worden bijgestaan door een corps plichtsgetrouwe ambtenaren en wij hopen, dat u voor ons zult zijn een burgervader in de goede betekenis van het woord. En thans verzoek ik u mij in de gelegenheid te stellen, u het teken uwer waardigheid om te hangen”.

In 1939 is sprake van een raadsvergadering waarin om een krediet van f 1875,- wordt verzocht om zandzakken ter bescherming tegen luchtaanvallen bij vijf panden te plaatsen. Het agendapunt bracht de tongen danig in beweging.

Jan Kalff werd als liberaal burgemeester in 1942 vervangen door NSB'er Anton Gerrit Jongsma, op wie op 27 september 1943 een mislukte aanslag werd gepleegd door Zaanse verzetsleden.

Jan Kalff raakte actief in het verzet, werkte voor Vrij Nederland en op 8 mei 1941 gearresteerd. In het Scheveningse Oranjehotel deelde hij vier maanden zijn cel met Dick de Vries (1915-1943), technisch employé van Fokker en lid van de Stijkelgroep. Kalff kwam weer vrij, hervatte zijn illegale activiteiten en haalde heelhuids de bevrijding. De Vries werd in juni 1943 na een showproces in Berlijn geëxecuteerd. In een lange en onthullende brief, afkomstig uit het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie vond, vertelde de op zijn post teruggekeerde Kalff vlak na de bevrijding van Nederland aan de ouders van Dick de Vries hoe het ‘samenzijn’ in de cel er uitzag. Hier leest u de integrale tekst, die handelt over één van de eerste verzetsstrijders van Nederland.

Na andermaal een periode als burgemeester in Krommenie werd Kalff op 16 mei 1947 benoemd tot burgervader van de Noord-Hollandse gemeente Heiloo. Op 16 januari 1961 legde Kalff zijn functie neer. Van de gemeenteraad van Heiloo ontving hij in februari 1961 de erepenning in goud.

Kamphuys, J. F. M. J.

30 maart 1882 - Zaandam 9 oktober 1959

Johannes Fredericus Maria Josephus Kamphuys, houthandelaaar, Statenlid sinds 1919, lid van de Kamer van Koophandel voor Zaanland en wethouder bedrijven in Zaandam van 1923 tot 1935, stond in 1929 op de kandidatenlijst voor de Tweede Kamer.

J. F. M. J. Kamphuys was van 1921 tot 1947 directeur van de N.V. Stoomzagerij en Houthandel v/h G. Kamphuys en Zoon en Th. van Loosbroek.

In 1935 telde de RK Staatspartij in Zaandam weer drie leden in de gemeenteraad en haalde de KDP slechts 143 stemmen. Op 4 september 1939 voer Kamphuys naar Nederlands Indië met het motorschip Oranje.

Op 1 mei 1941 werd de in 1935 aangetreden wethouder van Openbare Werken Kamphuys door de bezetter uit zijn ambt verwijderd. Na de oorlog werd hij opgevolgd door de arbeidersvertegenwoordigers J.J. Meulenkamp en H.J.H. Esser.

Zie: Tweede Wereldoorlog

Kaper, Abraham

Zaandam, 9 mei 1890 – Groningen, 29 juni 1949

Abraham Kaper 1890-1949

Na de Tweede Wereldoorlog vonden in Nederland 39 nazicollaborateurs de dood voor het vuurpeloton. Onder hen was één man met Zaanse roots, Abraham Kaper.

Abraham -roepnaam Bram- komt op 9 mei 1890 ter wereld op het Zaandamse Bouwmanspad, als zoon van Jan Kaper en Trijntje Ballée. Later zal hij met zijn ouders, broers en zussen verhuizen naar de Ganzenwerfstraat 4, een inmiddels niet meer bestaande woning vlakbij de Zuiddijk. Bram behoort tot de jongsten van het gezin met vijftien kinderen. Hij is vernoemd naar een twee jaar eerder overleden broertje, dat slechts zes werd. Drie andere broers en een zus sterven eveneens voortijdig.

Het gezin Kaper leidt een armoedig bestaan. Vader Jan maakt en verkoopt houten gebruiksvoorwerpen, moeder Trijntje doet met behulp van de oudere dochters het huishouden. Het gezin is gereformeerd en heeft een groot Godsvertrouwen. Bram gaat naar school en naar de kerk, al met al een sober en overzichtelijk leven.

De eerste 23 jaar van Brams leven worden getekend door de kleine, benauwende gereformeerde wereld in een arbeidersstad waar socialisme en anarchisme een hoofdrol spelen. Op 2 augustus 1913 wordt hij uitgeschreven en verlaat Zaandam. Hij verhuist naar Amsterdam, waar hij een baan heeft gekregen bij de politie. Bureau Houtmarkt wordt zijn standplaats. Helemaal los van zijn geboorteplaats komt hij overigens niet, want op dat moment is hij verloofd met de eveneens in Zaandam opgegroeide, vier jaar oudere Grietje Potman. Op 14 mei 1914 treden ze in Zaandam in het huwelijk.

Grietje heeft op dat moment al een één jaar oude zoon, Daniël Jan. Hij is verwekt door haar eerdere joodse werkgever, die het kind echter niet erkent. De joodse komaf is voor Bram geen probleem. Hij zorgt er zelfs voor dat Daan zijn achternaam krijgt. In de navolgende jaren komen er in hun woning aan de hoofdstedelijke Veeteeltstraat 3 nog twee kinderen bij, Johanna Catharina (1916) en Jan (1919).

Bram maakt promotie en mag naar het nieuwe Bureau Zeden- en Kinderpolitie en, vijf jaar later, het Bureau Centrale Recherche. Gelovig blijft hij en de zondagen worden als vanouds benut voor bezoeken aan de gereformeerde kerk. Vanaf 1930 mag hij zich brigadier-rechercheur noemen.

Helemaal vlekkeloos verloopt zijn leven overigens niet. Tijdens een Bijbellezing in de kerk krijgt hij een paniekaanval en ook is er sprake van een zelfmoordpoging. Omdat hij overspannen is, verblijft hij begin jaren ’30 in een zenuwinrichting. Nadat zijn herstel is vastgesteld mag hij terug naar de politie. In 1933 belandt hij bij de verzelfstandigde Zedenpolitie aan de Reguliersgracht. Aan zijn verblijf daar houdt hij contacten over met een groot aantal criminele informanten. Die komen hem na 1940 goed van pas.

Oorlog

Een klein jaar nadat de Duitsers Nederland zijn binnengevallen meldt Bram Kaper zich aan bij de NSB. Ook zoon Daan, zijn joodse roots ten spijt, wordt partijlid. Moeder Grietje keert zich tegen de aansluiting, maar zal desondanks tot aan diens dood haar man trouw blijven. Voor Bram betekent de bezetting een verhoogde kans op promotie. Wanneer er in 1942 een brigadier-wachtcommandant voor het Bureau Joodsche Zaken wordt gezocht draagt hoofdcommissaris Sybren Tulp Bram voor. Het bureau heeft als taak om zoveel mogelijk joden in Amsterdam en omgeving op te pakken. De belangrijkste bezigheid van het Bureau Joodsche Zaken, dat in 1942 en 1943 functioneert, is het jagen op onderduikers. De nieuwe baan is een kolfje naar Brams hand; hij zoekt al een tijdje naar een functie waarin hij het nationaalsocialisme beter van dienst kan zijn.

De taken van Bram Kaper zijn aanvankelijk overigens vooral administratief, enkele uitzonderingen daargelaten. Hij administreert de tips over onderduikers en registreert de gevangenen. Hij geeft bevel om joden te ondervragen en verbaliseren en draagt de arrestanten over aan de Zentralstelle für Jüdische Auswanderung, die zorgt voor het transport naar kamp Westerbork. Ook betaalt Bram ‘kopgeld’ uit, een douceurtje voor agenten die er in slagen om ondergedoken joden op te sporen. In totaal worden er op deze wijze in minder dan twee jaar tijd zo’n 15.000 joden opgepakt.

Na verloop van tijd doet Bram Kaper ook mee aan het verhoren van de gevangenen en het controleren van de tips. Zijn fanatisme kent nauwelijks grenzen. Hij gedraagt zich grof tegen zowel arrestanten als bezoekers. Tegenover collega’s zou hij hebben verklaard dat hij als medewerker bij de zedenpolitie ‘van verscheidene meerderen materiaal had verzameld dat zij met hoeren uitgingen en zelfs van een meerdere dat deze een hoer in een auto had willen verkrachten en toen gebeden en gesmeekt had dit niet te rapporteren.’ Zijn baas Willy Lages is echter vol lof over Brams inzet. “Der Niederländische Brigadier Kaper hat sich auch in dieser Zeit mit seiner ganzen Kraft für die Bekämfung des Judentums eingesetzt”, schrijft hij in februari 1944.

Familie

Bram Kaper ondervindt weinig steun van zijn familieleden, die over het algemeen weinig moeten hebben van het nazistisch gedachtegoed. Zoon Daan, timmerman en NSB’er, is een uitzondering. Zijn dochter daarentegen is een felle anti-nazi, die informatie doorspeelt naar de illegaliteit. Zoon Jan is voor de oorlog in dienst getreden van de marine en vaart vanaf 1940 voor de geallieerden. Wanneer de vader van Brams echtgenote in 1942 ten grave wordt gedragen, keren diverse familieleden zich af van Bram. Ze weigeren hem de hand te schudden en verlaten de condoléancebijeenkomst voortijdig, tot woede van Bram.

Als de Amsterdammers die onder bevel van Willy Lages werken na Dolle Dinsdag, september 1944, het bevel krijgen om de stad te verlaten, weigert Grietje Kaper met haar man mee te gaan. Zij blijft in de hoofdstad, Bram vertrekt. Hij belandt in Groningen, aan de Westerhaven 11a. Vanaf nu jaagt hij niet meer op joden, maar op illegalen. Al binnen een week slaagt hij er in om met enkele collega’s drie belangrijke verzetsstrijders te arresteren, Fré Legger, Iman J. van den Bosch en Hendrik de Ridder. Ze worden zwaar mishandeld en zullen het eind van de oorlog niet halen.

Ook hier houdt Bram zich bezig met ondervragingen. Een van de eersten die door hem ‘in bad’ gedaan worden (een soort waterboarding) is de architect Henri Rots, een verzetsman. Bij een van zijn acties maakt Bram overigens een dodelijk vergissing. Omdat hij in Groningen de weg niet goed kent, staat hij op 10 november 1944 niet voor de deur van een aan te houden illegaal, maar voor die van NSB’er Hendrik Gerrit Koolman. Die stond op de nominatie om burgemeester van Sneek te worden. Wanneer Koolman te lang doet over het openen van de voordeur lost Kaper daar een schot door. Dat blijkt dodelijk te zijn. Bram Kaper komt er met een reprimande vanaf, het gevolg van zijn eerdere successen.

Brams geweld wordt steeds excessiever. Hij levert kandidaten aan die gefusilleerd moeten worden en is op 21 januari 1945 present tijdens een inval bij het echtpaar Steenstra. Zij verlenen onderdak aan de joodse Emanual Marcus. Die is twee weken eerder ontsnapt uit Westerbork. De arrestanten worden door Bram en zijn drie mededaders mishandeld en de politiehond Astrid mag zich uitleven op Emanual, wiens gezicht onherkenbaar verminkt raakt. Emanual en wijnhandelaar Steenstra worden vervolgens doodgeschoten. Daarna doen de politiemannen zich tegoed aan Steenstra’s drankvoorraad.

In januari 1945 mishandelt Bram bijna dagelijks op de meest gruwelijke wijze gevangenen, mannen en vrouwen. Velen van hen overleven hun detentie niet. Spijtoptant (al dan niet gemeend) Bram zal er in 1948 over verklaren: “Ik ben op een hellend vlak gekomen. Ik begon met de arrestanten te slaan, steeds meer, en zakte steeds verder af, tot ik tenslotte als het ware krankzinnig was.”

De laatste oorlogsdagen is Bram gedetacheerd bij de Kriegsmarine. Hij moet vechten tegen de oprukkende Canadese troepen, maar wordt al snel getroffen door een schot in zijn long. In Zuidlaren volgt een operatie en op 31 mei 1945 belandt hij achter de tralies. Tijdens verhoren ontkent hij zich schuldig te hebben gemaakt aan ernstige mishandelingen. Er zijn echter te veel getuigen van het tegendeel. Op 11 oktober spreekt het Bijzonder Gerechtshof in Groningen haar vonnis uit: de doodstraf. Brams beroep daartegen wordt verworpen en koningin Juliana wijst zijn gratieverzoek af. Een schriftelijke smeekbede van Grietje Kaper aan (inmiddels prinses) Wilhelmina om haar echtgenoot te sparen haalt ook niets uit. Wilhelmina antwoordt persoonlijk: “Bij God is er misschien genade voor uw man, maar niet bij de mensen.” Op 29 juni 1949 om 4.15 uur wordt Abraham Kaper in Groningen geëxecuteerd.

Bron: Van mei tot mei door Erik Schaap

Kerkhoven, Jacob

30 augustus 1915 - Bergen-Belsen 31 Mei 1945

Jacob Kerkhoven, woonachtig in de Eendrachtstraat werkte als kelner bij de herberg-cafe-restaurant de Waakzaamheid in Koog aan de Zaan. De eigenaars van het bedrijf, het echtpaar Ero, waren zeer actief in de illegaliteit en verbonden aan de Stijkel-groep. Kerkhoven raakte daardoor ook bij het illegale werk betrokken. In april 1941 is hij gearresteerd en overgebracht naar het concentratiekamp Bergen-Belsen waar hij op 31 mei 1945 overleed. Het echtpaar Ero werd eveneens gearresteerd, ook zij overleefden de oorlog niet.

Zie: Tweede Wereldoorlog 4.

Ketema, Jan

Zaandam, 20 oktober 1905 - Den Haag, 10 mei 1940

Jan Ketema, zoon van Harmen Ketema (1884-1962) en Trijntje Bakker (1885-1975), is geboren op 20 oktober 1905 te Zaandam. Hij was expeditieknecht bij Hille beschuitfabriek te Zaandam en zou na terugkomst uit de mobilisatie, aangesteld worden als chef van de expeditie bij beschuitfabriek Hille.

Jan Ketema sneuvelde als huzaar bij 1-III-Depot Cavalerie tijdens het bombardement op de Nieuwe Alexanderkazerne te Den Haag, omstreeks 04:00 uur in de ochtend, bij de slag om de residentie. Zijn 32-jarige echtgenote Lies Ketema-Cornelisse bleef achter met haar dochter Tine, 12 jaar oud.

Als gevolg van het bombardement kwamen 66 huzaren van de Cavalerie om het leven. Naast de doden vielen er meer dan 150 gewonden. Velen van hun waren ernstig verminkt, leden aan brandwonden of verloren armen en/of benen. De soldaten waren vooral reservisten, gemobiliseerd in verband met de Duitse militaire dreiging. Ook meer dan 100 paarden van de Cavalerie werden gedood als gevolg van het bombardement. Vele paarden waren ernstig gewond geraakt en moesten worden afgemaakt door dierenartsen. Jan Ketema hield zich bezig met de verzorging van de paarden tijdens de mobilisatie.

Er werd later geschreven dat het geluid van hun urenlange geschreeuw van onder het puin, in hoge mate heeft bijgedragen aan de totale verschrikking van de overlevenden en de hulpverleners ter plaatse.

Op 4 mei 2016 werd tijdens de Nationale Dodenherdenking het Monument Bombardement Alexanderkazerne onthuld door de Haagse burgemeester Jozias van Aartsen.

Jan Ketema werd ter aarde besteld op het Militaire Erehof van de Algemene Begraafplaats aan de Kerkhoflaan te Den Haag.

Bron: o.a. Jantine Kersbergen-van Zurk

Klaveren, Leendert van

Alphen aan de Rijn, 16 september 1910 – Zaandam, 10 mei 1940

Leendert van Klaveren, zoon van Johannes van Klaveren (1881-1953) en Margaretha Quint (1884-1960), gehuwd met Maretta Catharina IJdenberg (1915-2007) en vader van Hans van Klaveren, als soldaat van het Vrijwillig Landstormkorps Motordienst op Schiphol gestationeerd waar hij was toegevoegd aan 1/2 - II 1 LvR. Militaire Luchtvaart Afdeling.

Even na 04:00 uur in de ochtend van de 10e mei 1940 voerde de Luftwaffe een hevig bombardement uit op Schiphol, het belangrijkste doelwit van een eerste aanvalsgolf door het Duitse Fall Gelb, dat een begin moest maken de bezetting van Nederland. De aanval op de luchthaven duurde nagenoeg twee uur, waarbij ongeveer 600 bommen werden afgeworpen. De Duitsers slaagden er echter niet in de Nederlandse militaire toestellen bij wijze van verrassing te vernietigen. Zij waren eerder op de hoogte gebracht en hadden het luchtruim reeds gekozen.

Leendert van Klaveren sneuvelde bij de eerste aanvalsgolf. Zijn lichaam werd tijdelijk aan de aarde toevertrouwd te Hoofddorp en later herbegraven op de Gemeentelijke Begraafplaats aan de Zuiddijk te Zaandam.

Kleiman, Dirk

Koog aan de Zaan, 20 januari 1886 - Waldheim, 15 maart 1945

Dirk Kleiman Hzn, fabrikant, steendrukker, drukkerspatroon, lid van de ARP en de gereformeerde kerk, verzetsstrijder, lid van de groep Kleiman die voor de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers LO-Wormerveer werkte, eigenaar van de drukkerij Litho-Zaanlandia in Zaandijk. De Zaanse verzetsstrijders Kleiman en Brasser hielden zich vanaf het eerste uur bezig met vervalsen en stonden in contact met de Amsterdamse kunstenaars Gerrit Jan van der Veen, Willem Arondéus en drukker Frans Duwaer. Kleiman leverde de cliché’s voor de vroegere kop van Trouw, de bekende kop met de afbeelding van Koningin Wilhelmina.

Kleiman stond gedurende de tweede wereldoorlog aan de basis van vele falsificaties van onder andere persoonsbewijzen, exotische paspoorten, geboortebewijzen en inschrijvingen in christelijke kerken. Ook drukte hij een groot aantal inlegvelbonnen of distributiebonnen. Voor materiaal werden in zwembaden, kleedkamers en andere gelegenheden veel persoonsbewijzen gestolen. Of mensen verloren ze. Schaalvergroting van het vervalsen was nodig toen duidelijk werd dat de Duitsers jacht maakten op joodse burgers en mannen voor de Arbeitseinsatz. Op de persoonsbewijzen van Joden werden twee grote J’s gestempeld. Als ’s avonds het personeel weg was, dan werkte Kleiman met enkele medewerkers door. Kreeg hij een karwei niet af, dan werd ook de vrije zondag opgeofferd.

Dirk Kleiman werkte samen met zijn buurman Piet Vink, directeur van clichéfabriek De Boer en Vink in Zaandijk. Hans Fuykschot, die als etser bij De Boer en Vink werkte, hielp mee. Voorjaar 1943 stelde Kleiman 5.000 valse bruine Ausweise samen, een papier met een bruine rand voor personen die door het arbeidsbureau waren vrijgesteld van tewerkstelling in Duitsland. De Ausweise werden geleverd aan verscheidene verzetsgroepen. Wellicht zou uit de samenwerking met de Persoonsbewijzencentrale (PBC) een verzetsorganisatie zijn ontstaan zoals LO als Kleiman op 1 oktober 1943 niet met een aantal van zijn afnemers en medewerkers was gearresteerd. Kennelijk heeft de dienstbode op een adres waar ambtenaar van het Arbeidsbureau in Amsterdam, Hoogenboom Bruin Slot regelmatig kwam, deze verraden met het oog op promotie voor haar verloofde, een politieagent. Bij de arrestatie had Hoogenboom Bruin Slot een lijst met namen in zijn tas, waaronder die van Gerrit Cornelis Huig, Versnel, Kleiman en Hans Fuykschot.

Uiteindelijk werden 23 personen in de boeien geslagen. Gerrit Huig werd, evenals zijn echtgenote en personeel twee weken later gearresteerd. De Wormerveerse lithograaf Klaas Versnel werd op 25 oktober 1943 aangehouden. Kleiman's vrouw Grietje Kleiman-Van Omme, de vrouw van Gerrit Huig en het personeel zijn later vrijgelaten. De overigen stonden allen op 25 april 1944 terecht voor het Obergericht in Utrecht. Het twee dagen durend proces, in het bijzijn van Kleiman's familieleden, was openbaar. Het is de laatste keer dat de familie van Dirk Kleiman hem in levende lijve ontmoet.

Hij stond eenvoudig voor niets. Als de illegale organisaties iets nodig hadden, Kleiman wist altijd raad, ook al ging het om tienduizenden drukken. Gratis leverde hij alles af. Rechter Joppich van het Obergericht in Utrecht, waarvoor hij terecht stond, kon zich een dergelijke onbaatzuchtigheid haast niet indenken. Aan alle verdachten vroeg hij, wat zij Kleiman betaald hadden. Stereotiep ontving hij het antwoord: “De heer Kleiman sprak niet over geld”. Zelf zei hij: “Zou ik dat voor mijn vaderland niet over hebben?”

De dappere manier waarop Kleiman zijn rechter van repliek diende, heeft toen veel indruk gemaakt. Voor het Obergericht heeft Kleiman zich als een held gedragen. Nooit verbloemde hij de motieven van zijn daden. Terwijl anderen als motief opgaven, dat zij medelijden hadden met mensen, die van vrouwen en kinderen werden losgescheurd, zei Kleiman rondweg: “Dat was mijn vaderlandse plicht”.

Nooit heeft hij in de ellende van gevangenschap zijn daden betreurd. Aan vrouw en kinderen schreef hij: “Ik heb altijd geweten, wat ik riskeerde. Maar ik moest dit doen. Nu is het gekomen, wat mij boven het hoofd hing. Daarom mag ik nu niet treuren. En daarom mogen jullie het ook niet doen”.

Kleiman was een gelovige en een dader des Woords. Aan verschillende medewerkers werd tijdens het proces gevraagd, waarom ze Kleiman bij zijn gevaarlijke werk terzijde hadden gestaan. Zij antwoordden: “De heer Kleiman was een edel mens. Hij had ons zoveel geholpen, toen het slecht ging. Onverschillig wat Dirk Kleiman gevraagd zou hebben, we hadden het voor hem gedaan”. Kleiman was een moedig man. Toen de rechter zei: “Mijnheer Kleiman, u moest als ontwikkeld mens geweten hebben, dat u, door die duizenden valse Ausweisen heel het arbeidsproces in wanorde bracht“, luidde zijn antwoord: “Het is precies omgekeerd, mijnheer de rechter, daardoor bracht ik het juist weer in orde”.

Allen werd een tuchthuisstraf opgelegd; Dirk Kleiman tot tien jaar; Klaas Versnel tot acht jaar, Piet Vink en Hans Fuykschot tot vijf jaar en Gerrit Huig tot twee jaar. Fuykschot, Kleiman en Versnel overleefden hun verblijf de Duitse tuchthuizen niet; Hans Fuykschot overleed op 26 april in Siegburg, Dirk Kleiman onderging op 15 maart 1945 om acht uur een dodelijke gif-injectie in de gevangenis te Waldheim bij Leipzig, Versnel liet het leven op 20 februari 1945 in Kassel.

Op 26 april 1943 opent Dirk Kleiman's dochter Klasina een brief van het Rode Kruis met de mededeling dat haar vader in Waldheim is overleden. Twee maanden later overlijdt haar moeder Grietje Kleiman-Van Omme aan de gevolgen van kanker. Het lichaam van Dirk Kleiman is nooit terug gevonden.

Dirk Kleiman leeft voort op de grafsteen op de plek waar ook zijn vrouw Grietje en dochter Greta Hendrika zijn bijgezet in het familiegraf op de Begraafplaats van Zaandijk.

Bron:

  • Wim Swart
  • Het oorlogsdagboek 'Hoe lang nog Ger' van Gerrit Krigee 1922-2002

Zie: Tweede Wereldoorlog 3.4.

Kleiman, Johannes

Koog aan de Zaan, 17 augustus 1896 – Amsterdam, 28 januari 1959

Johannes Kleiman was een Nederlands zakenman, die vooral bekend geworden is uit het dagboek van Anne Frank. Hij was tijdens de Tweede Wereldoorlog een van de helpers van de onderduikers in het Achterhuis.

Koeman, Bep

Beemster, 19 april 1915 - Zaandam, 14 februari 2019

Bep Koeman maakte onder meer de voorbereidingen voor de Februaristaking in Zaandam van nabij mee. Ze was getrouwd met Gerrit Koeman, een van de voormannen in het Zaanse verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Voor de oorlog was Bep al betrokken bij de hulp aan vluchtelingen die uit Duitsland waren gevlucht. In 1940 raakte ze betrokken bij een vrouwengroep die geld en voedsel regelde voor onderduikers. Omdat haar man ook in het verzet was, werd vaak bij de familie Koeman vergaderd over verzetsacties zoals een overval op het bevolkingsregister, het opblazen van de Hembrug en de Februaristaking. De staking op 25 en 26 februari 1941 was een massaal protest tegen het steeds harder wordende optreden van de Duitsers tegen Joden. Directe aanleiding was een razzia in Amsterdam, waarbij honderden joodse burgers werden opgepakt.

Kogenhop-Huig, Rie

(Den Helder 22 augustus 1906 - Haarlem 13 juni 1967)

Communiste, in de Tweede Wereldoorlog districtssecretaresse van de CPN en hoofdredactrice van de illegale Zaanse 'De Waarheid'.

Kogenhop-Huig sloot zich in 1934 bij de communistische partij aan. Na de Februaristaking (1941) dook zij (inmiddels inwoner van Amsterdam) onder. In 1943 werd zij naar de Zaanstreek gezonden, waar zij een groep jongeren om zich heen verzamelde, die De Waarheid nieuw leven inbliezen. Ze maakte van het blad één van de belangrijkste illegale organen in de streek.

Na de oorlog vertrok mevrouw Kogenhop weer naar Amsterdam, waar zij lid werd van de noodgemeenteraad (tot 1953). In 1958 werd zij kortstondig opnieuw lid van de gemeenteraad van Amsterdam. Zij was toen tevens lid van het partijbestuur van de CPN en secretaresse van de Nederlandse Vrouwenbeweging (NVB).

Kramer, Paulus E.

Wormer 22 december 1896 - Stutthoff 10 April 1945

Paulus Kramer was onderwijzer aan de Katholieke Jongensschool in Wormer. In de illegaliteit was hij betrokken bij de L.O., de Landelijke Organisatie hulp aan onderduikers. In Waterland had hij de leiding van de Ordedienst, een militaire verzetsorganisatie. Dit was niet zo vreemd, hij was officier geweest in het Nederlandse leger.

Kramer was nogal loslippig over zijn werk in de illegaliteit. Hierdoor is hij kennelijk in de belangstelling komen te staan van de Gestapo en is door die dienst op 21 januari 1944 gearresteerd. Eerst werd hij opgesloten in een gebouw aan het Weteringplantsoen in Amsterdam en vervolgens naar het Oranjehotel te Scheveningen.

Kramer is daarna nog in de kampen Amersfoort en Haren geweest en vervolgens overgebracht naar Duitsland, respectievelijk in de concentratiekampen Dachau en Oranienburg. Weer later is hij naar Polen overgebracht, waar hij in het buitenkamp Pölitz Messenthui van het kamp Stutthoff belandde. Daar is hij volgens het Nederlandse Rode Kruis op 10 April 1945 omgekomen.

Hij heeft geen bekend graf. Kramer woonde aan het Gasplein, later het P.E. Kramerplein en daarna de P.E. Kramerstraat. Zijn woning is gesloopt toen er een verbinding met de inmiddels aangelegde Faunastraat moest worden gemaakt.

Zie: <Tweede Wereldoorlog>

Krom, Pieter

Zaandam, 3 april 1913 - Ede, 1 februari 2003

Pieter Krom jr, gemeentesecretaris van Westzaan en verzetsman tijdens de Tweede Wereldoorlog. Kreeg in 1932 de kans om bij de gemeente Wormerveer als volontair aan de slag te gaan als assistent-ambtenaar ter secretarie. In 1933 werd hij benoemd tot klerk aldaar. Op 15 januari 1937 trad hij in dienst bij de gemeente Westzaan als kommies ter secretarie. Later was hij werkzaam als gemeenteontvanger op de secretarie van de gemeente Westzaan. Hij was ook actief voor de Nederlandse Bond van Gemeenteambtenaren.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog verving hij als gemeentesecretaris van Westzaan de toenmalige gemeentesecretaris, Schoenmaker, die op enig moment door de Duitse bezetter is opgepakt. Verder had hij bemoeienis met het verzet tegen de Duitse bezetting als plaatselijk commandant van de Ordedienst.

Na de Tweede Wereldoorlog was hij betrokken bij de zuivering van het ambtenaren-apparaat c.a. Hij startte op 8 januari 1946 als waarnemend burgemeester en tevens gemeentesecretaris in de gemeente Abbekerk/Lambertschaag en De Weere. Deze waarneming leidde tot een benoeming in oktober ’46, waarna hij op 23 december 1946 werd geïnstalleerd aldaar. Hij was, op dat moment, met zijn 33 jaar de jongste burgemeester van Nederland.

Tot aan zijn pensionering in 1978 is hij deze gemeente trouw gebleven en dat was een bewuste keuze. Een verzoek van de Commissaris van de koningin in Noord-Holland om een overstap te maken naar Alkmaar heeft hij afgewezen omdat hij de veelzijdigheid van zijn functie in de kleine dorpsgemeenschap en het directe contact met de inwoners als zeer waardevol zag. Hij meende dat in een grote plaats als Alkmaar niet terug te kunnen vinden.

In augustus 1966 werd hij tevens benoemd als burgemeester in Twisk. Daar heeft hij zich tegen de zin van zijn wethouders en gemeenteraad in sterk gemaakt voor behoud van het oorspronkelijke dorpsgezicht. Plannen om de dorpssloot te dempen, de dorpsweg te verbreden en te asfalteren zouden Twisk economisch veel voordeel brengen en het de boeren en landbouwers uit het dorp een stuk makkelijker maken om hun bedrijven te bereiken.

Na het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd is hij nog enige tijd in functie gebleven totdat de samenvoeging van gemeenten tot de gemeente Noorderkoggenland een feit was.

Naast zijn werk als burgemeester is hij intensief betrokken geweest bij de totstandkoming van de dienst Schooltandverzorging in Westfriesland. Ook heeft hij vele jaren deel uitgemaakt van het hoofdbestuur van de Maatschappij tot Nut van het Algemeen en is hij betrokken geweest bij de oprichting van de Stichting Historisch Abbekerk.

Kuijper, Jan

Wormerveer, 29 oktober 1907 - 29 november 1944.

Jan Kuijper, gehuwd met Petronella Eva van Dok, was een verzetsstrijder tijdens de oorlogsjaren onder de schuilnaam 'Meester'. Hij werd gefusilleerd op 29 november 1944 te Wormer. Kuijper werd ook geschreven als Kuiper en Kuyper. Jan was een broer van Jaap Kuijper, geboren 8 juni 1903 - overleden aan tbc, opgelopen tijdens het verzet, op 20 juni 1945.

Op de middag van 29 november 1944 fietste om 15.45 uur een jonge man J.H. in een zelfde jas als Jan Kuijper droeg, ook met bril en achterover gekamd blond haar, richting papierfabriek. Hij zat ondergedoken bij zijn aanstaande schoonvader boer Meijer in Wormer, omdat hij gezocht werd door Landwachters. Hij wilde nu langs het 'veilige' smalle weggetje naar Zaandam fietsen om een dressoir te laten maken.

Op ongeveer 200 meter afstand van de Eendracht dacht hij Grüne Polizei te zien. Hij wist het niet zeker en vroeg daarom aan iemand (Jan van der Heijde) of alles veilig was. Op datzelfde moment zag hij op het terrein een paar Grünen uit de fabriek komen.

Lees verder op de site Eerebegraafplaats.

Zie: Tweede Wereldoorlog 4.

Kwadijk, Simon

Zaandijk, 12 april 1902 – Neustadt (D), 3 mei 1945

Simon (Siem) Kwadijk, betrokken bij het Zaans communistisch verzet, werd naar alle waarschijnlijkheid door Francisca de Munck-Siffels verraden. Via Amsterdam en Amersfoort belandde hij in KZ Neuengamme. Op 3 mei 1945, met de bevrijding in zicht, maakte Siem Kwadijk deel uit van duizenden gevangenen uit Neuengamme. Na een lange tocht vol ontberingen werden zij in de troepenschepen Cap Arcona, de Thielbek en pantserschip Deutschland geladen.

De Britten gingen er echter vanuit dat zich Duitse militairen aan boord van de schepen bevonden die wilden ontkomen naar Denemarken of Noorwegen om vandaar de oorlog voort te zetten. Daarop gaven de geallieerden opdracht de schepen aan te vallen. De schepen werden in Lübeckerbocht tot zinken gebracht. Daarbij vonden 7000 tot 8000 mensen de dood. Zij die de oever wisten te bereiken werden beschoten. De naam van Siem Kwadijk betreft één van de zestien namen op het monument in het Koogerpark te Koog aan de Zaan.

Bron: oa go2war2

Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers (L.O.)

De organisatie, opgericht door mevrouw Helena Th. Kuipers-Rietberg (Tante Riek), moeder van vijf kinderen uit Winterswijk en Ds. Frits Slomp van Heemse, in de illegale wereld bekend als Frits de Zwerver of Dominee Frits, die enige tijd bij Kuiper-Rietberg zat ondergedoken. Zij verweet Slomp dat hij niets deed, terwijl er node iets gedaan moest worden voor de jonge mannen, die de bezetter voor de oorlogsindustrie wilde inlijven. Intussen werden ook steeds meer Joden opgepakt, bijeengedreven en weggevoerd.

Slomp ging op reis, wat hem ook de bijnaam Frits de Zwerver opleverde. De Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers (L.O.) was daarmee in het leven geroepen. Wekelijks kwam men uit alle delen van het land samen om 'beurs' te houden, onderduikers uit te wisselen. Aanvankelijk bij boeren ondergebracht; daar konden ze zonder bonkaarten geplaatst worden. Het aantal werd echter zo groot dat ook burgergezinnen ingeschakeld werden. Er waren bonkaarten nodig, de K.P. werd gesticht die zich belastte met het overvallen van distributiekantoren. Ging het eerst om enkele duizenden bonkaarten, later steeg de behoefte tot 240.000 stuks. Door aanscherping van Duitse maatregelen was er behoefte aan drukwerk en stempels. Drukkers produceerden valse persoonsbewijzen, valse Ausweisen en valse zegeltjes. Elke Duitse maatregel, hoe ingewikkeld en hinderlijk ook, werd door tegenmaatregelen zoveel mogelijk onschadelijk gemaakt. Een verzetsactie, gericht op bestrijding van het Nationaal-Socialisme.

Boekhandelaar Willem Brinkman, meubelhandelaar Klaas Pos, bakker G. Dekker en kantoorbediende Albert Admiraal kwamen in Zaandam aan de top van dit werk voor onderduikers te staan. Een Zaanse voedselcommissie is na september 1944 in het leven geroepen, bestaande uit Admiraal, de Vries, Bruggeman en Dirkmaat. Medewerking verleenden de firma's Simon de Wit en Albert Heyn, waar goederen konden worden opgeslagen. Lijsten werden bijgehouden van de voorraden en van de verdeling. Tegen kostprijs werden de levensmiddelen verdeeld onder onderduikers, kosthuizen en medewerkers.

Het LO werd via het Nationaal Steun Fonds van gelden voorzien.

Zie: Tweede Wereldoorlog 2

Lemmeren, Johan van

Amsterdam 15 november 1902 - Krommenie 1 mei 1943

Johan van Lemmeren 1902-1943

Johannes Antonius van Lemmeren, blikslager uit Krommenie, woonachtig aan de Militaireweg 81 te Krommenie. Tijdens de april mei-staking van 1943 werden aan de Blikfabriek Verblifa in Krommenie enige arbeiders gearresteerd. De aanleiding tot de staking was de bekendmaking op 29 april 1943, dat Nederlandse oud-militairen die gevochten hadden tijdens de Duitse aanval op Nederland in 1940 zich vrijwillig moesten melden voor krijgsgevangenschap. De volgende dag 1 mei 1943 aan het einde van de ochtend verschijnt er een overvalwagen in het dorp. Er wordt gericht gezocht naar twaalf stakers.

Burgemeester Jongsma, politie-agent en overtuigd NSB-er, heeft namen van de stakers aan de bezetter op moeten geven. Aanvankelijk verklaart hij die door loting te hebben gekozen. Later blijkt hij toch de directie gevraagd te hebben. Nadien valt het op dat de stakers allen ongeschoolde arbeiders zijn. Geen vakmannen als elektriciens, bankwerkers, lithografen enz.

Zondag 2 mei, moesten zij in Amsterdam voor het standgerecht aan de Euterpeweg verschijnen. Het vonnis luidde: De veroordeelden zijn des middags van de 30ste april 1943 in de Vereenigde blikfabrieken te Krommenie in staking gegaan. Het Standrechtdecreet was hun bekend. Desondanks hebben zij het werk niet hervat, doch verder gestaakt. Ook hebben zij na de aanmaning het werk onmiddellijk te hervatten, in de staking volhard. Bovendien hebben zij actie gevoerd voor de stakingsbeweging. Onmiddellijk daarna werden Gerard Wiersma, Theodorus Rijkhoff, Johan van Lemmeren en Hendrik Blank doodgeschoten. De ander acht stakers werden ook ter dood veroordeeld en naar concentratiekampen verbannen. Zie: Tweede Wereldoorlog 3. 4.

Lingen, Herman Evert van

Sloten NH, 8 maart 1916 - Doesburg, 10 mei 1940

Herman Evert van Lingen, korporaal 4e afdeling Korps Politietroepen, zoon van Jan Fredrik van Lingen (1880–1941) en Talea Frederika van Lingen-Sligter (1880-1944).

Herman van Lingen maakte op de eerste dag van de bezetting deel uit van de bemanning van kazemat G-68. De 27 Type-G kazematten langs de IJssel waren uitgevoerd met een gietstalen koepel in een betonnen ombouw, bewapend met een zware mitrailleur en gaven frontaal vuur op toegang tot de stelling. Het kleine formaat had als voordeel dat vijandelijk vuur het kazemat maar moeilijk bereikte. Deze sterke Type G kazematten lagen rondom de brug en enkelen in de Fraterwaard.

Kazemat G-68 bestreek de schipbrug en nam de Duitsers op het vaste brugdeel onder vuur. Na enkele schoten te hebben afgevuurd volgde een reactie van de Wehrmacht met als resultaat een treffer in de munitieopslag van kazemat G-68. Sergeant Douwe Brandsema, de korporaals Jacob Kruithof en Herman Evert van Lingen en soldaat Olijdam van de politietroepen sneuvelden.

Het Monument voor Nederlandse Militairen in Doesburg is een gedenksteen van natuursteen. De gedenksteen is 1 meter 30 hoog, 1 meter 50 breed en 50 centimeter diep.

Onder de titel 1940 Strijd om de kazematten laat de website Vesting Doesburg via een reconstructie zien in welke kritieke omstandigheden de soldaten zich bevonden.

Maas, Gerard

Zaandam, 17 augustus 1913 - Amsterdam, 6 april 1988

Gerard Maas 1913-1988

Gerardus (Gerard) Maas, verzetsstrijder, lid van de gemeenteraad van Zaandam en Statenlid van Provinciale Staten voor de CPN, redacteur van De Waarheid.
Geboren in een arm bootwerkersgezin voelde Gerard Maas zich aangetrokken tot studie. Toen de oorlog naderde werd hij communist en maakte deel uit van de leiding van de illegale Zaanse CPN en werd in 1943 door verraad gepakt.

Tweemaal werd hij voor het vuurpeloton gebracht, maar het vonnis werd beide keren niet voltrokken. Het laatste oorlogsjaar bracht Maas in een Duits tuchthuis door.

Na de bevrijding werd Maas in de noodgemeenteraad van Zaandam gevraagd. Na de eerste verkiezingen werd hij in 1946 voorzitter van de CPN-fractie. In deze functie kwam hij meermalen in botsing met de in 1948 benoemde burgemeester Wim Thomassen. Maas werd redacteur van De Waarheid en vervulde verschillende partijfuncties. In 1954 moest hij in verband met zijn verhuizing naar Rotterdam zijn raadslidmaatschap opgeven.

Vier jaar later verhuisde hij naar Amsterdam-Noord. In de jaren zestig en zeventig zat hij veertien jaar in de Provinciale Staten van Noord-Holland.

Maas publiceeerde een drietal boeken over zijn oorlogservaringen:

  • De Kroniek van de Februaristaking (Amsterdam 1961)
  • Tijgers in tanks (Amsterdam, 1968)
  • Ter dood veroordeeld (Amsterdam, 1971)

Mans, Willem

Zaandam 6 juni 1915 - Zaandam 21 mei 2010

Bestuurder van de CPN, fractievoorzitter voor en na de Tweede Wereldoorlog. Willem Mans was bij het uitbreken van de oorlog voorzitter van de afdeling Zaandam van de CPN.

In 1942 moest hij onderduiken. Hij werkte als instructeur van de illegale CPN in de Zaanstreek, de kop van Noord-Holland en Kennemerland, maar werd in januari 1945 in Beverwijk gearresteerd. Hij werd op transport naar Duitsland gesteld, wist uit te breken en dook opnieuw onder. Na de bevrijding werd hij gekozen in de partijraad en in het bestuur van de CPN. Zijn oude vak timmerman gaf hij toen op. Ook stond hij aan de wieg van de oprichting van de aan de CPN gelieerde Eenheids Vakcentrale, EVC, afdeling bouwvak.

Hij werd raadslid in Zaandam en propagandist voor de partij, met als hoofdtaak de organisatie van de partijscholing. Na de opstand in Hongarije liepen de partijfinanciën snel terug en ging Mans weer als timmerman werken. Zijn politieke activiteiten lagen nadien meer op lokaal niveau. Hij was districts-secretaris en -voorzitter, alsmede propagandist. Hij had zitting in de Ontwikkelingsraad en was lid van Provinciale Staten.

Wim Mans wees er diverse malen op dat met de Coentunnel méér dan alleen een Zaans of een Noordhollands belang wordt gediend. De Zaanstreek bekleedt in de nationale economie een belangrijke plaats, voerde hij aan. Om die positie te kunnen blijven innemen is aanleg van een vaste oeververbinding zonder uitstel nodig.

In oktober 1972 trok hij zich terug uit de politiek. Vlak voor de samenvoeging tot Zaanstad in 1974 werd hij benoemd tot ereburger van Zaandam. Zie ook: Tweede Wereldoorlog.

Marle, Machiel van

Zaandam, 8 april 1915 - Limmen, 6 april 1945

Machiel, Giel van Marle, in augustus 1939 gemobiliseerd als zeemilicien/matroos 2e klasse bij de Koninklijke Marine duikbootdienst, was op 12 mei 1940 één van de begeleiders van het prinselijk gezin naar IJmuiden. Na de demobilisatie werd hij expeditiechef/bedrijfsleider/medevennoot van v.o.f. Handelsonderneming Jaléma in Koog aan de Zaan. Eind april 1943 meldde hij zich niet voor terugkeer in Duitse krijgsgevangenschap.

In juli 1944 werd hij lid van een knokploeg in Zaandam, die later overging in de BS. Hij hield zich bezig met het beschermen van de Hembrug, de spoorbrug over het Noordzeekanaal, en het bewaken van in loodsen en vemen opgeslagen LO-goederen. Daarnaast was hij als plaatsvervangend BS-groepscommandant betrokken bij spoorwegsabotage en enkele economische kraken. Ten slotte was hij als speurder voor de CID speciaal belast met het verzamelen van inlichtingen over verdachte cq foute Zaankanters.

Nadat hij op 13 maart 1945 in Zaandam de bewaking had geregeld van opgeslagen goederen, wilde hij nog enkele CID-rapporten en tekeningen wegbrengen. Onderweg werd hij, kort voor spertijd, bij de Ooievaarstraat door Landwachters bij een straatcontrole aangehouden en gefouilleerd, waarbij de papieren werden aangetroffen. De metgezel van Van Marle die door zijn kaplaarzen de argwaan van de landwachters had opgewekt weet te ontkomen, Giel van Marle niet. Via de Landwachtpost op de Gedempte Gracht werd de gearresteerde Van Marle, in wiens werkplaats later nog opgeslagen wapens en munitie werden gevonden, overgebracht naar Amsterdam. Op 6 april 1945 werd hij in Limmen gefusilleerd.

De BS-leden worden na de aanhouding van Van Marle gealarmeerd. De SD zou van hem circa 40 namen te weten zijn gekomen. De G.S.A. krijgt van Wastenecker het bevel om gewapenderhand in actie te komen als de SD tot massale arrestatie van BS-ers zou overgaan. Het gevaar drijft echter over.

De Naam van Van Marle komt tevens voor op het gedenkteken aan de Alkmaarderstraatweg in Castricum

Zie: Tweede Wereldoorlog 4

Mastenbroek, Gerke Gerrit

Amsterdam 21 oktober 1898 - Vught 7 juni 1945

Gerke Gerrit Mastenbroek 1898-1945

Gerke Gerrit Mastenbroek, getrouwd met Hendrikje Kamst, woonachtig te Krommenie aan de Heiligeweg 116, was werkzaam bij de Verenigde Blikfabrieken van Krommenie. Hij behoorde tot de 700 stakers die het werk op 30 april 1943 spontaan hadden neergelegd vanwege het getekende besluit, dat Nederlanders, die in de meidagen van 1940 in militaire dienst waren geweest, nu in krijgsgevangenschap zouden worden genomen. Het besluit leidde tot de april-mei staking 1943.

Hij werd daags erna door de Duitsers gearresteerd, evenals twaalf anderen, elf Krommenieërs en een Assendelver, allen werkzaam bij de Blikfabrieken. Vier van hen moesten zondag 2 mei, voor het standgerecht verschijnen. Daarop werden Blank (54), Van Lemmeren (40), Rijkhoff (28) en Wiersma (38) van het leven beroofd.

De andere ter dood veroordeelden werden, evenals Gerke Mastenbroek, naar concentratiekampen verbannen. Daarin overleden Klaas van Veen (23), Willem van 't Veer (33) en Henk Heij (31). Gerke Gerrit werd naar kamp Vught verbannen. Na een verblijf van bijna een jaar werd hij op transport gesteld naar Dachau. Na de bevrijding van Dachau arriveerde hij weer in Vught waar hij op 1 juni 1945 overleed. In het ziekenhuis van Venlo werd zijn overlijdensakte opgesteld op 7 juni 1945.

Bronnen:

Zie: Tweede Wereldoorlog Wereldoorlog 4.

Meegdes, Klaas

Wormerveer, 11 juni 1914 - Wormerveer, 17 februari 1945

Nicolaas Bastiaan (Klaas) Meegdes woonde tijdens de oorlog aan de Wormerveerse Transvaalstraat 45, getrouwd en vader van vier jonge kinderen. Hij verhuurde bakfietsen en handkarren, handelde in groente en fruit maar stond bij de illegaliteit ook bekend als leverancier aan de Wehrmacht.

In zijn naoorlogse memoires schreef BS-commandant Johann van Marle over Meegdes: 'Op 17 februari 1945 werd in Wormerveer een louche figuur neergelegd, lid van de onderwereld, dief van schapen, enz., die zich bedreigd gevoelde door de verzetsbeweging en op een handige, geraffineerde manier er in geslaagd was diverse namen van NBS'ers en opslagplaatsen aan de weet te komen. Toen hij begon te dreigen deze te verraden, was zijn vonnis getekend.' Overste Wastenecker noemde in zijn logboek ook nog een tijd: 'Om 7:30 uur M. te Wormerveer neergelegd.'

Een lid van de Zaanse Knokploeg voerde de opdracht uit. Wellicht betrof het OD-commandant Nic van der Giessen , die een notitie achterliet over een liquidatie in Wormerveer: 'In onze verzetsgroep bleek zich op een gegeven moment iemand te bevinden waarvan niemand eigenlijk goed wist door wie en hoe hij binnengebracht was. Zijn tongval verried een afkomst uit het Noorden van het land. Na hem geschaduwd te hebben, kwam hij op een dag uit het gebouw van de SD te Amsterdam. Heb hem toen naar een adres in Wormerveer gebracht, waar hij verder aan de tand is gevoeld. Ik ben alleen van dat adres naar huis teruggekeerd.'

Meegdes werd naar het plaatselijk ziekenhuis aan de Krugerstraat vervoerd. Daar stelde een arts vast dat hij om 19.00 uur was bezweken aan zijn verwondingen. Op 20 februari 1945 werd Meegdes begraven op het rooms-katholieke deel van het kerkhof in Wormerveer.

Bron: meitotmei.nl

Meer, Lucas van der

Zaandijk 28 oktober 1881 - Breda 13 december 1949

Lucas van der Meer, beeldend kunstenaar, beeldhouwer, kreeg zijn opleiding aan de Normaalschool voor Tekenonderwijs in Amsterdam en zette zijn studies voort aan de Rijksacademie. Hij werkte in Amsterdam aan de restauratie van het Paleis op de Dam, werd te Delft opgeleid voor hersteller van beeldhouwwerken en van 1920 af in Breda, waar hij gedurende bijna 30 jaar belast was met de restauratie van beelden in en aan de historische, uit 1547 stammende Grote- of Onze-Lieve-Vrouwekerk. Onder zijn leiding zijn het koor met de zijbeuken en de beide transepten in oude luister hersteld. De kerk heeft onder Lucas van der Meer het huidige aanzien gekregen.

Hij vervaardigde ook het bevrijdingsmonument in Baarle-Nassau, een monument op de symbolische plek, waar Baarle-Nassau en Baarle-Hertog, Nederland en België elkaar raken. Beide grensgemeenten hebben drie helden van het verzet willen eren, die na hun hulp aan meer dan tachtig geallieerde piloten in handen der Duitse bezetters vielen en in Breda werden gefusilleerd. Het betrof Maria Verhoeven en de twee marechaussee's Adriaan van Gestel en Gerardus Gerritsen. Het monument dat in brons werd gegoten door Binder uit Overveen stelt de drie verzetslieden voor in een actieve pose en werd september 1949 onthuld in tegenwoordigheid van vele autoriteiten uit Nederland on België.

Munck, Dingeman de

Osterfeld (D), 20 mei 1916 - Amsterdam, 15 maart 1996

Dingeman Theodoor de Munck arriveert in mei 1933 arriveert met het 10-koppige gezin de Munck-de Bruijn via een aantal omzwervingen vanuit de Limburgse mijnstreek, in de hoop op werk, in de Zaandamse Havenbuurt. Dingeman is linkser dan de rest van de familie. Hij hoort bij degenen die op de schoorstenen van Albert Heijn leuzen als ‘Werk en brood’ kalken. Samen met drie andere werkloze maatjes werd hij in 1937 geronseld voor Spanje om daar in de Spaanse Burgeroorlog mee te helpen het fascisme te bestrijden.

Als Dingeman in januari 1939 thuiskomt woont zijn moeder op de Uitkomst, een verzameling huisjes bij de Ringdijk voor gezinnen die geen gewone huur konden betalen. Dingeman raakte betrokken bij het verzet en werd door verraad opgepakt, naar Vught gedeporteerd en tenslotte naar Dachau. Hij overleefde Dachau en was op 19 mei 1945 weer in Zaandam.

Lees verder voor een uitgebreide bio op Spanjestrijders.nl van Erik Schaap.

Neuteboom, Jan

Hoorn, 29 april 1903 - Berlijn-Tegel, 4 juni 1943

Jan Neuteboom, procuratiehouder en verzetsstrijder, woonachtig in Koog aan de Zaan, maakte gedurende WO II deel uit van de illegale Stijkelgroep. Werd lange tijd in het Oranjehotel opgesloten van 25 april 1941 tot 26 maart 1942, in cel 583.

Op 26 maart 1942 werd de groep overgebracht naar verschillende gevangenissen in Berlijn de Wehrmachtsuntersuchungsgefängnis, de Untersuchungshaftanstalt Moabit en de Untersuchungsgefängnis Charlottenburg.

De aanklacht in de rechtszaak tegen de leden van de Stijkelgroep was: spionage en toebrengen van schade aan de Duitse Wehrmacht. Op 26 september 1942 lag het Reichskriegsgericht, het hoogste militaire hof, 39 doodvonnissen op. Zes van hen kregen gratie en werden verbannen naar een tuchthuis, één overleed in gevangenschap. Gevangenispredikant Harald Poelchau begeleidde de Stijkelgroep in periode. De houding van de groep maakte diepe indruk op hem.

Op 4 juni 1943 werd Jan Neuteboom ’s morgens op Berlijn-Tegel samen met 31 collega-verzetsstrijders gefusilleerd.

Zie: Tweede Wereldoorlog 3. en 4.

Noodgemaal Zaandammerpolder

Enkele dagen na de Duitse capitulatie werd op 14 mei 1945 het eerste noodgemaal in de Zaandammerpolder in werking gezet door de Technische Commissie (TC) van de Binnenlandse Strijdkrachten. De bijeenkomst tot overdracht werd geopend door de TC-voorzitter J. Bus. Al tijdens de Duitse bezetting werd dit gemaal vervaardigd op een manier die elke beschrijving van ondernemingsgeest en moed tart. Het gemaal aan de Ringweg in de zuidoosthoek van de Zaandammerpolder behoorde tot één van de vijf noodgemalen, waarvan vier op andere plaatsen in de provincie hun verlossende arbeid begonnen.

Plannen tot het construeren van noodbemalingsinstallaties ontstonden als natuurlijke reactie op de tomeloze vernielzucht van de bezetter. Deze dreigden alle centrales en bemalingsinstallaties te vernielen, terwijl van herstel hiervan in leeggesleepte fabrieken geen sprake kon zijn.

Op initiatief van Dr. G. N. Honig, lid van de Staf van het Gewest, ontwierp constructeur Roorda van de fa. Stork het noodgemaal dat met betrekkelijk eenvoudige constructiemiddelen in korte tijd geproduceerd kon worden. Gietijzeren onderdelen ontbraken, pomphuis en waaier zijn van gelaste constructie. Aandrijving verliep vanaf de achterwielen van een stationair draaiende opgestelde auto. Het gemaal kon overal op de dijken van geïnundeerd gebied worden opgesteld.

Toen begin oktober 1944 de voorbereidingen aanvingen was de fa. Klinkenberg van Wormerveer direct bereid het clandestiene werk op zich te nemen. Veel belangrijke materialen voor de uitvoering lagen bij de fa. Van Gelder. Onder leiding van Jan Kuiper en J. Bus werden de voorraden 's nachts weggesleept, soms door zestig man tegelijk.

Zo kwamen, ondanks dat op clandestien gebruik van elektrische stroom de doodstraf stond, de gemalen de één na de ander gereed. Duijvis zorgde voor het kotteren. Op 23 maart 1945 werd de laatste pomp de fabriek uitgereden om verborgen te worden. De indienststelling van de pomp in Zaandam was de kroon op het werk van het personeel van Klinkenberg. Dr. G. N. Honig sprak als Hoofd van de Gewestelijke Staf die allen die aan deze gevaarlijke arbeid hadden medegewerkt, dank uit voor dit stuk ondergrondse arbeid.

De heren Koolhaas van de PEN en Mus van het GEB, tekenden het leidingschema van de Zaanstreek, waarop alle schakelmogelijkheden van fabriekscentrales naar verbruikers stonden aangegeven.

Van alle districten spande De Zaanstreek de kroon. Het was aan het initiatief van de TC te danken geweest, dat met deze noodgemalen is begonnen. Doodstraf of geen doodstraf, Klinkenberg werkte door. Heel Wormerveer wist het, doch iedereen zweeg. Ook personeel Van Klinkenberg en Bruynzeel zwoegde tijdens de feestelijke bevrijdingsweek door. Het gemaal zal genoemd worden naar hem, die onder zo zware omstandigheden de leiding had van de BS en zal dus heten Gemaal Overste Wastenecker. De Burgemeester van Zaandam, merkte op dat de Zaanse energie door de oorlog niet heeft geleden. Het gemaal had een capaciteit van ca. 45 kubieke meter per minuut.

Op woensdagmiddag 16 mei 1945 had het noodgemaal Overste Wastenecker zijn eerste taak volbracht. Na 100 uur draaien was 200.000 m3 water weggepompt en daarmee was de geïnundeerde polder drooggelegd. Met de agrarische bewerking van de polder kon spoedig worden aangevangen.

NSB

NSB'ers waren de leden van de Nationaal Socialistische Beweging. Die was in 1931 opgericht door de toen 41-jarige ir. Anton Adriaan Mussert. Hij was al als 33-jarige hoofdingenieur van de Provinciale Waterstaat in Utrecht geworden. De NSB streefde naar een machtsstaat met volledige gehoorzaamheid van de burgers. Haar leidend beginsel was: 'Voor het zedelijke en lichamelijke welzijn van ons volk is nodig: een krachtig staatsbestuur, zelfrespect van de natie, tucht, orde, solidariteit van alle bevolkingsklassen en het voorgaan van het algemeen nationaal belang boven het groepsbelang en het groepsbelang boven het persoonlijk belang.'

Er waren eerder gelijkgezinde groepjes geweest die weinig weerklank vonden. Dat kwam mede doordat hun voormannen wat querulant-achtige figuren waren. Mussert was anders. Hij leek een keurige meneer met een voorname functie. Hij sprak mensen aan, vooral in de middengroepen van de maatschappij. Geplaagd als zij waren door de gevolgen van de in 1929 uitgebroken economische wereldcrisis meenden zij dat ons parlementair stelsel geen afdoende oplossingen kon of wilde bieden voor hun problemen. Daarom moest een sterke man de kans krijgen.

In 1935, bij de verkiezing van Provinciale Staten, de eerste waaraan de NSB meedeed, kreeg zij in het hele land bijna 8% van de stemmen. Uitschieters waren Den Haag met 12% en Amsterdam met 11%. Tot dan had de NSB zich verre gehouden van wat sinds 1933 in Duitsland gebeurde. Zo was de NSB toen niet anti-joods. Joden mochten ook lid zijn. Na 1936, toen mr. Meinoud Marinus Rost van Tonningen bij de NSB was gekomen, hij nam daarvoor ontslag uit een betrekking bij de Volkenbond in Wenen, begon de NSB zich volledig te oriënteren op Nazi-Duitsland. Zij waren blij met de inlijving van Oostenrijk bij Duitsland, met de bezetting van het Sudetenland en de verdere bezetting van Tsjechoslowakije, zij gaven in 1939 de joden de schuld van het uitbreken van de oorlog. De NSB was inmiddels ook anti-semitisch geworden. Eveneens met haar gewoonten, partijopbouw en kleding oriënteerde de NSB zich op Duitsland.

Het verkiezingssucces in 1935 en de toenemende oriëntatie op Duitsland van de NSB maakten anderen wakker. Hoe onderling verdeeld linkse partijen als de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij SDAP, de Communistische Partij Nederland CPN en de Revolutionair Socialistische Arbeiders Partij RSAP ook waren, zij keerden zich tegen de NSB. De generale synode van de Gereformeerde kerk en de Rooms-Katholieke bisschoppen oordeelden afwijzend over de NSB. Ook groepen als Eenheid door Democratie en het Comité van Waakzaamheid bestreden haar.

Dat leidde er toe dat de NSB bij de Tweede Kamerverkiezingen van 1937 nog maar 4% van de stemmen kreeg; een halvering sinds 1935. Zij zelf had juist een veelvoud verwacht. Mede doordat de regering de NSB onder 'het ambtenarenverbod' liet vallen, ambtenaren mochten niet langer lid zijn van de NSB; zij moesten kiezen tussen behoud van hun werk en behoud van hun lidmaatschap, nam het aantal officiële leden af. Er waren ook mensen in het geheim lid; zij bleven buiten de telling. Zo waren de NSB'ers al voor de oorlog in een isolement gekomen. Na 14 mei 1940 voelden zij zich beschermd door de Duitse bezetter. Zij namen bezit van de straat, ook de tot dan geheime leden.

Uiteraard voegden zich personen bij hen die meenden de huif tijdig naar de wind te moeten hangen. Dat moment was zeker aangebroken toen in juni 1940, na de Franse capitulatie in de Blitzkrieg, Duitsland in Europa heer en meester leek. Alleen Engeland was nog niet verslagen. De langduriger NSB'ers noemden deze nieuwe aanwas smalend meikevers. Oude, voormalige geheime en nieuwe NSB'ers, allen werden beschouwd, en vaak ook behandeld als verraders. Achteraf is komen vast te staan dat zij voorafgaande aan en in de oorlogsdagen van mei 1940 geen verraad hebben gepleegd in die zin dat zij militaire geheimen aan de Duitsers hebben doorgegeven of aan Duitse zijde hebben meegevochten. Wel stelden velen van hen zich tijdens de bezetting geheel beschikbaar voor de Duitsers, onder andere als vrijwilligers in de oorlog tegen de Russen, als ambtenaren, burgemeesters, politiefunctionarissen en als verklikkers.

Dan waren er ook de WA'ers, de zwart-geüniformeerden van de Weerafdeling van de NSB. Een soort straatvechters die al in 1934 probeerden onwelgezinden te intimideren. Aanvankelijk gingen ergernis en woede van de andere Nederlanders vooral uit naar al deze NSB'ers. Die deden hun kwalijke werk vrijwillig. Een Duitse soldaat heette tenslotte maar te zijn gestuurd. Pas na die gewone soldaten kwamen de harde partijgangers: de mannen van de SA of Sturm Abteilung, oorspronkelijk het orgaan voor opleiding en opvoeding, de SS of Schutz Staffel, het Germaans elite-orgaan van de partij, de SD of Sicherheits Dienst, een veiligheidsorgaan, en de Gestapo ofwel de geheime staatspolitie. Onder aanvoering van dr. Arthur Seyss-Inquart en Hanns Albin Rauter, de hoogste Duitse politieman in Nederland, maakten zij gauw duidelijk wie hier werkelijk de baas waren geworden: zij, de Duitsers. En niet hun hulpjes van de NSB.

Vanzelfsprekend lagen de meeste mensen niet van de ene dag op de andere dwars. Het merendeel paste zich aan. Zij probeerden er het beste van te maken. Tot hen behoorden bedrijven die graag Duitse opdrachten wilden uitvoeren. Tot hen behoorden ook de leiders van de zomer 1940 opgerichte Nederlandse Unie, Louis Einthoven (44), Johannes Linthorst Homan (37) en Jan Eduard de Quay (38). Zij meenden beter dan de NSB in staat te zijn ons land in te passen in de nieuwe verhoudingen. Hun grote aanhang werd vooral gelokt door de anti-NSB-gezindheid van de Unie.

Januari 1941 schreef de secretaris-generaal van het departement van Opvoeding, Wetenschap en Cultuur aan gemeentebesturen dat zij op hun middelbare scholen een eind moesten maken aan het getreiter van kinderen van NSB'ers door andere leerlingen. NSB-leider Mussert klaagde juni 1941 in Wormerveer over die onnozelen die elkaar te pas en te onpas 'Ozo' toeriepen, een afkorting van 'Oranje zal overwinnen'. Het drong door tot de NSB'ers hoe geïsoleerd zij waren gebleven.

Binnen het project WO2 Open Data Depot worden de films van de Filmdienst der NSB voor het eerst als geheel online beschikbaar gesteld. De films zijn open en downloadbaar beschikbaar via Open Beelden en via Wikimedia. Klik hier voor een selectie uit het 'geconfisceerde oorlogsmateriaal' van de Filmdienst der NSB. Lees meer over de Filmdienst in de BeeldengeluidWIKI.

Zie: Tweede Wereldoorlog 2, 3.

OD (Ordedienst)

Uit de Ordedienst, de OD, aanvankelijk vooral oud-officieren uit het leger die tussen vertrek van de Duitsers en terugkomst van de regering de orde wilden handhaven, kwamen personen voort die aan gewapend verzet gingen meedoen. De Duitsers bestreden het verzet te vuur en te zwaard. Aangehouden verzetsmensen werden gemarteld, doodgeschoten of naar concentratiekampen gestuurd.

Na de invasie op 6 juni 1944 in Normandië bereikten de geallieerde troepen in september 1944 Zuid-Nederland. Hun opmars liep vast op de grote rivieren, om die te overbruggen voerden de geallieerden op 17 september 1944 grote luchtlandingen uit bij onder andere Arnhem. Dezelfde dag gaf de Nederlandse regering opdracht tot de spoorwegstaking. De luchtlandingen bereikten niet het beoogde resultaat. Arnhem bleef vooralsnog in Duitse handen. Door die ontwikkelingen duurde de spoorwegstaking langer dan verwacht.

De Duitsers grepen de spoorwegstaking aan als alibi om de voedselvoorziening van Nederland stop te zetten. Dat leidde in West-Nederland tot de hongerwinter. Ze eindigde pas na de bevrijding die voor West-Nederland op 5 mei 1945 met de Duitse capitulatie in Wageningen kwam. Daarbij was prins Bernhard aanwezig, sinds 3 september 1944 opperbevelhebber van de Binnenlandse Strijdkrachten BS, in opdracht van de regering in Londen gevormd door samenbundeling van de Raad van Verzet, de KP's en de Ordedienst. Op sommige plaatsen kwam de bundeling uiterst moeizaam tot stand. De LO, het Nationaal Steunfonds en de illegale pers bleven buiten deze samenbundeling. Wel hadden zij regelmatig overleg met de staf van de BS. Zie: Tweede Wereldoorlog 2.

Offenberg, Frans Jan

Zaandam 14 maart 1911 - Krommenie 9 september 1993

Frans Jan Offenberg, gehuwd met Elisabeth Nijman, woonachtig aan de Militaireweg 124 te krommenie, fabrieksarbeider bij blikfabriek Verblifa, nam deel aan de april-meistaking in Krommenie en werd op 1 april 1943 door de Duitsers opgepakt evenals dertien andere collega's en op 2 april 1943 ter dood veroordeeld. Offenberg overleefde de veroordeling.

Zie: Tweede Wereldoorlog.

Oord, Frans

Zaandam, 15 april 1914 - Zaandam, 18 januari 2005

Frans Oord was de middelste zoon uit een Zaandams arbeidersgezin van dertien kinderen, woonachtig aan de Vinkenstraat 132. Zijn vader, vrijdenker en geheelonthouder, was grondwerker en lid van het Nationaal Arbeids Secretariaat NAS. Op dertienjarige leeftijd werkte Frans Oord in de fabriek, later werd hij jeugdlid van de NVV. Als achttienjarige werd hij lid van de Communistische Partij Holland CPH, later Communistische Partij Nederland CPN, waar hij op verschillende manieren actief voor was.

De CPH deed veel voor de opvang van Duitse vluchtelingen in de Zaanstreek en zodoende kwam Frans Oord in contact met de gevaren van het oprukkende fascisme. Toen de Spaanse Burgeroorlog uitbrak ontstond bij Frans Oord het idee om mee te gaan strijden. Hoewel zijn vader antimilitarist was, steunde hij Frans in zijn besluit. Op het moment van vertrek was Frans Oord werkloos, maar naar eigen zeggen zou hij ook gegaan zijn als hij wel werk had gehad. Hij heeft in latere interviews meerdere malen benadrukt uit overtuiging te zijn gegaan en niet als avonturier. In overleg met de CPN vertrok Frans met de andere Zaandammers Dingeman de Munck, Gerrit Giere en Jan Hulst op 4 mei 1937 naar Spanje. Lees verder op Spanjestrijders.nl

Oosthuizen, Klaas

Wormerveer 15 oktober 1899 - Kamp Vught 26 september 1943

Klaas Oosthuizen 1899-1943

Kantoorbediende Klaas Oosthuizen woont tijdens de oorlog met zijn vrouw Margarethe en hun drie kinderen in Wormerveer aan de Emmastraat 4 en is werkzaam bij de blikfabriek Verblifa in Krommenie. Begin 1942 vangt Klaas aan met het illegaal verspreiden van Het Parool. Hij houdt zich actief bezig met de vraag hoe de vakbonden na de oorlog georganiseerd moeten worden. Hij organiseert thuis bijeenkomsten met vooraanstaande figuren binnen de Nederlandse vakverenigingen.

In 1943 eisen de Duitsers dat alle mannen die in de meidagen van 1940 tegen hen gevochten hebben zich in krijgsgevangenschap moeten begeven. In het hele land breken daarop spontaan stakingen uit. Ook Klaas neemt aan deze april-mei staking deel. Daags na de staking wordt hij als represaille met dertien collega-werknemers gearresteerd en overgebracht naar kamp Vught. Op 26 september 1943 overlijdt Klaas als gevolg van de ontberingen in kamp Vught.

Bronnen:
Sterbebuch
Erelijst NIOD
Bezet Verzet van de Zaan, blz. 63

Zie: Tweede Wereldoorlog 4.

Op den Velde, Hein

Zaandam, 1 juni 1901 - Gross Rosen, 31 december 1944

Jan Hendrik Op den Velde, voor ingewijden ook wel Hein of Henk, wist gedurende WO II via een zelf gebouwde zender contact te leggen met Bureau Inlichtingen van de Nederlandse regering te Londen.

Eén van de allergrootste problemen voor de Nederlandse illegaliteit was de slechte verbinding met Engeland. Hierdoor bleven duidelijke richtlijnen vandaar achterwege, had het verzet niet voldoende wapens en als er richtlijnen kwamen gaven die blijk van onvoldoende kennis van Londen omtrent de werkelijke situatie in bezet Nederland. Eén van de oorzaken van dit gebrek aan contacten met Engeland was het Englandspiel. Pas in 1944 werd de verbinding met Engeland beter.

Voor die tijd zocht het verzet koortsachtig naar personen die in staat waren een seintoestel te bouwen waarmee contact kon worden gezocht met Londen. Daarmee was men er overigens niet: hoe wist Londen bijvoorbeeld dat zo'n zender bonafide was? In de eerste periode van de bezetting werd door de Orde Dienst aan de Zaandammer Jan Hendrik (Hein) op den Velde gevraagd of hij een zender kon bouwen. Hij slaagde hierin met veel moeite en wist contact te leggen met Bureau Inlichtingen van de Nederlandse regering te Londen. Een betere zender werd voor hem in de nabijheid van Breda afgeworpen samen met f 120.000,– voor het NSF. De Zaanse rechercheurs Pel en Brandsma haalden de spullen op en brachten ze naar Op den Velde en Van Hall.

Het ging lange tijd goed maar ook Op den Velde werd verraden. Op 22 maart 1944 werd hij gearresteerd samen met zijn vrouw en enkele anderen. Op het moment dat het gezelschap werd weggevoerd vroeg mevrouw Op den Velde of zij een bepaalde plant die niet tegen de zon zou kunnen voor het raam mocht weghalen. Het verzoek werd ingewilligd. Voor ingewijden betekende de afwezigheid van de plant voor het raam, dat er onraad was.

Desondanks kwam kort daarop Ds. Eikema binnen met een aantal gecodeerde berichten in zijn zak. De SD liet hem weer gaan toen hij verklaarde slechts op huisbezoek te komen. Een andere bezoeker werd wel vastgehouden. Het was de juist uit Londen overgekomen agent van Bureau Inlichtingen, de Zaandijker A. W. M. Ausems. Bij zijn fouillering wist hij te voorkomen dat een microfilm met belangrijke mededelingen bij hem werd aangetroffen. Ook vanuit de gevangenis bleef Op den Velde berichten naar buiten doorgeven. Hij wist aldus te voorkomen dat een aantal leden van de Raad van Verzet gearresteerd werd. Op 31 december 1944 stierf hij in het Neder-Silezische concentratiekamp Gross Rosen.

In 2012 geven zijn drie zonen Wijbrand, Henk jr. en Jan een 318 pagina's tellend boekwerk uit waarin een zeer uitgebreide samenvatting van het leven van hun vader Jan Hein Op den Velde wordt vastgelegd.

Bron o.a. Zet en tegenzet, Fascisme en illegaliteit in de Zaanstreek 1940-'45.

Zie ook: Tweede Wereldoorlog 3. en 4.

Pel-Groot, Geertje

Zaandam 13 september 1889 – Ravensbrück 20 februari 1945

Geertruida Pel–Groot woont met haar man Wijnand Pel en kinderen aan de Prins Hendrikkade in Zaandam. Haar man is eigenaar van ouwelfabriek Primus, eveneens gevestigd aan de Prins Hendrikkade. Allerlei gezindten wonen er vreedzaam bij elkaar. Ook een NSB gezin, maar zonder uitzondering spelen alle kinderen met elkaar op straat.

Vader en moeder Pel maken deel uit van de werkgroep Doopsgezinden Zaanstreek onder leiding van Cor Inja. Al voordat Duitsland Nederland binnenviel bood de werkgroep praktische hulp aan de voornamelijk Joodse vluchtelingen uit Nazi Duitsland. Voor Doopsgezinden is het concept oorlog onacceptabel. Uit het oogpunt van Christus’ rechtvaardigheid, weigeren zij in te stemmen met gebruik van geweld, gebruik van macht in het algemeen om mensen, al dan niet schuldig, te doden en deel te nemen aan militaire- of oorlogsdienst.

In het jaar 1942 overlijdt Wijbrand Pel. Het gezin nam een joods meisje van zes weken oud op, Marion Swaab heet ze. Ze noemen haar Map. De ouders zijn ondergedoken in het buitenland. In februari 1944 krijgt Geertje een oproep om zich met het kind te melden op het hoofdkwartier van de Sicherheitsdienst aan de Euterpestraat in Amsterdam. Buurman en NSB-politieman Hendrik van der Kraan blijkt de verrader. Voor iedere aangegeven Jood kreeg een 'jodenjager' fl. 7,50.

Geertje Pel geeft gehoor aan de oproep en begeeft zich met Map in de kinderwagen op weg naar de boot naar Amsterdam. Haar dochter Trijntje (21) loopt mee. De hele buurt kijkt hen na. Vlak voordat Geertje bij de steiger komt stuurt ze Trijntje met de kinderwagen de andere kant op. Haar dochter bracht de baby naar een nieuw onderduikadres, naar het echtpaar Keijzer, Westzanerdijk 143 in Zaandam. Marion Swaab verbleef hier enkele maanden. Hierna werd ze ondergebracht bij een ander onderduikadres, bij de familie Brand in de Jordaan in Amsterdam. Marion en haar ouders hebben de oorlog overleefd. Het gezin Swaab emigreerde naar de Verenigde Staten.

Geertje Pel wordt gevangen gezet op het politiebureau aan de Marnixstraat in Amsterdam, daarna in de vrouwengevangenis van Rotterdam. Ze komt in kamp Vught terecht dat in september 1944 in allerijl wordt ontruimd. In een beestenwagon worden de gevangenen naar het vrouwenkamp Ravensbrück in Duitsland vervoerd. In deze moeilijke omstandigheden, het kamp is overvol, veel moeten buiten in de kou slapen, praat Geertje haar medegevangenen moed in. Ze wijst ze op de naderende bevrijding.

Als ze in februari 1945 ziek wordt, krijgt Geertje bericht dat ze naar een ander onderdeel van Ravensbrück zou worden overgebracht. Het bleek de gaskamer te zijn. Kampgenoten drongen er bij haar op aan in het kamp onder te duiken. Dat was mogelijk. ,,Nee“, zei ze ,,dat doe ik niet dan breng ik andere mensen in gevaar”. Op 20 februari 1945 stierf Geertje Groot-Pel in de gaskamer.

Literatuur:

  • Zaanstreek in bezettingsjaren/ Wim Swart
  • “Ik heb een heel tijdje niets van me laten horen”: Joden in de Zaanstreek (1940-1945) / Pim Ligtvoet
  • VerBezetting aan de Zaan / A. Kat e.a.
  • Een gegeven leven, Hanneloes Pen, Atlas Contact, 2015

Pels, Rie

Maria (Rie) Pels was koerierster van de Gewestelijke Sabotage Afdeling Zaanstreek tijdens de Tweede Wereldoorlog. Zij kwam vanuit de KP Koog-Zaandijk over naar de GSA Zaanstreek-Zuid. In Koog-Zaandijk werkte ze als koerierster onder de KP-commandant Gerritsen. Zij bracht niet alleen rapporten en orders weg, maar vervoerde ook wapens. Rie Pels, commandant Gerritsen en nog een aantal van zijn mensen werden bij de GSA Zaanstreek-Zuid ingezet als groep II van het district. Het districtscommando kwam terecht in Zaandijk bij het bedrijf Litho Zaanlandia aan de Lagedijk 83-89.

Lees verder over Rie Pels op de site van de Historische Vereniging Koog-Zaandijk.

Pel, Bob

Zaandam, 21 november 1914 - Huis ter Heide, 1 maart 2008

Robert Rudolf 'Bob' Pel behoorde tot de minder bekende Zaanse verzetsstrijders. Er is geen straat naar hem vernoemd en er zijn nauwelijks artikelen aan hem gewijd. Dat is onterecht. Rechercheur 'Bob' Pel behoorde namelijk tot de grootsten binnen de regionale illegaliteit.

De in Zaandam geboren en getogen Robert Pel volgde na de mulo de Kweekschool, maar slaagde er niet in om een onderwijzersdiploma te halen. Hij ging vervolgens in dienst en werd beroepsmilitair. Na de capitulatie van Nederland in mei 1940 werkte hij bij de Militaire Politie. Al op de dag van de Duitse inval werd Pel bij Lobith ingerekend. Pas in augustus van dat eerste oorlogsjaar keerde hij vanuit Duitsland terug naar zijn woonplaats. Daar solliciteerde hij met succes bij de lokale politie.

Plaatsvervangend commissaris A.J. van Doorn haalde hem begin 1941 over om zich aan te sluiten bij het ontluikende verzet. Kort daarna, in mei, krijgt Van Doorn onbeperkt ziekteverlof, hij overleed het jaar daarna. Het verlof behoorde bij de ingrepen van de nieuwe NSB-burgemeester Van Ravenswaaij, die het ambtenarenkorps wilde omvormen tot een Hitler-getrouwe organisatie.

Lees verder over Bob Pel op Erics Gaap

Plooijer sr, Marcus

(Zaandam, 1885-1971)

Vakbondsbestuurder raadslid en wethouder te Zaandam. Marcus Plooijer werd op jonge leeftijd lid van de Timmerliedenbond en de SDAP. Vanaf 1910 bekleedde hij op plaatselijk niveau een aantal bestuursfuncties. In 1931 kwam hij in de Zaandamse gemeenteraad; daar bleef hij lid van tot deze in 1941 door de Duitsers werd ontbonden. In de oorlog speelde de familie Plooijer een rol in de actieve hulp aan joodse burgers.

Na de oorlog werd Plooijer in de noodgemeenteraad benoemd; in 1946 werd hij wethouder (PvdA), hetgeen hij tot zijn terugtreden in 1956 zou blijven. Plooijer was lange tijd voorzitter van Zaandams Volkshuisvesting, de Bond van Technisch en Opzichthoudend Personeel en van de Zaandamse Schaakclub (waarvan hij tot erelid werd benoemd). Hij was de vader van Marcus Plooijer.

Plooijer jr, Marcus

Zaandam, 14 april 1921, Zaandam, 28 juni 1991

Raadslid voor de CPN te Zaandam en Zaanstad, met een lange staat van dienst. Timmerman Marcus Plooijer sloot zich in 1941 aan bij de illegale CPN; voordien was hij lid geweest van de Arbeiders Jeugd Centrale en de Bouwersbond NVV. Na het oprollen van de plaatselijke CPN in november 1943 dook hij onder; de rest van de oorlog bracht hij in Zuid-Holland door.

Na de oorlog werd hij districtsbestuurder en nam hij zitting in het Adviesbureau van zijn partij (1950-1980). In 1956, na het aftreden van zijn vader Marcus Plooijer sr, kreeg hij een raadszetel te Zaandam. Eerder was dat niet mogelijk; familieleden mochten niet gelijktijdig in dezelfde raad zitting hebben. Plooijer bleef in de raad tot de samenvoeging in 1974; daarna zat hij tot 1986 in de raad van Zaanstad. Plooijer was voorzitter van de raad van commissarissen van Zaandams Volkshuisvesting; bij zijn afscheid werd hij tot erelid benoemd. Hij is drager van het Verzetskruis.

Lees ook:Marcus Plooijer maakt zich zorgen: Verlies linkse meerderheid zou ramp voor Zaanstad zijn (1981)

Poelgeest, Arie van

Zaandam 27 december 1913 - Amsterdam 19 juli 2000

Arie van Poelgeest had geluk. Hij was een van de weinigen die niet meteen zijn Nederlanderschap was kwijtgeraakt bij terugkeer uit de Spaanse Burgeroorlog. Hij is echter later alsnog in de problemen gekomen door een brochure van Gerard Vanter, gepubliceerd in 1939 “Nederlanders onder Commando van Hollander Piet in Spanje”, waarin hij met naam en toenaam werd genoemd. Vanter beschrijft in het boekje een incident waarbij van Poelgeest met een Bulgaar verdwaald was en ze per ongeluk bijna een bak koffie naar de fascisten hadden gebracht. Ze werden beschoten voor ze hen bereikten waardoor de koffietank haar zwarte inhoud in dikke stralen verloor. Jaren later, in het interview dat in 1983 gemaakt werd voor het boek “De oorlog begon in Spanje” vertelt hij zelf over het incident: ,,Als ze gewacht hadden waren we zo naar ze toe gewandeld. Hadden ze koffie gehad.” (p.149)

Van Poelgeest kwam uit een gereformeerd gezin. Zijn vader was binnenschipper en het gezin had niet veel geld te besteden. Over zijn moeder zegt hij in het interview dat het Parool in '83 met hem maakte: “M’n moeder was eigenlijk communist. Niet dat ze wist wat dat betekende, maar achteraf, dat ontwaar je later, ja, zij was wel een communist.” Arie zelf neigde ook naar het communisme en sloot zich in 1936 aan bij de communistische partij. Voordat hij naar Spanje vertrok heeft hij verschillende banen gehad, hij voer af en toe op de binnenvaart. Het opmerkelijke hieraan was dat Arie helemaal niet kon zwemmen, en zelfs een paar keer overboord was gevallen. Als het kon smokkelde hij vloeitjes mee naar Duitsland voor een extra zakcent. In 1933 smokkelde hij het revolutionaire blad ‘die Rote Fahne’ (link is external) van de Spartakusbund Duitsland binnen. Bij de scheepbouw in Amsterdam-Noord heeft hij ook nog enkele maanden gewerkt. Dat vond hij te gevaarlijk, er viel iedere week een dode, hij is er snel vertrokken.

Vlak voor de jaarwisseling van 1936/1937 ging Arie naar Spanje. Hij kon nog gewoon met de bus vanaf Perpignan de grens over. Vandaar ging het naar Figueras. In Murcia kreeg hij een korte opleiding waarna hij bij het Thälmann bataljon, de 11e brigade, werd ingedeeld. Onderweg naar het front bij Jarama werd besloten dat Arie de politiek commissaris van een groep van 18 Nederlanders zou zijn. Veertig dagen en nachten lagen ze bij Jarama, een zeer zware slag waarbij de republikeinen in februari 1937 maar ternauwernood een aanval van de nationalisten konden afslaan. Ze verloren daar vele kameraden. Tijdens één aanval van de fascisten was de groep Nederlanders omsingeld. Ze konden alleen ontsnappen omdat ze een fascistische patrouille hadden opgevangen en zo de communicatie lijnen hadden onderbroken. Als beloning mochten ze kiezen wat ze wilden eten en kregen op verzoek “zo’n melkblik vol rijst met rozijnen.” Hij heeft hiernaast ook meegevochten in Guadalajara in maart 1937. Ook hier wisten de republikeinen een aanval van de fascisten af te slaan en door een serie tegenaanvallen slaagden ze er zelfs in de vijand terug te dringen. De groep Nederlanders was een keer uitgenodigd om te zingen voor Radio Madrid, maar ze hadden pech want “toen was dat ding net geraakt door een bom.”

Tijdens de mei dagen in Barcelona heeft hij zich vrijwillig aangemeld om tegen de POUM te vechten. De POUM was één van de partijen die in mei 1937 de telefooncentrale bezette uit onvrede over de politieke situatie in republikeins Spanje. Toen het nationale leger ingezet werd om de zaak te controleren escaleerde de situatie. Na een serie straatgevechten waren de anarchisten verslagen en werd de POUM illegaal verklaard. Arie heeft toen meegeholpen de Karl Marx kazerne, waar George Orwell nog getraind heeft, te veroveren. Bij het plaatsje Quijorna, tijdens het offensief om Brunete in juli 1937 sloeg voor Arie het noodlot toe. Ze hadden Brunete al veroverd en moesten alleen het kerkhof nog veiligstellen toen hij geraakt werd. Op 8 juli 1937 is Arie van de ene kant naar de andere kant van zijn kaak, door zijn tong geschoten. Op de terugweg met de ambulance lag er een jongen boven hem met een longschot. Deze jongen bloedde zo hevig, dat Arie doorweekt raakte van zijn bloed. Bij het hospitaal in El Escorial zagen ze dat bloed en dachten dat Arie het niet zou redden. Hij kwam bij toen ze hem aan het scheren waren voor zijn begrafenis. Toen kwamen ze er achter dat hij eigenlijk alleen dat schot door zijn kaak had en is hij geopereerd.In dit ziekenhuis is hij ook Ernest Hemingway en Joris Ivens nog tegen gekomen.

Na een aantal weken was hij voor veertig procent afgekeurd en koos hij ervoor om terug naar Nederland te gaan. Door complicaties met zijn wond duurde de reis wat langer dan gepland, maar het lukte hem uiteindelijk om bij het consulaat in Parijs te komen. Pas na wat Amsterdamse krachttermen kreeg Arie een Laissez Passer en kwam hij rond mei-april 1937 in Nederland aan. Aanvankelijk ontnamen ze hem niet zijn Nederlanderschap nadat hij ze “een mooi verhaal” had verteld over een ontplofte benzinetank. Bij terugkomst bleek zijn vrouw iemand anders gevonden te hebben. Kort hierna verloor hij alsnog zijn Nederlanderschap.

Tijdens de meidagen in 1940 heeft hij nog zich aangeboden bij het Nederlandse leger in Amsterdam, hij had front-ervaring. Er zou contact met hem worden gezocht. “Dat moeten ze nog”, vertelde hij vele jaren later. Tijdens de Duitse bezetting zat Arie in het verzet waarbij hij onder andere verantwoordelijk was voor het transport en reparatie van wapens. Zijn werk was gevaarlijk en hij ontsnapte een paar keer ternauwernood. Zo doorzochten Duitse soldaten iedereen op de pont naar Amsterdam-Noord, behalve Arie die met zijn bakfiets wapens vervoerde. Ook was hij een keer bij hoge uitzondering te laat voor een vergadering van zijn verzetsgroep en zag toen hij er aan kwam dat er net die dag een inval was gedaan. In februari 1944 werd hij uiteindelijk toch gearresteerd door het aangeven van een buurvrouw die had verteld dat hij een verboden radio had en klaargemaakt voor transport naar kamp Amersfoort. In deze gevangenschap ontmoette hij een Duitse kapitein die ook in Spanje had gevochten, ze hebben hun ervaringen uitgewisseld

Vanwege zijn tijd in het verzet kreeg hij als een van de eersten zijn Nederlanderschap terug, in 1949. Tussen 1948 en 1973 werkte Arie bij drukkerij Heiermann, gelieerd aan de CPN. Vanaf 1973 kreeg hij last van wat we nu posttraumatisch stresssyndroom zouden noemen. Na vele nachtmerries over de Spaanse Burgeroorlog en de Tweede Wereldoorlog vertrok hij met zijn vrouw naar Wieringerwerf en Castricum maar kon hier als Amsterdammer en als communist moeilijk aarden. Op late leeftijd kreeg Arie kanker. Toen hij voor behandeling in het ziekenhuis lag werd hij bezocht door een man die hem begroette. Arie groette terug en vroeg de man wie hij was, want hij had hem nooit eerder gezien. De man antwoordde dat hij Arie dertig jaar lang gevolgd had. Deze oud-medewerker van de inlichtingendienst en Arie zouden daarna goede vrienden worden. Ze hebben menig schaakpartij gespeeld.

Miep van Poelgeest, Geert van Poelgeest en Helmuth Schmidt, resp. dochter, zoon en schoonzoon van Arie van Poelgeest voegen hier nog aan toe dat van Poelgeest ook erkenning heeft gekregen voor zijn activiteiten:

1) de Spaanse regering heeft in het jaar 1996 de Nederlandse Oud-Spanjestrijders alsnog eer bewezen via een oorkonde en de mogelijkheid de Spaanse nationaliteit te verkrijgen. Ongeveer eind 1996 werd dit Arie en anderen feestelijk aangeboden op het Spaanse Consulaat in Den Haag. Dit heeft hem goedgedaan. De Spaanse nationaliteit heeft hij niet aangenomen.

2) Voor zijn verdiensten in het verzet in de Tweede Wereldoorlog heeft hij het Verzetsherdenkingskruis gekregen. Hij zag er van af toen bleek dat dit door Prins Bernhard aan hem zou worden uitgereikt.

Bronnen:

  • IISG, Collectie Nederlandse deelnemers aan de Spaanse Burgeroorlog, Typoscripten van interviews door Hans Dankaart, Jaap-Jan Flinterman, Frans Groot, Henk Otjens en Rik Vuurmans met diverse oud-Spanje strijders en Spanje-activisten, aantekeningen betreffende deze interviews en enkele andere stukken.(1938-1939), 1977, 1979-1985, map 45
  • “Slechts enkele Hollanders overleefden de Jarama-slag”, De Waarheid 24-12-1975,
  • Gerard Vanter ( pseudoniem Gerard van het Reve sr.): Nederlanders onder commando van Hollander Piet, uitgave Pegasus, Amsterdam 1939
  • “Iemand anders: interview met Arie van Poelgeest” het Parool, 19-11-1983 door Leonoor Wagenaar
  • Hans Dankaart, Jaap-Jan Flinterman, Frans Groot, Rik Vuurmans: De oorlog begon in Spanje, Nederlanders in de Spaanse Buregeroorlog 1936-1939, Van Gennep, Amsterdam 1986

Auteur: Tim Scheffe

Politieke OpsporingsDienst

Het Militair Gezag te Zaandam riep half mei 1945 een Politieke Opsporingsdienst POD voor de Zaanstreek in het leven onder leiding van inspecteur Robert Rudolf Pel uit Zaandam, terzijde gestaan door Mr. J.A. van Dongen uit Wormerveer en H.D. Bruggeman uit Zaandam. Vanaf maandag, 14 mei 1945, konden aldaar dagelijks klachten wegens en inlichtingen in verband met politieke vergrijpen worden ingediend van 10:00 tot 12:00 uur. Landelijk opereerden tachtig DOP's die rond de 100.000 verdachte personen op de lijst hadden staan. Na een jaar werd de POD op 1 maart 1946 overgenomen door de Politieke Recherche Afdeling (PRA). In de meeste gevallen werden de arrestanten berecht door de Bijzondere Gerechtshoven en Tribunalen.

,,Met het opsporingsregister werd een begin gemaakt met het gezamenlijk optreden tegen degenen, die in de bezettingsjaren een on-vaderlandslievende houding hadden aangenomen. Met als doel een snelle opsporing en inbewaringstelling van gezochten, waarbij de verschillende opsporingsdiensten elkaar behulpzaam zijn. Het register was verdeeld in twee groepen: 1. Arrestanten van de opsporingsdiensten, met vermelding van de plaats van gevangenhouding en inbewaringstelling. 2. De door de opsporingsdiensten gezochten met vermelding van alle gegevens die kunnen leiden tot snelle identificatie.

Het opnemen van de eerste groep voorkwam overbodige werkzaamheden bij het opsporen van gezochten, terwijl de signalering van de tweede groep het net om gezochten in sterke mate toetrok. Tevens waren mededelingen opgenomen tot onderlinge samenwerking en interne werkwijze van de POD's. Het was de bedoeling dat het register zou omstreeks de 15-de en 30-ste van iedere maand zou verschijnen. In verband hiermede hopen wij, dat ons van alle aangesloten POD's wekelijks de mutaties in de lijsten van arrestanten en gezochten worden toegezonden. De wens was dat dit register ten dienste gesteld kon worden van meer POD's. aldus het Hoofd van de POD Zaanstreek R. R. Pel in het voorwoord van de eerste editie.“

Blogger Peter uit Castricum vond ooit de Zaanse editie van het register op een rommelmarkt in Amstelveen, in een krat met oude boeken: ,,Ik wist van het bestaan van de POD maar mijn aandacht werd nog meer getrokken door het woordje Geheim. Toen ik het boekje doorbladerde, bleek al snel waarom het geschrift die kwalificatie had meegekregen: het staat van voor tot achter vol met de namen van arrestanten en mensen die gesignaleerd stonden. En niet alleen namen maar ook adressen, geboortedata en soms een beroep. In totaal bijna 300 bladzijden met meer dan 13.000 arrestanten! En dan ook nog ruim 1.700 gesignaleerden. Bij elkaar 15% van het totaal aantal in Nederland gearresteerden. Een interessant boekje dus, helemaal vol met ook nu nog gevoelige informatie! Ik herinner me dat ik het voor één gulden gekocht heb.”

Lees verder over de Politieke OpsporingsDienst op Peter's Blog.

Prins, Cees

Cees Prins was in 1941 woonachtig aan de Harenmakerstraat 17 in Zaandam. Hier draaide Prins met leden van de ille­gale Com­mu­nis­tis­che Par­tij op 25 feb­ru­ari 1941 op zolder in hoog tempo vellen papier door het sten­cilap­pa­raat. Stencils met de oproep om het werk neer te leggen, uit protest tegen de Joden­ver­vol­ging. Dat was niet zon­der gevaar. Haren­mak­ersstraat 17 was gehorig en de regel­matige klik van de sten­cil­ma­chine klonk atyp­isch voor deze woonomgev­ing. Niettemin werden de stencils in grote oplage gemaakt en ver­vol­gens ver­spreid.

Op vri­jdag 22 sep­tem­ber 2017 werd door burgemeester Ruud Vreeman een pla­que­tte gelegd in de stoep bij het woonhuis van Cees Prins ter her­denk­ing van het feit, dat daar het pam­flet werd ges­ten­cild, de oproep voor de Februari-​staking voor Zaandammers. Een oproep die ertoe lei­dde dat tien­duizen­den Zaankan­ters meed­e­den aan de Februaristaking die uiteindelijk door grof ingrijpen van de Duitse bezetters tot een groot aantal slachtoffers leidde.

Zie: Tweede Wereldoorlog 3.

Raad van Verzet (RVV)

De RVV was de Raad van Verzet, voluit Raad van Verzet in het Koninkrijk der Nederlanden, opgezet als landelijke overkoepeling van verschillende verzetsorganisaties. De achtergrond van de Raad was onkerkelijk en politiek vooruitstrevend. Deze had tot doel verzetsacties- en operaties te coördineren en zo operationele effectiviteit te verbeteren. Uiteindelijk kwam daar weinig van terecht, omdat de RVV vaak als communistische organisatie werd beschouwd.

De Landelijke Knokploegen, LKP'ers en RVV'ers begrepen elkaar meestal wel. Maar tussen OD (Ordedienst) en RVV lag een wereld van verschil. Voornaamste oorzaak van deze misvatting was het feit dat De Waarheid berichten van de RVV publiceerde en zich met deze organisatie identificeerde. De OD wantrouwde de RVV vanwege de communistische invloed daarin. Het leek de OD-leiding bovendien helemaal niet onmogelijk dat de communisten bij de bevrijding zouden proberen revolutie te maken en een greep naar de macht te doen tijdens het machtsvacuüm. De Raad van de RVV telde één communist, Gerben Wagenaar; in de RVV-groepen waren meer communisten actief. RVV wilde een echte guerrilla tegen de bezetter beginnen.

De bij de RVV aangesloten groepen in Noord-Holland waren in hoofdzaak links georiënteerd. Zo bevonden zich onder RVV-manschappen in de regio Haarlem en in de Zaanstreek veel communisten. Zij waren bijzonder actief op het gebied van sabotage en gewapend verzet. In de laatste oorlogsmaanden werden de groepen samengevoegd met andere verzetsorganisaties als de Ordedienst en de Landelijke Knokploegen, tot de Gewestelijke Sabotage Afdeling GSA, van de Binnenlandse Strijdkrachten BS.

De GSA pleegde tientallen malen sabotage aan wegen en spoorlijnen in Noord-Holland. Waaronder die op 14 april 1945 in Zaandam op de Hembrug over het Noordzeekanaal en het viaduct bij de Pieter Ghijsenlaan. De volgende dag sloegen ze opnieuw toe, bliezen in Wormerveer een spoorbrug op waardoor een zware locomotief ontspoorde. De GSA bereikte ermee, dat het spoorwegverkeer over de Zaanlijn werd lamgelegd. In de literatuur over het verzet in de Zaanstreek en in de actie- en werkrapporten van de RVV in de Zaanstreek worden vrijwel geen namen genoemd van personen die deelnamen aan de verschillende sabotageacties. Als er al namen worden genoemd, zijn dat meestal alleen die van de commandanten.

De commandant van de Gewestelijke Sabotage Afdeling in de Zaanstreek was Jan Brasser, alias Witte Ko, die deelnam aan vele geruchtmakende acties, soms samen met verzetsstrijders als Gerrit van der Veen, Jan Bonekamp en Hannie Schaft.

Zie: Tweede Wereldoorlog 2.

Ragut, Willem

Middelburg 31 juli 1897 - Zaandam, 21 juni 1944

Willem Marinus Ragut was een Nederlandse politieman die met de Duitsers samenwerkte tijdens de Tweede Wereldoorlog en daarom werd geliquideerd. Hij werd benoemd tot plaatsvervangend leider van de dienst die in het leven werd geroepen om het bezit van gedeporteerde joden te inventariseren en beheren. Vervolgens volgde een promotie tot politiechef in Zaandam.

Ragut was lid van de NSB en werkte voor de Sicherheitsdienst. In die hoedanigheid was hij verantwoordelijk voor de arrestatie van verschillende verzetsmensen. De Raad van Verzet in Zaandam besloot daarom dat Ragut geëlimineerd moest worden. Twee eerdere pogingen hem te doden waren mislukt. Via Jan Brasser kregen Hannie Schaft en Jan Bonekamp de opdracht.

De aanslag op kapitein Willem Ragut werd één van de bekendste aanslagen die het communistisch verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog in de Zaanstreek heeft gepleegd. Omdat deze aanslag Henk Taai zo fascineerde, wilde hij perse weten wat er voor, tijdens en na de aanslag precies is gebeurd.

Na de inzage van vele archiefstukken van het GAZ, het NIOD en het Nationaal archief, schept hij een beeld van wat er precies is gebeurd op die fatale dag van 21 juni 1944.

De conclusie is dat Jan Bonekamp, na de aanslag op Ragut, naar het politiebureau aan de Vinkenstraat te Zaandam vluchtte omdat hij dacht daar bondgenoten te vinden. Waarom? Lees hier verder op de site van Henk Taai.

Zie ook: Tweede Wereldoorlog 3.

Ravenswaay, Cornelis van

Amsterdam 19 september 1897 – 's-Gravenhage 3 september 1955

Cornelis van Ravenswaay was van 1941 tot 1945 een nationaalsocialistisch politicus. De voormalig zakenman en gepensioneerde legerkapitein had zich niet uit politieke overtuiging bij de Nationaal-Socialistische Beweging NSB aangemeld, maar uit ambitie burgemeester te worden. In april 1941 werd hij benoemd tot burgemeester van Zaandam. Hij ontpopte zich als radicaal voorvechter van de Nieuwe Orde, van plan om optimaal politiek gebruik te maken van de hem geboden mogelijkheden.

In maart 1942 volgde zijn benoeming tot burgemeester van Utrecht. Hier toonde hij zich een bewogen nationaalsocialist die alle bevoegdheden gebruikte om het nationaalsocialisme in te voeren in Zaandam. Hij kwam regelmatig in aanvaring met K.J. Frederiks, secretaris-generaal van het ministerie van Binnenlandse zaken. Van Ravenswaay bestrafte politieagenten die geen assistentie wensten te verlenen bij het ophalen van Joden. Per 1 februari 1943 werd Van Ravenswaay door Mussert benoemd tot gemachtigde voor Sociale Zaken in diens kabinet: de Secretarie van Staat.

Na de Tweede Wereldoorlog liep de voormalig burgemeester een veroordeling op tot een gevangenisstraf van elf jaar. Bij zijn veroordeling speelden zijn willekeur en ideologische hardheid een belangrijke rol. In 1952 kwam hij voorwaardelijk vrij. Volgens historicus Willem Melching waren de beschuldigingen tijdens zijn proces zwak en erkende Van Ravenswaay volkomen fout te zijn geweest. Gezien de destijds opgelegde strafmaat kon volgens hem gesproken worden van een politiek proces.

Roscher, Cornelis

Amsterdam 16 november 1898 - Zaandam 28 september 1953

Cornelis Roscher_1898-1953

Na een vacature van zeven maanden is bij Koninklijk Besluit tot commissaris van politie te Zaandam op 1 augustus 1937 benoemd Cornelis Roscher, inspecteur van politie 1e klasse te Amsterdam.

Roscher is op 1 mei 1919 als surnumerair bij de hoofdstedelijke politie in dienst gekomen, in 1920 werd hij inspecteur 2e klas en in 1930 inspecteur 1e klas. Aan vele bureaus deed hij dienst, van 1933 tot 1937 op het hoofdbureau bij de centrale recherche. In 1935 werd Roscher als inspecteur ingezet bij het onderzoek naar de fraude bij het Paleis voor Volksvlijt.

Juni 1938 zijn de internationale spanningen voelbaar. Cornelis Roscher nam de leiding van de plaatselijke luchtbeschermingsdienst op zich. Dinsdagavond 6 oktober 1938 is het een uur lang duister in de Zaanstreek als gevolg van een lichtverduisteringsproef waar Roscher nauw bij betrokken is.

Vrijdag 7 maart, twee dagen na de komst van NSB-burgemeester Van Raverswaay, ontvangt de Zaandamse commissaris telegrafisch bericht van de secretaris-generaal van justitie, nu de ministers in Londen zijn hebben de secretarissen-generaal de leiding van de departementen, dat hij met ingang van de volgende dag is ontslagen. Er is sprake van eervol ontslag voor de 43-jarige commissaris.

23 juni 1941 installeerde Ravenswaaij de vervanger van Cornelis Roscher; inspecteur 1e klasse J. Kemper.

→ Lees verder...

Rozeman, Albert Jan

Zaandijk 29 maart 1914 - Overveen 6 juni 1944

Albert Rozeman (schuilnamen Albert, Aro) speelde een belangrijke rol in Zuid-Drente. Kort na de inval begon hij met het samenstellen van anti-Duitse pamfletten. Hij verspreidde Vrij Nederland en Trouwen was in Hoogeveen een leidende figuur van het ambtenarenverzet.

In 1942 overlegde hij met Johannes Post en enige anderen over het organiseren van de LO in Drente, om vervolgens op te treden als geestelijk adviseur van de KP in Hoogeveen. Zijn verzetsactiviteiten bedreef hij vanuit het huis van zijn vader Steven Rozeman. Op 20 maart 1944 werden hij en zijn vader gearresteerd. Zij werden overgebracht naar het Scholtenshuis in Groningen en daar onder zware mishandelingen door de SD verhoord. Steven Rozeman werd afgevoerd naar het concentratiekamp Heinkel waar hij in januari 1945 overleed.

Albert Jan Rozeman werd overgebracht naar het concentratiekamp Vught en vervolgens naar het Oranjehotel in Scheveningen, waar hij tijdens zijn gevangenschap een grote steun voor zijn medegevangenen was. Het Polizeistandgericht 's-Hertogenbosch veroordeelde hem ter dood. Op 6 juni 1944 werd Albert Jan gefusilleerd te Overveen, met eenentwintig andere verzetsstrijders onder wie Markus Assies.

Schaap, Willem

Wormerveer 1892 - Wormerveer 30 juli 1944

Willem Schaap uit Wormerveer werd op 30 juli 1944 in zijn woonplaats neergeschoten tijdens een vuurgevecht tussen leden van de Raad van Verzet en de Duitsers. Een reconstructie met dank aan Erik Schaap:

Naarmate Hitlers oorlog slechter verliep werd de jacht op mannen voor de Arbeitseinsatz grimmiger. Degenen die in handen vielen van de bezetter gingen in eerste instantie naar een strafkamp in Amsterdam, waar hen nogal eens een weinig zachtzinnige behandeling ten deel viel. De meeste mannen deden dan ook hun uiterste best om onder te duiken of valse papieren te regelen die een niet voor uitzending geschikte ziekte of leeftijd vermeldden. De Raad van Verzet vernam op 30 juli 1944 dat er in Wormerveer een razzia gaande was. Jan Brasser: ‘In de loop van die zondag werden we gewaarschuwd. Twee jongens uit Assendelft en ik.’ Eigenlijk zou Joop Jongh er ook bij zijn, maar die was op de afgesproken dag niet thuis.

De drie, naast Brasser ook Teun Jonker en Mijndert van der Horst, gingen per fiets en stevig bewapend op de geüniformeerde bewakers en hun gevangenen af. De laatste groep betrof jonge mannen die net van het voetbalveld kwamen. Ze waren eerst meegenomen naar het politiebureau en werden inmiddels verder vervoerd. Van der Horst: ‘De jongens werden door vier bandieten overgebracht van het politiebureau naar de marechausseekazerne aan het eind van de Wandelweg.’ Brasser: ‘We kwamen bij het politiebureau en daar stonden wat vrouwen en meisjes en een enkele volwassen man. Die zei: “Waar komen jullie voor?” Ik zei: “We hebben gehoord dat er jongens opgepakt zijn.” “Ja, dat klopt”, zei ie. “Daar gaan ze!”’

Het was rond 19.00 uur, maar nog lang niet donker. De drie RVV’ers hadden dus goed zicht op de groep arrestanten toen die over de Wormerveerse Wandelweg reden. De verzetsstrijders fietsten hen achterna. Over het aantal gevangenen lopen de meningen overigens uiteen. In een naoorlogs BS-rapport wordt gesproken over zestien arrestanten, Brasser heeft het over ‘een stuk of tien jongens’, RVV’er Henk de Wit – die de slachtoffers later zou opvangen – over veertien gevangenen, Mijndert van der Horst over zestien. In het politierapport van die dag was sprake van slechts vijf opgepakte mannen.

Hoe dan ook, de gevangenen werden bewaakt door, in de woorden van Brasser, ‘twee gelaarsde Herren voor en twee achter’. Brasser zette aan, haalde in en schoot een SD’er, hij heeft het in zijn gebundelde memoires over SS’ers, aan de staart van de groep neer. Hij wist ook één van de op kop rijdende bewakers te raken. Beide mannen vielen op de grond. Brasser: ‘Ik richtte meteen op de rechts voor rijdende, zo half draaiend op de fiets. Maar die vent remde, want die had natuurlijk de schoten gehoord en toen kon ik niet schieten. Er waren van die gearresteerde jongens die tussen hem en mij in kwamen. Alles stopte en viel over de straat.’

Tijdens de ontstane schotenwisseling en in de daarop volgende chaotische situatie werden er ook onschuldigen geraakt. Los arbeider Gerardus Hendricus (Gerrit) van Heijningen (27) slaakte een gil en stortte neer. Hij, ook actief in de RVV en toevallig in Wormerveer toen hij werd aangehouden, was dodelijk getroffen. Ook de 51 jaar oude Wormerveerder Willem Schaap, wiens zoon Bertus tot de arrestanten behoorde, stierf ter plekke. Hij was op de Wandelweg om Bertus te voorzien van wat persoonlijke documenten. De derde dode was een van de SD’ers. Zijn naam is onbekend. Uit het politierapport van 30 juli 1944: ‘19.15. Verzoekt de opp. luitnt. van Politie te Wormerveer assistentie van een ziekenauto, daar een konvooi arrestanten (5 man) onder geleide van twee politieambtenaren A.C.D. was overvallen op weg naar Zaandam, waarbij enige doden en gewonden waren gevallen.’

Henk de Wit, die op deze avond ter hoogte van Plein 13 vanuit de bosjes meedeed aan het vuurgevecht: ‘We hebben net zo lang geschoten tot die jongens gevlucht waren.’ Mijndert van der Horst: ‘Na deze geslaagde aanval heeft er nimmer meer een razzia te Wormerveer plaatsgevonden, hetgeen een geweldige opluchting onder de bevolking teweegbracht en een grote sympathie voor de verzetsbeweging.’ De bevrijde gevangenen doken onder en ontsnapten zodoende aan de arbeidsinzet.

Bron: Mei tot mei

Schaft, Hannie

Jannetje Johanna Schaft, het meisje met het rode haar, wordt op 16 september 1920 in Haarlem geboren. Vader Pieter, bestuurslid van de socialistisch getinte Bond van Nederlandse Onderwijzers, is leraar aan de Rijks Kweekschool. Moeder Aafje komt uit een fel socialistisch predikantengezin. Jo is een uitstekende leerling, weinig contact met klasgenootjes, soms gepest vanwege rood haar en sproeten.

Het gezin leeft geïsoleerd. Jo groeit op met sociaal-democratische ideeën rond rechtvaardigheid en gelijkheid. Huize Schaft maakt zich zorgen het nationaal-socialisme, Mussert, zijn NSB en de meedogenloze Joden-vervolgingen in Duitsland. Jo schrijft veel ‘politieke’ en ‘rechtvaardige’ opstellen over onrechtvaardige situaties in de wereld en slaagt met een tien voor Duits. Jo besluit rechten te gaan studeren met als specialisatie volkenrecht. Doel: de Volkenbond in Genève nieuw leven in te blazen.

→ Lees verder...

Scheffer, Maarten

Westzaan, 26 oktober 1912 – Amsterdam, 18 december 1979

Maarten Scheffer, NSB-er, Nazi-politieman te Zwolle en bekend als één van de beulen van kamp Erica in Ommen. Scheffer woonde tot 1942 in de Koogse Boschjesstraat 10 woonde en vertrok daarna met zijn echtgenote naar Amsterdam.

Donderdag 24 mei 1945 werd Maarten Scheffer uit Koog aan de Zaan, die de ‘eretitel’ van Beul van Ommen droeg, door de Politieke Opsporingsdienst P.O.D. te Haarlem gearresteerd, Toen hij een dag later in het huis van Zuidervliet werd voorgeleid, ontstond er een grote volksoploop, die op het wegbrengen van de beruchte misdadiger wachtte. Was hij niet door een sterk gewapende escorte naar de Stationsstraat gebracht, het publiek zou zich waarschijnlijk niet hebben kunnen inhouden. Toen men zijn tronie in de deur van Zuidervliets huis zag verschijnen, ging er een ontzettend geschreeuw uit de menigte op. Aardsmisdadiger nummer zoveel gaat zijn gerechte straf tegemoet, meldt De Typhoon op 25 mei 1945.

De voldoening deze beul nu zelf als gevangene te zien was algemeen. De openbare voorstelling, die met hem gegeven werd, had echter beter achterwege kunnen blijven. Het oneindig laten buigen, het trappen en slaan ten aanschouwe van honderden, waaronder veel kinderen vernedert niet het individu, dat toch al te laag was gezonken voor enige vernedering, maar juist hen die daarin ‘genieten’. Onze strijd moet niet alleen gericht zijn tegen de personen, maar vooral ook tegen de geest en de mentaliteit van het Nazi-fascisme. Harde, onverbiddelijke en snelle bestraffing, dat is het wat wij moeten eisen en dan niet alleen voor hen die openbaar als misdadiger zijn opgetreden, maar ook voor hen die hun spel achter de schermen meespeelden en zich nu camoufleren door het hardst om dergelijke wraaknemingen te schreeuwen aldus De Waarheid van 26 mei 1945.

Het Bijzonder Gerechtshof te Amsterdam veroordeelde de 35-jarige Scheffer op 17 april 1946 tot de doodstraf. Scheffer, lid van het Kontroll Kommando, had zich schuldig gemaakt aan talloze mishandelingen. Strafverzwarend was dat hij zich als gevangene vrijwillig als bewaker had gemeld. De procureur sprak van 'weerzinwekkende handelingen'. Scheffer sloeg gevangenen met de kolf van zijn geweer, gooide een kruiwagen op liggende gevangenen, sloeg gevangenen tot bloedens toe met een zweep. Sadistisch en honds, noemden mede-gevangenen hem. De eis luidde 15 jaar gevangenisstraf. De doodstraf tegen Scheffer is later door de Bijzondere Raad van Cassatie teruggedraaid tot vijftien jaar cel.

Maarten Scheffer, zoon van Cornelis Martinus Scheffer en Leentje Vloon, trouwde op 3 mei 1934 met Christina Aleida Hommerson in Krommenie, zij besloten te scheiden op 29 september 1938. Hij hertrouwde op 29-jarige leeftijd met Marretje Pannekoek op 11 februari 1942 in Amsterdam, een huwelijk dat op 13 februari 1947 op een scheiding uitliep. Op 12 juli 1951 trad hij met de 31-jarige Maria Barbara Breemen (1919-1990)in het huwelijk.

Scholten, Hubart

Haarlem, 28 april 1886 - Blaricum, 1 december 1955

dr. mr. Hubart Gerhard Scholten, gemeentesecretaris van Zaandam, tijdens de oorlog ontslagen wegens zijn Deutschfeindlichen Einstellung, ereburger van Zaandam. Hubart Scholten werd 19 april 1916 tot commies-redacteur ter secretarie van de gemeente Zaandam aangesteld en op 26 oktober 1917 als gemeentesecretaris van Zaandam benoemd; voordien was hij onderwijzer en leraar staatshuishoudkunde en handelsgeschiedenis te Haarlem.

Juni 1932 werd een jeugdherberg geopend aan de Westerkerkstraat, oftewel Parkstraat te Zaandam. Voor een belangrijk deel is dit te danken aan het werk van het bestuur der stichting Jeugdherbergen in de Zaanstreek, waarvan dr. H. G. Scholten, voorzitter; A. Dubbink, secretaris en mej. E. B. Bolman penningmeesteres zijn. Tot dan toe was er aan de Zaan van jeugdherbergen wel enige sprake, maar het was toch heel primitief. De geopende herberg bevat twee slaapzalen: één van 16 bedden voor de jongens en een van 8 bedden voor de meisjes. Verder is er een dagverblijf en een keuken. De tijdelijke herbergvader is de conciërge van het nabij gelegen badhuis van Het Witte Kruis.

Na zijn benoeming, hield hij de gemeentelijke financiën op orde, zoals uitgedrukt door burgemeester In 't Veld. Toen In 't Veld tijdens de Tweede Wereldoorlog werd ontslagen door de Duitsers, weigerde Scholten samen te werken met NSB-burgemeester Van Ravenswaay. Hij werd op 7 juli 1941 ontslagen en op wachtgeld gezet. Loco-secretaris Gerrit Blom nam z'n functie waar. Van juli 1942 tot december 1943 verbleef Scholten als gijzelaar in het Interneringskamp in St. Michielsgestel.

Eind mei 1945 maakt Scholten deel uit van de Zuiveringscommissie die is samengesteld tot zuivering van het personeel der Gemeentediensten te Zaandam.

Na de oorlog volgde onmiddellijk zijn herbenoeming als gemeente-secretaris. Op 12 juli 1946 komt Scholten voor op de lijst van PvdA-leden die in aanmerking komen voor de verkiezing van het lidmaatschap van de Eerste Kamer der Staten Generaal.

Scholten nam in 1945 ook het voorzitterschap van onder meer de Vereniging tot Exploitatie en Beheer van de Openbare Leeszaal en Bibliotheek weer op zich, evenals het curatorschap van het Zaanlands Lyceum. Na zijn pensionering was hij lid van Provinciale Staten van Noord-Holland voor de PvdA.

Toen Scholten dertig jaar in dienst was bij de stad werd hij tot ereburger van Zaandam benoemd. Hij was Officier in de Orde van Oranje Nassau, ook in verband met zijn maatschappelijke functies. In Zaandam is de Dr. H. G. Scholtenstraat naar hem vernoemd.

Zie ook: Tweede Wereldoorlog 3

Schol, Willem

Zaandam, 25 augustus 1917 – Delft, 11 mei 1940

Willem Schol, dienstplichtig korporaal, was ordonnans bij Staf 1 – Verkenner Afdeling 3e Regiment Huzaren. Op 11 mei 1940 raakte hij op de Akkerdijkseweg in gevecht met de vijand en sneuvelde.

Op 6 mei 1946 werd Willem Schol bij Koninklijk Besluit postuum de dapperheidsonderscheiding het Bronzen Kruis verleend. Willem Schol ligt begraven op de begraafplaats Jaffa te Delft.

Sint, Jan

Wormerveer, 22 februari 1914 - Hardinxveld, 10 mei 1940

Zaankanter Jan Sint bevond zich als Rode Kruis-soldaat op 11 mei 1940 met vijftien collega’s op het 70-tons Rode Kruis-schip, binnenvaarder De Hoop, varend op de Merwede in de richting van Sliedrecht. Het schip liep op een magnetische mijn die explodeerde en zonk. Tien van de opvarenden, waaronder Jan Sint, overleefden het debacle niet.

In het Altena Nieuws van 1 april 1993 vraagt G.J.C.T. Hamel aandacht voor de ramp die plaats vond in de buurt van Werkendam. Het verzoek leidt tot een aantal reacties die elkaar op details soms tegenspreken. Lees voor meer details verder op de website Wilhelminasluis.

Jaren na deze ramp, in 2014, verschijnt in het blad van de Historische Vereniging Hardinxveld-Giessendam op pagina 31 het artikel Het ontplofte motorschip op de Merwede geschreven door Huib de Kok uit Hardinxveld. Hij beschrijft wat hij, fietsend op de dijk langs de Merwede, heeft gezien.

De gedenksteen van het Rode Kruis op de begraafplaats in Sliedrecht is opgericht ter nagedachtenis aan tien medewerkers van het Nederlandse Rode Kruis die door oorlogshandelingen om het leven zijn gekomen. De namen van de tien slachtoffers luiden: Gerrit Aartsen, Ambrosius Josephus Bex, Jacob Bruinzeel, Marcus Klazes de Graaf, Jacob Groeneveld, Andries Hamel, Jan Hoek, Johannes Romijn, Jan Sint, Matheus Tak en Hendrik de Vries Danil.

Slager, Albert

Hellendoorn/Nijverdal, 22 december 1885 - Soest, 24 oktober 1971

Albertus Slager, burgemeester van Wormerveer tussen 1936 en 1950. Albert Slager werkte voor zijn benoeming als burgemeester van Wormerveer 28 jaar lang in Nederlands-Indië. Hij was hoofdambtenaar bij de Deli Spoorwegmaatschappij in Nederlands Indië en vóór zijn benoeming volontair ter secretarie van Abcoude-Baambrugge. Op 18 juli 1936 verwelkomde de Wormerveerse burgerij haar nieuwe magistraat, burgemeester A. Slager. Op initiatief van Wormerveer Vooruit vond een feestelijk onthaal plaats. Burgemeester Slager, die tot 1950 in Wormerveer domicileerde, maakte faam door zijn groot verantwoordelijkheidsgevoel en zakelijke zuinigheid, maar ook als man van de klok.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog was Slager één van de burgemeesters die zo lang mogelijk aanbleven, om de burgers zo goed mogelijk af te schermen. Mei 1944 werd van de burgemeesters verlangd, dat zij inwoners zouden aanwijzen, die moesten helpen Duitse verdedigingswerken bij de kust te maken. De burgervaders Slager van Wormerveer, Allan van Koog en Van Gelderen van Zaandijk vroegen commissaris Backer van de provincie NH in Haarlem van die opdracht ontheven te worden. Backer wees het verzoek als absurd van de hand. Slager deelde mee die opdracht niet te zullen uitvoeren, werd gearresteerd en naar kamp Amersfoort getransporteerd, maar kwam in juli vrij. Daarna dook hij onder. Slager werd vervangen door Piet de Vries, adjunct-directeur Sociale Zaken te Zaandam en NSB-burgemeester van Wormer. Twee dagen na de bevrijding werd Albertus Slager herbenoemd. Na de oorlog was hij ook enige tijd waarnemend burgemeester van Wormer.

Op 1 september 1950 werd Albertus Slager, op eigen verzoek, eervol ontslag verleend als burgemeester van de gemeente Wormerveer.­

Hij was Ridder in de Orde van Oranje Nassau.

Smit, Pieter Adrianus

Koog aan de Zaan, 25 september 1913 - Berlijn-Tegel, 4 juni 1943

Machinebankwerker, constructeur, behoorde tot de Zaanse afdeling van de Stijkelgroep. Verrichtte spionage in de stellingen IJmuiden en Den Helder. Gevangen gezeten in het Oranjehotel vanaf 26 april 1941, vervoerd naar Berlijn op 26 maart 1942, op 4 juni 1943 te Tegel gefusilleerd.

Zijn naam staat vermeld op een gedenkplaat in fabriek De Bijenkorf in Koog aan de Zaan, samen met twee andere gefusilleerde Stijkelgroepleden; Evert Honig en Jan Groot.

Zie: Tweede Wereldoorlog 3. ,4.

Stelling, Dirk

Wormerveer 18 april 1904 - Kamp Vught op 17 juli 1944

Aan het begin van de twintigste eeuw trouwt Cornelis Stelling met Trijntje Joon, zij gaan wonen aan de Noorddijk in Wormerveer. Cornelis is timmerman, meubelmaker en stoffeerder van beroep. Op 18 april 1904 wordt hun eerste zoon geboren, zijn naam is Dirk. Dirk krijgt nog een zus en een broertje. Als Dirk oud genoeg is gaat hij naar school D in de Marktstraat.

Na enige tijd wil Cornelis voor zichzelf beginnen en de familie verhuist naar de Goudastraat nummer 7-9, een woonhuis met winkel. Veel geld om nieuwe spijkers te kopen is er niet. Trijntje adviseert haar man om kromme spijkers recht te slaan, zodat hij ze opnieuw kan gebruiken. Vanwege de verhuizing moet Dirk naar een andere school, school B. Oudere jongens leren hem een versje dat hij bij zijn vertrek aan zijn juffrouw moet voorlezen: Juffrouw u wordt bedankt voor het zitten in de bank, voor het staan in de hoek, voor de klappen op mijn broek, voor het slaan op mijn rug, juffrouw ik vertrek en kom nooit meer terug. Dirk zegt het versje op, terwijl de jongens die het hem geleerd hebben verderop staan te lachen.

→ Lees verder...

Stijkelgroep

De Stijkelgroep ontstond vlak na de capitulatie. Johan Aaldrik (Han) Stijkel, alias dr. Eerland de Vries, (8 november 1911 – 4 juni 1943), was leider van de groep die uit ongeveer tachtig leden bestond, voornamelijk studenten, politieagenten, officieren en ondernemers. Als onderdeel van de OD, die zich voornamelijk richtte op de machtsovername rond en na de bevrijding. Generaal-majoor Hasselman leidde de militaire tak van deze vroege verzetsbeweging.

Vanaf midden 1940 maakten Hendrik Ero en zijn vrouw Louise Ero-Jambon deel uit van het verzet. Door het vervoeren en verbergen van wapens die afkomstig zijn van de Artillerie-Inrichtingen via directeur Frans den Hollander. Ook hielpen zij Engelandvaarders en Britse piloten. Het initiatief een verzetsgroep in het leven te roepen lag bij reserveofficier en directeur van Unilever, Johan Hendrik Westerveld, sinds juni 1940 betrokken bij de opbouw van de OD, de OrdeDienst. Een voornamelijk militaire organisatie.

De reclamechef van Unilever, Thomas R. van Slooten, was bevriend met Zaandijker Pieter H. de Jong, directeur van de Zaanse Stoomdrukkerij. Hij startte met onder andere Dick de Vries, Evert Honig, Hilko Glazenburg, Jan Neuteboom, Jan Groot en nog een man of tien, een verzetsgroep die wapens en explosieven ontvreemde, sabotage pleegde, spioneerde en geallieerde piloten hielp. De organisatie binnen de groep verliep rommelig.

Verraad
De SicherheitsDienst SD heeft de groep al eind 1940, begin 1941, op de korrel. Top-V-man van de SD Bernard van Ligten doet zich in de Zaanstreek voor als Johnny, een Engels geheim agent waarvan de zendapparatuur niet meer werkt. Jacob Kerkhoven en Theodorus van Kleef werken op dat moment als kelners bij De Waakzaamheid en waren er van op de hoogte dat het echtpaar Ero, evenals Evert Honig, in het verzet zat. Beide heren deden wel eens wat voor de OD.

Johnny overhandigde de kelners een in het Engels geschreven briefje dat zij naar Honig brachten. Vanwege het slechte Engels vertrouwde Honig het niet en dan blijkt dat Johnny waarschijnlijk een V-man is. Niet veel later zeggen de kelners dat Van Kleef Johnny heeft geliquideerd.

Ruim twee jaar na zijn ‘liquidatie’, waarschuwt de illegale pers voor Johan van Ligten, hij blijkt te werken voor een andere organisatie en blijkt niet geliquideerd. Na de oorlog is er vermoeden dat Van Kleef en Kerkhoven waarschijnlijk voor geld verraad hebben gepleegd. Toch worden beide kelners later opgepakt door de Duitsers, maar worden relatief laag gestraft. Geen doodstraf, wel verbanning naar een concentratiekamp. Beiden overleven de oorlog niet.

De groep hield zich voornamelijk bezig met spionage om informatie over de Duitse bezetting naar Engeland te brengen. Stijkel werd met twee andere leden gepakt zodra hij de haven van Scheveningen verliet. Binnen de organisatie waren politieagenten geïnfiltreerd die voor de Duitsers werkten. Verder bleek de rijke halfjoodse man Casper Gaaikema die ook meevaart, hij zou de Stijkelgroep voor de overtocht betalen, achteraf de SD-infiltrant Willem van Dam te zijn.

Op 2 april 1941 blokkeerden de Nazi's de haven en hielden zo de motorbotter KW 133 Eendracht aan. De andere verrader was SD-man Jan Wezel waarop de kern van de groep snel werd opgerold. Op 10 april 1941 zaten 47 mensen vast in het Oranjehotel te Scheveningen.

Later concludeerden onderzoekers dat er sprake was van veel beginnersfouten. Het verzet had aanvankelijk weinig notie van de professionele opsporingsmethoden en de meedogenloze aanpak van de Nazi’s. Beide verraders, Van Dam en Wezel, onthulden tijdens hun proces in 1949 dat de SD de Stijkelgroep al voor hun actie in april 1941 was geïnfiltreerd in de persoon van Bernardus van Ligten. Volgens SD-chef Kolle één van de beste spionnen die voor Duitsland werkte.

De aanklacht in de rechtszaak tegen de leden van de Stijkelgroep was: spionage en toebrengen van schade aan de Duitse Wehrmacht. Op 26 september 1942 lag het Reichskriegsgericht, het hoogste militaire hof, 39 doodvonnissen op. Zes van hen kregen gratie en werden verbannen naar een tuchthuis, één verzetsstrijder overleed in gevangenschap. Gevangenispredikant Harald Poelchau begeleidde de Stijkelgroep in periode. De houding van de groep maakte diepe indruk op hem.

Op 4 juni 1943 werd ’s morgens op Berlijn-Tegel vanaf acht ’s uur morgens iedere vijf minuten een ter dood veroordeelde gefusilleerd. Stijkel zelf is de eerste. Het verhaal gaat dat de ter dood veroordeelden in de wagen die hen naar de executieplaats bracht het Wilhelmus zongen. Zij werden één voor één doodgeschoten. De meesten hadden verzocht niet te worden geblinddoekt.

De 32 leden die op 4 juni 1943 in Berlijn/Tegel werden gefusilleerd:
8.05 uur Johan Aaldrik Stijkel, geboren 8 oktober 1911 in Rotterdam
8.11 uur Cornelis J. Gude, geboren 24 april 1916 in Soerabaja
8.15 uur Cornelis Drupsteen, geboren 17 februari 1913 in Zwolle
8.19 uur Willem A. Helmers, geboren 12 juli 1917 in Soerabaja
8.24 uur Jan F. Helmers, geboren 23 april 1910 in Hengelo
8.30 uur Maarten Hoek, geboren 20 februari 1917 in Katwijk aan Zee
8.34 uur Arie van der Plas, geboren 18 april 1899 in Katwijk aan Zee
8.39 uur Willem van der Plas, geboren 22 augustus 1896 in Katwijk aan Zee
8.42 uur Hendrik Dirk Stephaan Hasselman, geboren 22 september 1880 in Zoele
8.47 uur Jean P. Bolten, geboren 17 februari 1883 in Den Haag
8.51 uur Pieter de Koning, geboren 10 januari 1919 in Naaldwijk
8.54 uur Jacobus C. Thomas, geboren 21 augustus 1909 in Utrecht
8.59 uur Hendrik Ero, geboren 10 juli 1886 in Zaandijk
9.04 uur Barend Davidsen, geboren 10 mei 1907 in Zwolle
9.08 uur Jacob Naber, geboren 31 mei 1920 in Maarssen
9.11 uur Johannes G. Vrolijk, geboren 30 april 1920 in Zwijndrecht
9.18 uur Hermanus P.C. Zanen, geboren 28 maart 1893 in Den Haag
9.23 uur Rudolf E. Gostelie, geboren3 juli 1905 in Den Bosch
9.27 uur Bartholomeus H. Bloembergen, geboren 12 maart 1905 in Den Haag
9.32 uur Gerardus J.M. van der Marel, geboren 18 februari 1917 in Den Haag
9.37 uur Johan J.F. de Vries, geboren 13 juni 1915 in Vlissingen
9.41 uur Hendrik G. Stoppendaal, geboren 7 februari 1916 in Den Haag
9.46 uur Willem Wagenaar, geboren 24 mei 1919 in Nijmegen
9.51 uur Cornelis J.L. Wolzak, geboren 14 dec. 1914 in Batavia
9.55 uur Evert Honig, geboren 9 november 1914 in Koog aan de Zaan
10.01 uur Pieter de Jong, geboren 6 november 1912 in Heemstede
10.06 uur Jan Groot, geboren 5 maart 1893 in Wormerveer
10.10 uur Pieter A. Smit, geboren 25 september 1913 in Koog aan de Zaan
10.14 uur Dick de Vries, geboren 10 juni 1915 in Koog aan de Zaan
10.19 uur Jan Neuteboom, geboren 29 april 1903 in Hoorn
10.23 uur Jacobus A. Lotgering, geboren 7 januari 1886 in Meppel
10.28 uur M. Hes, geboren 15 december 1903 in Amsterdam

De namen van de elf slachtoffers, die op ander wijze in Duitsland zijn omgekomen:

  • 1. Jean C. Baud, geboren 16 juli 1919 in Arnhem - overleden 15 juni 1944 te Sonnenburg bij Kstrin.
  • 2. Louise Ursula Ero-Chambon, geboren 11 februari 1891 in Sanillac (Frankrijk) - overleden 31 december 1944 in het concentratiekamp Ravensbruck.
  • 3. Jan van Hinte, geboren 20 maart 1890 in Purmerend, overleden vermoedelijk in 1943 in concentratiekamp Bergen Belsen.
  • 4. August van der Honert, geboren 15 oktober 1886 in Amsterdam, overleden 7 februari 1945 in het concentratiekamp Sachsenhausen
  • 5. Cornelis A. Jelier, geboren 30 december 1901 in Groningen, overleden vermoedelijk februari 1945 in concentratiekamp Bergen Belsen
  • 6. Hendrik Kuipers, geboren 11 maart 1899 in Emmen, overleden maart 1945 in concentratiekamp Sachsenhausen
  • 7. Johannes J. Moret, geboren 29 september 1880 Rotterdam, overleden vermoedelijk in 1945 in concentratiekamp Oraniënburg
  • 8. Pieter Mulder, geboren 2 februari 1900 in Dirksland, overleden in Buch bij Berlijn (in een ziekenhuis aan een natuurlijke dood gestorven)
  • 9. Johan R. Renkema, geboren 16 oktober 1919 in Den Haag, overleden 12 oktober 1944 in Liegnitz (Legnica)
  • 10. Alexander W. K. Tamson, geboren 25 februari 1883 in Den Haag, overleden 26 november 1943 in Sonnenburg bij Kstrin
  • 11. Nico Wagenaar, geboren 20 november 1914 in Rotterdam, overleden 7 januari 1945 in concentratiekamp Bergen Belsen

De namen van de vier die na de bevrijding uit Duitsland terugkeerden :

  • Mevr. W.S. Van Deth, Den Haag
  • Mevr. W. van Hinte – de Bruin, Zaandam
  • Mevr. R. Lotgering – Hillebrand, Amsterdam
  • H. Glazenburg, Haarlem.

Zie: Tweede Wereldoorlog 3.

Stodel, Hijman

Amsterdam 8 juni 1912 – Midden-Europa 21 januari 1945

Hijman Stodel, metaalarbeider, was getrouwd. Het echtpaar kreeg vier kinderen. Alle kinderen hebben de oorlog overleefd.

Hijman Stodel's naam staat vermeld op het Verblifa-monument als: H. STODEL ONBEKEND OUD 33 JAAR

Bron oa: Joods Monument

Zie: Tweede Wereldoorlog 3.

Stok, Andries van der

Wethouder in Zaandam in de Tweede Wereldoorlog

De 47-jarige Andreas van der Stok was, toen Van Ravenswaay regerings-commissaris werd na de Februari-staking in juni '41, wethouder van de bedrijven geworden. Daarmede gaf hij blijk van ingenomenheid met de toestand, die door de bezetting was geschapen. Daarvoor had hij zich te verantwoorden voor de Zaanse kamer van het Haarlemse tribunaal, die donderdagmorgen 22 mei 1947 bijeenkwam.

Uit sociaal oogpunt behoefde Van der Stok, die technisch installateur bij een Zaandams bedrijf was, de stap naar de NSB zeker niet te doen. In 1933 was hij reeds toegetreden, omdat hij de verdeling in corporaties, zoals de NSB die zich voorstelde, ten zeerste waardeerde en als uitkomst voor de Nederlandse crisis van die tijd zag. In 1937 stapte hij op advies van de commissarissen van de NV uit de beweging, al bleef hij volbloed NSB-er. Dat bleek wel toen hij zich eind 1940 opnieuw als lid meldde, om dit gedurende de oorlogsjaren te blijven.

De aanklacht vermeldde niet minder dan tien punten, die de voorzitter, mr Goudsmit, elk als een aparte stap beschouwde en niet zag als een logisch gevolg voortvloeiende uit het vorige.

Verdachte had met Vova en andere periodieken van nationaal-socialistische inslag gecolporteerd, was kringen districtsvertegenwoordiger van het economisch front geweest, had zich gemeld als lid van de motorweerafdeling der NSB, was lid geweest van de Ned. Volksdienst en begunstigend lid van de technische noodhulp en lid van het technische gilde. Voorts had hij tal van vergaderingen bezocht en het insigne der NSB gedragen. Het sociaal-economisch genootschap Nederland-Europa had eveneens zijn belangstelling. In zijn hoedanigheid als wethouder heeft hij bevorderd, dat partijgenoten in de opengevallen gemeentelijke functies benoemd werden. Bovendien had hij eenmaal appèl gehouden onder de personeelsleden van het gemeentelijk gasbedrijf, waarvoor hij een spreker van het NAF had uitgenodigd voor een propagandaspeech.

Natuurlijk had ‘wethouder’ Van der Stok ook idee gehad in een burgemeestersbaantje. Hij had een cursus doorlopen en was eenmaal uitgenodigd door commissaris Backer en eenmaal door een Duitse instantie. Laatstgenoemde instantie had hem zelfs de eerste post van de gemeente Enschede willen geven, maar daar dit beneden zijn waardigheid was, bedankte Van der Stok voor het aanbod.

→ Lees verder...

Struikelstenen

De Werkgroep Struikelstenen Zaanstad wil in 2019 en 2020 alle Zaanse Joden die omkwamen tijdens de Tweede Wereldoorlog gedenken met een struikelsteen. Daarvoor is een aanzienlijk geldbedrag nodig. De werkgroep roept belangstellenden daarom op om één of meer struikelstenen te adopteren of op een andere manier financieel bij te dragen.

Lees verder op de website van Stedelijk Comité 4 en 5 mei Zaanstad.

Swart, Wim

Zaandam 30 september 1929 - Zaandam, 22 juli 1990

Willem (Wim) Swart, journalist, begon zijn journalistieke carrière in 1947 als verslaggever bij De Waarheid. In 1953 schreef hij als freelancer voor De Zaanlander en maakte in 1965 de overstap naar Dagblad voor de Zaanstreek De Typhoon. Hij kwam in dienst als raadsverslaggever, een functie die hij twintig jaar zou vervullen. Hij groeide uit tot deskundige op het gebied van Zaanse gemeentepolitiek.

Swart's tweede specialisatie was de Tweede Wereldoorlog. Een artikelenreeks voor De Typhoon, De Zaanstreek in bezettingsjaren, werd in 1980 in boekvorm uitgegeven.

Vanaf het midden van de jaren '80 schreef hij vrijwel dagelijks een commentaar voor De Typhoon, waarin hij van zijn veelzijdige deskundigheid blijk gaf. Voor de Encyclopedie van de Zaanstreek schreef hij onder meer de artikelen Tweede Wereldoorlog en over de samenvoeging van de Zaangemeenten in 1974.

Wim Swart's zoon Rob Swart trad als verslaggever in het voetspoor van zijn vader.

Swolfs, Josephus

Zaandam 8 mei 1915 - Vught 25 juli 1944

Josephus Swolfs, roepnaam Sjef, laboratorium-assistent, zoon van Theodora Johanna Maria Renard en Josephus Franciscus Swolfs, wordt gevraagd om lid te worden van een communistische sabotageploeg in de Zaanstreek. Sjef en één van de leiders van de groep, Gerard, kennen elkaar, eerder werkten ze samen bij de Artillerie Inrichtingen. Sjef was afkomstig uit een arm gezin, zijn vader was ambtenaar met een karig loon. Sjef besluit lid te worden van de CPN en blijft dat ook tijdens de oorlog, hoewel dat naar Duitse maatstaven strafbaar is. Sjef kan slecht tegen onrecht. Op de lagere school neemt hij het op voor kinderen die onterecht gestraft worden. De stap naar het verzet is voor Sjef een logische.

Gedurende de oorlog pleegt hij verzetsdaden, gebruik makend van bij de Artillerie Inrichtingen achterover gedrukte wapens en explosieven. Ze weten daarbij aan de aandacht van de Nazi's te ontsnappen, tot er in 1944 een groot deel van de verzetsgroep wordt verraden en opgepakt. Sjef weet de dans tijdig te ontspringen en duikt onder.

Op 8 december 1943 stuurde de SD Kriminal Sekretär Ruhl, Gerard Kuiters naar de Zaanstreek. Deze Kuiters, vóór de oorlog al een fanatiek NSB-er en WA-er, ontpopte zich tijdens de oorlog als een wreed mensenjager. Als rechercheur van de arresteerde Kuiters verschillende verzetsstrijders en joden. Hij leverde ze persoonlijk aan de Euterpestraat af. Ruhl en zijn makkers Lages en Viebahn hadden in de Zaanstreek al behoorlijk toegeslagen en in oktober en november vielen vele CPN-functionarissen in hun handen. De meeste wisten aan hun belagers te ontkomen en ontsnapten.

Eén van hen was Sjef Swolfs. De SD nam de zaak hoog op. Nog diezelfde dag werd er aangebeld bij de familie Swolfs. Z'n vrouw Lien deed open, een jongeman vertelde haar dat hij van Smit kwam en met Sjef wilde spreken. Lien liet zich overtuigen en regelde het contact. ’s Avonds verscheen de man weer. Hij vertelde Sjef bonkaarten te kunnen leveren. Er werd afgesproken hoe en waar dat plaats zou moeten vinden.

Tegen achten stapte hij op en vroeg hen of zij een hotelletje kenden want het was te laat om terug te gaan naar de stad. Zij wezen hem de weg naar hotel Reitsma en liepen met hem op. De beide kinderen Alie en Sjeffie bleven onder de hoede van hun grootouders achter.

Bij hotel Reitsma aangekomen draaide de jongeman zich om, richtte een revolver op Sjef en Lien en zei 'handen omhoog of ik schiet'. Even later zaten zij op het politiebureau aan de Zaanse Vinkenstraat en werden door de man en twee agenten naar de Euterpestraat in de hoofdstad gebracht. Hij maakte zich bekend als Gerard Kuiters.

Op 24 mei 1944 volgde een schertsproces door de 'Deutscher Generalstaatsanwalt in den besetzten Niederländischen Gebieten' te Utrecht en werd Sjef wegens communistische activiteiten ter dood veroordeeld. Via het Oranjehotel komt hij in Vught terecht en wordt daar op 25 juli 1944 door de Duitsers gefusilleerd.

In februari 1949, herkende Lien de moordenaar van haar man in het Amsterdamse gerechtshof. De rechtszaal bood een merkwaardige aanblik; geen van de aanwezigen droeg een uniform. Een psychiater overtuigde het hof eerder dat de SD-er een aversie tegen uniformen zou hebben. De rechtbank eiste zes jaar gevangenisstraf voor Kuiters, een barmhartige justitie veroordeelde de nazi tot slechts drie jaar en acht maanden.

Het was moeilijk aan te nemen dat al deze feiten de autoriteiten onbekend waren. SD-er Kuiters doet bepaald geen moeite om zijn vroegere en hedendaagse activiteiten te verbergen. Bovendien herinnert hij de politie voortdurend aan zijn bestaan. De man, die prat gaat op zijn lichaamskracht, heeft de handen los aan het lijf. Hij slaat er gauw en graag op los. Meer dan één agent zou daar staaltjes van kunnen vertellen.

Evenmin is zijn mede-firmant Pistolen-Paultje een onbekende en zeker niet sinds de recherche een wapenarsenaal in zijn badkamer ontdekte. Ook de HINAG-activiteiten zullen nu toch zo langzamerhand wel eens tot de justitie zijn doorgedrongen en anders leest zij er De Waarheid nog maar eens op na. Voorts is er de Casablanca zélf. De Schnellboot, uitgerust met de modernste navigatiemiddelen en zware motoren, is niet bepaald een scheepje dat je gemakkelijk over het hoofd ziet. Wat mag wel de reden zijn, dat de autoriteiten het piratenschip nog steeds als een onschuldig plezierjacht behandelen?

Bronnen:

  • Overlijdensregister kamp Vught,
  • Dagblad de Waarheid,
  • Jan Brasser, 'Witte Ko, herinneringen uit het gewapend verzet.'

Zie: Tweede Wereldoorlog 3.4.

Thomas, Jacobus Cornelis

Utrecht, 21 augustus 1909 - Berlijn-Tegel, 4 juni 1943

Jacobus Cornelis Thomas 1909-1943

Jacobus Cornelis Thomas was van beroep hotelhouder en eigenaar van De Nieuwe Sociëteit in Wormerveer. Vlak na de bezetting trad hij toe als lid van de illegale Stijkelgroep. Hij werd na verraad al vroeg in de oorlog gevangen gezet in het Oranjehotel van 5 mei 1941 tot 1 maart 1942 in de cellen 523, 339 en 767. Een celgenoot tekende uit de mond van Dick de Vries op dat ‘hij gedurende zes maanden tezamen met Hendrik Ero en Jacobus C. Thomas de twaalf Engelsen die dichtbij Van Hinte te Wormer verstopt waren en van daaruit spionage en sabotage pleegden, had verzorgd en onderhouden’.

Jacobus C. Thomas werd na een lang verblijf in Berlijn op 4 juni 1943 te Tegel met 31 lotgenoten van de Stijkelgroep gefusilleerd.

Uit Berlijn werd begin juni 1947 bericht ontvangen, dat de stoffelijke overschotten van de 32 personen die op 4 juni 1943 te Tegel bij Berlijn werden gefusilleerd, binnen enkele weken in Nederland konden worden verwacht. De namen van hen, die op genoemde datum sneuvelden, zijn: Bartholomeus H. Bloembergen, Jacobus A. Lotgering, luit.-kolonel Jean P. Bolten, C. J. M. van der Marel, Barend Davidson, J. Naber, Cornelis Drupsteen, Jan Neuteboom, Hendrik Ero, Arie van der Plas, Rudolf E. Gostelie, Willem van der Plas, Jan Groot, Pieter A. Smit, luitenant Cornelis J. Gude, Hendrik G. Stoppendaal, generaal majoor Hendrik D. S. Hasselman, drs. A. J. Stijkel, Jan F. Helmers, Jacobus C. Thomas, Willem A. Helmers, Dick de Vries, mr. M. Hes, Johan J. F. de Vries, Maarten Hoek, Johannes G. Vrolijk, Evert Honig, Willem Wagenaar Jr., Pieter H. de Jong, Luitenant Cornelis J. L. Wolzak, Pieter de Koning, Hermanis P. C. Zanen.

De lichamen werden bijgezet in een eregraf op Westduin (Ockenburg). Van de Stijkelgroep kwamen nog 11 personen in concentratiekampen, gevangenissen of op andere, vaak onbekende wijze om het leven. Slechts vier personen van de groep keerden, na veel ontberingen, naar Nederland terug.

Zie: Tweede Wereldoorlog 3. 4.

Thomassen, Wim

Amsterdam, 3 oktober 1909 - Bergen NH, 16 juni 2001

Burgemeester Thomassen en koningin Juliana bij haar bezoek aan Zaandam in 1957. Bron Creative Commons Wikimedia.org

Willem (Wim) Thomassen, burgemeester van Zaandam van 1948 tot 1958, nadien burgemeester van Enschede en Rotterdam, lid Eerste en Tweede Kamer. Wim Thomassen werd opgeleid aan de MTS en vervolgens tot onderwijzer. In 1931 was hij vier maanden werkzaam aan de Kattegatschool te Zaandam. In Limburg functioneerde hij als voorzitter van de Arbeiders Jeugd Centrale. In 1936 volgde benoeming tot bezoldigd bestuurder, secretaris en redacteur van de socialistische jongerenorganisatie.

De AJC werd in 1940 opgeheven, toen de bezetter greep op de vereniging trachtte te krijgen. Thomassen vond in 1936 werk in zijn woonplaats Velsen, later in IJmuiden, in 1943 dook hij onder. Hij raakte betrokken bij verzetskranten als medewerker van Vrij Nederland. Door vrijwillige indiensttreding kwam een einde aan dit werk. Hij werd reserve-majoor van de algemene dienst en kwam op 8 mei 1945 als militair commissaris voor Zaanstreek-Waterland in Zaandam aan. In augustus van datzelfde jaar werd hij secretaris van de Nederlandse Volks Beweging (NVB), die een sleutelrol speelde in de na-oorlogse politieke vernieuwing.

Voorts bereidde hij als secretaris mede de oprichting van de PvdA voor. Na de oprichting van deze partij in 1946 werd hij secretaris tot in 1948 en tot 1965 lid van het partijbestuur. Van 1946 tot in 1948 zetelde hij in de Tweede Kamer. In mei 1948 werd hij benoemd tot burgemeester van Zaandam. In de daaropvolgende jaren van de Koude Oorlog kreeg hij de naam een 'communistenhater' te zijn, vanwege zijn scherpe opstelling jegens de CPN. Onder zijn leiding vond de economische wederopbouw van Zaandam plaats. Zaandam had in deze jaren relatief weinig last van arbeidsonrust. Van 1949 tot 1958 was hij voorzitter van het gewest Noord-Holland Noord van de PvdA. Bij zijn afscheid van Zaandam werd hij tot ereburger van die gemeente benoemd.

Thomassen werd in 1958 benoemd tot burgemeester van Enschede en van 1965 tot in 1974 burgemeester van Rotterdam. Van 1961 tot in 1971 was hij lid van de Eerste Kamer. Voorts was hij bestuurder van een aantal internationale organisaties. Hij ontving een aantal buitenlandse onderscheidingen en was Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw en Groot-Officier in de Orde van Oranje Nassau.

→ Lees verder...

Toby, Henk

Krommenie 12 juli 1916 – Heiloo 16 april 2010

Henk Toby, pseudoniem Henk van Vliet, Henk van Noord-Holland, van gereformeerde afkomst, gehuwd met Ida Verkuyl, werkzaam bij het bedrijf van z'n ouders, Toby's Woninginrichting N.V. aan de Zaanweg 119 in Wormerveer. Raakte betrokken bij hulp aan onderduikers en was actief bij de verspreiding van het verzetsblad Vrij Nederland. Nadat een aantal reactieleden zich op basis van hun levensovertuiging niet meer konden conformeren met Vrij Nederland richtten zij Trouw op, lang de grootste illegale krant van Nederland.

Henk Toby werd vanaf maart 1943 als provinciaal leider verantwoordelijk voor de verspreiding van 10.000 Noordhollandse exemplaren per drie weken. Exemplaren die hij met Jaap Boot per rijwiel door de provincie distribueerde. Vanuit de woninginrichtingszaak als thuisbasis onderhielden ze contacten met een Zaans netwerk van gereformeerde en doopsgezinde drukkers en clichémakers als Dirk Kleiman die tienduizenden valse persoonsbewijzen, stempels en andere ondermijnende producten over het land verspreidden.

Vanwege zijn verzetswerk werd Toby in februari 1944 door de Haarlemse S.D. gearresteerd. Na een aantal bijzonder ruw verlopende verhoren waarbij hij over z'n rol bij Trouw wist te zwijgen werd hij via Kamp Vught naar concentratiekamp Dachau gevoerd. Ondanks misdaden die Toby later zou benoemen als krankzinnig en onbeschrijflijk, overleefde hij, lijdend aan difterie, de inktzwarte periode en keerde op 31 mei 1945 terug in de Zaanstreek. Toby zette zich naderhand onder meer in voor het Nederlands Dachau-comité.

Henk Toby is:

Lees ook: ’Ik heb gezwegen over Trouw’ waarin Henk Toby op 1 mei 2010 als 93-jarige wordt geïnterviewd voor het dagblad Trouw.

Tweede Wereldoorlog

De gevolgen van de Tweede Wereldoorlog voor de Zaanstreek en haar inwoners kunnen niet los worden gezien van wat toen elders gebeurde. Bezetting, verlies van vrijheid, armoede, deportaties, spoorwegstaking, honger, verzet en executies, de Zaanstreek kreeg er haar deel van.

Voor de samenhang eerst algemene overzichten, een internationaal en een nationaal.

→ Lees verder...

Typhoon, Dagblad voor de Zaanstreek

Dagblad, oorspronkelijk illegaal verzetsblad, aanvankelijk uitgegeven door De Typhoon bv te Zaandam, later door uitgeversmaatschappij Midden Noord-Holland, Damiate Holding Haarlem. Het eerste exemplaar van De Typhoon verscheen op 12 oktober 1944 en werd uitgebracht door de Rooms Katholieke Centrale, RKC, zie ook: Tweede Wereldoorlog. De makers kwamen allen uit de illegaliteit. Het idee van een Zaanse illegale krant kwam van Jan Vos, verzetsnaam: P. Groen, die eerder in Brabant bij een illegaal blad betrokken was geweest. Doel was een regelmatige berichtgeving te verzorgen en de lezers tot verzet te stimuleren.

→ Lees verder...

Veer, Willem van 't

Assendelft 26 april 1911 - Dachau 26 februari 1945

Willem van 't Veer 1911-1945

Willem van 't Veer was een werknemer van de Vereenigde Blikfabrieken in Krommenie. Tijdens de april mei-staking van 1943 werden aan de Blikfabriek Verblifa in Krommenie enige arbeiders gearresteerd. De aanleiding tot de staking was de bekendmaking op 29 april 1943, dat Nederlandse oud-militairen die gevochten hadden tijdens de Duitse aanval op Nederland in 1940 zich vrijwillig moesten melden voor krijgsgevangenschap. De volgende dag 1 mei 1942 aan het einde van de ochtend verschijnt er een overvalwagen in het dorp. Er wordt gericht gezocht naar twaalf stakers, waaronder Willem van 't Veer.

Burgemeester Jongsma, politie-agent en overtuigd NSB-er, heeft namen van de stakers aan de bezetter op moeten geven. Aanvankelijk verklaart hij die door loting te hebben gekozen. Later blijkt hij toch de directie gevraagd te hebben. Nadien valt het op dat de stakers allen ongeschoolde arbeiders zijn. Geen vakmannen als elektriciens, bankwerkers, lithografen enz.

Willem van 't Veer werd als represaille naar een concentratiekamp gestuurd. Hij overleed in concentratiekamp Dachau op 26 februari 1945.

Zie: Tweede Wereldoorlog.

Verdonk, Gerrit

Zaandijk 11 augustus 1889 - Zaandam 13 september 1944

Zaandijker drogist Gerrit Verdonk werd op 12 september 1944 aangehouden en op 13 september 1944 bij de Leeghwaterweg doodgeschoten aan de noordkant van de Leegwaterweg buiten Zaandijk, evenals drie todeskandidate, verdachte strijdkrachten, Johan de Barbanson, Herman Groenendijk en Pieter Hartog, uit de gevangenis van Amsterdam. Verdonk verborg een parachute in zijn winkel, afkomstig uit de aangeschoten USAAF Consolidated B-24J Liberator bommenwerper Betty Jane die op 11 september 1944 om twee uur boven de Kalverpolder door de bemanning van het toestel wordt verlaten. Het gehavende toestel werd uiteindelijk veilig aan de grond gezet in Engeland.

Zie: Tweede Wereldoorlog 4.

Verduisteringsproef

Als gevolg van toenemende internationale spanningen waardoor de kans op een eventueel gewapend conflict kan ontstaan roepen de burgemeesters van de Zaanstreek haar bewoners op 1 oktober 1938 op voor een verduisteringsproef.

→ Lees verder...

Versnel, Klaas

Wormerveer 17 februari 1900 - Kassel 20 februari 1945

Klaas Versnel 1900-1945

Klaas Versnel was eigenaar van een drukkerij aan de Zaanweg te Wormerveer. Hij maakte deel uit van de Zaanse Groep-Kleiman die voor de landelijke organisatie LO voor hulp aan onderduikers werkte. Hij hield zich onder meer bezig met het vervalsen van papieren als voedselbonnen, paspoorten en persoonsbewijzen van Joodse mensen zodat zij konden vluchten.

Klaas werd verraden waarna hij door de bezetter is opgepakt op 25 oktober 1943. Hij werd veroordeeld tot een tuchtstraf van acht jaar. Op 20 februari 1945 overleed hij in het tuchthuis Wehlheiden te Kassel. Nadien werd hij herbegraven bij het Nationaal Ereveld in Loenen.

Zie: Tweede Wereldoorlog 3. en 4.

Bron: Oorlogsgravenstichting

Vijlbrief, Nicolaas

Leiden, 24 februari 1890 – Velp, 4 maart 1972

Nicolaas Vijlbrief in 1931

Burgemeester van Westzaan van 1951 tot 1955. Nicolaas Vijlbrief verbleef van 1914 tot 1924 in Nederlands-Indië, waar hij onder meer onderwijzer LO en MULO en vakbondsbestuurder was, mede-oprichter en directielid was van de nv Handelsdrukkerij de Indische Courant. Als gewezen redacteur-commissaris van de Suikerbond schreef hij in 1923 een artikelen-reeks over het Gewijzigd Ontwerp Burgerlijk Wetboek in verband met een wettelijk geregelde arbeidsovereenkomst, verschenen in een aparte bundel uitgegeven door de Suikerbond.

In een artikel in Het Volk hekelt Vijlbrief de praktijken van die werkgevers, die door middel van een propagandist van een politieke partij de opperste hoofden van de Inlandse bevolking beïnvloedden waardoor de ergste corruptie en de meest geraffineerde onderdrukking van de vrije meningsuiting van de bevolking werd veroorzaakt.

Na zijn terugkeer naar Nederland was hij onder meer chef-redacteur van het Rotterdams sociaal-democratische dagblad 'Voorwaarts' en redacteur van 'De Ambtenaar'. Hij werd in januari 1927 gekozen tot bezoldigd lid van het hoofdbestuur van de Nederlandse Ambtenaarsbond. In 1937 kwam hij voor de SDAP in de Eerste Kamer.

Van 5 mei 1942 tot 19 april 1943 werd hij door de Duitsers als gijzelaar vastgehouden in St. Michielsgestel. In juni, september en oktober 1940 namen de nazi's een groot aantal vooraanstaande Nederlanders gevangen. Hun gijzeling was een reactie op de gevangenneming van Duitsers in Nederlands-Indië. De door de nazi's opgepakte mensen werden daarom de Indische gijzelaars genoemd. Zij werden uiteindelijk in kamp Sint-Michielsgestel geïnterneerd. Eerst verbleven zij in een concentratiekamp in Schoorl, later in een aparte sectie van het concentratiekamp Buchenwald in Duitsland en vandaar werden ze overgebracht naar het Groot-Seminarie in Haaren, Brabant. Pas in mei 1942 werden zij toegevoegd aan ongeveer 460 Nederlanders die op 4 mei 1942, gevangengenomen werden en geïnterneerd in Klein Seminarie Beekvliet in St. Michielsgestel. De Indische gijzelaars werden nooit beschouwd als sabotagegijzelaars, die met hun leven borg stonden voor anti-Duitse daden bedreven door de Nederlandse ondergrondse. Begin 1943 werden de Indische gijzelaars overgeplaatst naar de Ruwenberg, op loopafstand van St Michielsgestel, waar ze veel meer vrijheden kregen dan de gijzelaars die achterbleven in St Michielsgestel.

Na de oorlog was Vijlbrief PvdA-wethouder Onderwijs van Voorburg en de eerste voorzitter van de door fusie tot stand gekomen Algemene Bond van Ambtenaren. In 1951 volgde zijn benoeming tot burgemeester van Westzaan.

Na zijn pensionering in 1955 vertrok hij naar Arnhem. Vijlbrief was Officier in de Orde van Oranje-Nassau.

Vitters, Hendrik

Rotterdam, 23 juli 1903 - Maastricht, 4 mei 1977

Hendrik Vitters was een Nederlandse zeevaarder en politicus. Hij collaboreerde tijdens de Tweede Wereldoorlog met de Duitse bezetter en was van 1942 tot 1945 burgemeester van Zaandam.

Lees verder op wikipedia.

Zie: Tweede Wereldoorlog Wereldoorlog 3.

Vredenburg, Willem

Krommenie, 19 september 1913 - Krommenie, 22 januari 2000

Willem Vredenburg, woonachtig aan de Klaas Katerstraat 17 in Krommenie was werkzaam bij Blikfabriek Verblifa en nam deel aan de april-meistaking in 1943. Als represaille werd hij samen met veertien collega-werknemers aangehouden, ter dood veroordeeld en naar een concentratiekamp verbannen. Willem Vredenburg arriveerde na omzwervingen op 26 mei 1944 in concentratiekamp Dachau en wist zich daar bijna een jaar staande te houden tot de bevrijding op 29 april een feit was. Dagblad Trouw meldde op zaterdag 19 mei dat hij als overlevende bezig was huiswaarts te keren.

Zie: Tweede Wereldoorlog 3.

Vries, Dick de

Koog aan de Zaan, 10 juni 1915 - Berlijn, Tegel 4 juni 1943

Dick de Vries, werkte bij Fokker, was lid van de Stijkelgroep, werd op 28 april 1941 gearresteerd en heeft negen maanden in het Oranjehotel gezeten. Hij werd gefusilleerd 4 juni 1943.

In het voorjaar van 1941 arresteerden de nationaal-socialisten Jan Kalff (1901-1974), de burgemeester van Krommenie. Hij werd Duitsvijandig bevonden en belandde daarom in de gevangenis te Scheveningen, ook wel bekend als het Oranjehotel. Na enige tijd kreeg hij bij toeval gezelschap van een streekgenoot, de Koger Dick de Vries. Die werd onder meer verdacht van spionage. De burgemeester en de technisch employé van Fokker zouden vier maanden op elkaars lip zitten.

Kalff kwam weer vrij, hervatte zijn illegale activiteiten en haalde heelhuids de bevrijding. De Vries werd in juni 1943 na een showproces in Berlijn geëxecuteerd. In een lange en onthullende brief, die ik onlangs bij het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie vond, vertelde de op zijn post teruggekeerde Kalff vlak na de bevrijding van Nederland aan de ouders van Dick de Vries hoe het ‘samenzijn’ in de cel er uitzag. Hieronder de integrale tekst, die handelt over één van de eerste verzetsstrijders van Nederland.

Lees verder op Twee Zaanse verzetsstrijders, één brief door Erik Schaap.

Zie: Tweede Wereldoorlog 3. 4.

Vries, Piet de (Piet Oublie)

Piet de Vries, adjunct-directeur Sociale Zaken te Zaandam en NSB-burgemeester van Wormer verving burgemeester Albertus Slager van Wormerveer op 8 mei 1944 nadat Slager had geweigerd burgers aan te wijzen die moesten helpen Duitse verdedigingswerken bij de kust te maken.

Juni 1944 kreeg Piet de Vries te kampen met een overval op het gemeentehuis van Wormerveer door het gewapend verzet onder leiding van Jan Brasser alias Witte Ko. Het personeel van de secretarie werd in de kluis opgesloten, het bevolkingsregister in zes zakken verpakt en weggehaald. Het oude bevolkingsregister was dermate omvangrijk dat het niet kon worden meegenomen en werd samen met het gemeentehuis in brand gestoken. Helaas bleef het vuur niet beperkt tot de betreffende afdeling en brandde een gedeelte van het gemeentehuis af. NSB-burgemeester Piet de Vries werd tijdens de overval in een tapijt gerold en aldus onschadelijk gemaakt voor de B.S.ers. Hij kreeg daarmee de spotnaam Piet Oublie.

Zie: Tweede Wereldoorlog 3.

Vries, Nicolaas Teunis de

Zaandam, 24 juni 1918 - Ypenburg, 10 mei 1940

Nicolaas Teunis de Vries, dienstplichtig Huzaar, sneuvelde op 10 mei 1940 tijdens de massale Duitse aanval op vliegveld Ypenburg. Het doel was de Koninklijke familie te ontvoeren. Uiteindelijk bleek het een debacle voor de Duitsers die bijzonder grote verliezen leden.

Het monument Ypenburg in Ypenburg (gemeente Den Haag) is opgericht ter nagedachtenis aan de Slag om Ypenburg van 10 mei 1940, die de Tweede Wereldoorlog inluidde en aan circa 100 Nederlandse soldaten het leven kostte. Nicolaas Teunis de Vries is bijgezet in het Ereveld Grebbeberg te Rhenen.

Vrolijk, Ben

Zaandam, 27 februari 1912 - Den Haag, 11 mei 1940

Bernardus (Ben) Vrolijk werd als dienstplichtige in 1933 opgeleid tot vliegtuigmaker 2e klas bij de Marine Luchtvaartdienst. Tijdens de mobilisatie in 1939 werd hij opgeroepen bij de 2e Luchtvaart Afdeling van het Veldleger als soldaat vliegtuigmaker. Hij was speciaal belast met onderhoud aan Douglas 8A-3N vliegtuigen. Hij was als grondwerktuigkundige werkzaam bij militair onderdeel 3-V-2 van het luchtverdedigingsregiment ter hoogte van vliegveld Ypenburg.

Op 10 mei 1940 voerde de Duitse luchtmacht een bombardement uit om de luchthaven te veroveren. Ben vluchtte met collega’s weg uit de hangar waar onderhoud aan de vliegtuigen werd gepleegd. Loopgraven in de buurt gaven geen dekking tegen de granaatscherven en Ben Vrolijk raakte zwaar gewond. De volgende dag overleed hij in het rode kruisziekenhuis in Den Haag.

In de mobilisatietijd stierf hij met 167 andere militairen bij de Slag om Den Haag, één van de drie successen in die dagen. De Duitsers werden in feite verslagen bij Den Haag maar kwamen op 14 mei terug om wraak te nemen met het bombardement op Rotterdam.

→ Lees verder...

Waakzaamheid, de

Herberg, hotel, restaurant, café en ooit dance-club te Koog. Herberg De Waakzaamheid wordt reeds genoemd in een gemeentelijk document uit 1626 en was mogelijk ouder. De naam Waakzaamheid stamt uit de Franse tijd, tot die tijd stond de herberg bekend als De Jonge Prins. In tegenstelling tot andere horeca-gelegenheden in de Zaanstreek, zoals De Prins te Westzaan en De Jonge Prins te Wormerveer, werd de naam na de Franse tijd niet terug veranderd.

De naam De Prins was in de Franse tijd taboe. De Waakzaamheid is een naam, die in de loop der jaren tot een begrip is geworden, niet alleen voor de bewoners van de Koog en Zaandijk, die hier hun vergaderingen en andere verenigingsavonden beleggen, maar ook voor velen daarbuiten. Hier immers ligt een centrum van cultuurgenot. Verscheidene belangrijke toneelstukken beleefden hier hun Zaanse opvoeringen en meermalen klonken hier de muzikale en vocale prestaties van Zaanse muziek- en zangverenigingen. Er werden veilingen en openbare verkopingen gehouden, terwijl ook de toenmalige kolfbaan in de grote zaal veelvuldig werd gebruikt. Dat doet waarschijnlijk enigszins vreemd aan naast de dans en bridge-avonden, die er tevens worden georganiseerd, doch het is deze traditionele sport, die gelegenheid gunt op vroeger tijden te bezinnen, toen De Waakzaamheid in de Zaanstreek bekend stond onder de naam De Prins van Oranje, ofwel kortweg De Prins.

In 1795 waren politieke gebeurtenissen de oorzaak van de naamsverandering van de herberg. Vele patriotten hadden in 1787, toen de Pruisen naar de Nederlanden kwamen om de Prinsgezinden bij te staan, de wijk naar Frankrijk genomen. Tegelijk met de Fransen kwamen ze in 1795 naar ons land terug, waarop onze Stadhouder, Prins Willem V, naar Engeland vluchtte. Bij het merendeel der bevolking had het Huis van Oranje toen afgedaan en de talrijke herbergen, die De Prins op het uithangbord voerden, kregen een andere naam. De Prins te Zaandam heette voortaan De Eendracht, die te Wormerveer De Vrijheid, die te Westzaan De Bataaf en die op de Koog De Waakzaamheid. Blijkbaar riep deze laatste naam de patriotten op waakzaamheid te betrachten ten opzichte van de tijdelijk onderdrukte Prinsgezinden.

Toen in 1813 Napoleon was verslagen en weer een Willem van Oranje zijn intrede had gedaan, werd in de meeste gevallen de oude Prinsennaam in ere hersteld. Op de Koog gebeurde dit niet. De Waakzaamheid blééf De Waakzaamheid. Omstreeks deze tijd was het hele gebouw al aanzienlijk veranderd. Oude foto's tonen dat het tegenwoordige woonhuis van de in 1949 aangestelde beheerder Breeuwer de oorspronkelijke herberg was. Ten Zuiden daarvan, juist ten Noorden van de sluis, stonden de sluiswachterswoning en enige andere huisjes. Aan de voorkant van de herberg werd de weg begrensd door hoge bomen en aan de overkant vond men de wegsloot. Bruggetjes leidden over die sloot naar percelen aan de overzijde.

→ Lees verder...

Waarheid, de

Voormalig landelijk dagblad van uitdrukkelijk communistische strekking, voortzetting van een al vroeg in de Tweede Wereldoorlog ontstaan verzetsblaadje. Dit heette in de Zaanstreek eerst, vanaf september 1940 De Vonk en kreeg begin 1942 in navolging van het Amsterdamse voorbeeld de naam De Waarheid. Dat dit verzetsblad zo vroeg ontstond, was vooral het gevolg van de vooroorlogse oriëntatie der communisten, die zich toen al concentreerden op de strijd tegen het fascisme in Duitsland, Italië en Spanje. De Waarheid heeft bij de Februari-staking in 1941 in belangrijke mate het verzet tegen de Duitse bezetting aangewakkerd. Later waren ook niet-communisten bij het illegale blad betrokken.
De organisatie, de Waarheid-groep, nam in kracht toe en was bijvoorbeeld ook betrokken bij hulp aan de onderduikers en de ondergrondse verspreiding van voedselbonnen. Landelijk, ook in de Zaanstreek, hebben betrokkenen bij de Waarheid-groep het leven verloren. Zie ook: Tweede Wereldoorlog 3 Zaanstreek.

Na de oorlog verscheen De Waarheid enkele tientallen jaren als redelijk goed georganiseerd en geredigeerd landelijk dagblad. Een speciale Zaanse editie werd uitgebracht. De Waarheid hield kantoor aan de Nicolaasstraat, waar een streekredactie en een eigen advertentie/aquisitie-afdeling waren gevestigd. Door de ver doorgevoerde ideologische strekking kwam de krant echter in een isolement. Illustratief daarbij is de toon van een bericht in de Waarheid van 22 februari 1949:

,,In de Zaanstreek hebben onze kameraden, die deel nemen aan De Waarheid-werfactie, met grote kracht de strijd aangebonden tegen de Zaanse arbeidersvijandige bladen als Typhoon en Zaanlander. Zij doen dat niet zonder succes, integendeel. Wonnen onze werkers in Zaandam niet minder dan acht nieuwe abonné's voor De Waarheid, (….) Voor alle Zaanse afdelingen geldt: Verdrijft de leugenpers uit de huizen van de werkers. Verhoogt het tempo van de werfactie! Brengt De Waarheid in ieder arbeidersgezin!“

Een jaar later tekent het blad op 19 mei 1950 onder de aanhef 'Bekentenissen' het volgende op: ,,De Zaanse streekpers, die de groeiende vredesbeweging in de Zaanstreek systematisch tracht dood te zwijgen en het massale vredesreferendum, dat de vorige week in Wormerveer werd gehouden, met geen letter in haar kolommen heeft vermeld, ziet zich door de sterke drang naar vrede, welke zich o.a. dinsdagavond in Zaandam heeft gemanifesteerd, genoodzaakt om voor de draad te komen. Zo schreef De Typhoon naar aanleiding van de colportagetocht met het blad Vrede, die tot een massale demonstratie uitgroeide, o.a. het volgende: lees verder

De steeds afkalvende belangstelling voor en aanhang van het communistische gedachtegoed maakten verdere exploitatie tenslotte onmogelijk. De Waarheid is eind jaren '80 opgeheven, nadat eerst nog gepoogd werd de krant als weekblad voort te laten bestaan.

De Zaandammer en landelijk politicus voor de CPN Marcus Bakker was aanvankelijk streekredacteur, later lid van de centrale redactie en van 1953 tot 1957 hoofdredacteur. De latere Waarheid-directeur Gerard Pothoven werkte enige tijd in de Zaanstreek als streekredacteur.

Wastenecker, Johan

Makassar, Celebes, 28 januari 1883 -

Johan George Marinus Wastenecker, oud-luitenant-kolonel bij het KNIL, commandant van de Binnenlandse Strijdkrachten BS in Noordholland had in mei 1940 als majoor in het leger aan de strijd om de Grebbeberg deelgenomen. In april 1943 was hem gevraagd de leiding van de Ordedienst in Noordholland boven het IJ op zich te nemen.

Wastenecker neemt zijn intrek in Huize Westerlicht, een groot bejaardentehuis in Alkmaar en ontsnapt in de nacht van 22 op 23 december 1944, na een Duitse inval om de Alkmaarse verzetsman Wim Kok in te rekenen, aldaar te voet naar de Zaanstreek.

Als op maandag 5 februari in Zaandam op de hoek van de Zuiddijk en de Savornin Lohmanstraat een politieman wordt geliquideerd staat de volgende dag in het kader van een razzia, gehouden in het woongebied tussen de Bloemgracht en de Prinsenstraat. Alle bewoners werden 's morgens vroeg naar de Burcht gedreven. Binnen het razziagebied stond ook de katholieke kerk. Er zaten, vlak voor de razzia begon, nogal wat mannen in de kerk waarvan de meesten onder de vloer verdwenen voordat de Duitsers de kerk binnen kwamen. Ook kapelaan Groot, de spil van de rooms-katholieke verzetscentrale.

Commandant overste Wastenecker van de Noordhollandse Binnenlandse Strijdkrachten had als onderduiker zijn hoofdkwartier in de katholieke kerk aan de Oostzijde. Wastenecker ging door voor een oom van Kapelaan Groot en liep in een kamerjas tussen de Duitsers door. Hij was een ‘grote vis’ en beschikte over een radiostation. Ze keken niet naar hem om. Het onderzoek in de kerk duurde bijna twee uur. Ook pastoor J.H.M.S. van der Marck en kapelaan Geels belandden tenslotte op de Burcht. Daar speelden zich ingrijpende taferelen af waarbij tien Todeskandidate, waaronder medewerkers van Trouw, werden vermoord.

Bekijk hier de dagorder van overste J.G.M. Wastenecker aan de leden van de Binnenlandse Strijdkrachten ter gelegenheid van de bevrijding. Gedrukt in Zaandam op 6 mei 1945.

Overste J.G.M. Wastenecker sprak bij de onthulling van het verzetsmonument bij de Prins Bernhardbrug op 4 mei 1948.

Westzijde 114

Westzijde 114, voormalig woonhuis naar ontwerp van H.G. Jansen, onderduikadres en later bankgebouw in Zaandam, in 1899 gebouwd naar wens van houthandelaar Pieter Pauw die het huis in 1908 verliet en koos voor Wageningen inzake herstel van zijn gezondheid. Tot 1914 verschafte het woonhuis onderdak aan burgemeester van Zaandam, Jhr. mr. dr. Carl Adolph Elias en zijn gezin. In 1917 werd het pand verkocht aan de Twentsche Bank. Bankdirecteur G. Prast nam in 1941 zijn intrek in het beeldbepalende pand aan de Westzijde.

Op verzoek van de Zaanse bankier en verzetsman Walraven van Hall werd onder andere het gezin Snoek, bestaande uit Isaac Snoek, Sophia Snoek-Deen en hun kinderen Hendrika en Jacob Maurits in het acht kamers tellende woonhuis ondergebracht, waarmee het pand in de Tweede Wereldoorlog een belangrijk onderduikadres vormde.

Lang bekommerde vrijwel niemand zich over het statige pand dat ooit door de ABN-AMRO aan het lot werd overgelaten. In 2018 staat het al jaren leegstaande pand plots in de belangstelling als projectontwikkelaar KPO de slopershamer op het gebouw wil loslaten. Restauratie is naar de mening van woordvoerder C. van der Meer geen optie vanwege de bar slechte staat waarin muren, vloeren en fundering zich bevinden. Op het pand rust geen monumentale status, maar de politiek piekert er niet over om een sloopvergunning af te geven. ,,De tijd dat we zomaar gebouwen slopen is voorbij.'' laat Rosa-fractievoorzitter Ruud Pauw weten in Dagblad Zaanstreek van 18 mei 2018.

Achter het huis Westzijde 114 stond een uit circa 1750 stammende theekoepel, eerder behorend bij het 18e eeuws woonhuis dat gesloopt werd om ruimte te maken voor genoemd pand. De koepel verhuisde op 13 december 1967 naar de Zaanse Schans in verband met uitbreidingsplannen van de Twentse Bank. De 13 ton wegende theekoepel in rococostijl werd na grondige restauratie ingericht als informatiepunt van de VVV en verkoop van souvenirs aan de Kalverringdijk 1. In 1983 kreeg de koepel de bestemming van tinnegieterij toebehorend aan familiebedrijf Blaauboer.

Wit, Gerrit Jan de

Krommenie, 17 april 1899 - Flossenbürg, 5 januari 1945

Gerrit Jan de Wit 1899-1945

Gerrit Jan de Wit, woonachtig in Krommenie, werd opgepakt nadat er met koeien van letters 'Leve Stalin' op de woning van NSB-burgemeester Anton Jongsma werd geschilderd en de dag erna anti-Duitse pamfletten in Krommenie werden verspreid. De Wit's naam wordt tevens genoemd bij de april-meistaking 1943 waar hij als werknemer van Verblifa op 30 april 1943 in staking ging.

Niet bekend is of De Wit daadwerkelijk aan de activiteiten deelnam of samen met de Krommenieërs G. Boonstra, C. Bosman, vader K. en zoon C. Donker, J. Grin, IJ. Hermsen en G. Schaar uit frustratie van Jongsma is opgepakt, maar duidelijk is dat Gerrit Jan de Wit en C. Bosman na hun arrestatie zijn weggevoerd. De Wit werd naar Dachau overgebracht op 26 mei 1944 en doorgevoerd op 26 augustus 1944 naar Flossenbürg waar hij op 5 januari 1945 om het leven kwam.

Zie: Tweede Wereldoorlog Wereldoorlog 4.

Litho Zaanlandia

Litho Zaanlandia, Steen- en Offsetdrukkerij aan de Lagedijk 85 in Zaandijk, opgericht in maart 1909 door Dirk Kleiman Hzn, paste als eerste in de Zaanstreek de vlakdruk, steen- en later offsetdruk, toe. Litho Zaanlandia leverde moderne steendrukverpakkingen, cartonnage, reclame, etiketten, enz.

Enig firmant Kleiman kreeg in april 1920 een geschil met de Patroonsbond. Dit leidde tot een conflict, dat tot de uitstoting van Zaanlandia uit de Patroonsbond leidde. Het gehele georganiseerde personeel moest echter volgens het geldend collectief contract het dienstverband opzeggen. Liever dan dit te doen schaarde het zich aan de zijde van de patroon en zegde het lidmaatschap van de werknemersbond op. Dit laatste was niet naar de zin van het bestuur van de vakvereniging. De van die zijde uitgeoefende invloed was oorzaak, dat enkele personeelsleden hun lidmaatschap handhaafden en staakten. Het overgrote gedeelte van het ongeveer 30 man sterke personeel bleef echter werkzaam. Hier moesten een aantal mensen omwille van een ruzie van patroons onder elkaar, de ellende van een staking dragen, terwijl het hen verboden werd strijd te voeren voor eigen lotsverbetering. De waanzin ten top! aldus het commentaar in dagblad De Tribune van 22 april 1920.

29 mei 1940 sloeg de bliksem in op de zolder van het bedrijf waarop alle voorraden in vlammen opgingen. De schade werd door de verzekering gedekt.

Dirk Kleiman Hzn was in de Tweede Wereldoorlog betrokken bij de illegale vervaardiging van vervalste Ausweise voor onder meer onderduikers, ten gevolge waarvan hij werd gearresteerd en om het leven gebracht.

Na de oorlog volgde een afsplitsing in de later naar Krommenie verplaatste drukkerij Chromos bv. Het moederbedrijf in Zaandijk werd in de jaren tachtig van de 20e eeuw gesloten.

Zaanlandsche Courant

1868 - 1945

Liberaal blad, sedert 1887 onder de naam 'Zaanlandsche Courant, Nieuws- en Advertentieblad voor Zaandam, Koog aan de Zaan, Zaandijk, Wormerveer, Krommenie, Westzaan, Oostzaan enzovoort'. De aanleiding voor de oprichting van de liberale weekkrant was het verlies van een liberale kandidaat van een vrijzinnig democraat, bij de zomerverkiezingen van 1867.

Nadien zou het district Haarlem, waar de Zaanstreek onder viel, tot de Eerste Wereldoorlog nog uitsluitend liberalen naar de Tweede Kamer afvaardigen. De krant werd vanaf het eerste nummer in april 1868 uitgegeven door Gt. Dekker Cz. uit Zaandam, van januari 1875 tot augustus 1877 door T. de Jong uit Westzaan, daarna weer tot in 1890 door Dekker, en vervolgens door A. Stuurman. Aanvankelijk verscheen de krant alleen op zaterdag, van 1876 af ook op woensdag.

De Zaanlandsche Courant had een duidelijk liberale signatuur. De socialisten en sociaaldemocraten moesten het veelvuldig ontgelden. De schoolstrijd keerde regelmatig terug in de kolommen, terwijl voorts veel markt- en andere handelsberichten werden opgenomen. Het blad kende een aantal prominente redacteuren. De eerste was mr. A. Greebe, die voor deze functie moest bedanken toen hij in 1871 werd benoemd tot burgemeester van Zaandam. Zijn opvolger was mr. J. Spekham Duyvis jr, de burgemeester van Koog. Het aantal juristen dat voor de krant werkte was steeds opvallend hoog.

De Zaanlandsche Courant was zeker geen conservatief blad. De Haagse krant De Tijd omschreef Greebe als 'den rooden republikeinschen redacteur'. Gedurende de jaren vóór de Tweede Wereldoorlog was de Zaanlandsche Courant één van de vaste waarden in de streek. Per 1 januari 1940 ging het Gemeentelijke Advertentieblad De 7000 in de krant op. In 1941 kwam de Courant onder druk te staan. In september verscheen de krant drie keer niet en in oktober verscheen een extra nummer onder een andere redactie.

Hoofdredacteur H.P. Stuurman was gewipt en vervangen door J. Weidema uit Aerdenhout. Inhoudelijk veranderde de krant nadien sterk. Er kwam een buitenlandse rubriek, waarin Duitse overwinningen veel aandacht kregen. Na verloop van tijd kwam de krant geheel onder Duitse controle. De Zaanlandsche Courant ging na de oorlog met Advertentieblad De Zaanstreek en het Wormer en Jisper Advertentieblad op in De Typhoon.

19.193 edities van de Zaanlandsche Courant zijn online doorzoekbaar via het Gemeentearchief Zaanstad.

Zaans Groen (tijdschrift)

Naam van een 'literair cultureel tijdschrift' waarvan aan het eind van de Tweede Wereldoorlog (1944 en 1945 ) vier afleveringen verschenen. Het stond onder redactie van Fred van Enske (pseudoniem van Anton Oosterhuis), Siem Sjollema, Klaas Woudt en Mart Woudt en bevatte gedichten, proza en enkele essays.

Het blad was opvallend mooi geïllustreerd met onder meer litho's van de toen 20-jarige en later als graficus bekend geworden Ru van Rossem. Medewerkers aan Zaans Groen waren onder anderen Marcus Bakker en Ber Hulsing. De naam werd bedacht door Ties Stuurman, een tekenares die aan het blad verbonden was.

Literatuur:

  • dr. P. Calis, Het ondergronds verwachten, schrijvers en tijdschriften tussen 1941 en 1945, Amsterdam 1989 3)
  • Dirk de Jong, Het vrije boek in onvrije tijd, Leiden 1958 4)
  • Lisette Lewin, Het clandestiene boek, Amsterdam 1983 5)

Zuidervliet, Arie

Op 18 juli 1941 benoemde NSB-burgemeester Van Ravenswaay een vierde NSB-wethouder, Arie Zuidervliet. Vanaf 1932 was Zuidervliet directeur van de gemeentelijke handelsdagschool in de Zeemansstraat, sinds 1933 NSB-er en vader van de Zaanse NSB-kringleider G.M. Zuidervliet die in het najaar bovendien tot leider van de distributiedienst en directeur van de sociale dienst van Zaandam was opgeklommen. In laatstgenoemde kwaliteit dwong hij sociaal-gesteunden samen met NSB-ers voor Winterhulp te collecteren.

Eerder werd in deze periode een groot aantal NSB-ers ambtelijk bij de gemeente aangesteld die tevens tot het politiecorps doordrongen. Ook in het openbaar onderwijs en in de colleges van toezicht op onderwijsinstellingen verschaften NSB-ers zich een vooraanstaande rol. Het stichtingsbestuur van de centrale ambachtsschool zag twee NSB-ers in haar midden verschijnen zoals kringleider Zuidervliet, nadat de gemeente gedreigd had met intrekking van subsidie. De NSB nam een half jaar na de februaristaking het gemeentebestuur van Zaandam over.

In de collegevergadering van 9 oktober 1941 vroeg verantwoordelijk NSB-wethouder Arie Zuidervliet aandacht voor ‘het vraagstuk van de joodse leerlingen’. In eerste instantie had hij geprobeerd om de scholieren uit het lager en middelbaar onderwijs op één plek te verzamelen, maar dat mocht niet. ‘Een voorstel om ze onder te brengen in een leeg lokaal van een school in de Parkstraat werd door de Duitse instanties afgewezen’, vertelde Zuidervliet. Hij had echter een alternatief voorhanden. De oudere leerlingen konden zoals bekend naar Amsterdam, de jongere bleven in hun woonplaats.

Om aan hen onderdak te bieden had het gemeentebestuur de keuze uit twee locaties: het gebouw voor Christelijke Belangen aan de Botenmakersstraat 16 en dat van de Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen aan de Czaar Peterstraat 1. De onderwijswethouder koos voor een lokaal in het laatste pand, ten bedrage van f 600,- ’s jaars. De gemeente moest zelf voor verwarming zorgen, waarbij dan nog kosten kwamen voor het maken van een schoorsteen, aldus de B&W-notulen van 17 oktober. In het ‘Nutsgebouw’ werden wel vaker leerlingen van andere scholen ondergebracht, bijvoorbeeld omdat Duitse soldaten tijdelijk beslag legden op klaslokalen.

In totaal kregen de nieuwbenoemde onderwijzers te maken met een stuk of tien leerplichtige kinderen uit Zaandam. Wethouder Zuidervliet telde begin oktober 1941 nog 26 leerlingen. Waarschijnlijk rekende hij de ‘halfjoodse’ scholieren mee, maar in de gevallen dat hun joodse vader of moeder niet godsdienstig was mochten de kinderen tussen hun oude klasgenoten blijven zitten.

Vreemd genoeg is nooit beschreven op welke plek deze joodse Zaankanters terechtkwamen nadat hen de toegang tot hun eigen klassen was ontzegd. Het antwoord op de vraag waar zij werden afgezonderd van hun vertrouwde omgeving is te vinden in de nog altijd niet openbare college-notulen. Zie: Tweede Wereldoorlog 3.

Zuiveringscommissie

Op 23 mei 1945 brengt het Militair Gezag te Zaandam ter kennis dat een zuiveringscommissie is samengesteld tot zuivering van het personeel der Gemeentediensten te Zaandam. De Commissie rekent op aller medewerking, opdat het vertrouwen in de overheidsdiensten, geschokt in de afgelopen jaren, weer volledig wordt hersteld door verwijdering van die elementen, die tot vermindering van dit vertrouwen hebben aanleiding gegeven.

Aangiften en klachten betreffende bezwaren op politiek gebied tegen leden van het personeel van gemelde diensten kunnen uitsluitend schriftelijk worden ingediend tot uiterlijk zaterdag 2 juni 1945 bij de Secretaris der Commissie, Zuiddijk 10, Zaandam. Na gemelde datum binnenkomende aangiften en klachten worden niet meer in behandeling genomen, tenzij blijkt van bijzondere omstandigheden welke tot vertraging hebben geleid.

De navolgende heren maakten deel uit van : Mr. P. H. Wuijster, secretaris Kamer van Koophandel en Fabrieken te Zaandam, Voorzitter-, Dr. H. G. Scholten, Gemeentesecretaris te Zaandam; Mr. F. W. van Dijk, advocaat te Zaandam; P. J. Bosch, technisch opzichter Gemeentelijke Reinigings- en Ontsmettingsdienst te Zaandam; J. van Rossum, ambtenaar Gemeentelijk Gas- en Elektriciteitsbedrijf te Koog aan de Zaan, Leden; A. W. Voors, candidaat-notaris te Zaandam, Secretaris.

Ook in de sportwereld wordt van verschillende zijden de wens kenbaar gemaakt op het gebied van de sport een zuivering te doen plaats vinden. De minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen heeft na gepleegd overleg met enkele vooraanstaande personen op sportgebied, besloten een zuiveringscommissie voor de sport in te stellen. Tot de leden behoort ook de Zaandamse ondernemer A.W. Sabel Tzn als afgevaardigde van de KNZB.

Zwart, Piet

Wormerveer, 11 maart 1909 - Koog aan de Zaan, 5 april 1945

Pieter Jacob Zwart was een Wormerveerder die al vroeg in de oorlog actief was binnen het verzet. Omdat hij directeur was van een garagebedrijf zochten de Duitsers contact met hem om autobussen te huren. Hierdoor kreeg hij goed inzicht in de plannen van de Duitsers en kon hij zijn verzetswerk onder zijn schuilnaam Piet Zwikker zelfs uitbreiden.

Aan het eind van de oorlog werd hij lid van de Ordedienst, die later opging in de Binnenlandse Strijdkrachten. Er deed een gerucht de ronde, verspreid door een mede-BS'er dat hij door zijn contacten met de Duitsers 'fout' was. Hij werd daarop door het verzet op 5 april 1945 ter hoogte van de Waakzaamheid op zijn fiets doodgeschoten.

Op de Zaanweg in Wormerveer is ter hoogte van de Stationsstraat een monument voor hem opgericht.

Zie: Tweede Wereldoorlog 3. Zaanstreek en 4. namen van de 60 zaankanters die zijn gevallen in de verzetsstrijd.


Externe link


  • overzicht_wo2.txt
  • Laatst gewijzigd: 2016/04/27 19:27
  • door jan