rampjaar

Jaar waarin de Republiek der Verenigde Nederlanden wankelde. Frankrijk en Engeland hadden in 1670 in het geheim het Verdrag van Dover gesloten, waarin de vorsten Lodewijk XIV en Karel II zich onder meer verplichtten elkaar te helpen bij een aanval op de Zuidelijke Nederlanden en de Republiek. Het ging hun daarbij niet in de laatste plaats om het breken van de handels-hegemonie van het welvarende Holland. In 1671 verklaarde Keizer Leopold I van Duitsland dat hij zich bij zo'n aanval neutraal zou opstellen. In datzelfde jaar ontstond een tarievenoorlog tussen Frankrijk en de Republiek; de Republiek verbond zich met Spanje voor het geval Frankrijk militair zou aanvallen.

Gepoogd werd het te lang door raadspensionaris Johan de Witt verwaarloosde leger te reorganiseren. De Witt, zoon uit een regentengeslacht, was een verklaard tegenstander van te grote macht der Oranjes; het lagere volk en de predikanten waren echter Oranje-gezind. Binnen de bevolking waren grote spanningen ontstaan.

In februari 1672 bood De Witt aan stadhouder Willem III het opperbevel aan voor een veldtocht, in maart verklaarde Engeland de oorlog aan de Republiek en in april volgden de oorlogsverklaringen van Frankrijk, Münster en Keulen. De al genoemde binnenlandse spanningen bereikten een hoogtepunt; gezegd werd dat de regering radeloos, het volk redeloos en het land reddeloos was. In mei/juni trok het 120.000 man tellende Franse leger langs de Maas op de republiek aan. Op 12 juni trokken de Fransen bij Nijmegen de Rijn over. Willem III trok zich terug achter de waterlinie. Op 21 juni volgde de val van Utrecht. De troepen van Münster en Keulen bezetten de Achterhoek, Overijssel en Drenthe. In augustus werd een Engelse invasie bij Kijkduin afgeslagen. Eerder had de vloot van de Republiek onder leiding van Michiel Adriaanszoon de Ruyter een gecombineerde Engels-Franse vloot bij Solebay verslagen. Te land boekten de Fransen echter succes, Woerden en Naarden vielen in hun handen.

Zaanstreek

Het laat zich raden dat ook in Amsterdam, de Zaanstreek en geheel Noord-Holland grote verontrusting en verwarring heersten toen de vijandelijke troepenmacht zo dicht was genaderd. Er ontstond chaos, er kwam een geruchtenstroom op gang, met vele verdachtmakingen. De katholieken waren voor een deel op de hand van de Fransen, in de verwachting dat die hun geloofsprivileges zouden herstellen.

Landelijk hadden de tegenstellingen het gevolg dat Johan de Witt, na een eerdere aanslag, samen met zijn broer Cornelis bij de Gevangenenpoort in Den Haag werd gelyncht. In de Zaanstreek trachtten velen, vooral welgestelden, te vluchten. Oostzaanse kooplieden namen de wijk naar Amsterdam, rijke Zaandamse ingezetenen scheepten zich in naar Enkhuizen. Dat zij geld en goederen meenamen, verbitterde het volk. Met name in Oostzaan werden de voor vertrek gereed liggende schepen geplunderd.

Ondertussen zond de Zaanstreek vier compagnieën bestaand uit 1500 man, deels vrijwilligers, naar de IJssel om de vreemde troepen te bevechten. Later vertrokken contingenten troepen uit de Zaanstreek naar Den Helder, ter verdediging van de kust tegen een eventuele Engelse aanval. Er werden Zaanse schepen gevorderd voor het vervoer van goederen en manschappen. De vrees voor hulpverlening aan de Fransen bracht met zich mee dat het vervoer streng werd gecontroleerd en dat de kooplieden een borgtocht moesten stellen dat hun goederen niet naar vijandelijk gebied werden verscheept. Niettemin keerde langzamerhand het getij. Met hulp van de Spanjaarden werd Naarden heroverd en in de zeeslagen voor Texel en het Vlie bleef de Hollandse vloot overwinnaar. Het zelfvertrouwen keerde langzaam maar zeker terug. Met Engeland werd in 1674 vrede gesloten. Het oorlogsterrein verplaatste zich naar de Zuidelijke Nederlanden, pas in 1678 volgde vrede met Frankrijk.

Literatuur onder meer: J. Honig Jsz. Jr., De Zaanlanden in de jaren 1672-'75 in 'Geschiedenis der Zaanlanden', Haarlem 1849.

  • rampjaar.txt
  • Laatst gewijzigd: 2017/02/03 18:45
  • door zaanlander